Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
interview

Dirigent Rafael Payare: ‘Opeens viel alles op zijn plek’

door Carine Alders
10 jan. 2026 10 januari 2026

Als tiener leek dirigeren hem iets voor als zijn haren wit zouden zijn. Inmiddels is Rafael Payare bijna 46 en dirigeerde hij in grote zalen over de hele wereld. Ook in Het Concertgebouw is hij geen onbekende meer, maar zijn krullen zijn nog zwart.

  • Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

    Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

  • Rafael Payare

    foto: Gerard Collett

    Rafael Payare

    foto: Gerard Collett

  • Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

    Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

  • Rafael Payare

    foto: Gerard Collett

    Rafael Payare

    foto: Gerard Collett

Het begon allemaal in Venezuela in de jaren 1990. ‘Ik ben de jongste van vijf en mijn broer boven mij speelde fagot. Maar hij is acht jaar ouder en dat was echt zijn ding, dus ik bemoeide me er niet mee. Tot ik op een dag – ik was dertien – prachtige muziek uit zijn kamer hoorde. ‘Vind je het mooi?’, vroeg hij, ‘Dan neem ik je morgen mee naar het orkest.’ De dirigent van het lokale El Sistema-orkest [El ­Sistema is het in 1975 door José Antonio Abreu opgezette nationale jeugdmuziek­programma van Venezuela, red.] was Antoine Duhamel, hij was ook docent voor de kopersectie. Er was een tekort aan hoorns, dus gaf hij mij zo’n prachtig glimmend instrument en zei: ‘Blaas er maar eens op.’ En zo begon ik als hoornist. 

Op een dag vroeg hij me om langs te komen, ik begreep niet waarom. Ik vertelde het aan mijn broer en die zei: ‘Je liegt, dat is niet waar.’ Dus gingen we samen naar Antoine en die herhaalde dat ik de volgende dag verwacht werd. Het bleken audities te zijn voor het orkest. Ik wist niet eens wat een auditie was, ik speelde pas drie weken. Toen ze me vroegen wat ik ging spelen zei ik: ‘Wat bedoel je? Ik kan alleen een toonladder spelen.’ Nou die moest ik dan maar spelen. Dat was op zaterdag en op maandag was mijn eerste orkestrepetitie.

Toen ze me vroegen wat ik ging spelen zei ik: ‘Wat bedoel je? Ik kan alleen een toonladder spelen’

We speelden het langzame deel uit Beethovens Vijfde symfonie. Daarvoor moet je transponeren, ik had geen idee wat dat was of hoe het werkte. Iemand uit Caracas dirigeerde en Antoine zat naast mij om uit te leggen wat ik moest doen. ‘In dit stuk is deze noot hier een g.’ Ik sputterde tegen, ik had net geleerd dat het een c was. Dat was in februari 1994, ik zou bijna veertien worden.’

Wat gebeurt hier?

‘Het was mijn eerste kennismaking met klassieke muziek. In Venezuela had je daar geen speciale radiozender voor. Niemand van mijn schoolvrienden speelde muziek. In december dat jaar speelde ik voor het eerst in het nationale jeugdorkest. Drie keer per jaar hadden we een muziekweek met een concert in Caracas. Mijn muzikale familie groeide en daar ontmoette ik voor het eerst Gustavo [Dudamel, de eerste dirigent afkomstig uit El Sistema die wereld­beroemd werd, red.]. In 1995 hadden we onze eerste tournee naar de Verenigde Staten, we speelden in het Kennedy Centre en voor de Verenigde Naties. Ik was inmiddels vijftien en zou naar de universiteit gaan, maar ik vond het orkest zo geweldig dat ik besloot mijn studie voorlopig uit te stellen en me op de muziek te richten.

Deze kinderen zijn een perfecte spiegel, al je fouten krijg je meteen terug

Met het jeugdorkest was het altijd een hele kunst voor de dirigent om iedereen mee te krijgen als het tempo veranderde. ‘Jongens, goed kijken nu’, riep hij dan. Maar toen kwam Giuseppe Sinopoli een keer dirigeren, we speelden Wagners Rienzi-ouverture. Hij sprak geen woord Spaans, maar de klank van het orkest veranderde op slag. Daarna speelden we het laatste deel van de Eerste symfonie van Mahler. Overal waar ‘ritardando’ [vertragend] of ‘rubato’ [ritmisch vrij] gespeeld moest worden werd het altijd een rommeltje, maar met Sinopoli ging het perfect. Ik dacht wow, wat gebeurt hier? Dat wil ik ook kunnen als mijn haren wit zijn. Maar eerst wilde ik de beste hoornist van Venezuela worden.’

