Beethovens keizerconcert door Jean-Yves Thibaudet

Iván Fischer dirigent
Jean-Yves Thibaudet piano


Ludwig van Beethoven 1770-1827

Ouvertüre ‘Die Geschöpfe des Prometheus’, op. 43 (1800-01)

Vijfde pianoconcert in Es gr.t., op. 73 (1809)
‘Kaiser’
Allegro
Adagio un poco mosso
Rondo: Allegro

pauze

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Maurerische Trauermusik, KV 477 (1785)

Symfonie nr. 41 in C gr.t., KV 551 (1788)
'Jupiter’
Allegro vivace
Andante cantabile
Menuetto: Allegretto
Molto allegro

Dit programma maakt deel uit van de Series B en Z. Het concert van 10 januari wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio 4.

Lees ook het gratis Preludium-artikel:
Intervieuw - Iván Fischer

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Ouverture ‘prometheus’

Prometheus was de held die twee standbeelden schiep, ze tot leven bracht als wezens ontvankelijk voor alle menselijke hartstochten, om ze vervolgens naar de Parnassus te voeren waar hun de zegeningen van kunst en cultuur geschonken werden. Deze mythe vormt het onderwerp van de balletmuziek die Ludwig van Beethoven schreef op een ballet van de indertijd befaamde choreograaf en danser aan het Weense hof Salvatore Viganò. Het moest een uitvoering worden voor keizerin Maria Theresia in het Weense Hofburg Theater en daarom koos Viganò met de mythe van Prometheus voor een ‘heroïsch-allegorisch’ onderwerp. In het theaterprogramma bij de première in 1801 werd Prometheus beschreven als ‘een verheven geest die, van mening dat de mens van zijn tijd in een toestand van onwetendheid verkeert, hem beschaving brengt door middel van kunst en kennis en wetten voor goed gedrag’. Het was Beethovens eerste theaterwerk in Wenen, en een van zijn vroegste successen. De ouverture, als apart orkestwerk gepubliceerd in 1804, werd al snel een van zijn meest uitgevoerde werken. De langzame opening met krachtige openingsakkoorden lijkt de komst van Prometheus te verbeelden. Dan volgt een e en een energiek, sprankelend , tot het doek opgaat, vanavond niet voor het ballet, maar voor Beethovens laatste, heroïsche pianoconcert.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Vijfde pianoconcert

Beethovens Vijfde pianoconcert was ondanks de bijnaam ‘Kaiser’ niet opgedragen aan een keizer maar aan aartshertog Rudolph van Oostenrijk, leerling, vriend en beschermheer van de componist, en bovendien een uitstekende pianist. Het epitheton ‘Kaiser’ is niet van Beethoven afkomstig. De in aanmerking komende keizer Napoleon had voor Beethoven inmiddels volledig afgedaan, zeker nu hij met zijn troepen voor de poorten van Wenen stond. Maar het pianoconcert heeft wel keizerlijke allure. Het is imposant en groots van opzet. Orkest en piano starten vrijwel gelijktijdig. Een dramatisch intro van drie orkestakkoorden, elk gevolgd door een briljante solocadens van de pianist, een waterval van pianistische arabesken, opent het lange eerste deel. Dan begint de orkestexpositie. Twee contrasterende ’s wisselen elkaar af, het een martiaal en uitbundig, het andere intiemer, mysterieus, soms droevig. Een volkomen tegenwicht vormt het tweede deel, met zijn meditatieve strijkersmelodie, volgens Carl Czerny gebaseerd op een Oostenrijke pelgrimshymne. In een dialoog tussen strijkers en pianist keert de enkele malen terug. Bijna zonder overgang voert het einde van het naar de finale, met een thema dat zacht en langzaam nadert en uitbarst in een jubelend slotdeel, uitmondend in een ultrakorte, briljante . In april 1809 voltooide Beethoven het pianoconcert te midden van de oorlogsonrust. Op 11 mei werd Wenen door het Franse leger gebombardeerd en ingenomen. Beethoven vluchtte voor het kanongebulder de kelder in en beschermde zijn oren met een kussen tegen het kabaal. ‘Niets dan trommels, kanonnen en ellende in allerlei vormen’, schreef hij. Het ‘Kaiserkonzert’, opgedragen aan zijn vorstelijke leerling aartshertog Rudolph, werd voor het eerst uitgevoerd in 1811, niet in Wenen maar in Leipzig.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Maurerische Trauermusik

Wolfgang Amadeus Mozart was beïnvloed door vrijmetselaarstheorieën over de dood en de symbolische relatie van het doodsthema met de verheffing tot de meestergraad. Zijn vrijmetselaarstreurmuziek componeerde hij ter gelegenheid van het overlijden van twee vrijmetselaarbroeders. Echter, beide broeders overleden op 6 respectievelijk 7 november en in zijn eigen catalogus schreef Mozart de compositie in ‘im Monat July’, dus vier maanden vóór hun overlijden. Verschillende musicologen hebben zich hierover gebogen en als meest waarschijnlijke hypothese geldt dat de compositie oorspronkelijk bedoeld was als programmamuziek voor de inwijding van een meester-vrijmetselaar, en later in november werd hergebruikt voor de herdenkingsceremonie van de twee broeders. Hierbij zou de uitgebreid zijn. Het initiatieritueel voor de verheffing tot meester­vrijmetselaar gaat over de symboliek van dood en verrijzenis en dat wordt uitgedrukt in de muziek als een overgang van duisternis naar licht of van dood naar leven. De introductie in c klein met de unheimische blazersuitroepen wordt gezien als de opening van de loge. In het middendeel klinkt een e die onder meer in verband gebracht wordt met de vernietiging van de tempel van Salomo, een gebeurtenis die in de vrijmetselarij geassocieerd is met de tiek van dood, rouw en uiteindelijk verrijzenis, dit laatste gesymboliseerd door het afsluitende stralende C groot-, de van het licht.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

'Jupitersymfonie'

Het lichtende C groot is ook de van Mozarts laatste en wellicht grootste symfonie, drie jaar na de Trauermusik geschreven. De bijnaam ‘Jupiter’ zegt misschien iets over de goddelijke status die men het werk toedacht, maar is van na Mozarts dood. In de vroege negentiende eeuw sprak men vooral over de ‘symfonie met de finale’. Met drie magistrale uitbarstingen, als om de toonsoort C groot krachtig neer te zetten, wordt de symfonie geopend. Gedempte violen zetten in het tweede deel een aangrijpende in, gevolgd door meer onrust en een donkerder stemming. Het derde deel is een vrolijk in de traditionele menuet en vorm. Het zwaartepunt van de compositie is de befaamde fugafinale, waarin Mozart het oude contrapunt geniaal weet te combineren met de klassieke zinsbouw en elegante stijl uit zijn eigen tijd. Er zijn vijf ’s, te beginnen met een openingsthema van vier hele noten. Het wordt in verband gebracht met de e hymne Lucis Creator (Schepper van het Licht). Licht speelt dus zowel in de toonsoort als in dit thema een rol, en sommigen zien hierin een verband met Mozarts lidmaatschap van de vrijmetselarij. De hele finale is een ingenieus en ritmisch gedreven bouwwerk van thema’s en motieven die gepresenteerd, gecombineerd en behandeld worden met een diversiteit aan ische procedures, zoals omkeringen, imitaties, technieken. De melodieën buitelen over elkaar heen, als uitbarstingen van vuurwerk. De verrassing bewaart Mozart voor het eind: een lange waarin hij de vijf thema’s ingenieus combineert in een briljante fugatische apotheose van wat niet voor niets de bijnaam ‘Jupiter’ kreeg.

Lies Wiersema

Biografie

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Jean-Yves Thibaudet, piano

Het repertoire van de uit Lyon afkomstige pianist Jean-Yves Thibaudet reikt van ­Beethoven tot MacMillan, van jazz tot . Al op zijn twaalfde ging hij studeren aan het conservatorium in Parijs bij Aldo Ciccolini en Lucette Davis. Drie jaar later won hij de Premier Prix du Conservatoire en weer drie jaar later, in 1981, de Young Concert Artists International Auditions in New York.

In korte tijd debuteerde de pianist op de gerenommeerde podia van de Verenigde Staten, Europa en Azië en sindsdien treedt hij wereldwijd op; zowel met de grote orkesten als solo en in kamermuziek. Zijn catalogus van meer dan vijftig cd’s leverde hem onder meer twee Grammy-nominaties, een Preis der deutschen Schallplattenkritik, een Diapason d’Or, een Choc du Monde de la Musique, een Edison en meerdere Gramophone Awards op, en zijn pianospel is te horen op de soundtracks van onder meer The French Dispatch, Pride and Prejudice en Atonement.

Jean-Yves Thibaudet is verbonden aan de Colburn School in Los Angeles, en samen met cellist Gautier Capuçon is hij artistiek leider van het Festival Musique & Vin in Clos de Vougeot. In 2001 werd hij benoemd tot Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres en in 2012 promoveerde hij tot Officier. Sinds 2010 prijkt zijn naam in de Hollywood Bowl Hall of Fame. De vorige optredens van Jean-Yves Thibaudet in de waren in april (Chatsjatoerjan onder Paavo Järvi) en september (Saint-­Saëns onder Klaus Mäkelä) met het Concertgebouworkest, waar hij in 1988 debuteerde en in 2015/2016 artist in residence was.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest