Cecilia Bartoli en Sol Gabetta: Dolce Duello
Cecilia Bartoli mezzosopraan
Sol Gabetta cello
Cappella Gabetta
pauze ca. 21.05 uur
einde ca. 22.25 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door ABN AMRO.
Johann Adolph Hasse 1699-1783
Ouverture
uit ‘Il Ciro riconosciuto’ (1736)
Antonio Caldara 1670-1736
Fortuna e speranza
aria van Emirena uit ‘Nitocri’ (1722)
Tomaso Albinoni 1671-1751
Aure andate e baciate
aria van Zefiro uit ‘Il nascimento dell’Aurora’ (1710)
Domenico Gabrielli 1659-1690
Aure voi de’ miei sospiri
aria van Inomenia uit ‘San Sigismondo, re di Borgogna’ (1687)
Carlo Francesco Pollarolo 1653-1723
Ouverture
uit ‘Ariodante’ (1718)
Georg Friedrich Händel 1685-1759
Lascia la spina, cogli la rosa
aria van Piacere uit ‘Il Trionfo del Tempo e del Disinganno’, HWV 46a (1707)
Hermann Raupach 1728-1778
O placido il mare
aria van Laodice uit ‘Siroe, re di Persia’ (1760)
Georg Friedrich Händel
What Passion Cannot Music Raise and Quell!
aria uit ‘Ode for St. Cecilia’s Day’, HWV 76 (1739)
pauze
Luigi Boccherini 1743-1805
Celloconcert in D gr.t., G. 483 (1782)
Allegro maestoso
Andante lentarello
Allegro e con moto
Christoph Willibald Gluck 1714-1787
Dans van de furiën
uit ‘Orfeo ed Euridice’ (1762)
Luigi Boccherini
Se d’un amor tiranno, G. 557 (jaartal onbekend)
Toelichting
onafscheidelijke partners
cello en stem
tekst: Chris Engeler
‘Als je een vraagt om te zingen, hoor je een ontroerende en verheven klank die aangewakkerde emoties tot rust brengt door de ziel te verheffen in een hogere sfeer.’
Deze woorden van de Franse violist en componist Pierre-Marie-François de Sales Baillot (1771-1842) dateren uit 1804 en getuigen van de toen al zo’n anderhalve eeuw bestaande traditie van het samenspel van de menselijke stem en de cello. En dat kan zowel een duet als een duel zijn.
Vanaf de vroege zijn stem en onafscheidelijke partners doordat de cello doorgaans deel uitmaakt van de als begeleiding van recitativische zang. De warme klank en karakteristieke toon van de cello zijn zeer geschikt om expressie toe te voegen aan de zangmelodie, maar ook aan de emoties in de versregels zelf.
Immers, de celloklank lijkt het meest op die van de menselijke stem – beide vullen elkaar wederzijds aan en vormen zo een klinkende . Aanvankelijk gaat het dan meestal om een lieflijk duet, maar de ontwikkeling van het genre zet stem en cello ook wel tegen elkaar op.
Vooral de achttiende-eeuwse obligate aria kent vaak een strijdlustige instrumentale solopartij
Vooral de achttiende-eeuwse obligate – waarin de stem de hoofdmelodie voordraagt onder begeleiding van instrumenten – kent vaak een strijdlustige instrumentale solopartij. Bijna een duel met de menselijke stem tegen een , hobo of cello. Geen doffe klappen of kletterend metaal, maar wonderschone klanken.
Een muzikaal duel hoeft overigens niet te bevreemden, want zonder de gespannen verhouding kan er in muziek geen oplossing zijn van en. Elk drama, tekstueel of muzikaal, vereist conflict; menige muzikale vorm huldigt en promoot rivaliteit, wedijver, competitie tussen zowel muzikale ideeën als uitvoerende musici.
van Händel tot Gluck
Componisten
De componisten van vóór de pauze omspannen de periode 1653 (geboortejaar Carlo Francesco Pollarolo) tot 1783 (sterfjaar Johann Adolf Hasse). Dat zijn min of meer de ruim honderd jaar waarin de opera zich ontplooide en zijn neergang beleefde.
Voor de libretto’s koos men episoden uit de Griekse mythologie en daden – goede of kwade – van keizers en veldheren uit de Klassieke Oudheid, vaak met amoureuze toevoegingen aan de plot. Dat maakte de verhalen gecompliceerd, maar die waren slechts dragers van waar het voor het toenmalige publiek om ging: virtuoze zang.
