Cecilia Bartoli en Les Musiciens du Prince: Antonio Vivaldi

Cecilia Bartoli mezzosopraan
Les Musiciens du Prince - Monaco
Gianluca Capuano dirigent
Andrés Gabetta viool

Dit concert wordt mede mogelijk
gemaakt door Accenture

 

Antonio Vivaldi (1678-1741)

Allegro I
uit Concert in E gr.t., RV 269 
‘La primavera’ (1725)

Quell’ augellin
uit ‘La Silvia’, RV 734 (1721)

Largo
uit Concert in E gr.t., RV 269 
‘La primavera’

Non ti lusinghi la crudeltade
uit ‘Tito Manlio’, RV 738 (1719)

Zeffiretti che susurrate
uit ‘Ercole su’l Termodonte’, 
RV 710 (1723)

Allegro III
uit Concert in E gr.t., RV 269 
‘La primavera’

Allegro non molto
uit Concert in g kl.t., RV 315 ‘L’estate’ (1725)

Sol da te, mio dolce amore
uit ‘Orlando furioso’, RV 728 (1727)

Adagio
Presto
uit Concert in g kl.t., RV 315 ‘L’estate’

Se lento ancora il fulmine
uit ‘Argippo’, RV 697 (1730)

pauze (± 21.10 uur)

Allegro I
uit Concert in F gr.t., RV 293 
‘L’autunno’ (1725)

Gelosia, tu già rendi l’alma mia
uit ‘Ottone in villa’, RV 729 (1713)

Allegro III
uit Concert in F gr.t., RV 293 
‘L’autunno’

Gelido in ogni vena
uit ‘Farnace’, RV 711 (1727)

Allegro non molto
uit Concert in f kl.t., RV 297 
‘L’inverno’ (1725)

Se mai senti spirar sul volto
uit ‘Catone in Utica’, RV 705 (1737)

Largo
Allegro
uit Concert in f kl.t., RV 297 
‘L’inverno’

einde (± 22.15 uur)

Allegro I
uit Concert in F gr.t., RV 293
‘L’autunno’ (1725)

Gelosia, tu già rendi l’alma mia
uit ‘Ottone in villa’, RV 729 (1713)

Allegro III
uit Concert in F gr.t., RV 293
‘L’autunno’

Gelido in ogni vena
uit ‘Farnace’, RV 711 (1727)

Allegro non molto
uit Concert in f kl.t., RV 297
‘L’inverno’ (1725)

Se mai senti spirar sul volto
uit ‘Catone in Utica’, RV 705 (1737)

Largo
Allegro
uit Concert in f kl.t., RV 297
‘L’inverno’

einde (± 22.15 uur)

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Toelichting

Antonio Vivaldi 1678-1741

Vivaldi, verguisd operacomponist

Door Kees Vlaardingerbroek

Net als zijn Duitse tijdgenoot Georg Friedrich Händel had Antonio Vivaldi de ambitie zich in alle toen bekende muziekgenres te bewijzen. Of het nu het soloconcert, de , de , de of de geestelijke koormuziek betrof, er was geen genre dat hij niet beoefende.

Dat was in het Italië van de late niet gebruikelijk. De traditie wilde dat een componist zich ofwel tot de instrumentale, ofwel tot de vocale muziek beperkte. Vandaar het verwijt aan Vivaldi’s adres dat een Franse reiziger in 1739 uit de mond van componist Giuseppe Tartini optekende:

‘Ik [Tartini] ben door de Venetiaanse theaters gevraagd voor hen te schrijven, maar ik heb dat nooit gewild, wel wetende dat de menselijke keel niet hetzelfde is als de nek van een viool. Vivaldi, die beide muzieksoorten [de instrumentale en de vocale] heeft willen beoefenen, is in het ene altijd uitgefloten, terwijl hij in het andere buitengewoon succesvol was’.

Zure druiven? Professionele afgunst? Misschien. Hoe dan ook, het valt op dat Vivaldi na zijn dood in Italië hoogstens nog als componist van instrumentale muziek werd geprezen.

Herrieschoppers

En toch was Vivaldi ook als operacomponist behoorlijk succesvol. In een brief uit 1739 beweert hij niet minder dan 94 opera’s te hebben gecomponeerd. Sommige titels schreef hij in opdracht van prestigieuze theaters. Maar nooit genoot hij het voorrecht een opera te mogen componeren voor het grote Teatro San Giovanni Grisostomo, het belangrijkste theater van zijn vaderstad Venetië.

Allerlei redenen zullen hier hebben meegespeeld: Vivaldi’s familie behoorde sociaal tot de laagste klasse en kende enkele beruchte herrieschoppers (verscheidene broers kwamen in aanraking met justitie); zijn Europese faam als componist van instrumentale muziek stond in de weg; de leidende klasse ergerde zich aan Vivaldi’s zelfbewustzijn.

