Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertgebouworkest Essentials: Brahms' Symfonie nr. 4

Concertgebouworkest Essentials: Brahms' Symfonie nr. 4

Grote Zaal
08 mei 2026
21.00 uur

Print dit programma

Koninklijk Concertgebouworkest
Nathalie Stutzmann dirigent
Vincent Verelst presentatie

Dit concert maakt deel uit van de series Essentials.

Na afloop organiseert jongerenvereniging Entrée het gratis toegankelijke Entrée Café in de Spiegelzaal, met live muziek of dj op de achtergrond.

JOHANNES BRAHMS (1833-1897)

Symfonie nr. 4 in e kl.t., op. 98 (1884-85) 
Allegro non troppo 
Andante moderato 
Allegro giocoso 
Allegro energico e passionato   

einde ca. 22.10 uur

Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door het Fonds ­Toonaangevende vrouwen in muziek.

Grote Zaal 08 mei 2026 21.00 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Nathalie Stutzmann dirigent
Vincent Verelst presentatie

Dit concert maakt deel uit van de series Essentials.

Na afloop organiseert jongerenvereniging Entrée het gratis toegankelijke Entrée Café in de Spiegelzaal, met live muziek of dj op de achtergrond.

JOHANNES BRAHMS (1833-1897)

Symfonie nr. 4 in e kl.t., op. 98 (1884-85) 
Allegro non troppo 
Andante moderato 
Allegro giocoso 
Allegro energico e passionato   

einde ca. 22.10 uur

Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door het Fonds ­Toonaangevende vrouwen in muziek.

Toelichting

Johannes Brahms (1833-1897)

Vierde symfonie

In discussies over kunstwerken gaat het nogal eens over de ‘spanning tussen hoofd en hart’. Een vermeend conflict bij de kunstenaar, tussen intellect en gevoel, tussen structuur en fantasie.

Brahms’ muziek was ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied

Als er één kunstwerk is dat demonstreert dat het hier gaat om een schijntegenstelling, dan is dat misschien wel Johannes Brahms’ Vierde symfonie. Zelden hoor je muziek die zo streng is gestructureerd en kunstig geconstrueerd, en zo direct tot het gevoel spreekt.

Brahms’ muziek was, toen zij geschreven werd, ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied, die vooral werd gevoerd tussen recensenten en verschillende facties van het publiek, niet zozeer tussen componisten. Die strijd werd gevoerd op het scherp van de snede, wat vandaag de dag absurd lijkt. Tegenstanders uit beide kampen gingen soms letterlijk met elkaar op de vuist. Ergens is dat jaloersmakend: muziek deed ertoe. En hoe: ze haalde de voorpagina’s.

Aan de ene kant het ‘klassieke kamp’, aangevoerd door de vileine recensent Eduard Hanslick. Voor hem was de enige weg de ‘absolute’ muziek: sonates, symfonieën en concerten, geschreven in de traditie van Joseph ­Haydn en Ludwig van Beethoven. Brahms en Robert Schumann waren hun helden. In het andere kamp de wagnerianen, voorvechters van de opera en het symfonisch gedicht (een orkestwerk dat iets buitenmuzikaals verklankt). Hun helden: uiteraard Richard Wagner en Franz Liszt. Hoe overduidelijk Brahms’ muziek ook bij het eerste kamp hoort, Brahms had zelf altijd een open oor en oog voor muziek die totaal anders was, ook voor Wagner of bijvoorbeeld Giuseppe Verdi. Zijn vijanden waren vaak minder tolerant. Zo schreef Hugo Wolf over Brahms’ Vierde symfonie: ‘Hij maakt iets uit niets’. Het gekke is dat Wolf dat als iets negatiefs bedoelde. ‘Componeren zonder ideeën’, vond hij, koud en beredeneerd.

Toch sloeg Wolf met ‘iets uit niets maken’ misschien wel de spijker op de kop. Brahms maakt zijn thema’s als het ware uit kleine voortdurend terugkerende legosteentjes, kleine intervallen (toonsafstanden) en motieven. Niets is toevallig, ook begeleidingsfiguren en tegenstemmen ontstaan uit diezelfde legosteentjes. Het ene thema ontstaat organisch uit het einde van het vorige. Dat geeft een enorm gevoel van eenheid. Dat alles zou misschien niet zo wonderbaarlijk zijn als het resultaat kunstmatig of geconstrueerd over zou komen, maar niets is minder waar. Brahms’ ingehouden tragiek raakt ook onmiddellijk de luisteraar die zich hier totaal niet van bewust is. Het eerste deel van de Vierde symfonie ontvouwt zich als een meeslepende melodische stroom die juist totaal spontaan lijkt. Een schitterende paradox. 

Geen gebrek aan gevoel dus. Toch was Brahms uiterst terughoudend in het uitspreken wat de emotionele bronnen zouden kunnen zijn. Gesloten, bijtend sarcastisch was hij als hiernaar werd gevist. Dat mag geen verbazing wekken: als kind zag hij, piano spelend in de ruige zeemanskroegen en bordelen van zijn thuisstad Hamburg, dingen die een kind niet zou moeten zien. Robert Schumann was later zijn beste vriend, belangrijkste mentor en degene die zijn carrière in gang zette – maar tegelijkertijd was Roberts vrouw Clara Brahms’ grote, overweldigende liefde. Brahms moest aanzien hoe zijn vriend wegkwijnde in een psychiatrische inrichting, gekweld door destructieve depressies. Een emotionele gordiaanse knoop die vast bijdroeg aan zijn knorrige geslotenheid.

Volgens dirigent Simon Rattle ziet Brahms in zijn Vierde symfonie zijn sterfelijkheid voor het eerst onder ogen. Ruim de vijftig gepasseerd, op het toppunt van zijn kunnen. De toon van de symfonie is inderdaad droevig, maar zonder nadrukkelijkheid. Het derde deel is juist zeer uitbundig, maar dan zo dat het misschien bijna ‘dansen op de vulkaan’ wordt. De finale verwijst zowel in vorm als inhoud expliciet naar Johann Sebastian Bach en zelfs nog oudere muziek. Brahms’ Vierde is een monument van een symfonie, het volmaakte eindstation na Haydn en Beethoven.

Orkestfeit

Op 14 december 1888 dirigeerde Willem Kes de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest; de laatste vond plaats in Luxemburg op 11 mei 2023 onder leiding van John Eliot Gardiner.

In discussies over kunstwerken gaat het nogal eens over de ‘spanning tussen hoofd en hart’. Een vermeend conflict bij de kunstenaar, tussen intellect en gevoel, tussen structuur en fantasie.

Brahms’ muziek was ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied

Als er één kunstwerk is dat demonstreert dat het hier gaat om een schijntegenstelling, dan is dat misschien wel Johannes Brahms’ Vierde symfonie. Zelden hoor je muziek die zo streng is gestructureerd en kunstig geconstrueerd, en zo direct tot het gevoel spreekt.

Brahms’ muziek was, toen zij geschreven werd, ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied, die vooral werd gevoerd tussen recensenten en verschillende facties van het publiek, niet zozeer tussen componisten. Die strijd werd gevoerd op het scherp van de snede, wat vandaag de dag absurd lijkt. Tegenstanders uit beide kampen gingen soms letterlijk met elkaar op de vuist. Ergens is dat jaloersmakend: muziek deed ertoe. En hoe: ze haalde de voorpagina’s.

Aan de ene kant het ‘klassieke kamp’, aangevoerd door de vileine recensent Eduard Hanslick. Voor hem was de enige weg de ‘absolute’ muziek: sonates, symfonieën en concerten, geschreven in de traditie van Joseph ­Haydn en Ludwig van Beethoven. Brahms en Robert Schumann waren hun helden. In het andere kamp de wagnerianen, voorvechters van de opera en het symfonisch gedicht (een orkestwerk dat iets buitenmuzikaals verklankt). Hun helden: uiteraard Richard Wagner en Franz Liszt. Hoe overduidelijk Brahms’ muziek ook bij het eerste kamp hoort, Brahms had zelf altijd een open oor en oog voor muziek die totaal anders was, ook voor Wagner of bijvoorbeeld Giuseppe Verdi. Zijn vijanden waren vaak minder tolerant. Zo schreef Hugo Wolf over Brahms’ Vierde symfonie: ‘Hij maakt iets uit niets’. Het gekke is dat Wolf dat als iets negatiefs bedoelde. ‘Componeren zonder ideeën’, vond hij, koud en beredeneerd.

Toch sloeg Wolf met ‘iets uit niets maken’ misschien wel de spijker op de kop. Brahms maakt zijn thema’s als het ware uit kleine voortdurend terugkerende legosteentjes, kleine intervallen (toonsafstanden) en motieven. Niets is toevallig, ook begeleidingsfiguren en tegenstemmen ontstaan uit diezelfde legosteentjes. Het ene thema ontstaat organisch uit het einde van het vorige. Dat geeft een enorm gevoel van eenheid. Dat alles zou misschien niet zo wonderbaarlijk zijn als het resultaat kunstmatig of geconstrueerd over zou komen, maar niets is minder waar. Brahms’ ingehouden tragiek raakt ook onmiddellijk de luisteraar die zich hier totaal niet van bewust is. Het eerste deel van de Vierde symfonie ontvouwt zich als een meeslepende melodische stroom die juist totaal spontaan lijkt. Een schitterende paradox. 

Geen gebrek aan gevoel dus. Toch was Brahms uiterst terughoudend in het uitspreken wat de emotionele bronnen zouden kunnen zijn. Gesloten, bijtend sarcastisch was hij als hiernaar werd gevist. Dat mag geen verbazing wekken: als kind zag hij, piano spelend in de ruige zeemanskroegen en bordelen van zijn thuisstad Hamburg, dingen die een kind niet zou moeten zien. Robert Schumann was later zijn beste vriend, belangrijkste mentor en degene die zijn carrière in gang zette – maar tegelijkertijd was Roberts vrouw Clara Brahms’ grote, overweldigende liefde. Brahms moest aanzien hoe zijn vriend wegkwijnde in een psychiatrische inrichting, gekweld door destructieve depressies. Een emotionele gordiaanse knoop die vast bijdroeg aan zijn knorrige geslotenheid.

Volgens dirigent Simon Rattle ziet Brahms in zijn Vierde symfonie zijn sterfelijkheid voor het eerst onder ogen. Ruim de vijftig gepasseerd, op het toppunt van zijn kunnen. De toon van de symfonie is inderdaad droevig, maar zonder nadrukkelijkheid. Het derde deel is juist zeer uitbundig, maar dan zo dat het misschien bijna ‘dansen op de vulkaan’ wordt. De finale verwijst zowel in vorm als inhoud expliciet naar Johann Sebastian Bach en zelfs nog oudere muziek. Brahms’ Vierde is een monument van een symfonie, het volmaakte eindstation na Haydn en Beethoven.

Orkestfeit

Op 14 december 1888 dirigeerde Willem Kes de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest; de laatste vond plaats in Luxemburg op 11 mei 2023 onder leiding van John Eliot Gardiner.

Johannes Brahms (1833-1897)

Vierde symfonie

In discussies over kunstwerken gaat het nogal eens over de ‘spanning tussen hoofd en hart’. Een vermeend conflict bij de kunstenaar, tussen intellect en gevoel, tussen structuur en fantasie.

Brahms’ muziek was ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied

Als er één kunstwerk is dat demonstreert dat het hier gaat om een schijntegenstelling, dan is dat misschien wel Johannes Brahms’ Vierde symfonie. Zelden hoor je muziek die zo streng is gestructureerd en kunstig geconstrueerd, en zo direct tot het gevoel spreekt.

Brahms’ muziek was, toen zij geschreven werd, ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied, die vooral werd gevoerd tussen recensenten en verschillende facties van het publiek, niet zozeer tussen componisten. Die strijd werd gevoerd op het scherp van de snede, wat vandaag de dag absurd lijkt. Tegenstanders uit beide kampen gingen soms letterlijk met elkaar op de vuist. Ergens is dat jaloersmakend: muziek deed ertoe. En hoe: ze haalde de voorpagina’s.

