Bernard Haitink dirigeert het Koninklijk Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest 
Bernard Haitink dirigent
Mitsuko Uchida piano

Lees ook: Bruckner - van miskenning naar aanzien

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Pianoconcert nr. 23 in A gr.t., KV 488 (1786)
Allegro
Adagio
Allegro assai
cadensen: Mozart 

pauze (± 14.45 uur)

Anton Bruckner (1824-1896)

Zesde symfonie in A gr.t. (1879-81)
versie Nowak (1952)
Maestoso
Adagio: Sehr feierlich
Scherzo: Nicht schnell - Trio: Langsam
Finale: Bewegt, doch nicht zu schnell

einde (± 16.00 uur)

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Mozart: Pianoconcert

Door Michiel Cleij

De vorige keer dat meester-pianiste Mitsuko Uchida en eredirigent Bernard Haitink het podium met het Koninklijk Concertgebouworkest deelden, was zeven jaar geleden. Uchida was de soliste in Mozarts Pianoconcert nr. 20. ‘Als een film in een film schiep ze haar eigen wereld met haar eigen onderliggende drama en bood ze een fascinerend inkijkje op de binnenkant van Mozarts concert’, aldus de Volkskrant.

Hoog tijd om de bijzondere tandem Haitink-Uchida weer in de spotlights te zetten. Ditmaal met een geheel Weens programma. Bruckner liet zich inspireren door Mozart en Beethoven en verhuisde in 1868 naar muziekcentrum Wenen, waar hij geleidelijk carrière zou maken. Met de uitvoering van Bruckners ‘vrijmoedige’ Zesde symfonie bouwen Haitink en het Concertgebouworkest gestaag voort aan een nieuwe reeks gezamenlijke Bruckner-uitvoeringen, ingezet in 2012. Van Wolfgang Amadeus Mozart klinkt het bruisende Pianoconcert nr. 23.

Mozart: Pianoconcert 

Van Wolfgang Amadeus Mozarts allereerste compositie kennen we alleen het verhaal: het besmeurde vel dat de vierjarige aan zijn vader liet zien was ‘een klavecimbelconcert’, en tussen de inktspatten door spatte het talent van het papier af. Later zouden klavierconcerten, naast ’s, de pieken van zijn oeuvre vormen.

Zijn eerste gepubliceerde pianoconcerten schreef Mozart nog tijdens zijn jonge jaren in Salzburg, deels in dienst van de plaatselijke aartsbisschop. Dat hij zich juist tot dat genre aangetrokken voelde is geen wonder: met zijn grote talent voor het klavier kon hij mikken op een dubbelcarrière als componist en solist – en dus op extra inkomsten en meer artistiek aanzien.

In die vroege concerten bediende hij zich nog van de heersende ‘galante stijl’: vriendelijke, krullerige muziek met weinig diepgang. Toen hij zich echter eenmaal als vrij kunstenaar in Wenen had gevestigd vuurde Mozart een reeks concerten af die getuigden van een razendsnelle artistieke groei. Het artistieke klimaat was inspirerender, de erkenning groter, de opdrachten talrijker en interessanter; Mozarts muziek werd origineler, vrijpostiger en juist daardoor innemender.

Die Weense pianoconcerten – tussen 1782 en 1786 schreef hij er vijftien – introduceerden een toen ongehoorde rijkdom aan melodische ideeën en doorbraken voortdurend het verwachtingspatroon van de luisteraar, ongeacht of die tot het hof of tot het gewone volk behoorde. Mozart zocht, zoals hij zijn vader schreef, ‘een middenweg tussen te makkelijk en te moeilijk’: de muziek moest voor ingewijden én niet-ingewijden bevredigend zijn. Ongetwijfeld had Mozarts creativiteit op dat moment de wind mee van zijn nieuwe liefde Constanze Weber, met wie hij in 1782 was getrouwd. Tezelfdertijd zag hij zijn roeping als componist realiteit worden; het Pianoconcert in A groot ontstond kort voor de historische première van Le nozze di Figaro.