Dirigeren werd mijn pad

Dat lukte: in 2001 werd Rafael Payare solohoornist van het Simón Bolívar Symfo­nieorkest. ‘We speelden in die tijd met het Simón Bolívar Koperkwintet in verschillende steden in het land. Op een dag ging ik naar maestro José ­Antonio Abreu, de oprichter van El Sistema. Ik wilde graag als solist spelen en wilde dat met hem bespreken. Hij begon over dirigeren, en hoe er bepaalde vaardigheden zijn die je in je hebt, die je niet kunt leren.

En weet je, maestro Abreu is een wijs man, dus ik liet hem uitpraten, daarna zou ik over mijn solo’s beginnen. Hij zei dat ik het in me had om mensen voor mij te laten spelen, dat dirigeren mijn pad in de muziek zou zijn. En hij zou me de weg wijzen. Toen viel er een kwartje, alles viel op zijn plek. Ik kon de hele week niet meer slapen. Alle muziek die ik ooit gespeeld had ging door mijn hoofd.

Na een week ging ik naar hem terug en zei: ‘Maestro, er gebeurt iets heel vreemds, ik hoor al die muziek in mijn hoofd, maar ik heb geen partituren.’ Hij begon te lachen en stuurde me naar de bibliotheek. En zo begon ik mijn directielessen bij Abreu. Alle lessen die je normaal in drie of vier jaar krijgt, kreeg ik in een half jaar. Ik speelde nog steeds in het Simón Bolívar Symfonie­orkest als solohoornist en dirigeerde af en toe de kopersectie. Soms, als Gustavo vast zat in het verkeer in Caracas, vroeg hij mij alvast de repetitie van het orkest te beginnen.’

Leerschool

‘Het mooie van de El Sistema-­orkesten is dat kinderen geen idee hebben hoe de muziek zou moeten klinken. In een beroepsorkest spelen de musici zachtjes als er ‘piano’ staat, ook al maak je als dirigent per ongeluk een beweging om het orkest luid te laten spelen. Deze kinderen zijn een perfecte spiegel, al je fouten krijg je meteen terug. Ik heb geluk dat ik zo’n goede leerschool had.

Het concert in Amsterdam werd een van mijn allerlaatste concerten als hoornist

Ik begon steeds meer El Sistema-orkesten in het hele land te dirigeren en stapje voor stapje groeide ik als dirigent, totdat ik in 2012 toegelaten werd tot het Malko Concours [van het Deens Radio Symfo­nieorkest] voor jonge dirigenten. Ik mocht meedoen, maar ons orkest zou in juni voor het eerst in Het Concertgebouw spelen en ik had een belangrijke hoornpartij in Richard Strauss’ Eine Alpensinfonie, dus ik mocht me niet te veel af laten leiden. Mijn doel was om de eerste ronde door te komen, dan zou de organisatie mijn hotel betalen en kon ik het hele concours blijven meemaken. Tot mijn verbazing won ik het concours. Alles ging daarna zo snel, dat het concert in Amsterdam een van mijn allerlaatste concerten als hoornist werd.’

Het begon allemaal in Venezuela in de jaren 1990. ‘Ik ben de jongste van vijf en mijn broer boven mij speelde fagot. Maar hij is acht jaar ouder en dat was echt zijn ding, dus ik bemoeide me er niet mee. Tot ik op een dag – ik was dertien – prachtige muziek uit zijn kamer hoorde. ‘Vind je het mooi?’, vroeg hij, ‘Dan neem ik je morgen mee naar het orkest.’ De dirigent van het lokale El Sistema-orkest [El ­Sistema is het in 1975 door José Antonio Abreu opgezette nationale jeugdmuziek­programma van Venezuela, red.] was Antoine Duhamel, hij was ook docent voor de kopersectie. Er was een tekort aan hoorns, dus gaf hij mij zo’n prachtig glimmend instrument en zei: ‘Blaas er maar eens op.’ En zo begon ik als hoornist. 

Op een dag vroeg hij me om langs te komen, ik begreep niet waarom. Ik vertelde het aan mijn broer en die zei: ‘Je liegt, dat is niet waar.’ Dus gingen we samen naar Antoine en die herhaalde dat ik de volgende dag verwacht werd. Het bleken audities te zijn voor het orkest. Ik wist niet eens wat een auditie was, ik speelde pas drie weken. Toen ze me vroegen wat ik ging spelen zei ik: ‘Wat bedoel je? Ik kan alleen een toonladder spelen.’ Nou die moest ik dan maar spelen. Dat was op zaterdag en op maandag was mijn eerste orkestrepetitie.

Toen ze me vroegen wat ik ging spelen zei ik: ‘Wat bedoel je? Ik kan alleen een toonladder spelen’

We speelden het langzame deel uit Beethovens Vijfde symfonie. Daarvoor moet je transponeren, ik had geen idee wat dat was of hoe het werkte. Iemand uit Caracas dirigeerde en Antoine zat naast mij om uit te leggen wat ik moest doen. ‘In dit stuk is deze noot hier een g.’ Ik sputterde tegen, ik had net geleerd dat het een c was. Dat was in februari 1994, ik zou bijna veertien worden.’

Wat gebeurt hier?

‘Het was mijn eerste kennismaking met klassieke muziek. In Venezuela had je daar geen speciale radiozender voor. Niemand van mijn schoolvrienden speelde muziek. In december dat jaar speelde ik voor het eerst in het nationale jeugdorkest. Drie keer per jaar hadden we een muziekweek met een concert in Caracas. Mijn muzikale familie groeide en daar ontmoette ik voor het eerst Gustavo [Dudamel, de eerste dirigent afkomstig uit El Sistema die wereld­beroemd werd, red.]. In 1995 hadden we onze eerste tournee naar de Verenigde Staten, we speelden in het Kennedy Centre en voor de Verenigde Naties. Ik was inmiddels vijftien en zou naar de universiteit gaan, maar ik vond het orkest zo geweldig dat ik besloot mijn studie voorlopig uit te stellen en me op de muziek te richten.

Deze kinderen zijn een perfecte spiegel, al je fouten krijg je meteen terug

Met het jeugdorkest was het altijd een hele kunst voor de dirigent om iedereen mee te krijgen als het tempo veranderde. ‘Jongens, goed kijken nu’, riep hij dan. Maar toen kwam Giuseppe Sinopoli een keer dirigeren, we speelden Wagners Rienzi-ouverture. Hij sprak geen woord Spaans, maar de klank van het orkest veranderde op slag. Daarna speelden we het laatste deel van de Eerste symfonie van Mahler. Overal waar ‘ritardando’ [vertragend] of ‘rubato’ [ritmisch vrij] gespeeld moest worden werd het altijd een rommeltje, maar met Sinopoli ging het perfect. Ik dacht wow, wat gebeurt hier? Dat wil ik ook kunnen als mijn haren wit zijn. Maar eerst wilde ik de beste hoornist van Venezuela worden.’

Dirigeren werd mijn pad

Dat lukte: in 2001 werd Rafael Payare solohoornist van het Simón Bolívar Symfo­nieorkest. ‘We speelden in die tijd met het Simón Bolívar Koperkwintet in verschillende steden in het land. Op een dag ging ik naar maestro José ­Antonio Abreu, de oprichter van El Sistema. Ik wilde graag als solist spelen en wilde dat met hem bespreken. Hij begon over dirigeren, en hoe er bepaalde vaardigheden zijn die je in je hebt, die je niet kunt leren.

En weet je, maestro Abreu is een wijs man, dus ik liet hem uitpraten, daarna zou ik over mijn solo’s beginnen. Hij zei dat ik het in me had om mensen voor mij te laten spelen, dat dirigeren mijn pad in de muziek zou zijn. En hij zou me de weg wijzen. Toen viel er een kwartje, alles viel op zijn plek. Ik kon de hele week niet meer slapen. Alle muziek die ik ooit gespeeld had ging door mijn hoofd.