Aan de ene kant het ‘klassieke kamp’, aangevoerd door de vileine recensent Eduard Hanslick. Voor hem was de enige weg de ‘absolute’ muziek: sonates, symfonieën en concerten, geschreven in de traditie van Joseph ­Haydn en Ludwig van Beethoven. Brahms en Robert Schumann waren hun helden. In het andere kamp de wagnerianen, voorvechters van de opera en het symfonisch gedicht (een orkestwerk dat iets buitenmuzikaals verklankt). Hun helden: uiteraard Richard Wagner en Franz Liszt. Hoe overduidelijk Brahms’ muziek ook bij het eerste kamp hoort, Brahms had zelf altijd een open oor en oog voor muziek die totaal anders was, ook voor Wagner of bijvoorbeeld Giuseppe Verdi. Zijn vijanden waren vaak minder tolerant. Zo schreef Hugo Wolf over Brahms’ Vierde symfonie: ‘Hij maakt iets uit niets’. Het gekke is dat Wolf dat als iets negatiefs bedoelde. ‘Componeren zonder ideeën’, vond hij, koud en beredeneerd.

Toch sloeg Wolf met ‘iets uit niets maken’ misschien wel de spijker op de kop. Brahms maakt zijn thema’s als het ware uit kleine voortdurend terugkerende legosteentjes, kleine intervallen (toonsafstanden) en motieven. Niets is toevallig, ook begeleidingsfiguren en tegenstemmen ontstaan uit diezelfde legosteentjes. Het ene thema ontstaat organisch uit het einde van het vorige. Dat geeft een enorm gevoel van eenheid. Dat alles zou misschien niet zo wonderbaarlijk zijn als het resultaat kunstmatig of geconstrueerd over zou komen, maar niets is minder waar. Brahms’ ingehouden tragiek raakt ook onmiddellijk de luisteraar die zich hier totaal niet van bewust is. Het eerste deel van de Vierde symfonie ontvouwt zich als een meeslepende melodische stroom die juist totaal spontaan lijkt. Een schitterende paradox. 

Geen gebrek aan gevoel dus. Toch was Brahms uiterst terughoudend in het uitspreken wat de emotionele bronnen zouden kunnen zijn. Gesloten, bijtend sarcastisch was hij als hiernaar werd gevist. Dat mag geen verbazing wekken: als kind zag hij, piano spelend in de ruige zeemanskroegen en bordelen van zijn thuisstad Hamburg, dingen die een kind niet zou moeten zien. Robert Schumann was later zijn beste vriend, belangrijkste mentor en degene die zijn carrière in gang zette – maar tegelijkertijd was Roberts vrouw Clara Brahms’ grote, overweldigende liefde. Brahms moest aanzien hoe zijn vriend wegkwijnde in een psychiatrische inrichting, gekweld door destructieve depressies. Een emotionele gordiaanse knoop die vast bijdroeg aan zijn knorrige geslotenheid.

Volgens dirigent Simon Rattle ziet Brahms in zijn Vierde symfonie zijn sterfelijkheid voor het eerst onder ogen. Ruim de vijftig gepasseerd, op het toppunt van zijn kunnen. De toon van de symfonie is inderdaad droevig, maar zonder nadrukkelijkheid. Het derde deel is juist zeer uitbundig, maar dan zo dat het misschien bijna ‘dansen op de vulkaan’ wordt. De finale verwijst zowel in vorm als inhoud expliciet naar Johann Sebastian Bach en zelfs nog oudere muziek. Brahms’ Vierde is een monument van een symfonie, het volmaakte eindstation na Haydn en Beethoven.

Orkestfeit

Op 14 december 1888 dirigeerde Willem Kes de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest; de laatste vond plaats in Luxemburg op 11 mei 2023 onder leiding van John Eliot Gardiner.