Het is een cliché geworden om op de opera-achtige, quasi-vocale kwaliteiten van Mozarts concerten te wijzen, maar juist bij het hier gespeelde werk kom je er niet onderuit. De finale is terecht vaak vergeleken met koddige scènes in komische opera’s. En het , bepalend voor de identiteit van de hele compositie, klinkt als een ritueel gezang  – tot het moment waarop de solopartij, tegen het slot, op een bijna minimalistische manier uitdunt tot losse, stipsgewijs klinkende noten met grote toonafstanden. Die wonderlijke, etherische slotpassage heeft veel luisteraars bevreemd en vaak is geopperd dat het om een onvoltooid deeltje ging: Mozart zou hier schetsmatig wat toonhoogtes genoteerd hebben om ze later verder in te vullen. In dit geval kun je je echter afvragen of méér Mozart-noten een verbetering waren geweest.

Anton Bruckner 1824-1896

Bruckner: Zesde symfonie

Door Dirk Luijmes

Nadat de première van zijn Derde symfonie, eind 1877, een grote flop was geworden, had Anton Bruckner aanvankelijk niet veel nieuws op papier gezet. Een jaar lang hield hij zich vooral bezig met revisies van eerdere werken, totdat in 1879 het bloed in zijn compositorische aderen weer volop begon te stromen. Halverwege dat jaar voltooide hij een strijkkwintet en op 24 september startte hij met zijn Zesde symfonie in A groot. Tot en met september 1880 was hij met het eerste deel bezig, de overige delen kostten hem nog een jaar. 

Vergeleken met de Vijfde en andere symfonieën is de Zesde minder monumentaal. Het werk, dat Bruckner zelf ‘die Keckste’ noemde, is helderder en van een zonnigere, lichtere toon dan zijn andere stukken in dit genre. Bovendien is het de eerste symfonie die hij niet meer zou herschrijven.

Dat laatste wil overigens niet zeggen dat er maar één versie de ronde deed. Nadat in 1883 alleen het en tot klinken kwamen, voerde Gustav Mahler in 1899 (meer dan twee jaar na Bruckners dood) de hele symfonie uit, waarbij hij het werk drastisch aanpaste aan zijn eigen smaak. De uitgave van 1899 bevatte allerlei (vermoedelijk niet door Bruckner geautoriseerde) revisies en pas in 1935 (Haas) en 1952 (Nowak) volgden uitgaven gebaseerd op het origineel.

Net voor Bruckner zich aan de symfonie zette, was hij te gast in Sankt Florian. Het verhaal gaat dat hij bij het bezoek van een aantal topmilitairen moest improviseren op het . Een van zijn leerlingen zou hem toen het militaire ‘retraite’-signaal hebben voorgedaan. Dit signaal zou tevens de basis vormen voor het markante hoofdthema van het openingsdeel van de symfonie.

Kenmerkend in het eerste deel is de combinatie van twee- en driedelige s, ook in het zangerige tweede . In de doorwerking treffen we het hoofdthema in de omkering aan. Het gewijde en diepzinnige bevat naast het eerste thema in de violen en het tweede in de ’s een dodenmars.

Opvallend is het : in plaats van de drukke, Ländler-achtige en folkloristische delen die we van Bruckner gewend zijn, schrijft de componist hier een wat spook- of elfachtig, bijna impressionistisch scherzo. Over het schreef de gezaghebbende musicoloog Donald Francis Tovey: ‘Vreemde en en ritmes introduceren de drie s van Beethovens ‘Eroïca’-symfonie in het Urwald van Wagner. De violen brengen een plechtige zegening in hun en.’ Hier duikt opeens ook een thema uit Bruckners Vijfde symfonie op.

De Zesde symfonie mag korter zijn dan haar grotere zussen, Bruckner wist in het werk wel een grote concentratie te bereiken, bijvoorbeeld in het isch spel met motieven en thema’s. Dat is ook het geval in de finale, waarin de componist vooral teruggrijpt op elementen uit het eerste deel. Aan het eind wordt het hoofdthema van het Maestoso nog één keer in alle glorie aangeheven. 

Op 3 september 1881 zette Bruckner een punt achter zijn Zesde symfonie. Twintig dagen later begon hij aan de Zevende symfonie, waarmee zijn doorbraak als een van de grootste negentiende-eeuwse ‘Sinfoniker’ een feit werd.

