Interview: Iván Fischer

Uit het Preludium maandblad januari 2016

Preludium

Dit artikel staat in maandblad Preludium januari 2016
Neem een abonnement

Iván Fischer, dirigent. Maar sinds enige tijd treedt hij ook steeds meer naar buiten als componist. Deze maand en in april staat hij in de eerste hoedanigheid in de Grote Zaal – voor het Koninklijk Concertgebouworkest – en in de tweede hoedanigheid in de Kleine Zaal. Een gesprek met de ‘componerende dirigent’.

Tekst: Agnita Menon

De laatste jaren is componeren voor Iván Fischer een steeds belangrijker deel van zijn muzikale leven geworden. Een paar weken voor dit interview dirigeerde hij zijn eigen werken tijdens een speciale Iván Fischer Composer Night in Bonn. ‘Eigenlijk is het makkelijker om je eigen muziek te dirigeren,’ zegt hij daarover. ‘Om muziek van anderen te kunnen uitvoeren moet je het begrijpen, compleet absorberen, je ermee identificeren en dat alles al vóór de eerste repetitie. Dat hoeft allemaal niet bij mijn eigen muziek want ik weet wat ik zeggen wil.’ Fischer begon met componeren rond zijn twintigste: avant-gardestukken, zoals jonge componisten dat vaker doen. Maar het dirigeren vergde al zijn tijd, waardoor het van componeren niet meer kwam. Tot hij dertig jaar later de onbedwingbare neiging kreeg om weer muziek te gaan schrijven. ‘Een gevoel alsof ik mijn ware zelf vond.’ Nadat de dirigent een paar compositieopdrachten ontving, met deadline, concertdatum en al, moest hij zijn eigen componeren ineens heel serieus nemen. Het schrijven gaat hem makkelijk af: ‘Als dirigent heb je een voorsprong. Van de meesterwerken die je dag in dag uit studeert, leer je veel. Uit de partituren steek je van alles op over expressie, drama, lyriek, opbouw, spanning, verrassingen.’

Start / pauzeer slideshow

Inspiratiebronnen

Er is maar één belemmering: de tijd. Hoe vindt een dirigent met zo’n carrière de tijd om te componeren? Fischer: ‘Dat is een groot probleem: ik heb tijd nodig om mijn hoofd te legen voordat ik me kan concentreren. Daarom componeer ik meestal in de zomer, tijdens de vakantie.’ Net als Gustav Mahler, die zoals veel componisten in het verleden ook dirigent was. ‘Hij is de grootste onder hen. In al zijn muziek zie ik de dirigent Mahler. Niet alleen door zijn meesterlijke hand in orkestreren en gedetailleerde aanwijzingen, maar ook omdat Mahler een operadirigent was. Zijn symfonieën zitten boordevol theater en fantasie. Mahler wist als geen ander hoe te beginnen, hoe te eindigen, wanneer je moet uitweiden of veranderen, een visie, een stemming, een stemmingswisseling uitdrukken. Zijn muziek brengt me altijd in vervoering want ik voel dan zijn creatieve proces van heel nabij.’ Gevraagd naar zijn inspiratiebronnen antwoordt Fischer: ‘Inspiratie is een techniek. Het is een manier om naar mensen, dagelijkse gebeurtenissen, het leven te kijken en dat om te zetten in fragmenten van een compositie. Of dat nu gevoelens of jeugdherinneringen zijn, ontmoetingen met musici of andere mensen. Zelfs objecten of gebeurtenissen kunnen inspiratie geven. Ik weet nog hoe ik dat ooit voor het eerst ervoer: er reed een auto de straat in en toen reed hij weer weg. Ik keek de auto na tot hij uit het zicht verdwenen was. Zo is het ook met muzikale vormen: iets komt naderbij en verdwijnt weer. Na een tijdje verschijnt er een kleine, verre variatie hierop.’ Iván Fischer noemt zichzelf trouwens geen componist, maar liever een componerende dirigent. ‘Als ik opnieuw ter wereld zou komen, werd ik misschien liever componist. Maar daar is het nu te laat voor. Dirigeren is de kunst van mijn leven, daar heb ik vrede mee. Wel zou ik het wat minder willen doen, om een balans te vinden tussen het dirigeren en het componeren.’

Koken en dirigeren

Deze maand leidt Fischer het Concertgebouworkest in werken van Mozart en Beethoven. ‘Programma’s zijn het resultaat van discussies tussen een orkest en mij’, vertelt Fischer. ‘We doen beiden suggesties en zoeken samen naar werken die passen binnen het seizoen van het orkest, en binnen mijn interesse. Natuurlijk neem ik ook het orkest en zijn klank in ogenschouw. Ik zou voor het Concertgebouworkest niet hetzelfde programma kunnen bedenken als voor het Boedapest Festival Orkest. Ook kijk ik naar het publiek, de context, uitvoeringsgeschiedenis, wat een orkest graag doet. Een programma verzinnen is als koken: een goede gastheer vraagt zijn gasten wat ze wel of niet willen eten, en naar hun speciale wensen. Dat is hoe ik graag kook. En dirigeer.’

bach en brahms

In april dirigeert Fischer – zoals hij in oktober 2015 ook al deed – twee andere grootheden in één programma: Bach en Brahms. Het Magnificat van de eerste en de Eerste symfonie van de tweede; het lijkt een opmerkelijke combinatie. ‘Er loopt een parallel tussen deze twee componisten. Beiden vertegenwoordigen de voltooiing van een tijdperk in de geschiedenis. Bach was een late barokcomponist, maar de meest sublieme van alle generaties die hem voorgingen. Brahms was een late klassieke componist met een romantische taal: diep verbonden met de eeuw die achter hem lag. Eigenlijk vatten beide componisten met hun oeuvre een grootse periode in de muziekgeschiedenis samen.’ Heeft Brahms veel naar Bach geluisterd, volgens Fischer? ‘Iedereen is een leerling van Bach. Zijn invloed op Brahms is onmiskenbaar. Niet iedere componist kon zo perfect en mooi schrijven op hetzelfde niveau als Bach. Brahms wel. In compositorisch oogpunt, in het ontwikkelen van muzikale motieven, in de wijsheid die zij aan zij gaat met ernstige, diepe emoties, zie je overeenkomsten tussen die twee genieën. Bij het studeren en dirigeren van een partituur is het voor mij belangrijk om meer te weten te komen over de persoon van de componist. Alles wat ik over zijn leven en gedachten lees, kan helpen. Dat bracht mijn leermeester Nikolaus Harnoncourt mij bij: zo leer je componisten nog beter kennen. Wanneer je hun hemelse muziek hoort, dan weet je: zij zijn mensen, die menselijke gevoelens uitdrukken.’

  1. is de uitgever van Preludium