Grenzeloos: Asko|Schönberg speelt Tansy Davies

Asko|Schönberg:
Jeannette Landré fluit
David Kweksilber klarinet, basklarinet, saxofoons
Rosa Alonso Tejera basklarinet
Emanuel Barroca trompet
Joey Marijs slagwerk
Daumantas Stundzia accordeon
Pauline Post piano, synthesizer
Pete Harden elektrische gitaar, samples
Joseph Puglia viool
David Bordeleau cello
Quirijn van Regteren Altena contrabas

Lees ook het interview met Tansy Davies: 'Niet in woorden te vangen'

Louis Andriessen (1939)

Hout (1991)
voor tenorsaxofoon, marimba, gitaar en piano 

Tansy Davies (1973)

Soul Canoe (2019)
voor fluit, klarinet, trompet, piano, accordeon, gitaar, slagwerk en strijkers
wereldpremière; in opdracht van Het Concertgebouw, mogelijk gemaakt door het Composer in Residence Fonds
 
Salt Box (2005)
voor basklarinet, sopraansaxofoon, viool, cello, contrabas,
hammondorgel, slagwerk en samples

Louis Andriessen (1939) / Martijn Padding (1956)

Gesprek (2012)
voor twee slagwerkers zonder instrumenten

Pete Harden (1979)

At Pappa’s Altar (2018)
voor fluit, klarinet, trompet, slagwerk, piano en strijkers
mogelijk gemaakt door het Fonds Podiumkunsten 

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Louis Andriessen 1939-2021

Andriessen: Hout

Door Thea Derks

Asko|Schönberg presenteert in dit programma muziek op én over grenzen. Tussen hoge kunst en pop en tussen culturen. Tansy Davies, composer in residence van Het Concertgebouw, schreef een nieuw stuk voor Asko|Schönberg.

Tegenwoordig geldt Louis Andriessen als de nestor van de Nederlandse muziek, maar in zijn jonge jaren was hij een rebel. In 1969 verstoorde hij met onder anderen Reinbert de Leeuw en Misha Mengelberg een concert van het Concertgebouworkest. Uit onvrede over het gebrek aan het enthousiasme bij orkesten voor zijn muziek besloot hij nooit meer te schrijven voor – een gelofte die hij inmiddels heeft gebroken.

In 1972 richtte hij samen met saxofonist Willem Breuker Orkest De Volharding op, gevormd uit een combinatie van musici uit de klassieke muziek en de jazzwereld. Geïnspireerd door zulke uiteenlopende bronnen als minimal music, jazz en Stravinsky creëerde Andriessen een geheel eigen stijl, de zogenoemde Haagse School.   

Deze wordt gekenmerkt door transparante klankweefsels, felle s en hoekige structuren. Die herkennen we ook in Hout, een beukend stuk voor tenorsax, marimba, elektrische gitaar en piano. Het bestaat uit korte ’s die elkaar razendsnel opvolgen in zo’n strikte dat het lijkt alsof ze unisono gespeeld worden, zij het met minieme afwijkingen. 

Tansy Davies 1973

Davies: Soul Canoe

Als derde huiscomponist op rij van Het Concertgebouw woonde de Britse Tansy Davies drie maanden in Amsterdam. Tijdens haar verblijf werden verschillende stukken van haar uitgevoerd en in december was zij jurylid bij de compositiewedstrijd van het Alba Rosa Viva! Festival. Ze snoof gretig de sfeer op in de stad, bezocht concerten en musea en ontmoette verre verwanten, om inspiratie op te doen voor een nieuwe compositie voor Asko|Schönberg.

Zelf wonend vlak bij de monding van de Theems was ze met name gefascineerd door het vele water en de woonboten in de grachten. Ze dacht aan de mensen die per schip van en naar de koloniën reisden en aan de ‘Soul Canoe’ die ze tijdens een tentoonstelling in Londen had gezien. Deze ceremoniële kano uit West-­Papoea is gevuld met uit hout gesneden wezens, die haar herinnerden aan de huidige bootvluchtelingen – Davies haakt vaker aan bij actuele ’s.

Al deze indrukken vonden hun weerslag in haar pas afgelopen maand voltooide compositie Soul Canoe. Het driedelige stuk is gezet voor drie blazers, drie strijkers, , piano, elektrische gitaar en . Alle delen hebben hetzelfde trage tempo.

Soul Canoe opent met ‘Floating, spacious’, (vloeiend, ruimtelijk). Tegen een achtergrond van tremolerende ­blazers, strijkers, marimba en piano plaatst de gitaar golvende jes, terwijl de accordeon langgerekte clusters speelt. In het hierop volgende ‘Searing, intoxicating’ (schroeiend, bedwelmend) omkringelen blazers en strijkers elkaar in zwierige cantilenen. De gitaar speelt en in een zestiendenritmiek, de accordeon volhardt in zijn aangehouden clusters, tegen zacht geroffel van een basdrum. 

