Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
interview

Dirigent Nathalie Stutzmann: ‘Dit was het moment’

door Carine Alders
01 mei 2026 01 mei 2026

Na ruim twintig jaar is Nathalie Stutzmann terug bij het Concertgebouworkest. Maar dit keer niet als zangeres. Ze is geworden wie ze altijd had willen zijn en dirigeert Tsjaikovski en Brahms.

  • Nathalie Stutzmann

    Foto: Daniele Ratti

    Nathalie Stutzmann

    Foto: Daniele Ratti

  • Nathalie Stutzmann

    Foto: Daniele Ratti

    Nathalie Stutzmann

    Foto: Daniele Ratti

Nathalie Stutzmann droomde als klein meisje van dirigeren, maar in die tijd vonden veel mensen dat geen passend beroep voor een vrouw. Dus groeide ze op als pianist, cellist en fagottist en veroverde ze op jonge leeftijd de wereld als alt. Ze was favoriet bij Riccardo Chailly, die haar regelmatig als soliste uitnodigde in Amsterdam en met wie ze muziek van Bruckner, Mahler en Diepenbrock zong.

Tot ze zo’n vijftien jaar geleden besloot alsnog werk te maken van haar droom. Een combinatie van factoren vormde de aanleiding: ‘Ik was als zangeres heel jong begonnen en had bijna alles bereikt waar ik van droomde; ik had een heel divers ­repertoire gezongen in alle grote zalen in de wereld. Meer dan tachtig opnames had ik gemaakt, het was klaar. Maar ik wilde wel de rest van mijn leven aan muziek blijven wijden. De maatschappij was inmiddels veranderd, dit was het moment.’ Dus trok ze de stoute schoenen aan en meldde ze zich incognito voor een auditie bij ­Jorma Panula, de Finse ‘dirigentenmaker’ die ook – onder vele anderen – Klaus Mäkelä het vak leerde.

‘Orkesten vonden het maar verdacht dat een zangeres nu ‘ineens’ dirigeerde’

Hij wist niet meteen wie ze was, maar herkende onmiddellijk haar talent. ‘Panula nam mij aan als leerling en bij hem poetste ik mijn techniek op. In het begin was het lastig om uitgenodigd te worden bij orkesten, ze vonden het verdacht dat een zangeres nu ‘ineens’ ­­dirigeerde. Maar dirigent word je natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Het is voor een groot deel ook aangeboren talent. Je hebt het in je of niet. Ik heb toen veel steun gehad van Seiji Ozawa.’

Hart verpand

Vijftien jaar later is Stutzmann bezig met haar tweede termijn als music director van het Atlanta Symphony Orchestra en binnenkort begint ze bovendien als artistiek directeur van het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo. Daarnaast is ze een veelgevraagd gastdirigent en leidt ze veel operaproducties; in september vorig jaar maakte ze haar overweldigende debuut bij De Nationale Opera met ­Puccini’s Tosca. De hele maand ­februari dirigeert ze Gounods Faust bij de ­Bayerische Staatsoper en het lukt met moeite om een rustig moment te vinden om elkaar te spreken.

In München wordt ze overladen met loftuitingen. Vooral het zelfbewuste instinct waarmee ze de grote romantische boog op spanning weet te houden wordt geroemd. ‘Ik ben een romantische ziel. Ik ben wel in Parijs geboren, maar mijn wortels liggen in Duitsland en Zwitserland. Aan Beethoven en het grote romantische repertoire – Brahms, Bruckner, Strauss, Wagner – heb ik mijn hart verpand. In dit repertoire gaat het niet om de maat slaan, maar om levens­ervaring. Je hebt een heel muziekleven nodig om alles eruit te halen wat er in zit. Ik vind het heerlijk om al mijn muzikale bagage in te zetten om stapje voor stapje naar de climax toe te werken.’

Nathalie Stutzmann in 15 dilemma’s

ochtend / avond
koffie / thee
bergen / zee
zoet / hartig
lente / herfst
stad / platteland ‘Mijn werk is in de stad, maar ik houd van de natuur en wandel zoveel als ik kan.’ 
onderweg / thuis
spreken / zwijgen ‘Oef! Ik praat graag met interessante mensen, maar om te werken heb ik stilte nodig.’ boek / film
ontbijt / diner
vliegtuig / trein ‘Geen van beide, ik haat reizen.’
Tsjaikovski / Brahms ‘Nee, die keuze mag je van mij niet vragen, dan breek je mijn hart!’
zingen / dirigeren
opera / symfonie
Barok / Romantiek


Sneeuwbal

‘Als chef-dirigent in Atlanta heb ik de vrijheid om mijn eigen projecten te bedenken, zoals een Beethovenproject, een uitgebreide Brahmscyclus of een Brucknerfestival. Als gastdirigent ga je in overleg met het orkest dat je uitnodigt, om een programma te vinden dat ook in het seizoen past. Of ik iets interessants kan doen met een werk is dan voor mij de leidende vraag. Als het antwoord nee is, dan blijf ik eraf. Componisten waar ik niet echt iets bij voel, of die ik niet goed begrijp, probeer ik te vermijden.’

Voor het concert in Amsterdam viel de keus op de Vierde symfonie van Brahms en het Vioolconcert van Tsjaikovski met Augustin Hadelich. ‘Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het eerst Brahms’ Vierde hoorde, maar de componist voelt heel dichtbij en natuurlijk. Het was deze Vierde symfonie die ik dirigeerde tijdens de auditie voor Panula.

Nathalie Stutzmann droomde als klein meisje van dirigeren, maar in die tijd vonden veel mensen dat geen passend beroep voor een vrouw. Dus groeide ze op als pianist, cellist en fagottist en veroverde ze op jonge leeftijd de wereld als alt. Ze was favoriet bij Riccardo Chailly, die haar regelmatig als soliste uitnodigde in Amsterdam en met wie ze muziek van Bruckner, Mahler en Diepenbrock zong.

Tot ze zo’n vijftien jaar geleden besloot alsnog werk te maken van haar droom. Een combinatie van factoren vormde de aanleiding: ‘Ik was als zangeres heel jong begonnen en had bijna alles bereikt waar ik van droomde; ik had een heel divers ­repertoire gezongen in alle grote zalen in de wereld. Meer dan tachtig opnames had ik gemaakt, het was klaar. Maar ik wilde wel de rest van mijn leven aan muziek blijven wijden. De maatschappij was inmiddels veranderd, dit was het moment.’ Dus trok ze de stoute schoenen aan en meldde ze zich incognito voor een auditie bij ­Jorma Panula, de Finse ‘dirigentenmaker’ die ook – onder vele anderen – Klaus Mäkelä het vak leerde.

‘Orkesten vonden het maar verdacht dat een zangeres nu ‘ineens’ dirigeerde’

Hij wist niet meteen wie ze was, maar herkende onmiddellijk haar talent. ‘Panula nam mij aan als leerling en bij hem poetste ik mijn techniek op. In het begin was het lastig om uitgenodigd te worden bij orkesten, ze vonden het verdacht dat een zangeres nu ‘ineens’ ­­dirigeerde. Maar dirigent word je natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Het is voor een groot deel ook aangeboren talent. Je hebt het in je of niet. Ik heb toen veel steun gehad van Seiji Ozawa.’

Hart verpand

Vijftien jaar later is Stutzmann bezig met haar tweede termijn als music director van het Atlanta Symphony Orchestra en binnenkort begint ze bovendien als artistiek directeur van het Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo. Daarnaast is ze een veelgevraagd gastdirigent en leidt ze veel operaproducties; in september vorig jaar maakte ze haar overweldigende debuut bij De Nationale Opera met ­Puccini’s Tosca. De hele maand ­februari dirigeert ze Gounods Faust bij de ­Bayerische Staatsoper en het lukt met moeite om een rustig moment te vinden om elkaar te spreken.

In München wordt ze overladen met loftuitingen. Vooral het zelfbewuste instinct waarmee ze de grote romantische boog op spanning weet te houden wordt geroemd. ‘Ik ben een romantische ziel. Ik ben wel in Parijs geboren, maar mijn wortels liggen in Duitsland en Zwitserland. Aan Beethoven en het grote romantische repertoire – Brahms, Bruckner, Strauss, Wagner – heb ik mijn hart verpand. In dit repertoire gaat het niet om de maat slaan, maar om levens­ervaring. Je hebt een heel muziekleven nodig om alles eruit te halen wat er in zit. Ik vind het heerlijk om al mijn muzikale bagage in te zetten om stapje voor stapje naar de climax toe te werken.’

