Amsterdam Sinfonietta & Beatrice Rana: Bach

Amsterdam Sinfonietta
Candida Thompson viool/leiding
Beatrice Rana piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.

Lees ook het interview met Beatrice Rana uit het oktober 2018: 'Ik groeide op met brood en Bach'

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Serenade in G gr.t., KV 525 (1787) ‘Eine kleine Nachtmusik’
voor strijkorkest
Allegro
Romanze: Andante
Menuett: Allegretto
Rondo: Allegro

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Klavierconcert in d kl.t., BWV 1052 (1738)
Allegro
Adagio
Allegro

pauze ± 20.55 uur

Béla Bartók (1881-1945)

Divertimento, Sz. 113 (1939)
voor strijkorkest
Allegro non troppo
Molto adagio
Allegro assai

Johann Sebastian Bach

Klavierconcert in f kl.t., BWV 1056 (1742)
Allegro
Largo
Presto

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Serenade

Door Dirk Luijmes

Waarom Wolfgang Amadeus Mozart in de zomer van 1787 zijn in G groot (beter bekend als ‘Eine kleine Nachtmusik’) op papier zette, blijft tot vandaag de vraag.

Meestal schreef hij zijn onderhoudende serenades of ’s ter gelegenheid van een of andere festiviteit, in opdracht van een aristocratische familie, maar in dit geval is geen directe aanleiding bekend. Wilde hij even uitrusten van zijn werk aan de ’s? Wilde hij nadat hij kort daarvoor in Ein musikalischer Spass de draak had gestoken met slechte dorpsmuzikanten, nog weer eens onderstrepen wat voor een groot vakman hij zelf was?

Hoe het ook zij, waarschijnlijk zal Mozart niet hebben bevroed dat deze strijkersserenade niet alleen een van zijn bekendste stukken zou worden, maar – vanwege zijn eenvoudige volmaaktheid – boven in de lijst van toppers van het gehele klassieke repertoire zou belanden. Het stralende meesterwerkje was oorspronkelijk vijfdelig: een vóór de Romanze ging verloren.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Klavierconcerten

Hoewel hij na zijn benoeming in Leipzig zijn handen flink vol moet hebben gehad als cantor van de Thomasschool en director musices van de Leipzigse kerken, werd Johann Sebastian Bach in 1729 ook nog leider van het collegium musicum in zijn woonplaats.

Het ensemble, dat door ­Georg Philipp Telemann was opgericht en waarin zowel studenten als professionals speelden, concerteerde wekelijks in het Kaffee-Haus of de tuin van Gottfried Zimmermann. Het had vermoedelijk menig compositie van Bach zelf op de lessenaar staan.

In de jaren 1730 moet Bach voor dit orkest zijn klavecimbel­concerten hebben gecomponeerd, waarmee hij meteen aan de wieg stond van het klavierconcert: er zijn geen (of nauwelijks) voorbeelden bekend van vroegere klavecimbelconcerten in de muziekgeschiedenis. Voor deze klavierconcerten greep Bach meestal terug op werken die hij eerder in Köthen had geschreven, een vorm van recycling die destijds heel gebruikelijk was.

De oude concerten waren gemodelleerd naar de driedelige concerti van Antonio Vivaldi, die Bach in zijn jonge jaren goed had bestudeerd. In de snelle hoekdelen wisselt de solist steeds af met de refreinen (ritornelli) in het orkest, in het middendeel ontvouwt zich vaak een fraaie instrumentale .

Aan het uitgebreide Concert in d klein ligt vermoedelijk een (niet overgeleverd) vioolconcert uit Köthen ten grondslag. Kennelijk was Bach tevreden over het muzikale materiaal dat hij in dit concert gebruikt, hij zou dit namelijk ook nog verwerken in twee s. Het Concert in f klein was mogelijk van oorsprong een fluit- of vioolconcert. Het tweede deel kennen we uit Cantate BWV 156, waar een hoboïst de solopartij voor zijn rekening neemt.