Biografie

Bernard Haitink, dirigent

Bernard Haitink werd geboren en opgeleid in Amsterdam. Zijn carrière begon bij zijn deelname aan de intensieve encursus van de Nederlandse Radio Unie, waarna hij in 1957 chef-dirigent werd van het Radio Filharmonisch Orkest. Het Concertgebouworkest leidde hij voor het eerst in 1956. Van 1961 tot 1988 was Bernard Haitink er chef-dirigent, en in 1999 benoemde het orkest hem tot eredirigent.

Na het beëindigen van zijn chefschap in Amsterdam leidde hij ruim veertien jaar lang de Royal in Londen. Hij was ook music director van de Glyndebourne Festival Opera en chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Chicago Symphony Orchestra. Hij is beschermheer van het Radio Filharmonisch Orkest en erelid van de Berliner Philharmoniker en het Chamber Orchestra of Europe. Als gastdirigent werkt Bernard Haitink met de meest vooraanstaande orkesten wereldwijd.

In seizoen 2018/2019 leidde Bernard Haitink meerdere programma’s bij het Koninklijk Concertgebouworkest en keerde hij terug bij het de Wiener en Berliner Philharmoniker, het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Radio Filharmonisch Orkest, het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en Orchestra Mozart. Het Londen Symphony Orchestra vierde zijn verjaardag in maart 2019 met een reeks concerten.

Voor zijn grote verdiensten in de muziek ontving Bernard Haitink vele onderscheidingen, waaronder de Musician of the Year Award van Musical America en de Gramophone Lifetime Achievement Award. Bernard Haitink was Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en – in het Verenigd Koninkrijk – honorary Companion of Honour en ontving eredoctoraten van de University of Oxford en het Royal College of Music.

Bernhard Haitink leidde het Concertgebouworkest voor het laatst in januari 2019. Op donderdag 21 oktober 2021 overleed hij in zijn woonplaats Londen. Zijn In memoriam is hier te lezen.

Mitsuko Uchida, piano

Mitsuko Uchida wordt geroemd om haar interpretaties van Mozart, Schubert, Schumann en Beethoven. Daarnaast wist ze nieuwe luisteraars te winnen voor de muziek van Berg, Schönberg, Webern en Kurtág. Musical America riep haar in 2022 uit tot Artist of the Year, ze is artistiek leider van het Ojai Music Festival 2024 (Californië) en is bij Carnegie Hall in New York voor drie seizoenen ‘perspectives artist’.

Haar recente opname van Beethovens Diabelli-­variaties (die ze overigens ook speelde op haar laatste Amsterdamse solorecital, in april 2016) werd genomineerd voor een Grammy en won de Gramophone Piano Award 2022.

De pianiste geeft wereldwijd s en werkt samen met de meest gerespecteerde orkesten; zo vierde ze recentelijk haar honderdste concert met The Cleveland Orchestra. Mitsuko Uchida soleerde onder en als Simon Rattle, Riccardo Muti, Esa-Pekka Salonen, Vladimir Jurowski, Andris Nelsons, Gustavo Dudamel en Mariss Jansons. Bij het Concertgebouworkest was ze sinds 1994 meermaals te gast, voor het laatst in december 2018 onder leiding van Bernard Haitink in Mozarts Pianoconcert nr. 23.

De vorige keer dat Mitsuko Uchida optrad in Het Concertgebouw was op 27 januari 2023 in Mozarts Pianoconcerten nr. 25 en nr. 27 met het Mahler Chamber Orchestra, waarvan ze sinds 2016 artistiek partner is. Haar betrokkenheid bij de ontwikkeling van jonge musici blijkt uit haar grote rol bij het Marlboro Music Festival en de Borletti-Buitoni Trust. Onder haar vele onderscheidingen zijn de Royal Philharmonic Society Gold Medal (2012), de Japanse Praemium Imperiale (2015) en eredoctoraten in Oxford en Cambridge. Sinds 2009 is Mitsuko Uchida Dame Commander of the Order of the British Empire.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest