Bachs Matthäus-Passion door Akamus en RIAS Kammerchor
Akademie für Alte Musik Berlin
RIAS Kammerchor Berlin
Justin Doyle dirigent
Patrick Grahl tenor; evangelist
Dominic Barberi bas; Christus
Aoife Miskelly sopraan
Benno Schachtner countertenor
Benjamin Glaubitz tenor
Konstantin Krimmel bas
Ook interessant:
- Hoe uniek is de Nederlandse passietraditie?
- Infographic: de Matthäus-Passion in het kort
- Bachs rekenwerk: het bouwplan van de Matthäus
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion, BWV 244 (1727, revisie 1736 en 1742)
Passio Domini Nostri J.C. secundum Matthaeum
op teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander
pauze na het eerste deel ± 20.50 uur
einde ± 22.45 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Onsterfelijke Noten.
Dit concert wordt voorzien van boventiteling in het Duits.
Toelichting
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion
Door Axel Meijer
Een schitterend schoonschrift
In het midden van de jaren 1730 maakte Johann Sebastian Bach een definitief afschrift van zijn Matthäus-Passion. Zelfs voor Bach, die composities steevast zeer helder en leesbaar noteerde, is dit manuscript een hoogtepunt van muzikaal schoonschrift. Het is het enige handschrift waarvoor de componist twee kleuren gebruikte. Het meeste is geschreven in diepbruine inkt, maar de teksten die rechtstreeks uit de Bijbel komen, staan er in het rood. Het resultaat is, in de woorden van John Eliot Gardiner, ‘een kalligrafisch mirakel’.
Bach moet dus, volgens biograaf Christoph Wolff, ‘vanaf het begin geweten hebben dat het een bijzonder werk betrof – dat er nooit iets vergelijkbaars was ondernomen.’
Voorgangers van het onnavolgbare
Toch was het lijdensverhaal van Christus al vaker op muziek gezet, ook recent nog. Natuurlijk door Bach zelf, met de Johannes-Passion, maar ook door grote namen als Georg Friedrich Händel en Georg Philipp Telemann. Zij baseerden zich echter, net als veel tijdgenoten, op een mateloos populaire tekst van Barthold Brockes, dichter en gemeenteraadslid te Hamburg. Diens libretto, De voor de zonden der wereld gemartelde en stervende Jezus, parafraseert in dichtvorm het lijdensverhaal uit de vier evangeliën. In kleurrijke stijl verlustigt Brockes zich bijna aan beschrijvingen van lichamelijk lijden. (Jezus’ bont en blauw gegeselde rug, bijvoorbeeld, lijkt op de hemel, gesierd door talloze regenbogen.)
Bach zet de koren voor zeer uiteenlopende rollen in
Ook in Bachs woonplaats Leipzig waardeerde men Brockes’ tekst. Maar anders dan in de kosmopolitische haven- en Hanzestad Hamburg (een stad bovendien), vond men in de puriteinsere provincieplaats dat dichtregels niet zomaar de plaats van letterlijke evangelieteksten konden innemen. In de Johannes-Passion had Bach weliswaar fragmenten van Brockes gebruikt, maar dan alleen om de bijbelteksten (en de traditionele koralen) aan elkaar te smeden, niet om die te vervangen. Bach had daarbij bovendien ook andere dichters aangehaald. Het resultaat was muzikaal uiteraard een meesterwerk, maar op de literaire samenhang viel wel wat af te dingen, ongetwijfeld ook in Bachs eigen ogen.
Picander: van gelegenheids- tot zondagsdichter
Bach moet naarstig gezocht hebben naar een geschikte tekstschrijver, om van de Matthäus-Passion een tekstueel coherent geheel te maken. Het is een raadsel hoe hij uitkwam bij Picander, pseudoniem van Christian Friedrich Henrici. Die had een naam als gelegenheidsdichter van voornamelijk platte erotische rijmelarijen en kluchten. In een poging zijn reputatie op te vijzelen stortte Picander zich vervolgens, voor korte tijd, en in navolging van Brockes, op religieuze poëzie. Daarin toonde hij echter, volgens Bachs negentiende-eeuwse biograaf Philipp Spitta, ‘nóg minder oorspronkelijk talent dan in zijn satires en wereldlijke gelegenheidsverzen.’
Niettemin: rijmen kon Picander wel. Dat zijn aanleg daarvoor niet gepaard ging met grote originaliteit maakte hem voor Bachs doeleinden wellicht juist extra bruikbaar – en misschien zelfs kneedbaar. Want het is onduidelijk hoezeer Bach zich precies bemoeid heeft met het libretto voor de Matthäus-Passion.
Een aantal elementen wijzen wel duidelijk op sturing door de componist. Wolff suggereert dat Bach zijn tekstschrijver heeft geholpen met theologische werken die bij de componist in de kast stonden. En volgens John Eliot Gardiner – en auteur van het Bachboek Music in the Castle of Heaven (2013) – moet Bach in ieder geval gehamerd hebben op het belang van dialoog in de tekst: het principe van de tweespraak bepaalt namelijk grotendeels de structuur, en daarmee de muzikale invulling van het . Bach gaat daarin zo ver dat hij twee koren voorschrijft – oorspronkelijk zelfs elk met hun eigen instrumentale begeleiding – en anders dan in de meeste hedendaagse uitvoeringen waren de solisten die de ’s zingen bij Bach ook koorleden.
Dialogen voor dubbelkoor
Het openingskoor ‘Kommt, ihr Töchter’ is meteen een goed voorbeeld. De ‘Dochters van Zion’ (Jeruzalem) sporen de ‘Gelovigen’ (de gehele christengemeente) aan te reflecteren op het lijdensverhaal. In dialoogvorm: ‘Sehet!’ – ‘Wen?’ – ‘Den Bräutigam! / Seh’t ihn,’ – ‘Wie?’ – ‘Als wie ein Lamm.’
Verderop troost het ene koor de tenorsolist uit het andere, in diens aria ‘Ich will bei meinem Jesum wachen’: ‘So schlafen unsre Sünden ein.’
Nog later, in het tweede deel, spoort de alt het koor aan: ‘Kommt!’ Het koor stelt dan (bijna zoals in het openingsdeel) de vraag ‘Wohin?’, waarop het antwoord luidt: ‘In Jesu Armen.’
Bach vertaalt het diep persoonlijk invoelbare in universeel gedeelde emoties en ervaringen
Bach zet de koren voor zeer uiteenlopende rollen in. Zo stellen ze de hogepriesters en schriftgeleerden voor – twee koren tegelijk in ‘Ja, nicht auf das Fest’ – en meteen daarna de verwarde discipelen, in ‘Wozu dienet dieser Unrat?’, voor enkel koor. Op weer andere momenten zijn de koorzangers de anonieme menigte (‘Barrabam!’), of schilderen ze het verhaal, zoals in ‘Sind Blitze, sind Donner’. En natuurlijk zingen ze de eeuwenoude ën van de koralen. Voor Bachs lutherse luisteraars moeten dat vertrouwde rustpunten van muzikale herkenning zijn geweest.
Oratorium versus opera
De collectieve overpeinzingen van de koralen vinden een intieme tegenhanger in de aria’s. Het is verleidelijk om de aria’s te vereenzelvigen met individuele bijbelfiguren: Petrus vraagt dan ‘Erbarme dich’, nadat hij Jezus heeft verloochend. Of Judas eist, na zijn verraad, ‘Gebt mir meinem Jesu wieder’. In die laatste aria versterkt Bach het beeld nog, door zeer treffende toonschildering: de woeste vioolpartij, in zogeheten bariolage [een snelle opeenvolging van op verschillende snaren gespeelde tonen, red.], lijkt uit te beelden hoe de berouwvolle Judas zijn dertig zilverlingen (het ‘Mörderlohn’) van zich af smijt.
Maar zulke identificatie is bij nader inzien te direct, en te gemakkelijk. Niet voor niets laat Bach ‘Erbarme dich’ zingen door een alt, terwijl de rol van Petrus verder door een bas wordt vertolkt. En Judas kan eenvoudigweg niet de zanger zijn van ‘zijn’ aria: hij heeft zich enige tijd eerder al opgehangen.
Zo verbreedt en verdiept Bach de strekking van de tekst. Hij maakt duidelijk dat een oratorium geen is, en dat zijn aria’s geen spektakelstukken zijn voor eendimensionale personages. In ieder van ons schuilt een Petrus, wil hij maar zeggen, en zelfs een Judas, hoe goed onze bedoelingen doorgaans ook mogen zijn, en hoe graag we sommige daden ook zouden terugdraaien.
Dat Bach het diep persoonlijk invoelbare vertaalt in universeel gedeelde emoties en ervaringen, maakt van de Matthäus-Passion zo’n overweldigende en tegelijkertijd intieme ervaring. Een werk voor de eeuwigheid, zelfs voor wie niet in de eeuwigheid gelooft.
Biografie
Akademie für Alte Musik Berlin, kamerorkest
De Akademie für Alte Musik Berlin (afgekort Akamus) werd opgericht in 1982 en behoort tot de wereldtop in de historisch geïnfomeerde uitvoeringspraktijk. In zijn jubileumjaar 2022 was het gezelschap in residence in zowel Wigmore Hall in Londen als op het Deutsches Mozartfest Augsburg.
In thuisstad Berlijn heeft Akamus al sinds 1984 een eigen concertserie in het Konzerthaus, aan de Staatsoper begeleidt het sinds 1994 opera’s en al meer dan dertig jaar werkt Akamus zeer geregeld samen met het RIAS Kammerchor. Ook zijn er hechte banden met het Chor des Bayerischen Rundfunks en de Audi Jugendchorakademie.
De uitvoeringen van Akamus staan onder leiding van concertmeesters Bernhard Forck, Georg Kallweit en Mayumi Hirasaki, maar ook van gastdirigenten als Emmanuelle Haïm, Bernard Labadie, Paul Agnew, Diego Fasolis, Fabio Biondi, Rinaldo Alessandrini, Christophe Rousset en Francesco Corti; een langdurige band hebben de musici met René Jacobs. Akamus werkt met internationale solisten als Isabelle Faust, Kit Armstrong, Alexander Melnikov en Carlo Vistoli, en met Sasha Waltz & Guests vierde het orkest van Berlijn tot Sydney successen met een gedanste versie van Purcells Dido and Aeneas.
Naast vele prijzen voor zijn discografie kreeg Akamus in 2006 de Telemann-Preis van de stad Magdeburg en in 2014 in Leipzig de Bach-Medaille. Deze maand is Akamus tweemaal in Het Concertgebouw te beluisteren, namelijk ook in Het Zondagochtend Concert van 7 december.
RIAS Kammerchor, koor
Het RIAS Kammerchor Berlin werd kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht door de radiozender ‘Rundfunk im amerikanischen Sektor’.
Met Beethovens Ode an die Freude opende het koor – samen met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Herbert von Karajan – op 15 oktober 1963 de zaal waar het tot op heden veelvuldig te beluisteren is: de Philharmonie.
Het RIAS Kammerchor is thuis in muziek van de Renaissance tot en met hedendaags repertoire, en zong premières van bijvoorbeeld Hindemith, Krenek, Boulez, Kagel en Henze.
Chef- is sinds seizoen 2017/2018 Justin Doyle; zijn voorgangers waren Uwe Gronostay (1972-86), Marcus Creed (1987- 2001), Daniel Reuss (2003-06) en Hans-Christoph Rademann (2007-15).
Ieder seizoen laat het koor vier academisten meezingen in zijn gelederen. De discografie van het RIAS Kammerchor is bekroond met onder meer een Gramophone Award, een Choc de l’Année, een Echo Klassik Preis en de ereprijs ‘Nachtigall’ van de jury van de Preis der deutschen Schalplattenkritik.
De zangers werken regelmatig samen met de Akademie für Alte Musik Berlin, het Freiburger Barockorchester en het Chamber Orchestra of Europe en reisden in 2018 voor het eerst naar Japan. Het vorige optreden in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was een uitvoering van Stravinsky’s Psalmensymfonie samen met het Boedapest Festival Orkest onder leiding van Iván Fischer in februari 2019.
Justin Doyle, dirigent
Justin Doyle is chef- en artistiek leider van het RIAS Kammerchor Berlin.
De Britse dirigent is afkomstig uit Lancaster en deed zijn eerste muzikale ervaringen op als lid van het jongenskoor van Westminster Cathedral in Londen.
Later was hij choral scholar aan King’s College, Cambridge.
In 2006 won Justin Doyle de tweede prijs van het prestigieuze Internationale enconcours in Cadaqués (Spanje). Van de BBC Singers, een gezelschap waarmee hij nog steeds actief is, kreeg hij een dirigentenbeurs.
Inmiddels engageerden tal van andere formaties hem voor gastdirecties. Zo kreeg hij uitnodigingen van het Hallé Orchestra in Londen, Royal Northern in Gateshead, het Fins orkest en het Johannesburg Philharmonisch Orkest.
Als dirigent koestert Justin Doyle een voorliefde voor het werk van Mozart, Haydn en Britten en werkte hij bij Opera North in Leeds, Garsington Opera en het Buxton Opera House.