Na een week ging ik naar hem terug en zei: ‘Maestro, er gebeurt iets heel vreemds, ik hoor al die muziek in mijn hoofd, maar ik heb geen partituren.’ Hij begon te lachen en stuurde me naar de bibliotheek. En zo begon ik mijn directielessen bij Abreu. Alle lessen die je normaal in drie of vier jaar krijgt, kreeg ik in een half jaar. Ik speelde nog steeds in het Simón Bolívar Symfonie­orkest als solohoornist en dirigeerde af en toe de kopersectie. Soms, als Gustavo vast zat in het verkeer in Caracas, vroeg hij mij alvast de repetitie van het orkest te beginnen.’

Leerschool

‘Het mooie van de El Sistema-­orkesten is dat kinderen geen idee hebben hoe de muziek zou moeten klinken. In een beroepsorkest spelen de musici zachtjes als er ‘piano’ staat, ook al maak je als dirigent per ongeluk een beweging om het orkest luid te laten spelen. Deze kinderen zijn een perfecte spiegel, al je fouten krijg je meteen terug. Ik heb geluk dat ik zo’n goede leerschool had.

Het concert in Amsterdam werd een van mijn allerlaatste concerten als hoornist

Ik begon steeds meer El Sistema-orkesten in het hele land te dirigeren en stapje voor stapje groeide ik als dirigent, totdat ik in 2012 toegelaten werd tot het Malko Concours [van het Deens Radio Symfo­nieorkest] voor jonge dirigenten. Ik mocht meedoen, maar ons orkest zou in juni voor het eerst in Het Concertgebouw spelen en ik had een belangrijke hoornpartij in Richard Strauss’ Eine Alpensinfonie, dus ik mocht me niet te veel af laten leiden. Mijn doel was om de eerste ronde door te komen, dan zou de organisatie mijn hotel betalen en kon ik het hele concours blijven meemaken. Tot mijn verbazing won ik het concours. Alles ging daarna zo snel, dat het concert in Amsterdam een van mijn allerlaatste concerten als hoornist werd.’

  • Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

    Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

  • Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

    Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

  • Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

    Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

  • Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

    Rafael Payare

    Foto: Antoine Saito

Sjostakovitsj als oude bekende

Na dat concert in juni 2012 kwam Payare verschillende keren terug naar Amsterdam als dirigent, in november 2024 nog met zijn eigen Orchestre symphonique de Montréal, waar hij sinds seizoen 2022/2023 chef-dirigent is. En nu maakt hij dan zijn debuut met het Concertgebouworkest in een bijzonder programma. ‘Ik vind het een fantastische eer. Ik ken de geschiedenis van het orkest met Willem Mengelberg en Gustav Mahler. In Venezuela kon je niet veel opnames vinden, maar als we met het Simón Bolívar Symfonie­orkest toerden, renden we als eerste in elke stad naar een cd-winkel. We spraken met een klein groepje af ‘als jij in Wenen dit koopt, dan koop ik in Berlijn dat’. En dan luisterden we en wisselden we ervaringen uit.’

De Tiende symfonie van Dmitri Sjostakovitsj is een oude bekende voor Payare. Wie op YouTube de opname van het Simón Bolívar Symfo­nieorkest tijdens de BBC Proms in 2007 opzoekt, ziet hem nog als hoornist aan het werk. ‘Het is een van de werken waar ik altijd naar terug­keer, zeker bij een debuut dat het begin kan zijn van een langjarige relatie met een orkest.’

Sofia Goebaidoelina’s ­S­prookjesgedicht leerde hij rond 2015 kennen. ‘Ik vond het meteen geweldig, het is heel inten­se muziek. Als je de partituur voor het eerst bekijkt denk je ‘wat is dit?!’ en dan treed je binnen in die ­wondere wereld. Net als bij Sjostakovitsj is er ook een masker, je weet nooit zeker of je hoort wat je hoort. Ik was ook heel blij dat de artistieke leiding van het Concertgebouworkest voorstelde om Frank Peter Zimmermann als solist te vragen. Toen we samen het Vioolconcert van Johannes Brahms in Montréal speelden, stelde hij voor dat van Frank Martin in Amsterdam op het programma te zetten. Als de laatste klanken van Goebaidoelina’s veelkleurige sprookje wegsterven is het een prachtige overgang naar Martin.’ 