Maar zeker zo belangrijk was Vivaldi’s hang naar onafhankelijkheid. In een brief omschrijft Vivaldi zich trots als een vrije ondernemer, die iedere operaproductie zoveel mogelijk zelf in de hand hield, van het kiezen en inhuren van de zangers en de instrumentalisten tot het financieel beheer van het theater dat hij had gehuurd. Zoveel macht werd een componist bij de grootste Italiaanse ­theaters per definitie niet gegund, maar was bij de kleinere theaters wél denkbaar.

Soms moest zelfs de Venetiaanse bovenlaag erkennen dat de ‘control freak’ Vivaldi met zijn eigenzinnige aanpak ver kon komen. De geleerde edelman Antonio Conti, die van alles op Vivaldi had aan te merken, moest toch toegeven dat diens opera Farnace in het kleine Teatro Sant’Angelo een veel diepere indruk op hem had gemaakt dan de gelijktijdig in het grote Teatro San Giovanni Grisostomo opgevoerde opera Aldiso van Giovanni Porta.

Cecilia Bartoli heeft voor haar optreden acht fraai contrasterende ’s uitgezocht, uit verschillende stadia van Vivaldi’s carrière. Opvallend vaak is in de gekozen aria’s sprake van een natuurtafereel, vol kwinkelerende vogeltjes, ruisende beekjes en angstaanjagende bliksemschichten.

Zulke teksten waren natuurlijk een kolfje naar de hand van de componist van De vier jaargetijden, de programmatische vioolconcerten die in 1725 in Amsterdam werden gepubliceerd als onderdeel van Vivaldi’s 8. De muzikale parallellen tussen de vioolconcerten en de aria’s vallen dan ook vaak op.

De tragische aria ‘Gelido in ogni vena’, oorspronkelijk geschreven voor Siroe en later opnieuw gebruikt voor Argippo en Farnace, opent met een citaat van het begin van De winter. Blijkbaar kon Vivaldi niet om de ijzige klanken van het concert heen, toen hij deze aria schreef over een vader wiens bloed in de aderen bevriest wanneer hij denkt aan zijn dood gewaande zoon.

Veel lieflijker is de sfeer in de aria’s ‘Quell’augellin’ uit La Silvia en ‘Non ti lusinghi la crudeltade’ uit Tito Manlio, waarin solopartijen voor de blokfluit respectievelijk de hobo de e stemming versterken. Voor de murmelende briesjes en/of golfjes in de aria uit Ercole schrijft de componist behalve het gebruikelijke strijkorkest twee ­soloviolen op het toneel en een klavecimbel voor.

Ghostwriter

Extatische liefde viert hoogtij in de aria ‘Sol da te’ uit Orlando. De fluitsolo in deze aria is zo moeilijk dat die volgens sommige musicologen moet zijn geschreven voor fluitist Johann Joachim Quantz. Een mooie, maar onhoudbare theorie, want de Duitse had Vivaldi in 1726 in Venetië ontmoet en was in november 1727, toen Orlando in première ging, al weer terug in Dresden.

‘Gelosia, tu già rendi’ uit Ottone in villa is de vroegste aria die wij vanavond horen. Tot voor kort werd aangenomen dat Vivaldi met Ottone zijn debuut als componist heeft gemaakt. Onlangs werd ontdekt dat Vivaldi al in 1705 als ghostwriter was opgetreden voor ene Girolamo Polani. Vivaldi sleepte Polani voor het gerecht, omdat deze hem nooit voor zijn diensten had betaald, aldus de componist.

Tot slot nog een fun fact: de helft van de aria’s die Cecilia Bartoli vanavond zingt werd oorspronkelijk voor castraatstemmen geschreven.

Biografie

Cecilia Bartoli, mezzosopraan

Cecilia Bartoli maakte op 12 mei 1996 haar debuut in de , met ‘arie antiche’ en muziek van Viardot, Delibes, Bellini en Rossini. Dat was achteraf gezien een blauwdruk voor haar verdere carrière, waarin en de hoofdrol zouden spelen. In 2004 kreeg de mezzo­sopraan de allereerste Concertgebouw Prijs, en ze bleef min of meer jaarlijks terugkeren naar Het Concertgebouw.

Onder de grote en die al vroeg haar talent herkenden waren Daniel Barenboim, Herbert von Karajan en Nikolaus Harnoncourt, en al snel begon ze op te treden met orkesten, in huizen en op festivals in Europa, Noord-Amerika, het Verre Oosten en Australië. Een van de eerste mijlpalen in haar veelbekroonde discografie was The Vivaldi Album (1999), waarvan miljoenen exemplaren zijn verkocht, en haar interesse in vergeten geraakt repertoire resulteerde nog vele keren in the­matische albums.

Sinds 2012 is de zangeres artistiek leider van de Salzburger Pfingstfestspiele, waar ze de Oostenrijkse eretitel Kammersängerin kreeg en hoofdrollen neerzette in onder meer Norma van Bellini, Bernsteins West Side Story en Händels Ariodante en Alcina. Ook is ze sinds 2023 directeur van de Opéra de Monte-Carlo. Met de Cecilia Bartoli Music Foundation en het cd-label ‘Mentored by Bartoli’ ondersteunt ze een nieuwe generatie zangers.

Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren op 30 oktober 2023 (Cleopatra in Händels Giulio Cesare) en op 6 november 2024 (Orfeo in Glucks Orfeo ed Euridice), beide keren met haar in 2016 opgerichte gezelschap Les Musiciens du Prince – Monaco onder leiding van Gianluca Capuano.

Les Musiciens du Prince-Monaco, orkest

Het orkest Les Musiciens du Prince – Monaco verzorgde op 8 juli 2016 zijn inauguratieconcert op het Cour d’Honneur van het Prinselijk Paleis van Monaco. Het orkest, dat speelt op authentieke instrumenten, was datzelfde voorjaar opgericht onder de vleugels van de Opéra de Monte-Carlo en geniet de bescherming van Prins Albert II en Prinses Caroline van Monaco.

Cecilia Bartoli is initiatiefnemer en artistiek directeur en ze is er trots op hiermee, als een ‘musicienne de cour’ zoals ze dat zelf zegt, de rijke traditie van de Europese hofmuziek van de zeventiende en achttiende eeuw te laten herleven.

Het eerste optreden van het gezelschap in Het Concertgebouw was op 15 november 2016 met een ­programma met Cecilia Bartoli onder de titel Händel Heroines. Dit concert was de start van de eerste internationale tournee.

Het Concertgebouw zag Les Musiciens du Prince – Monaco samen met Cecilia Bartoli terug toen het in februari 2017 tourde met een concertante La Cenerentola van Rossini, in november 2018 met een Vivaldi-programma, in december 2019 met een eerbetoon aan de castraat­zanger Farinelli en in najaar 2023 met een concertante Giulio Cesare van Händel.

Het orkest heeft een hechte band met de Salzburger Festspiele en reisde ook naar de bekende podia in Zwitserland, Italië, Luxemburg, België, Frankrijk en Duitsland.

Gianluca Capuano, dirigent

In 2022 won Gianluca Capuano de 42ste Abbiati Award, een belangrijke enprijs. De Italiaan studeerde , compositie en directie in zijn geboorteplaats Milaan, waar hij zich aan de Scuola Civica bovendien specialiseerde in de oude muziek en aan de universiteit afstudeerde in de theoretische filosofie.

Hij trad op in Europa, Amerika, Rusland en Japan voordat hij in 2006 met Il Canto di Orfeo zijn eigen gezelschap oprichtte.

Gianluca Capuano werkte met Michael Chance, Emma Kirkby, Philippe Jaroussky en Diego Fasolis en stond op de bok bij de Oper Köln, de Semper­oper Dresden, de Hamburger Staatsoper, de Wiener Staatsoper, de Oper Zürich, het Teatro La Fenice in Venetië, de Maggio Musicale Fiorentino, het Donizetti Festival in Bergamo en de huizen van Rome, Palermo, Bari, Genua en Madrid.

Op de openingsavond van het Edinburgh Festival 2016 viel hij in voor Bellini’s Norma met Cecilia Bartoli in de titelrol, en zij vroeg hem voor de volgende uitvoeringen in Parijs en Baden-Baden. Een jaar later dirigeerde hij voor het eerst in Salzburg: Händels Ariodante en Rossini’s La donna del lago met Les Musiciens du Prince – Monaco. Dat gezelschap benoemde Gianluca Capuano begin 2019 tot chef-­.

Zijn dirigeerdebuut in Het Concertgebouw was in februari 2017 Rossini’s La Cenerentola met Les Musiciens du Prince – ­Monaco en het Choeur de l’Opéra de Monte-­Carlo en met Cecilia Bartoli in de titelrol.

Andrés Gabetta, viool

Andrés Gabetta betrad eerder het podium van de als concertmeester van de Cappella Gabetta, een op authentieke instrumenten spelend ensemble voor muziek uit de en de dat hij in 2010 oprichtte samen met zijn zus, celliste Sol Gabetta.

In november 2017 ondernam het orkest samen met Cecilia Bartoli een Europese tournee die onder meer Het Concertgebouw aandeed. Dit programma, getiteld Dolce duello, kwam ook uit op cd.

Naast zijn activiteiten met de Cappella Gabetta heeft Andrés Gabetta een rijke carrière als violist. Hij is een van de vaste muzikale partners van cellist en Christoph Coin, in wiens orkest, het Orchestre Baroque de Limoges, hij concertmeester is. Ook bekleedt hij die positie geregeld bij het Kammerorchester Basel.

In 2008 werd Andrés Gabetta genomineerd voor een Grammy voor zijn opname van Bachs Brandenburgse concerten met zijn eigen ensemble, de Swiss Baroque Soloists. Met het album Music at the Habsburg Court bracht de Cappella Gabetta in 2016 een zorgvuldig samengestelde cd uit met Andrés Gabetta als solist.