Anna Lucia Richter en Georg Nigl: Hugo Wolf

Bariton Georg Nigl heeft wegens ziekte af moeten zeggen voor dit concert. Sopraan Anna Lucia Richter zal dit recital in haar eentje verzorgen. Ze zal liederen van Schubert zingen en een selectie uit het Italienisches Liederbuch van Wolf.

Anna Lucia Richter sopraan
Georg Nigl bariton
Gerard Wyss piano

Hugo Wolf (1860-1903)

Italienisches Liederbuch, boek 1 (1890-91)
Auch kleine Dinge
Mir ward gesagt, du reisest in die Ferne
Ihr seid die Allerschönste
Gesegnet sei, durch den die Welt entstund
Selig ihr Blinden
Wer rief dich denn?
Der Mond hat eine schwere Klag’ erhoben
Nun lass uns Frieden schliessen
Dass doch gemalt all’ deine Reize wären
Du denkst mit einem Fädchen
Wie lange schon war immer mein Verlangen
Nein, junger Herr
Hoffärtig seid Ihr, schönes Kind
Geselle, woll’n wir uns in Kutten hüllen
Mein Liebster ist so klein
Ihr jungen Leute
Und willst du deinen Liebsten sterben sehen
Heb’ auf dein blondes Haupt
Wir haben beide
Mein Liebster singt
Man sagt mir, deine Mutter woll’ es nicht
Ein Ständchen Euch zu bringen
 
pauze (± 20.50 uur)
 
Italienische Liederbuch, boek 2 (1896)
Was für ein Lied soll dir gesungen werden
Ich esse nun mein Brot nicht trocken mehr
Mein Liebster hat zu Tische mich geladen
Ich liess mir sagen
Schon streckt’ ich aus im Bett die müden Glieder
Du sagst mir dass ich keine Fürstin sei
Wohl kenn’ ich Euren Stand
Lass sie nur geh’n
Wie soll ich fröhlich sein
Was soll der Zorn
Sterb’ ich, so hüllt in Blumen meine Glieder
Und steht Ihr früh am Morgen auf
Benedeit die sel’ge Mutter
Wenn du, mein Liebster, steigst zum Himmel auf
Wie viele Zeit verlor’ ich
Wenn du mich mit den Augen streifst
Gesegnet sei das Grün
O wär’ dein Haus durchsichtig wie ein Glas
Heut’ Nacht erhob ich mich um Mitternacht
Nicht länger kann ich singen
Schweig’ einmal still
O wüsstest du, wie viel ich deinetwegen
Verschling’ der Abgrund
Ich hab’ in Penna einen Liebsten wohnen
 
einde (± 22.05 uur)

Toelichting

Hugo Wolf 1860-1903

Wolf: Italienisches Liederbuch

Door Thomas Batelaan

Waar jongeren van nu vaak naar Azië vliegen om zichzelf te vinden, trokken de zonen van de Duitse gegoede families in de negentiende eeuw naar Italië. Op zo’n Grand Tour konden de welvarende jonge mannen de plekken zien waar ze tijdens hun kinderjaren over leerden. Maar dat was maar een deel van de pret.

In Italië kwamen ze ook in aanraking met een spontanere cultuur, die niets weghad van het keurslijf van de Noord-Europese elite. Die vrijheid nodigde de welvarende negentiende-eeuwse jongens uit tot bandeloosheid. Wijn was er genoeg, en aan zomerliefdes ontbrak het nooit.

In Duitsland vierde men Italië als land van de liefde. Het Duitse verlangen naar de vrijheid verdween nooit. Er is dan ook meer dan genoeg muziek te vinden waarin die nostalgie doorklinkt; denk bijvoorbeeld aan Mendelssohns ‘Italiaanse’ Vierde symfonie.

Ook in de literatuur vond het idee van het vrije, hartstochtelijke Zuiden zijn weerslag — Johann Wolfgang von Goethes Italiaanse reis (1816–1817), waarin hij in dagboekvorm verslag doet van zijn tour, vloog in die tijd over de toonbank. Paul Heyses Italienisches erbuch verschijnt in 1860: een verzameling naar het Duits vertaalde Italiaanse volksliederen. 