Primair waren alle componisten van vanavond musicus in dienst van een heerser of geestelijke, en in die positie begon hun carrière als componist. Albinoni en Caldara speelden viool, Händel vooral en klavecimbel, Pollarolo was fameus als organist en componist in Venetië.
Gabrielli werd in een Italiaans dialect ‘mingain dal viulunzeel’ genoemd: meester van de violoncello
Albinoni componeerde zo’n 81 opera’s (de meeste zijn niet overgeleverd) en soloconcerten voor viool. Caldara schreef acht opera’s, zes oratoria en voorts s. Gabrielli componeerde enkele opera’s en was in zijn eigen tijd beroemd als cellist – hij werd in een Italiaans dialect ‘mingain dal viulunzeel’ genoemd: meester van de violoncello.
Händels oeuvrecatalogus – als we ons hier tot vocale werken beperken – telt 44 opera’s, 23 oratoria, sacrale werken, Engelse kerkmuziek en Italiaanse cantates voor stem en solo-instrument of . De Duitser Raupach was cembalist en werd groot in de Italiaanse opera in Sint-Petersburg; landgenoot Hasse maakte, samen met Carl Heinrich Graun, de Italiaanse opera geliefd in Duitsland.
Gelijke wapens
'Dolce duello'
Het Italiaanse woord ‘duello’ heeft in het Nederlands een aantal vertalingen: duel, tweegevecht, tweekamp, (wed)strijd. Geen van deze voldoet hier echt, beter is het te denken aan competitie of zelfs – vrij vertaald – uitdaging.
Stem en verkennen elkaars mogelijkheden en grenzen, verleiden elkaar en twisten soms ook met elkaar. Bij uitbreiding gaat het om een ‘duello ad armi pari’: een duel met gelijke wapens. Want dat wapen is trilling voortgebracht door de menselijke stembanden dan wel de strijkstok over snaren.
Componisten kiezen bewust het solo-instrument dat zij zowel naast als tegenover de zangstem plaatsen. Een klinkt krijgshaftig, een hobo al snel klaaglijk. Een cello voegt veeleer een sensuele dimensie toe, alsof er een tweede zangstem is – de volle celloklank kan zich meten met het bereik van alle stemsoorten.
In de ’s die vandaag klinken, vertolkt de zowel een obligate partij als een solorol: in vrijwel alle stukken opent de cello het muzikale betoog en sluit dit ook weer af. Soms kort (Gabrielli’s Aure voi, de’ miei sospiri), soms ronduit uitgesponnen in Händels What Passion Cannot Music Raise and Quell!, daar bijgestaan door en .
Onstuimig in de opening kan ook, zoals in Albinoni’s Aure andate e baciate, maar dat is dan ook een bravoure-aria met veel hoge noten en een vocale lijn die beweeglijk is als de wind. Ook Raupachs O placido el mare is een bravoure-aria met – in tegenstelling tot de kalmte uit de titel – een onstuimig - in het ensemble en veel pittige coloraturen. (zie ook: )
Weliswaar ondersteunt de cello vaak de zangmelodie, maar tussen de strofen door treedt hij ook solistisch op met een herhaling van lijnen of door de zangmelodie die nog volgt al aan te kondigen, of met een geheel eigen melodie. Zoals in Händels What Passion, waar die solo deels onstuimig is.
Van Caldara klinkt een tot nog toe onbekende aria, waarin eerder van een wedstrijd dan van een uitdaging sprake is: de op elkaar botsende emoties in Fortuna e speranza weerklinken in de afwisseling tussen zang en cellosolo’s.
1743-1805
Luigi Boccherini
Luigi Boccherini, de achttiende-eeuwse meester op de , brengt in zijn kamermuziek, symfonieën en concerten eenvoud en dramatiek samen en combineert originele vondsten met grillige effecten.
Vandaag klinkt een van zijn twaalf soloconcerten, een werk dat van de cellist een grote mate van technische virtuositeit vraagt. Se d’un amor tiranno is een concertaria met uitgebreide cellosolo’s aan het begin en tussen de zangstrofen in, met een groot dynamisch bereik en aan het eind een korte .
Hier gaan de zangstem, die stevige coloraturen kent, en de solocello, die de zangmelodie ondersteunt, echt een duet met elkaar aan.
Biografie
Cecilia Bartoli, mezzosopraan
Cecilia Bartoli maakte op 12 mei 1996 haar debuut in de , met ‘arie antiche’ en muziek van Viardot, Delibes, Bellini en Rossini. Dat was achteraf gezien een blauwdruk voor haar verdere carrière, waarin en de hoofdrol zouden spelen. In 2004 kreeg de mezzosopraan de allereerste Concertgebouw Prijs, en ze bleef min of meer jaarlijks terugkeren naar Het Concertgebouw.