Het derde en laatste deel, ‘Mercurial. Light, playful, nervous’ (Kwikzilverig. Licht, speels, zenuwachtig), opent met snelle, door alle registers springende figuurtjes van piano, gitaar en accordeon. De overige instrumenten volgen al snel, waarna een spel ontstaat tussen nerveuze, dichtgepakte texturen en passages waarin de spanning even wordt losgelaten en ruimte ontstaat voor bespiegeling. Een treffende verbeelding van de wisselende gemoedstoestanden van mensen die in wrakke bootjes een onzekere toekomst tegemoet gaan.

Tansy Davies 1973

Davies: Salt Box

Als tiener speelde Tansy Davies gitaar en basgitaar in popbands waarin ze ook zong. ‘We deden bijvoorbeeld covers van The Police’, zei ze hierover tegen ondergetekende. ‘Het was heel kleinschalig, we traden op in kroegen maar toerden niet door het land.’ Wat haar aantrekt in rockmuziek is de lichamelijkheid ervan: ‘Bij een gitaar draait alles om het dansen, it’s music from the hips not from the lips.’  

Haar achtergrond in het clubcircuit is duidelijk hoorbaar in Salt Box. De titel verwijst naar de houten kist op oorlogsschepen waarin de munitie werd beschermd tegen vocht. Het stuk opent met gedempt geklop en getimmer op band, waartegen een keyboard trage lijnen plaatst. Gaandeweg produceren strijkers en scherpe uithalen en e klanken, gelardeerd met felle interrupties van het . Het lijkt een wilde

Zelf zei ze hierover: ‘Ik wilde de sfeer treffen van het waterlandschap en de imposante luchten van de kustlijn van Noord-Kent, maar ook de treurige aanblik van de majestueuze, vervallen gebouwen van de Chatham Werf.’ Een criticus sprak na de première van ‘een klopgeest in de dorpskerk’.

Andriessen/Padding: Gesprek

Martijn Padding studeerde bij Louis Andriessen. Hij houdt van tegenstellingen tussen het logische en het onlogische. Zijn werk heeft vaak een humoristische ondertoon en maakt geregeld gebruik van theatrale elementen.

Dat geldt zeker voor Gesprek, dat hij samen met zijn vroegere docent componeerde. Het stuk was onderdeel van een project van Slagwerk Den Haag rond het vermaarde Double Music voor kwartet van John Cage en Lou Harrison uit 1941. Dit leidde tot zeven nieuwe stukken van veertien componisten. 

Gesprek is een hilarische, vijf minuten durende act waarin twee ers elkaar af lijken te willen troeven in virtuositeit – alleen bespelen zij geen instrumenten maar produceren ze een scala aan geluiden met hun eigen lichaam. Ze sissen, snuiven, grommen, klakken met hun tong en knippen met hun vingers terwijl ze onderwijl een levendig mimespel opvoeren. Soms bekijkt de een misprijzend de capriolen van de ander, de armen demonstratief over elkaar geslagen, om vervolgens zelf weer los te barsten in een klankballet. 

De bestaat uit exact genoteerde klanken, s en toonhoogtes. Deze zijn ontleend aan een gesprek tussen Andriessen en Padding waaruit de klinkers zijn weggefilterd. De gebaren zijn vrij maar moeten gerelateerd zijn aan de uitgestoten geluiden, zodat elke uitvoering anders is.

Biografie

Asko|Schönberg, ensemble

Asko|Schönberg is een toonaangevend ensemble voor nieuwe muziek, van solostukken tot grootbezet repertoire in zowel concertvorm als in interdisciplinaire voorstellingen. Naast de topcollectie van de grote twintigste-eeuwse componisten – Boulez, Goebaidoelina, Kurtág, Ligeti – speelt het ensemble ook het allernieuwste eenentwintigste-­eeuwse werk.

Asko|Schönberg biedt kansen aan jong talent door compositieopdrachten te verlenen, en geregeld brengt het gezelschap gloednieuw werk in première. Speciale aandacht is er voor samenwerkingen met vooraanstaande musici en en en aanstormende jonge makers. Dankzij de intensieve samenwerking met componisten zijn de ensembleleden gespecialiseerd in het uitvoeren van nieuwe muziek.

Asko|Schönberg is ensemble in residence bij het Muziekgebouw aan ’t IJ. Daarnaast is het bijvoorbeeld te gast bij het Holland Festival, November Music, de Gaudeamus Muziekweek en De Nationale en verzorgt het coproducties met partners uit verschillende kunstdisciplines, zoals Club Guy & Roni en het Noord Nederlands Toneel. Vanuit de Amsterdamse thuisbasis opereert het ensemble over de hele wereld.

Bij het vorige optreden in de , met Lucas De Man in de serie Scherpdenkers in oktober 2019, stond onder meer muziek van Andriessen, Oestvolskaja en Ives op de lessenaars. Afgelopen november werkte Asko|Schönberg ook samen met Awoiska van der Molen, in de wereldpremière van Odysseus van Calliope Tsoupaki.