In 1890 begint Hugo Wolf muziek te schrijven bij Heyses Liederbuch. De hartstochtelijke teksten over de liefde sluiten perfect aan bij het temperament van de componist. Niet voor niets staat hij in zijn tijd bekend als ‘de wilde Wolf’. Hij maakt zich impopulair bij muzikale instituties.

Wolf, nu eens vurig en enthousiast en dan weer lusteloos, is een erg moeilijke collega. Bovendien heeft hij een grondige afkeer van het conservatisme dat aan de verstofte academies heerst. Ook door critici wordt hij afgebrand, maar zijn naam gonst wel rond. 

Hugo Wolfs muziek was on the cutting edge in 1890. In de jaren daarvoor waren componisten als Richard Wagner steeds geavanceerdere k gaan gebruiken. Wolfs harmonische taal stond zo ver af van de klassieke tonaliteit dat ze bijna onbegrijpelijk werd. Maar de expressiviteit barst dwars door al die complexiteit heen.

Wolf leed onder lange periodes van depressie. Vlak voor zo’n aanval schreef hij het eerste deel van het boek — minstens even gepassioneerd als zijn karakter. Misschien dat het juist vanwege zijn wisselvallige stemming zo goed vertolkt hoe het is om overmand te worden door emotie.

22 liederen heeft Wolf gerangschikt, zodat een soort dialoog ontstaat tussen twee stemmen; het ene lied beantwoordt het andere. Het eerste liedboek verschijnt in 1891 en geniet een bescheiden succes. Maar de muzikale taal is zo complex dat het de critici polariseert; is het vooruitstrevend of nieuwlichterij?

Het tweede deel laat op zich wachten. Wolfs depressie weerhoudt hem ervan te componeren, maar wordt ook versterkt door het nietsdoen. De syfilis waarmee hij al eerder gediagnosticeerd was speelt op, en Wolf voelt zich mentaal aftakelen. De enige hoop die hij nog heeft is Melanie — de vrouw van zijn mecenas, met wie hij een affaire is begonnen.

Wolf moet iets produceren. In 1896 verschijnt het tweede deel van het Italienisches Liederbuch, dat zeker niet onderdoet voor het eerste. Sindsdien is het standaardrepertoire voor elke liedzanger; in de uitdagende, expressieve partijen kunnen vocalisten zich helemaal geven. Wolfs stijl was in zijn eigen tijd controversieel, tegenwoordig staat hij bekend als een van de grootste liedcomponisten van de negentiende eeuw.

Wolf zelf kon helaas niet genieten van het succes. Hij vond het lied een ondergeschikte muziekvorm, en was gefascineerd door de grotere genres als de symfonie. Zijn  Der Corregidor uit 1896 was in zijn eigen tijd een hit, maar is inmiddels in de vergetelheid geraakt.

In het begin van 1897 kreeg hij last van psychische problemen; desalniettemin probeerde hij nog een tweede opera af te krijgen. Dat lukte hem niet; hij had zestig pagina’s af voor hij in 1899 helemaal niet meer kon componeren. Hij probeerde zichzelf te verdrinken en werd later dat jaar opgenomen in een inrichting. Tot 1903 bleef Melanie hem opzoeken, aan zijn zijde tot zijn dood. 

Wat Wolf naliet heeft nog lang invloed gehad op componisten. Al zijn geestdrift was dus zeker niet vergeefs. De liederen zijn warm, emotioneel en herkenbaar. Het feit dat juist hij de schoonheid van zijn liederen niet wilde inzien, geeft het levenslustige werk echter een wrange ondertoon.

Biografie

Anna Lucia Richter, mezzosopraan

Anna Lucia Richter zong in het kinderkoor van de Dom van Keulen en studeerde bij Kurt Widmer, Klesie Kelly-Moog, Christoph Prégardien en Margreet Honig. In 2016 won ze een Borletti-Buitoni Trust Award en debuteerde ze bij het ­Koninklijk ­Concertgebouworkest in Bachs ­Magnificat.

Begeleid door Tamar Rachum ontwikkelde de zangeres zich in 2020 van sopraan naar mezzosopraan; een stap die nieuwe mogelijkheden bood, zoals de altpartij van Mahlers Tweede en Vierde symfonie bij de Bamberger ­Symphoniker en Jakub Hrůša.

