Concertgebouworkest Essentials: Sjostakovitsj' Symfonie nr. 10
Grote Zaal 20 februari 2026 21.00 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Rafael Payare dirigent
Thomas Vanderveken presentatie (TOM Talk)
Na afloop organiseert jongerenvereniging Entrée het gratis toegankelijke Entrée Café in de Spiegelzaal, met live muziek of dj op de achtergrond.
Ook interessant:
- 'Opeens viel alles op zijn plek' (interview met Rafael Payare)
DMITRI SJOSTAKOVITSJ (1906-1975)
Symfonie nr. 10 in e kl.t., op. 93 (1953)
Moderato
Allegro
Allegretto
Andante, Allegro
er is geen pauze
einde ± 22.15 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Rafael Payare dirigent
Thomas Vanderveken presentatie (TOM Talk)
Na afloop organiseert jongerenvereniging Entrée het gratis toegankelijke Entrée Café in de Spiegelzaal, met live muziek of dj op de achtergrond.
Ook interessant:
- 'Opeens viel alles op zijn plek' (interview met Rafael Payare)
DMITRI SJOSTAKOVITSJ (1906-1975)
Symfonie nr. 10 in e kl.t., op. 93 (1953)
Moderato
Allegro
Allegretto
Andante, Allegro
er is geen pauze
einde ± 22.15 uur

Toelichting
Dmirtri Sjostakovitsj (1906-1975)
Tiende symfonie
Bij Dmitri Sjostakovitsj zijn sprookjes ver te zoeken. In zijn muziek horen we de rauwe werkelijkheid onherroepelijk inhakken op de psyche. Zijn cynische realisme druiste in tegen de eisen van de staat, maar door altijd met één been in de laatromantiek van Gustav Mahler te blijven, en regelmatig de bittere substantie met humor te verzachten, kon hij ver gaan.
Tegelijkertijd schiep zijn status als stercomponist en mascotte verplichtingen. Het leidde tot riskante botsingen met de sovjetautoriteiten. Dat voortdurend balanceren op hoog niveau zorgt voor een fascinerende spanning in zijn muziek.
In 1948 kreeg de componist er weer ongenadig van langs. Met zijn Negende symfonie had Sjostakovitsj de overwinning van het Rode Leger op de Duitsers zullen vieren, maar een lofzang op zijn kwelgeest Stalin afsteken zat er gewoon niet in. Heroïek en vaderlandsliefde ontbreken in de lichtvoetige symfonie, die dan ook in de ban werd gedaan. Met de publicatie van zijn Tiende, evenmin een vrolijke ode aan de heilstaat, wachtte hij daarom tot na Stalins dood op 5 maart 1953. Omdat de première ruim een half jaar nadien plaatsvond, leek de symfonie een postume afrekening met de dictator. Maar ze was waarschijnlijk al twee jaar eerder voltooid – en van een afrekening is hooguit in het tweede deel sprake.
Sjostakovitsj’ Tiende symfonie wordt alom bewonderd vanwege de beheersing van de grote vorm. Het lange eerste deel is een tragische symfonie an sich. Het begint met een behoedzaam, broeierig zoeken in de strijkers. Na een melancholieke melodie in de klarinet – die meermaals zal terugkeren – groeit het onbehagen. Steeds wanneer de lucht even opklaart, blijkt de verlossing verder weg. Een eenzame fagot poogt uit een diep dal te klimmen, twee klarinetten proberen er samen iets van te maken, het is allemaal tevergeefs. Ieder glimmertje hoop wordt de kop ingedrukt en na achttien minuten zijn we weer terug bij het onzekere dwalen van het begin.
Bij Dmitri Sjostakovitsj zijn sprookjes ver te zoeken. In zijn muziek horen we de rauwe werkelijkheid onherroepelijk inhakken op de psyche. Zijn cynische realisme druiste in tegen de eisen van de staat, maar door altijd met één been in de laatromantiek van Gustav Mahler te blijven, en regelmatig de bittere substantie met humor te verzachten, kon hij ver gaan.
Tegelijkertijd schiep zijn status als stercomponist en mascotte verplichtingen. Het leidde tot riskante botsingen met de sovjetautoriteiten. Dat voortdurend balanceren op hoog niveau zorgt voor een fascinerende spanning in zijn muziek.
In 1948 kreeg de componist er weer ongenadig van langs. Met zijn Negende symfonie had Sjostakovitsj de overwinning van het Rode Leger op de Duitsers zullen vieren, maar een lofzang op zijn kwelgeest Stalin afsteken zat er gewoon niet in. Heroïek en vaderlandsliefde ontbreken in de lichtvoetige symfonie, die dan ook in de ban werd gedaan. Met de publicatie van zijn Tiende, evenmin een vrolijke ode aan de heilstaat, wachtte hij daarom tot na Stalins dood op 5 maart 1953. Omdat de première ruim een half jaar nadien plaatsvond, leek de symfonie een postume afrekening met de dictator. Maar ze was waarschijnlijk al twee jaar eerder voltooid – en van een afrekening is hooguit in het tweede deel sprake.
Sjostakovitsj’ Tiende symfonie wordt alom bewonderd vanwege de beheersing van de grote vorm. Het lange eerste deel is een tragische symfonie an sich. Het begint met een behoedzaam, broeierig zoeken in de strijkers. Na een melancholieke melodie in de klarinet – die meermaals zal terugkeren – groeit het onbehagen. Steeds wanneer de lucht even opklaart, blijkt de verlossing verder weg. Een eenzame fagot poogt uit een diep dal te klimmen, twee klarinetten proberen er samen iets van te maken, het is allemaal tevergeefs. Ieder glimmertje hoop wordt de kop ingedrukt en na achttien minuten zijn we weer terug bij het onzekere dwalen van het begin.
Dan barst het beroemde tweede deel los: een kort, ongenadig doordenderend scherzo, dat doorgaans wordt beschouwd als een karikatuur van Stalin.
Met het verhaal dat in deel drie wordt verteld betreden we het terrein van de persoonlijke ontboezemingen. Eerst sluipt Sjostakovitsj’ handtekening de symfonie binnen, d-es-c-b (naar zijn initialen in Duitse spelling, DSCH). Dan klinkt in de hoorn het motief e-a-e-d-a, (‘e-la-mi-re-la’), waarvan we sinds de jaren 1990 weten dat het verwijst naar zijn compositiestudente Elmira Nazirova (1928-2014), op wie hij smoorverliefd was. Uiteindelijk versmelten de twee motieven, maar niet in een roze liefdeswolk – eerder in de dood, aangekondigd door de tamtam. Nazirova – die uitgroeide tot een centrale figuur in de Azerbeidzjaanse muziek – bleef bevriend met Sjostakovitsj, maar zou zijn liefde nooit beantwoorden.
In het slotdeel wisselen snelle dansjes en bespiegelende episodes elkaar af. Elementen uit de vorige delen keren terug, de DSCH- en Elmira-motieven komen terecht in een opzwepende dans. Is het dan allemaal te doen geweest om de liefde? Wat is de rol van Stalin daarin? Na al het voorafgaande is de slotoverwinning wel érg kort. Er is geen echte verlossing. ‘Ik leef, ik voel liefde, en daar is alles wel mee gezegd’, lijkt Sjostakovitsj te willen uitdrukken.
Dan barst het beroemde tweede deel los: een kort, ongenadig doordenderend scherzo, dat doorgaans wordt beschouwd als een karikatuur van Stalin.