Onder de grote en die al vroeg haar talent herkenden waren Daniel Barenboim, Herbert von Karajan en Nikolaus Harnoncourt, en al snel begon ze op te treden met orkesten, in huizen en op festivals in Europa, Noord-Amerika, het Verre Oosten en Australië. Een van de eerste mijlpalen in haar veelbekroonde discografie was The Vivaldi Album (1999), waarvan miljoenen exemplaren zijn verkocht, en haar interesse in vergeten geraakt repertoire resulteerde nog vele keren in thematische albums.
Sinds 2012 is de zangeres artistiek leider van de Salzburger Pfingstfestspiele, waar ze de Oostenrijkse eretitel Kammersängerin kreeg en hoofdrollen neerzette in onder meer Norma van Bellini, Bernsteins West Side Story en Händels Ariodante en Alcina. Ook is ze sinds 2023 directeur van de Opéra de Monte-Carlo. Met de Cecilia Bartoli Music Foundation en het cd-label ‘Mentored by Bartoli’ ondersteunt ze een nieuwe generatie zangers.
Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren op 30 oktober 2023 (Cleopatra in Händels Giulio Cesare) en op 6 november 2024 (Orfeo in Glucks Orfeo ed Euridice), beide keren met haar in 2016 opgerichte gezelschap Les Musiciens du Prince – Monaco onder leiding van Gianluca Capuano.
Sol Gabetta, cello
Sol Gabetta begon haar studie in Buenos es en Madrid en zette haar opleiding voort bij David Geringas aan de Hochschule für Musik in Berlijn. In 2004 vestigde ze haar naam definitief door het winnen van de Credit Suisse Young Artist Award en een aansluitend optreden met de Wiener Philharmoniker.
Inmiddels is de Argentijnse celliste van Frans-Russische afkomst onder meer gelauwerd met een Grammy Award, vijf keer een Echo Klassik en de Herbert von Karajan Preis.
Componisten als Peteris Vasks en Wolfgang Rihm droegen nieuw werk aan haar op. Sol Gabetta trad onder meer op met de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het BBC Symphony Orchestra (Proms), het Orchestre National de France en de Los Angeles Philharmonic.
Na recente residencies bij het Wiener Konzerthaus, de Bamberger Symphoniker en het Orchestre Philharmonique de Radio France is ze in het huidige seizoen focus artist bij het Tonhalle-Orchester Zürich en artist in residence in zowel het Konzerthaus Dortmund als Bozar in Brussel. De celliste is oprichter en artistiek leider van het Solsberg Festival in Zwitserland en geeft sinds 2005 les aan de Musik-Akademie Basel.
Sol Gabetta was sinds 2011 meermaals te gast bij het Concertgebouworkest, zoals in mei 2019 met het dubbelconcert akin dat Michel van der Aa schreef voor haar en violiste Patricia Kopatchinskaja, en in januari 2023 met Blochs Schelomo onder leiding van Klaus Mäkelä. Sol Gabetta bespeelt een van Matteo Goffriller (Venetië, 1730).
Capella Gabetta, orkest
Cappella Gabetta werd in 2010 opgericht door celliste Sol Gabetta en haar broer, concertmeester Andrés Gabetta. Het gezelschap speelt voornamelijk muziek uit de en de vroege , uitgevoerd op historisch instrumentarium.
Onder veel bijval van pers en publiek musiceerde de Cappella Gabetta inmiddels in verschillende befaamde concertzalen, waaronder het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs, het Theater an der Wien, de Tonhalle in Zürich en de Philharmonie in Berlijn. De festivals van bijvoorbeeld Rheingau, Gstaad, Lyon en Sleeswijk-Holstein engageerden de groep eveneens.
Tal van bekende zangers en instrumentalisten sloten zich bij Cappella Gabetta aan als solist, onder wie violist Giuliano Carmignola, cellist Christophe Coin en sopraan Nuria Rial. Met mezzosopraan Vivica Genaux maakte het opnames van werk van Händel en Hasse en met dezelfde zangeres en sopraan Simone Kermes nam het de cd Rival Queens op.
Het album Tromba Veneziana kwam tot stand in samenwerking met tist Gábor Boldoczki. In Het Concertgebouw debuteerde Cappella Gabetta tijdens de Robeco SummerNights 2013 in een programma met blokfluitist Maurice Steger.