Het is niet ondenkbaar dat Bach zijn eerdere concerti omtoverde tot klavierconcerten om zelf te kunnen soleren, óf om de spotlights te richten op zijn oudste zoons Wilhelm Friedemann en Carl Philipp Emanuel, die zich onder Johann Sebastians leiding hadden ontwikkeld tot uitstekende klavierspelers.

Béla Bartók 1881-1945

Divertimento

‘Op de een of andere manier voel ik me hier als een muzikant uit lang vervlogen tijden, als de gast van een mecenas. Want ik ben hier, zoals je weet, geheel en al te gast van de Sachers; zij zorgen voor alles […], ze hebben zelfs een piano voor mij laten komen uit Bern.’ Dit schreef Béla Bartók in augustus 1939 aan zijn zoon, kort nadat hij zijn voor strijkorkest had voltooid.

De opdracht voor het werk kwam van Paul Sacher, van het Basler Kammerorchester. Sacher (1906-1999) was een vermogend man die bij tal van componisten aanklopte voor een nieuw werk. Dankzij de Zwitserse mecenas ontstonden zo’n tachtig werken, waaronder Paul Hindemiths Die der Welt, Richard StraussMetamor­phosen, Igor Stravinsky’s Concerto in D groot en twee symfonieën van Arthur Honegger.

In 1936 bestelde Sacher een werk bij Bartók, die in 1937 zijn Muziek voor snaarinstrument, en celesta op papier zette. Twee jaar later kreeg de Hongaar een nieuwe opdracht. Om hem de gelegenheid te geven ongestoord te werken, stelde Sacher zijn chalet in het vredige en rustieke Saanen ter beschikking van de componist. Bartók schreef er in ­augustus 1939 binnen zestien dagen zijn Divertimento.

Vergeleken met veel van zijn eerdere werken, is het  in het algemeen zeer toegankelijk. Van de dreigende politieke ontwikkelingen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog – waarover Bartók zich destijds zeer druk maakte – is, in elk geval in de hoekdelen, niets te horen.

In deze snelle delen koos de componist een vorm uit ‘lang vervlogen tijden’: het ‘concerto grosso’ uit de , waarin een kleine groep solisten (het zogenaamde ‘concertino’) wedijvert met het gehele orkest (‘ripieno’). Anders dan zijn vroeg-achttiende-eeuwse voorgangers giet Bartók het openingsdeel in de (sinds latere tijden gangbare) , met een ritmisch eerste en een melodischer tweede gegeven. De componist gebruikt oude (kerk-)en, die we uit de volksmuziek kennen.

Heel anders van toon is het duistere, en introverte tweede deel. Horen we in deze dodenmars wél de dreiging van de oorlog? In het dansante slotdeel (in vorm) keert de vrolijkheid van het openingsdeel terug. Bartók blijkt andermaal een voorbeeldige synthese tot stand te hebben gebracht tussen de volksmuziek en de ‘kunstmuziek’, en toont zich opnieuw een meester in het structureren van motivisch en thematisch materiaal.

Nadat hij op 17 augustus zijn Divertimento voltooid had, begon Bartók – nog in Zwitserland – aan zijn Zesde strijkkwartet. Dit zou het laatste werk zijn dat hij in Europa voltooide: in 1940 vertrok de Hongaar naar Amerika, waar hij in 1945 overleed.

Biografie

Beatrice Rana, piano

Beatrice Rana wordt geprezen om haar muzikale intelligentie en de veelzijdigheid van haar repertoire. Ze studeerde piano bij Benedetto Lupo en compositie bij Marco della Sciucca aan het Nino Rota Conservatorium in Monopoli; haar pianostudie vervolgde ze bij Arie Vardi in Hannover. In 2011 won ze de eerste prijs en alle speciale juryprijzen op het Concours Musical International de Montréal.

In 2013 won ze de tweede prijs en de publieksprijs bij de Van Cliburn International ­Piano Competition, in 2015 was ze BBC New Generation Artist en het jaar erop kreeg ze een Borletti-Buitoni-­beurs. Het jaar 2017 vormde met de ­succesvolle release van Bachs ­Goldberg-variaties een mijlpaal in Beatrice Rana’s carrière; ze was Young Artist of the Year bij de Gramo­phone Awards en Discovery of the Year bij de Edison Awards. Ook haar volgende vijf albums gooiden hoge ogen.