Nathalie Stutzmann in 15 dilemma’s

ochtend / avond
koffie / thee
bergen / zee
zoet / hartig
lente / herfst
stad / platteland ‘Mijn werk is in de stad, maar ik houd van de natuur en wandel zoveel als ik kan.’ 
onderweg / thuis
spreken / zwijgen ‘Oef! Ik praat graag met interessante mensen, maar om te werken heb ik stilte nodig.’ boek / film
ontbijt / diner
vliegtuig / trein ‘Geen van beide, ik haat reizen.’
Tsjaikovski / Brahms ‘Nee, die keuze mag je van mij niet vragen, dan breek je mijn hart!’
zingen / dirigeren
opera / symfonie
Barok / Romantiek


Sneeuwbal

‘Als chef-dirigent in Atlanta heb ik de vrijheid om mijn eigen projecten te bedenken, zoals een Beethovenproject, een uitgebreide Brahmscyclus of een Brucknerfestival. Als gastdirigent ga je in overleg met het orkest dat je uitnodigt, om een programma te vinden dat ook in het seizoen past. Of ik iets interessants kan doen met een werk is dan voor mij de leidende vraag. Als het antwoord nee is, dan blijf ik eraf. Componisten waar ik niet echt iets bij voel, of die ik niet goed begrijp, probeer ik te vermijden.’

Voor het concert in Amsterdam viel de keus op de Vierde symfonie van Brahms en het Vioolconcert van Tsjaikovski met Augustin Hadelich. ‘Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het eerst Brahms’ Vierde hoorde, maar de componist voelt heel dichtbij en natuurlijk. Het was deze Vierde symfonie die ik dirigeerde tijdens de auditie voor Panula.

  • Nathalie Stutzmann

    Foto: Luis Luque

    Nathalie Stutzmann

    Foto: Luis Luque

  • Nathalie Stutzmann

    Foto: Luis Luque

    Nathalie Stutzmann

    Foto: Luis Luque

Brahms leverde pas later in zijn leven symfonieën af, geïntimideerd als hij was door Beethoven. Maar hij slaagde er wonderwel in om zijn eigen taal te vinden. Zonder heel vernieuwend te zijn in harmonie creëerde hij een eigen klankkleur in orkestratie. Hij bouwt de klank op vanaf de lage instrumenten en werkt langzaam naar een climax toe.

‘Het is steeds alsof je in een nieuwe auto stapt. Elk orkest is anders’

De Vierde symfonie is delicaat, maar zit ook vol drama. Voor mij vertegenwoordigt de muziek natuur als een vriend, een personage waar je mee kunt praten, een aanwezigheid die je gevoelens begrijpt. En aan het eind van het eerste deel klinkt het dan alsof iemand enorm boos en zelfs woest en wanhopig wordt. Het tweede deel klinkt meer als een sprookje, vol melancholie en middeleeuwse harmonieën. Geweldig, hier verklaart iemand de liefde.

Ik hou van elke maat van deze symfonie, maar bij het middenstuk van dit deel breekt echt mijn hart. In het derde deel barst een feest los, intens en vol levenslust. En in het laatste deel gaat Brahms uit van een passacaglia van Bach, een enorme uitdaging. De muziek is hier als een sneeuwbal die langzaam gaat rollen, maar als hij eenmaal rolt is hij niet meer te stoppen.’

Gedeelde visie

‘De combinatie met Tsjaikovski’s Vioolconcert is heel mooi, in beide stukken speelt volksmuziek een belangrijke rol. Grappig dat tijdgenoten dat helemaal niet zo zagen. De recensenten in Wenen prezen Brahms de hemel in, maar begrepen niets van Tsjaikovski. Ze vonden het Vioolconcert veel te modern en onspeelbaar. En nu beschouwen we het als de koning van de vioolconcerten en staan de twee componisten samen op het programma. Bij beiden hoor ik de natuur, maar waar Brahms veel introverter en meer verlegen is, gooit Tsjaikovski alles er met veel nadruk uit.’

Eerder werkte Stutzmann samen met Augustin Hadelich in het Vioolconcert van Brahms. ‘Met een solist werk ik graag samen aan de interpretatie, het is echt een samenspel. Eerst wisselen we onze ideeën uit in een repetitie met z’n tweeën en dan komen we samen tot een visie.’ Op de vraag hoe ze de samenwerking met een orkest aanpakt lacht ze: ‘Hoe lang heb je? Dat is een enorme vraag. Het is steeds alsof je in een nieuwe auto stapt. Elk orkest is anders. Daarom speel ik de muziek eerst helemaal door en luister ik waar de sterke punten zitten en waar ik aan wil werken. Ik zet daarbij mijn gezicht en hele lichaam in, maar als het nodig is deel ik ook mijn gedachten over de muziek.

Ik heb verschillende manieren om met orkesten te communiceren en afhankelijk van de reactie kies ik wat het beste werkt. Ik heb fijne herinneringen aan de geweldige klank van het Concertgebouworkest en de fantastische akoestiek van de Grote Zaal en verheug me er enorm op om weer in Amsterdam te zijn. Ik ben blij en vereerd.’

do 7 & zo 10 mei | Grote Z­aal 
Koninklijk Concertgebouw­orkest
Nathalie Stutzmann dirigent
Augustin Hadelich viool
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma 

vr 8 mei | Grote Zaal
Koninklijk Concertgebouw­orkest
Nathalie Stutzmann dirigent
Vinc­ent Verelst presentatie
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma 

Brahms leverde pas later in zijn leven symfonieën af, geïntimideerd als hij was door Beethoven. Maar hij slaagde er wonderwel in om zijn eigen taal te vinden. Zonder heel vernieuwend te zijn in harmonie creëerde hij een eigen klankkleur in orkestratie. Hij bouwt de klank op vanaf de lage instrumenten en werkt langzaam naar een climax toe.

‘Het is steeds alsof je in een nieuwe auto stapt. Elk orkest is anders’

De Vierde symfonie is delicaat, maar zit ook vol drama. Voor mij vertegenwoordigt de muziek natuur als een vriend, een personage waar je mee kunt praten, een aanwezigheid die je gevoelens begrijpt. En aan het eind van het eerste deel klinkt het dan alsof iemand enorm boos en zelfs woest en wanhopig wordt. Het tweede deel klinkt meer als een sprookje, vol melancholie en middeleeuwse harmonieën. Geweldig, hier verklaart iemand de liefde.

Ik hou van elke maat van deze symfonie, maar bij het middenstuk van dit deel breekt echt mijn hart. In het derde deel barst een feest los, intens en vol levenslust. En in het laatste deel gaat Brahms uit van een passacaglia van Bach, een enorme uitdaging. De muziek is hier als een sneeuwbal die langzaam gaat rollen, maar als hij eenmaal rolt is hij niet meer te stoppen.’

Gedeelde visie

‘De combinatie met Tsjaikovski’s Vioolconcert is heel mooi, in beide stukken speelt volksmuziek een belangrijke rol. Grappig dat tijdgenoten dat helemaal niet zo zagen. De recensenten in Wenen prezen Brahms de hemel in, maar begrepen niets van Tsjaikovski. Ze vonden het Vioolconcert veel te modern en onspeelbaar. En nu beschouwen we het als de koning van de vioolconcerten en staan de twee componisten samen op het programma. Bij beiden hoor ik de natuur, maar waar Brahms veel introverter en meer verlegen is, gooit Tsjaikovski alles er met veel nadruk uit.’

Eerder werkte Stutzmann samen met Augustin Hadelich in het Vioolconcert van Brahms. ‘Met een solist werk ik graag samen aan de interpretatie, het is echt een samenspel. Eerst wisselen we onze ideeën uit in een repetitie met z’n tweeën en dan komen we samen tot een visie.’ Op de vraag hoe ze de samenwerking met een orkest aanpakt lacht ze: ‘Hoe lang heb je? Dat is een enorme vraag. Het is steeds alsof je in een nieuwe auto stapt. Elk orkest is anders. Daarom speel ik de muziek eerst helemaal door en luister ik waar de sterke punten zitten en waar ik aan wil werken. Ik zet daarbij mijn gezicht en hele lichaam in, maar als het nodig is deel ik ook mijn gedachten over de muziek.

Ik heb verschillende manieren om met orkesten te communiceren en afhankelijk van de reactie kies ik wat het beste werkt. Ik heb fijne herinneringen aan de geweldige klank van het Concertgebouworkest en de fantastische akoestiek van de Grote Zaal en verheug me er enorm op om weer in Amsterdam te zijn. Ik ben blij en vereerd.’

do 7 & zo 10 mei | Grote Z­aal 
Koninklijk Concertgebouw­orkest
Nathalie Stutzmann dirigent
Augustin Hadelich viool
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma 

vr 8 mei | Grote Zaal
Koninklijk Concertgebouw­orkest
Nathalie Stutzmann dirigent
Vinc­ent Verelst presentatie
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma 

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!