Met het verhaal dat in deel drie wordt verteld betreden we het terrein van de persoonlijke ontboezemingen. Eerst sluipt Sjostakovitsj’ handtekening de symfonie binnen, d-es-c-b (naar zijn initialen in Duitse spelling, DSCH). Dan klinkt in de hoorn het motief e-a-e-d-a, (‘e-la-mi-re-la’), waarvan we sinds de jaren 1990 weten dat het verwijst naar zijn compositiestudente Elmira Nazirova (1928-2014), op wie hij smoorverliefd was. Uiteindelijk versmelten de twee motieven, maar niet in een roze liefdeswolk – eerder in de dood, aangekondigd door de tamtam. Nazirova – die uitgroeide tot een centrale figuur in de Azerbeidzjaanse muziek – bleef bevriend met Sjostakovitsj, maar zou zijn liefde nooit beantwoorden.
In het slotdeel wisselen snelle dansjes en bespiegelende episodes elkaar af. Elementen uit de vorige delen keren terug, de DSCH- en Elmira-motieven komen terecht in een opzwepende dans. Is het dan allemaal te doen geweest om de liefde? Wat is de rol van Stalin daarin? Na al het voorafgaande is de slotoverwinning wel érg kort. Er is geen echte verlossing. ‘Ik leef, ik voel liefde, en daar is alles wel mee gezegd’, lijkt Sjostakovitsj te willen uitdrukken.
Dmirtri Sjostakovitsj (1906-1975)
Tiende symfonie
Bij Dmitri Sjostakovitsj zijn sprookjes ver te zoeken. In zijn muziek horen we de rauwe werkelijkheid onherroepelijk inhakken op de psyche. Zijn cynische realisme druiste in tegen de eisen van de staat, maar door altijd met één been in de laatromantiek van Gustav Mahler te blijven, en regelmatig de bittere substantie met humor te verzachten, kon hij ver gaan.
Tegelijkertijd schiep zijn status als stercomponist en mascotte verplichtingen. Het leidde tot riskante botsingen met de sovjetautoriteiten. Dat voortdurend balanceren op hoog niveau zorgt voor een fascinerende spanning in zijn muziek.
In 1948 kreeg de componist er weer ongenadig van langs. Met zijn Negende symfonie had Sjostakovitsj de overwinning van het Rode Leger op de Duitsers zullen vieren, maar een lofzang op zijn kwelgeest Stalin afsteken zat er gewoon niet in. Heroïek en vaderlandsliefde ontbreken in de lichtvoetige symfonie, die dan ook in de ban werd gedaan. Met de publicatie van zijn Tiende, evenmin een vrolijke ode aan de heilstaat, wachtte hij daarom tot na Stalins dood op 5 maart 1953. Omdat de première ruim een half jaar nadien plaatsvond, leek de symfonie een postume afrekening met de dictator. Maar ze was waarschijnlijk al twee jaar eerder voltooid – en van een afrekening is hooguit in het tweede deel sprake.
Sjostakovitsj’ Tiende symfonie wordt alom bewonderd vanwege de beheersing van de grote vorm. Het lange eerste deel is een tragische symfonie an sich. Het begint met een behoedzaam, broeierig zoeken in de strijkers. Na een melancholieke melodie in de klarinet – die meermaals zal terugkeren – groeit het onbehagen. Steeds wanneer de lucht even opklaart, blijkt de verlossing verder weg. Een eenzame fagot poogt uit een diep dal te klimmen, twee klarinetten proberen er samen iets van te maken, het is allemaal tevergeefs. Ieder glimmertje hoop wordt de kop ingedrukt en na achttien minuten zijn we weer terug bij het onzekere dwalen van het begin.
Bij Dmitri Sjostakovitsj zijn sprookjes ver te zoeken. In zijn muziek horen we de rauwe werkelijkheid onherroepelijk inhakken op de psyche. Zijn cynische realisme druiste in tegen de eisen van de staat, maar door altijd met één been in de laatromantiek van Gustav Mahler te blijven, en regelmatig de bittere substantie met humor te verzachten, kon hij ver gaan.
Tegelijkertijd schiep zijn status als stercomponist en mascotte verplichtingen. Het leidde tot riskante botsingen met de sovjetautoriteiten. Dat voortdurend balanceren op hoog niveau zorgt voor een fascinerende spanning in zijn muziek.