Als gastdocent is hij verbonden aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler in Berlijn en de Sibelius Academie in Helsinki. In Het Concertgebouw maakt hij zijn dirigeerdebuut.
Patrick Grahl, tenor
Patrick Grahl was in zijn jeugd verbonden aan het ooit door Johann Sebastian Bach zelf geleide Thomanerchor in zijn geboorteplaats Leipzig en studeerde aan de Musikhochschule aldaar af bij Berthold Schmid.
Masterclasses volgde hij bij Peter Schreier, Gotthold Schwarz, Gerd Türk en Ileana Cotrubas.
Al gedurende zijn studie vertolkte de tenor rollen als Tamino in Mozarts Die Zauberflöte en Albert in Brittens Albert Herring.
In 2016 won de tenor het Internationale Bach Concours in Leipzig.
Inmiddels musiceerde hij met gezelschappen als het Gewandhausorchester Leipzig, de Dresdner Philharmonie en het London Symphony Orchestra en werkte hij met en als John Eliot Gardiner, Daniele Gatti, Hartmut Haenchen, Ton Koopman, Andrew Manze, Hans-Christoph Rademann en Andreas Scholl.
Naast zijn solistische deelname in oratoria en ’s geeft Patrick Grahl graag recitals. In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw maakt hij zijn debuut.
Dominic Barberi
Dominic Barberi, afkomstig van Malta, studeerde bij Stephen Robertson aan het Royal Conservatoire of Scotland.
De zanger was lid van het ensemble van het Theater Mannheim en van de studio van de Berliner Staatsoper, waar hij werkte met Daniel Barenboim.
In Berlijn vertolkte hij Sarastro (Mozart, Die Zauberflöte) en Colline (Puccini, La bohème), andere rollen in zijn stemvak zong hij in de operahuizen van Oviedo, Innsbruck, Braunschweig, Lille en Montpellier
In 2019 nam Dominic Barberi deel aan de lia Competition en bereikte hij de halve finale van de Wigmore Hall Song Competition; in 2017 vertegenwoordigde hij Engeland in de BBC Cardiff Singer of the World Competition en won hij de Händelprijs in de finale van het Internationaal Vocalisten Concours in ‘s-Hertogenbosch.
Veelvuldig soleerde Dominic Barberi in werken als Händels Messiah, Bachs Passionen, Haydns Die Schöpfung, Mozarts Requiem, Dvořáks Stabat Mater en Mendelssohns Elias. Hij maakt zijn debuut in Het Concertgebouw.
Aoife Miskelly
De Noord-Ierse sopraan Aoife Miskelly studeerde in 2012 af aan de master van de Royal Academy of Music in Londen.
Ze was finalist bij de Kathleen Ferrier Awards, de Veronica Dunne International Singing Competition en de Wigmore Hall Song Competition (2015).
Na een paar seizoenen in het ensemble van de Oper Köln werkt de sopraan nu als freelance solist.
Dat bracht haar naar De Munt in Brussel, het Festival d’Aix-en-Provence, het Hyogo Performing Arts Center in Japan en de Koninklijke van Oman. Ze is met name veelgevraagd in Mozartrollen zoals Donna Elvira en Zerlina in Don Giovanni, Susanna en Cherubino in Le nozze di Figaro en Pamina en Papagena in Die Zauberflöte.
Naast de rollen in haar stemvak van bijvoorbeeld Puccini en Rossini zingt Aoife Miskelly ook graag in hedendaagse opera’s: ze stond in de wereldpremière van Kommilitonen! van Maxwell-Davies en in de Duitse première van Glanerts Solaris. Ze werkte met Esa-Pekka Salonen, Rafael Payare, Markus Stenz, François-Xavier Roth, Raphaël Pichon en Laurence Cummings en bij Philharmonia, de Academy of Ancient Music, het Ulster Orchestra, het Irish Baroque Orchestra, Britten en Ensemble Pygmalion.
Op gebied heeft Aoife Miskelly een repertoire dat reikt van Carissimi en Vivaldi tot Poulenc en Varèse. In Het Concertgebouw maakt ze haar debuut.
Benno Schachtner, countertenor
Benno Schachtner studeerde kerkmuziek en aan de Musikhochschule van Detmold, waar hij ook zanglessen kreeg van Heiner Eckels. Als sloot hij zijn studietijd in 2012 af aan de Schola Cantorum in Bazel bij Ulrich Messthaler.