In discussies over kunstwerken gaat het nogal eens over de ‘spanning tussen hoofd en hart’. Een vermeend conflict bij de kunstenaar, tussen intellect en gevoel, tussen structuur en fantasie.

Brahms’ muziek was ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied

Als er één kunstwerk is dat demonstreert dat het hier gaat om een schijntegenstelling, dan is dat misschien wel Johannes Brahms’ Vierde symfonie. Zelden hoor je muziek die zo streng is gestructureerd en kunstig geconstrueerd, en zo direct tot het gevoel spreekt.

Brahms’ muziek was, toen zij geschreven werd, ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied, die vooral werd gevoerd tussen recensenten en verschillende facties van het publiek, niet zozeer tussen componisten. Die strijd werd gevoerd op het scherp van de snede, wat vandaag de dag absurd lijkt. Tegenstanders uit beide kampen gingen soms letterlijk met elkaar op de vuist. Ergens is dat jaloersmakend: muziek deed ertoe. En hoe: ze haalde de voorpagina’s.

Aan de ene kant het ‘klassieke kamp’, aangevoerd door de vileine recensent Eduard Hanslick. Voor hem was de enige weg de ‘absolute’ muziek: sonates, symfonieën en concerten, geschreven in de traditie van Joseph ­Haydn en Ludwig van Beethoven. Brahms en Robert Schumann waren hun helden. In het andere kamp de wagnerianen, voorvechters van de opera en het symfonisch gedicht (een orkestwerk dat iets buitenmuzikaals verklankt). Hun helden: uiteraard Richard Wagner en Franz Liszt. Hoe overduidelijk Brahms’ muziek ook bij het eerste kamp hoort, Brahms had zelf altijd een open oor en oog voor muziek die totaal anders was, ook voor Wagner of bijvoorbeeld Giuseppe Verdi. Zijn vijanden waren vaak minder tolerant. Zo schreef Hugo Wolf over Brahms’ Vierde symfonie: ‘Hij maakt iets uit niets’. Het gekke is dat Wolf dat als iets negatiefs bedoelde. ‘Componeren zonder ideeën’, vond hij, koud en beredeneerd.

Toch sloeg Wolf met ‘iets uit niets maken’ misschien wel de spijker op de kop. Brahms maakt zijn thema’s als het ware uit kleine voortdurend terugkerende legosteentjes, kleine intervallen (toonsafstanden) en motieven. Niets is toevallig, ook begeleidingsfiguren en tegenstemmen ontstaan uit diezelfde legosteentjes. Het ene thema ontstaat organisch uit het einde van het vorige. Dat geeft een enorm gevoel van eenheid. Dat alles zou misschien niet zo wonderbaarlijk zijn als het resultaat kunstmatig of geconstrueerd over zou komen, maar niets is minder waar. Brahms’ ingehouden tragiek raakt ook onmiddellijk de luisteraar die zich hier totaal niet van bewust is. Het eerste deel van de Vierde symfonie ontvouwt zich als een meeslepende melodische stroom die juist totaal spontaan lijkt. Een schitterende paradox. 

Geen gebrek aan gevoel dus. Toch was Brahms uiterst terughoudend in het uitspreken wat de emotionele bronnen zouden kunnen zijn. Gesloten, bijtend sarcastisch was hij als hiernaar werd gevist. Dat mag geen verbazing wekken: als kind zag hij, piano spelend in de ruige zeemanskroegen en bordelen van zijn thuisstad Hamburg, dingen die een kind niet zou moeten zien. Robert Schumann was later zijn beste vriend, belangrijkste mentor en degene die zijn carrière in gang zette – maar tegelijkertijd was Roberts vrouw Clara Brahms’ grote, overweldigende liefde. Brahms moest aanzien hoe zijn vriend wegkwijnde in een psychiatrische inrichting, gekweld door destructieve depressies. Een emotionele gordiaanse knoop die vast bijdroeg aan zijn knorrige geslotenheid.