Bijzondere akoestiek

Payare dirigeert het Vioolconcert van Martin voor het eerst en het Concertgebouworkest heeft het sinds 1967 niet meer uitgevoerd. ‘Als het om nieuwe werken op mijn repertoire gaat, vergelijk ik het proces graag met het bereiden van voedsel. Eerst ga ik op zoek naar de grote lijnen en the­ma’s en dan leg ik het weg om het te laten marineren. Na een maand pak ik het weer op voor een grondige analyse. Net als met marineren voeg je wat kruiden toe en laat je het rusten en lijkt het alsof er niets gebeurt, maar intussen neemt het voedsel wel de smaak van de kruiden op.’

Ik zoek de grote lijnen en leg het dan weg om te laten marineren

De dirigent kijkt erg uit naar het musiceren in de bijzondere akoestiek van de Grote Zaal. ‘Normaal gesproken doe je tijdens een tournee een soundcheck in elke nieuwe zaal, maar met het Simón Bolívar ­Symfo­nieorkest in 2012 hebben we ’s middags het hele programma gespeeld en ’s avonds weer, iedereen was zo gelukkig. Je ervaart hoe de zaal reageert op je geluid, je voelt hoe je net iets meer risico kunt nemen en de kleinste nuances hoorbaar zijn. En dan mag ik nu het Concert­gebouworkest dirigeren, een orkest dat perfect thuis is in deze akoestiek, wat een vooruitzicht!’ 

Komeet Payare

Start small, dream big: weinig musici zijn zo snel hun bescheiden oorsprong ontstegen als Rafael Payare. Dat heeft niet alleen met zijn talent te maken, maar ook met zijn energie en enthousiasme: die lijken over te stromen, ‘akin to the unruly mop of curly black locks that spring from his head’, zoals dat treffend wordt verwoord op de website van zijn Orchestre symphonique de Montréal. 

Niet alleen maakt de Venezolaan zijn dromen waar door grootschalige werken te dirigeren, zoals – we doen een greep – Brahms’ Ein deutsches Requiem, symfonieën van Bruckner, Mahler en Sjostakovitsj, Schönbergs Gurre-Lieder, Berlioz’ La Damnation de Faust en opera’s van Mozart, Rossini en Puccini. Maar ook door klassieke muziek bij een groot publiek te brengen. Zo was hij nauw betrokken bij de bouw van de Rady Shell, een spectaculair, toegankelijk openluchtpodium aan de San Diego Bay, en heropende hij in 2024 het Jacobs Music Center, de ­gerenoveerde thuiszaal van de San Diego Symphony – waar hij recent als music director bijtekende tot 2029.

Daarnaast betoont de ­dirigent zich een actief ambassadeur van de ideeën van El Sistema. In San Diego ontwikkelt hij samenwerkingsprojecten met het lokale jeugdorkest en met organisaties aan de andere kant van de nabijgelegen grens met Mexico. Het lijkt erop dat er aan Payares ambities voorlopig nog geen eind komt. Fasten your seatbelts, muziekwereld!

wo 18 & do 19 februari | Grote Zaal
Koninklijk Co­ncertgebouworkest
Rafael Payare dirigent
Frank Peter Zimmermann viool 
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

vr 20 februari | GroteZ­aal 
Koninklijk Concert­gebouworkest
Rafael Payare dirigent
Thomas Va­nderveken TOM Talk (presentatie)
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Sjostakovitsj als oude bekende

Na dat concert in juni 2012 kwam Payare verschillende keren terug naar Amsterdam als dirigent, in november 2024 nog met zijn eigen Orchestre symphonique de Montréal, waar hij sinds seizoen 2022/2023 chef-dirigent is. En nu maakt hij dan zijn debuut met het Concertgebouworkest in een bijzonder programma. ‘Ik vind het een fantastische eer. Ik ken de geschiedenis van het orkest met Willem Mengelberg en Gustav Mahler. In Venezuela kon je niet veel opnames vinden, maar als we met het Simón Bolívar Symfonie­orkest toerden, renden we als eerste in elke stad naar een cd-winkel. We spraken met een klein groepje af ‘als jij in Wenen dit koopt, dan koop ik in Berlijn dat’. En dan luisterden we en wisselden we ervaringen uit.’

De Tiende symfonie van Dmitri Sjostakovitsj is een oude bekende voor Payare. Wie op YouTube de opname van het Simón Bolívar Symfo­nieorkest tijdens de BBC Proms in 2007 opzoekt, ziet hem nog als hoornist aan het werk. ‘Het is een van de werken waar ik altijd naar terug­keer, zeker bij een debuut dat het begin kan zijn van een langjarige relatie met een orkest.’