In 1948 kreeg de componist er weer ongenadig van langs. Met zijn Negende symfonie had Sjostakovitsj de overwinning van het Rode Leger op de Duitsers zullen vieren, maar een lofzang op zijn kwelgeest Stalin afsteken zat er gewoon niet in. Heroïek en vaderlandsliefde ontbreken in de lichtvoetige symfonie, die dan ook in de ban werd gedaan. Met de publicatie van zijn Tiende, evenmin een vrolijke ode aan de heilstaat, wachtte hij daarom tot na Stalins dood op 5 maart 1953. Omdat de première ruim een half jaar nadien plaatsvond, leek de symfonie een postume afrekening met de dictator. Maar ze was waarschijnlijk al twee jaar eerder voltooid – en van een afrekening is hooguit in het tweede deel sprake.
Sjostakovitsj’ Tiende symfonie wordt alom bewonderd vanwege de beheersing van de grote vorm. Het lange eerste deel is een tragische symfonie an sich. Het begint met een behoedzaam, broeierig zoeken in de strijkers. Na een melancholieke melodie in de klarinet – die meermaals zal terugkeren – groeit het onbehagen. Steeds wanneer de lucht even opklaart, blijkt de verlossing verder weg. Een eenzame fagot poogt uit een diep dal te klimmen, twee klarinetten proberen er samen iets van te maken, het is allemaal tevergeefs. Ieder glimmertje hoop wordt de kop ingedrukt en na achttien minuten zijn we weer terug bij het onzekere dwalen van het begin.
Dan barst het beroemde tweede deel los: een kort, ongenadig doordenderend scherzo, dat doorgaans wordt beschouwd als een karikatuur van Stalin.
Met het verhaal dat in deel drie wordt verteld betreden we het terrein van de persoonlijke ontboezemingen. Eerst sluipt Sjostakovitsj’ handtekening de symfonie binnen, d-es-c-b (naar zijn initialen in Duitse spelling, DSCH). Dan klinkt in de hoorn het motief e-a-e-d-a, (‘e-la-mi-re-la’), waarvan we sinds de jaren 1990 weten dat het verwijst naar zijn compositiestudente Elmira Nazirova (1928-2014), op wie hij smoorverliefd was. Uiteindelijk versmelten de twee motieven, maar niet in een roze liefdeswolk – eerder in de dood, aangekondigd door de tamtam. Nazirova – die uitgroeide tot een centrale figuur in de Azerbeidzjaanse muziek – bleef bevriend met Sjostakovitsj, maar zou zijn liefde nooit beantwoorden.
In het slotdeel wisselen snelle dansjes en bespiegelende episodes elkaar af. Elementen uit de vorige delen keren terug, de DSCH- en Elmira-motieven komen terecht in een opzwepende dans. Is het dan allemaal te doen geweest om de liefde? Wat is de rol van Stalin daarin? Na al het voorafgaande is de slotoverwinning wel érg kort. Er is geen echte verlossing. ‘Ik leef, ik voel liefde, en daar is alles wel mee gezegd’, lijkt Sjostakovitsj te willen uitdrukken.
Dan barst het beroemde tweede deel los: een kort, ongenadig doordenderend scherzo, dat doorgaans wordt beschouwd als een karikatuur van Stalin.
Met het verhaal dat in deel drie wordt verteld betreden we het terrein van de persoonlijke ontboezemingen. Eerst sluipt Sjostakovitsj’ handtekening de symfonie binnen, d-es-c-b (naar zijn initialen in Duitse spelling, DSCH). Dan klinkt in de hoorn het motief e-a-e-d-a, (‘e-la-mi-re-la’), waarvan we sinds de jaren 1990 weten dat het verwijst naar zijn compositiestudente Elmira Nazirova (1928-2014), op wie hij smoorverliefd was. Uiteindelijk versmelten de twee motieven, maar niet in een roze liefdeswolk – eerder in de dood, aangekondigd door de tamtam. Nazirova – die uitgroeide tot een centrale figuur in de Azerbeidzjaanse muziek – bleef bevriend met Sjostakovitsj, maar zou zijn liefde nooit beantwoorden.