Volgens dirigent Simon Rattle ziet Brahms in zijn Vierde symfonie zijn sterfelijkheid voor het eerst onder ogen. Ruim de vijftig gepasseerd, op het toppunt van zijn kunnen. De toon van de symfonie is inderdaad droevig, maar zonder nadrukkelijkheid. Het derde deel is juist zeer uitbundig, maar dan zo dat het misschien bijna ‘dansen op de vulkaan’ wordt. De finale verwijst zowel in vorm als inhoud expliciet naar Johann Sebastian Bach en zelfs nog oudere muziek. Brahms’ Vierde is een monument van een symfonie, het volmaakte eindstation na Haydn en Beethoven.

Orkestfeit

Op 14 december 1888 dirigeerde Willem Kes de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest; de laatste vond plaats in Luxemburg op 11 mei 2023 onder leiding van John Eliot Gardiner.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande dirigenten en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende dirigenten zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Nathalie Stutzmann, dirigent

De Française Nathalie Stutzmann begon al op jonge leeftijd met studies piano, fagot en cello, waarna ze zich als een wereldwijd gevierd zangeres ontplooide. Dirigeren leerde ze van de legendarische Jorma Panula. Als alt en als dirigent won ze vele prijzen. Als music director van het Atlanta ­Symphony Orchestra is Nathalie Stutzmann de tweede vrouw die ooit aan het hoofd kwam van een belangrijk Amerikaans orkest.

Tussen 2021 en 2024 was ze eerste gastdirigent van The Philadelphia Orchestra. In recente jaren ­debuteerde ze als gastdirigent bij onder meer het Tsjechisch Filharmonisch Orkest, het Boston Symphony ­Orchestra, het ­Tonhalle-Orchester Zürich en de Wiener Symphoniker. In het seizoen 2024/2025 keerde ze terug bij de New York Philharmonic als Featured Artist en bij de Münchner Philharmoniker, het Orchestre de Paris en de Los Angeles Philharmonic.

Haar dirigeerdebuut bij de ­Metropolitan Opera in 2023 werd door The New York Times beschreven als ‘the coup of the year’. Dat jaar maakte Nathalie Stutz­mann met Wagners Tannhäuser een al even spectaculair debuut op de Bayreuther Festspiele, naar aanleiding waarvan ze tijdens de Oper! Awards werd verkozen tot dirigent van het jaar.

Bij het Concertgebouworkest maakt Nathalie Stutzmann haar dirigeer­debuut; als zangeres was ze tussen 1996 en 2003 meermaals te gast, onder meer in werken van Diepenbrock (in 1997, en in 1998 in Noorwegen) en in Mahlers Derde symfonie (2002 op tournee in Japan, in 2003 in Het Concertgebouw). In Frankrijk werd de dirigent benoemd tot Chevalier de la Légion d’Honneur en Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres.

Vincent Verelst, presentator

Vincent Verelst studeerde piano aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, en in dezelfde stad studeerde hij Audiovisuele Kunsten aan het RITCS. Sinds 2004 werkte hij als presentator bij de muziekzender Klara.

Van 2005 tot 2007 presenteerde Vincent Verelst samen met Thomas Vanderveken jaarlijks de Top 75 van Klara.

Voor de VRT-zender Eén werkte Vincent Verelst mee aan Vlaanderen Vakantieland en verzorgde hij voice-overs bij televisieprogramma’s als Duizend zonnen, Rond de wereld in 80 tuinen, Easy Cruise, Eten onder de zon en Tropic of Cancer (op Canvas). Hij maakte geregeld bijdrages over klassieke muziek voor Het Journaal op Eén.

In 2015 en 2016 co-presenteerde hij de Koningin Elisabethwedstrijd voor Canvas. Sinds 2017 is hij als development officer bij de Brussels Philharmonic verantwoordelijk voor fondsenwerving, al blijft hij daarnaast programma’s presenteren en reportages maken voor onder meer de VRT en het magazine Pano.

In 2019 maakte Vincent Verelst de negen­delige documentairereeks De modernisten over belangrijke Belgische architecten. De presentatie voor Essentials van het Concertgebouworkest verzorgde de Vlaming al eerder, de laatste keer in november 2023.