Sofia Goebaidoelina’s ­S­prookjesgedicht leerde hij rond 2015 kennen. ‘Ik vond het meteen geweldig, het is heel inten­se muziek. Als je de partituur voor het eerst bekijkt denk je ‘wat is dit?!’ en dan treed je binnen in die ­wondere wereld. Net als bij Sjostakovitsj is er ook een masker, je weet nooit zeker of je hoort wat je hoort. Ik was ook heel blij dat de artistieke leiding van het Concertgebouworkest voorstelde om Frank Peter Zimmermann als solist te vragen. Toen we samen het Vioolconcert van Johannes Brahms in Montréal speelden, stelde hij voor dat van Frank Martin in Amsterdam op het programma te zetten. Als de laatste klanken van Goebaidoelina’s veelkleurige sprookje wegsterven is het een prachtige overgang naar Martin.’ 

Bijzondere akoestiek

Payare dirigeert het Vioolconcert van Martin voor het eerst en het Concertgebouworkest heeft het sinds 1967 niet meer uitgevoerd. ‘Als het om nieuwe werken op mijn repertoire gaat, vergelijk ik het proces graag met het bereiden van voedsel. Eerst ga ik op zoek naar de grote lijnen en the­ma’s en dan leg ik het weg om het te laten marineren. Na een maand pak ik het weer op voor een grondige analyse. Net als met marineren voeg je wat kruiden toe en laat je het rusten en lijkt het alsof er niets gebeurt, maar intussen neemt het voedsel wel de smaak van de kruiden op.’

Ik zoek de grote lijnen en leg het dan weg om te laten marineren

De dirigent kijkt erg uit naar het musiceren in de bijzondere akoestiek van de Grote Zaal. ‘Normaal gesproken doe je tijdens een tournee een soundcheck in elke nieuwe zaal, maar met het Simón Bolívar ­Symfo­nieorkest in 2012 hebben we ’s middags het hele programma gespeeld en ’s avonds weer, iedereen was zo gelukkig. Je ervaart hoe de zaal reageert op je geluid, je voelt hoe je net iets meer risico kunt nemen en de kleinste nuances hoorbaar zijn. En dan mag ik nu het Concert­gebouworkest dirigeren, een orkest dat perfect thuis is in deze akoestiek, wat een vooruitzicht!’ 

Komeet Payare

Start small, dream big: weinig musici zijn zo snel hun bescheiden oorsprong ontstegen als Rafael Payare. Dat heeft niet alleen met zijn talent te maken, maar ook met zijn energie en enthousiasme: die lijken over te stromen, ‘akin to the unruly mop of curly black locks that spring from his head’, zoals dat treffend wordt verwoord op de website van zijn Orchestre symphonique de Montréal. 

Niet alleen maakt de Venezolaan zijn dromen waar door grootschalige werken te dirigeren, zoals – we doen een greep – Brahms’ Ein deutsches Requiem, symfonieën van Bruckner, Mahler en Sjostakovitsj, Schönbergs Gurre-Lieder, Berlioz’ La Damnation de Faust en opera’s van Mozart, Rossini en Puccini. Maar ook door klassieke muziek bij een groot publiek te brengen. Zo was hij nauw betrokken bij de bouw van de Rady Shell, een spectaculair, toegankelijk openluchtpodium aan de San Diego Bay, en heropende hij in 2024 het Jacobs Music Center, de ­gerenoveerde thuiszaal van de San Diego Symphony – waar hij recent als music director bijtekende tot 2029.

Daarnaast betoont de ­dirigent zich een actief ambassadeur van de ideeën van El Sistema. In San Diego ontwikkelt hij samenwerkingsprojecten met het lokale jeugdorkest en met organisaties aan de andere kant van de nabijgelegen grens met Mexico. Het lijkt erop dat er aan Payares ambities voorlopig nog geen eind komt. Fasten your seatbelts, muziekwereld!

wo 18 & do 19 februari | Grote Zaal
Koninklijk Co­ncertgebouworkest
Rafael Payare dirigent
Frank Peter Zimmermann viool 
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

vr 20 februari | GroteZ­aal 
Koninklijk Concert­gebouworkest
Rafael Payare dirigent
Thomas Va­nderveken TOM Talk (presentatie)
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!