In het slotdeel wisselen snelle dansjes en bespiegelende episodes elkaar af. Elementen uit de vorige delen keren terug, de DSCH- en Elmira-motieven komen terecht in een opzwepende dans. Is het dan allemaal te doen geweest om de liefde? Wat is de rol van Stalin daarin? Na al het voorafgaande is de slotoverwinning wel érg kort. Er is geen echte verlossing. ‘Ik leef, ik voel liefde, en daar is alles wel mee gezegd’, lijkt Sjostakovitsj te willen uitdrukken.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande dirigenten en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende dirigenten zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Rafael Payare, dirigent
Rafael Payare is music director van het Orchestre symphonique de Montréal sinds 2022 en van de San Diego Symphony sinds 2019. Met beide orkesten stond hij recentelijk in Carnegie Hall in New York, op het nieuwe California Festival en op het Día de los Muertos Festival in Tijuana. In 2024 heropende hij het Jacobs Music Center – de gerenoveerde thuiszaal van de San Diego Symphony.
Hij is ook eredirigent van het Noord-Ierse Ulster Orchestra, waar hij van 2014 tot 2019 de leiding had en waarmee hij meermaals optrad bij de BBC Proms. Rafael Payare is een van de bekendste alumni van El Sistema, het befaamde muziekeducatieprogramma in zijn geboorteland Venezuela. Van 2001 tot 2012 was hij solohoornist van het Simón Bolívar Symfonieorkest, waarmee hij tourde onder leiding van Gustavo Dudamel en andere topdirigenten. Giuseppe Sinopoli inspireerde hem zelf te gaan dirigeren.
Rafael Payare werd opgeleid door El Sistema-oprichter José Antonio Abreu en gecoached door Lorin Maazel en Krzysztof Penderecki, en leidde spoedig alle belangrijke orkesten van Venezuela. Nadat hij in 2012 in Denemarken de Malko International Competition for Young Conductors won, kwam zijn carrière in een stroomversnelling. In recente jaren was de dirigent te gast bij onder meer de grote orkesten van New York, Los Angeles, San Francisco, Chicago, Cleveland, Philadelphia, Zürich, Wenen, Berlijn, München, Hamburg, Rome, Londen en Parijs. Opera leidde hij op het Glyndebourne Festival en in de theaters van Stockholm, Kopenhagen, Berlijn en Londen.
In Het Concertgebouw trad hij in 2017 op met het Radio Filharmonisch Orkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest, in 2018 met het Ulster Orchestra en in 2024 met het Orchestre symphonique de Montréal. Bij het Concertgebouworkest maakt Rafael Payare zijn debuut.
Thomas Vanderveken, presentator
Sinds het Concertgebouworkest in 2014 de concertserie Essentials startte, zijn de eigenwijze TOM Talks (naar de beroemde TED Talks) van de Vlaamse presentator Thomas Vanderveken een vast programmaonderdeel. Thomas Vanderveken studeerde enkele jaren muziektheorie en piano aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel.
Hij begon zijn tv-carrière als acteur in de tv-serie Spoed en als presentator bij VTM-jeugdzender JIMtv in 2001. Sinds 2003 is hij presentator bij de VRT, waar hij bekendheid verwierf met reportages voor Vlaanderen Vakantieland en als spelleider in Vriend of Vijand en Mercator. Zijn eerste liveshow, Steracteur Sterartiest, werd een kijkcijferhit.
Thomas Vanderveken is daarnaast bekend van de spelprogramma’s Beste vrienden en 1 jaar gratis, de talkshow Alleen Elvis blijft bestaan, de consumentenprogramma’s Voor hetzelfde geld en FactCheckers en het interviewprogramma Onder ons. Ook voorzag hij regelmatig het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker van televisiecommentaar en versloeg hij de Koningin Elisabethwedstrijd.