De Duitse zanger zong in de Philharmonie in Berlijn, de Alte Oper in Frankfurt, de Oper Bonn (Cavalli’s La Calisto), BOZAR in Brussel, Carnegie Hall in New York en het Theater an der Wien.
Hij wordt uitgenodigd door ensembles als het Gewandhausorchester Leipzig (voor Bachs Johannes-Passion), B’Rock, het Seattle Symphony Orchestra en het Orchestra of the Age of Enlightenment. Tijdens de Schwetzinger Festspiele vertolkte Benno Schachtner de titelrol in Glucks Orfeo, en op het Bachfest Leipzig 2021 was hij in maar liefst drie producties te horen: met Václav Luks, met Jordi Savall en met het Nederlands Kamerkoor.
Op de recente cd Clear or Cloudy zingt hij muziek van Dowland en Purcell. De is verbonden aan de Hochschule für Künste in Bremen, nadat hij van 2016 tot 2020 les had gegeven aan het conservatorium van Mannheim.
In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw maakt Benno Schachtner zijn debuut.
Benjamin Glaubitz
De muzikale ontwikkeling van Benjamin Glaubitz begon in het Dresdner Kreuzchor, en aan de Hochschule für Musik in Dresden studeerde hij af bij Margret Trappe-Wiel en Olaf Bär.
Masterclasses volgde hij bij Peter Schreier, Dietrich Fischer-Dieskau en Gerold Huber.
Onder de orkesten waar hij soleerde zijn de Hamburger Philharmoniker, het Tonhalle-Orchester Zürich, de Staatskapelle Dresden, de Staatskapelle Halle, de Dresdner Philharmonie, de Lautten Compagney Berlin, het Bach Collegium Stuttgart, Collegium 1704, Hong Kong Sinfonietta, het Ensemble Resonanz, het Gewandhausorchester Leipzig, de Nederlandse Bachvereniging, Vox Luminis, het Tölzer Knabenchor en het Thomanerchor Leipzig.
Hij werkte met een flink aantal in de oude muziek gespecialiseerde en, onder wie Alessandro De Marchi, Václav Luks, Hans-Christoph Rademann, Helmuth Rilling, Gotthold Schwarz en Andreas Spering.
Met het Collegium Vocale Gent tourde de tenor in Europa, Azië en Zuid- en Noord-Amerika. In Het Concertgebouw was Benjamin Glaubitz niet eerder als solist te beluisteren.
Konstantin Krimmel, bariton
Konstantin Krimmel, met zingen begonnen bij de St. Georgs Chorknaben in zijn geboorteplaats Ulm, studeerde in 2020 af bij Teru Yoshihara en wordt gecoacht door Tobias Truniger in München.
De Duits-Roemeense bariton won de Deutscher Musikwettbewerb 2019 en de Internationaler Helmut Deutsch wettbewerb, was BBC New Generation Artist (2021-23) en kreeg in 2024 een Klassik als zanger van het jaar en een Gramophone Award voor Schuberts Die schöne Müllerin met pianist Daniel Heide. Voor datzelfde album en voor de cd Mythos met pianist Ammiel Bushakevitz won hij de Preis der deutschen Schallplattenkritik.
In 2023 bracht Konstantin Krimmel bovendien twee -cd’s uit met Hélène Grimaud (Silvestrov respectievelijk Brahms/Schumann). s gaf hij in de Kölner Philharmonie, het Konzerthaus Berlin, de Oper Frankfurt en Wigmore Hall in Londen en tijdens de Heidelberger Frühling, de Schubertiades van Vilabertran en Schwarzenberg en het Oxford Lieder Festival. Als solist in oratoria werd Konstantin Krimmel uitgenodigd door Raphaël Pichon (Brahms), Philippe Herreweghe (Bach), Thomas Hengelbrock (Fauré) en Hans-Christoph Rademann (Brahms).
Bij het Concertgebouworkest stond hij in 2024 in Bachs Matthäus-Passion. Met Mahlers Lieder eines fahrenden Gesellen debuteerde hij in december 2024 bij het Chicago Symphony Orchestra, en dezelfde cyclus zong hij afgelopen april in Het Concertgebouw met de Bamberger Symphoniker en Jakub Hrůša.
In het vak begon voor de zanger in september 2021 een nieuw hoofdstuk, toen hij werd opgenomen in het ensemble van de Bayerische Staatsoper in München. Met liederen van Schumann en Brahms debuteerde Konstantin Krimmel op 21 februari 2023 in de met pianist Julius Drake.