Ze geeft ­solorecitals op prestigieuze podia en festivals ­wereldwijd en ­soleerde bij vrijwel alle belangrijke orkesten ter wereld. In seizoen 2024/2025 was ze artist in residence bij Radio France in Parijs. Sinds 2017 heeft ze haar eigen kamermuziekfestival, ­Classiche Forme, in haar geboorteplaats Lecce.

In oktober 2018 maakte ze haar debuut bij het Concertgebouworkest met het Eerste piano­concert van Chopin onder Trevor Pinnock, en in 2020 kwam ze terug met het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski onder leiding van Klaus Mäkelä. Ze verving in dat ­programma ­pianist Alexander ­Gavrylyuk. Solorecitals gaf ze in de op 28 januari 2018 (Schumann, Ravel en Stravinsky) en 9 oktober 2022 ­(Skrjabin, Chopin en Beethoven).

Amsterdam Sinfonietta, strijkorkest

Amsterdam Sinfonietta, opgericht in 1988, geeft zo’n 65 concerten per jaar in binnen- en buitenland met strijkersrepertoire van de tot opdrachtcomposities en nieuwe arrangementen. De uitvoeringen staan meestal onder leiding van concertmeester en artistiek leider – sinds 2003 – Candida Thompson (hierboven op de foto).

De strijkers trekken op met vooraanstaande solisten, onder wie violiste Simone Lamsma, cellisten Kian Soltani en Sol Gabetta en pianisten Lucas en Arthur Jussen, Fazıl Say en Beatrice Rana.

Een tournee met Janine Jansen met De vier jaargetijden van Vivaldi werd in 2022 bekroond met De Ovatie van de VSCD. Amsterdam Sinfonietta gaat ook graag grensverleggende samenwerkingen aan – recent met Nai Barghouti respectievelijk Maria Mena – en integreert in zijn programma’s film, dans (bijvoorbeeld met ISH Dance Collective) of theater (bijvoorbeeld met Orkater). De discografie omvat titels als The Mahler Album, The Argentinian Album, Lento Religioso en Tides of Life (met Thomas Hampson), maar ook Franse chansons met Thomas Oliemans en producties met De Dijk, Jonathan Jeremiah en Rufus Wainwright.

In samenwerking met Het Concertgebouw zijn er sinds 2005 KleuterSinfonietta-­voorstellingen, zoals deze maand Speelgoedfabriek Tokkel & Strijk. Het Concertgebouwdebuut van Amsterdam Sinfonietta dateert van 28 maart 1993, en in seizoen 2023/2024 was het gezelschap Spotlight-artiest van de Eigen Programmering. De vorige keer dat een afvaardiging uit het strijkorkest kamermuziek speelde in de was op 13 april 2024, samen met pianist Alexander Gavrylyuk.

Candida Thompson, viool

Candida Thompson studeerde in 1989 met onderscheiding af bij David Takeno aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en bekwaamde zich verder aan het Banff Centre for the Arts in Canada. Ze leidde strijkorkesten in Scandinavië, Nederland, Spanje en Groot-Brittannië.

De Britse ­violiste is een gepassioneerd kamermusicus, deelde het podium met musici als Isaac Stern, Janine Jansen, Harriet Krijgh, Simone Lamsma, Isabelle Faust en Bruno Giuranna, en werd uitgenodigd op evenementen als het Kuhmo Festival (Finland), het Gubbio Festival (Italië), het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht en La Musica (Verenigde Staten).

Met celliste Xenia Jancovic en pianist Paolo Giacometti vormt ze het Hamlet Piano­tri­o. Als soliste trad ­Candida Thompson op met talloze orkesten in Europa, de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Bij Amsterdam Sinfonietta werd ze in 1995 concertmeester en in 2003 tevens artistiek leider. Ze bespeelt een viool van Guarneri del Gesù (Cremona, 1698-1744).