Het ­repertoire van Anna Lucia Richter omvat alle genres en reikt van Monteverdi en Bach tot en met eigentijdse componisten als Reimann, Holliger en Rihm. Op het podium stond ze tijdens de Salzburger Fest­spiele (Mozart), in het Theater an der Wien (Offenbach, Henze) en aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Residencies bekleedde ze op het Rheingau Musik Festival 2018 en in de Kölner Philharmonie. ­

recitals gaf ze in Wigmore Hall in Londen, de opera­huizen van München en Frankfurt, het Konzerthaus Wien, ­Carnegie Hall en Park Avenue Armory in New York en ­Suntory Hall in Tokio. Onder haar partners aan de piano rekent ze András Schiff, Mitsuko Uchida, Igor Levit, ­Michael Gees en Gerold Huber.

Anna ­Lucia Richter debuteerde in 2014 in de en stond daar voor het laatst op het podium in maart 2023 met het Licht! met pianist Ammiel ­Bushakevitz – een dwarsdoorsnede uit acht eeuwen Duitse ­liedgeschiedenis, ­tevens uitgebracht op cd. Tijdens het Mahler Festival 2025 soleerde ze in ­Mahlers Tweede symfonie en Kindertotenlieder bij het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer. Deze en andere orkestliederen van Mahler bracht ze dit najaar ook uit op de cd Songs of Fate, opgenomen met het Gürzenich-Orchester Köln.

Georg Nigl, bariton

De Oostenrijkse zanger ­Georg Nigl begon zijn muzikale car­rière als jongenssopraan bij de Wiener Sängerknaben en studeerde vervolgens bij Kammersängerin Hilde Zadek.

Hij is geregeld te gast op de festivals van Salzburg en Aix-en- Provence en op de Ruhrtriënnale, en in de grote huizen wereldwijd waaronder La Scala in Milaan, De Munt in Brussel, het Bolsjoj Theater in Moskou, het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, de Bayerische Staatsoper in München en de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn.

Favoriete partijen zijn bijvoorbeeld de hoofdrollen in Monteverdi’s L’Orfeo en Bergs Wozzeck. Ook vertolkt hij graag hedendaags repertoire; zo zong hij in premières van werk van Friedrich Cerha, Pascal Dusapin, Beat Furrer, Georg Friedrich Haas en Olga Neuwirth. In 2011 was de bariton bij De Nationale Opera te gast in een productie van Wolfgang Rihms Dionysos. Voor zijn interpretatie van Rihms Lenz werd Georg Nigl door Opernwelt uitgeroepen tot ‘Singer of the Year 2015’ en voor zijn cd Bach privat kreeg hij in 2017 een Diapason d’Or. De zanger werkte met en als Daniel Barenboim, Teodor Currentzis, Valery Gergiev, Nikolaus Harnoncourt, René Jacobs, Kirill Petrenko en Simon Rattle. In januari 2021 soleerde hij bij het Concertgebouw­orkest onder leiding van Matthias Pintscher in diens songs from Solomon’s garden. s geeft hij graag met de pianisten Alexander Melnikov, Andreas Staier en Gérard Wyss. Met eerstgenoemde debuteerde Georg Nigl in februari 2015 in de van Het Concertgebouw. 

Gerard Wyss, piano

Gérard Wyss studeerde bij Paul Baumgartner aan de Musikhochschule in Basel. Na zijn studiejaren groeide hij uit tot een veelgevraagd begeleider en kamermusicus. Hij treedt op op de bekende concertpodia in Europa, de Verenigde Staten, Canada en Japan. De festivals van onder meer Berlijn, Montreux, Salzburg en Luzern nodigden hem uit. Gérard Wyss deelde het podium met bekende zangers, onder wie Wolfgang Holzmair, Edith Mathis, Cecilia Bartoli en Nicolai Gedda. Ook werkte de musicus samen met instrumentalisten als violist ­Ra­phaël Oleg en de cellisten Heinrich Schiff en Antonio Meneses.

Met de laatstgenoemde cellist maakte Gérard Wyss een aantal cd-opnamen, van werk van onder anderen Schumann, Schubert en Mendelssohn. Naast zijn werkzaamheden op het podium en in de studio draagt Gérard Wyss zijn kennis graag over op de jongere generatie: hij is als docent kamermuziek en interpretatie verbonden aan de Musikhochschule in Bazel – het instituut waaraan hij zelf zijn opleiding genoot.