Jonge Nederlanders: Noa Wildschut speelt Saint-Saëns

Noa Wildschut viool
Elisabeth Brauss piano

Lees het interview: Noa Wildschut combineert soleren en studeren

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate in A gr.t., D 574 (1817) 
‘Grand duo’
Allegro moderato
Scherzo: Presto
Andantino
Allegro vivace

Camille Saint-Saëns (1835-1921)

Introduction et Rondo capriccioso
in a kl.t., op. 28 (1863) 
 
pauze ± 20.55 uur

César Franck (1822-1890)

Sonate in A gr.t. (1886)
Allegretto ben moderato
Allegro
Recitativo – Fantasia
Allegretto poco mosso

Camille Saint-Saëns

Danse macabre (1872) 

einde ± 22.00 uur 

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Classical Futures.
Mede gefinancierd door het programma Creatief Europa van de Europese Unie

Toelichting

Franz Schubert 1797-1828

Schubert: Sonate in A groot

Door Noortje Zanen

Franz Schubert schreef tijdens zijn korte leven niet alleen vele honderden eren, maar ook veel intieme, fantasierijke kamermuziek. Zijn oeuvre voor viool en piano is klein maar hoogwaardig: hij componeerde drie s in 1816, de Sonate in A groot in 1817 en tijdens zijn laatste levensjaren het brillant en de Fantasie in C groot.

De eerste drie charmante sonates staan sinds de postuum verschenen uitgave van Anton Diabelli bekend als ‘sonatines’: kleine sonates met een licht karakter. Met deze term hoopte Diabelli ook amateurs te verleiden tot het aanschaffen van deze partituren.

Schuberts in A groot, ook wel ‘Grand duo’ genoemd, ontstond in de zomer van 1817 maar werd pas lang na zijn dood gepubliceerd, in 1851. Deze sonate is complexer en groter van opzet dan de drie sonatines, met een evenwichtigere verhouding tussen beide instrumenten.

De violist en de pianist voeren samen een interessante dialoog, soms geduldig naar elkaar luisterend, soms elkaar ophitsend tot grote climaxen. Opvallend zijn de verrassende harmonische wendingen en de afwisseling tussen lange, zangerige ën en korte ritmische figuren. Schubert schreef deze sonate en de drie sonatines waarschijnlijk voor zijn broer Ferdinand, een getalenteerd violist met wie hij ook regelmatig strijkkwartet speelde.

Camille Saint-Saëns 1835-1921

Introduction et Rondo capriccioso

De Franse componist, pianist en organist Camille Saint-Saëns heeft een aantal ­belangrijke werken voor viool geschreven, waaronder drie vioolconcerten, de Havanaise en Introduction et so.

Dat laatste werk is net als het favoriete Derde vioolconcert opgedragen aan Pablo de Sarasate, een Spaanse vioolvirtuoos die wereldwijd werd geroemd om zijn briljante spel. Hij gaf Saint-Saëns regelmatig tips over wat er technisch allemaal mogelijk was op een viool. Het lijkt wel alsof de componist al deze tips in zijn Introduction et Rondo capriccioso heeft verzameld.

Het stuk zit vol met indrukwekkende snelle passages, uitdagende dubbelnoten en ingewikkelde streektechnieken en tegelijkertijd bevat het ook uiterst aantrekkelijke ën en opzwepende Spaanse s.

Het was een prachtig geschenk voor zijn vriend Sarasate, die met deze compositie uitstekend kon demonstreren hoe goed hij zijn instrument beheerste. ‘Met zijn magische strijkstok speelde hij mijn composities over de hele wereld’, schreef Saint-­Saëns in 1908. En zo werden zijn vioolstukken mede dankzij Sarasate ­wereldberoemd. 

César Franck 1822-1890

Sonate in A groot

Als het aan de autoritaire vader van César Franck had gelegen was zijn zoon beroemd geworden als een rondreizende pianovirtuoos. Een solocarrière heeft deze Belgisch-Franse musicus echter nauwelijks gehad, hij is veeleer bekend geworden als docent en componist.

In de Parijse scene was hij regelmatig te gast tijdens de muzikale soirees van de ‘Société nationale de musique’, opgericht door Saint-Saëns. De laatste jaren van zijn leven werd Franck zelfs verkozen tot voorzitter van dit gezelschap, omdat de leden niet langer tevreden waren met het conservatieve beleid van ­Saint-Saëns. Francks  in A groot was een huwelijksgeschenk voor Eugène Ysaÿe, de Belgische ­sterviolist die ook regelmatig te gast was in deze Parijse kring.

Mede dankzij Ysaÿe behoort dit e stuk tot de bekendste en meest geliefde sonates voor viool en piano. Een aantrekkelijk kenmerk van deze sonate is dat aan elkaar verwante ’s regelmatig terugkeren in de verschillende delen (het door Franck ontwikkelde ‘cyclische principe’). Zo is het vrolijke laatste deel bijvoorbeeld een feest der herkenning, omdat verschillende passages uit de voorafgaande delen terugkeren.

Camille Saint-Saëns 1835-1921

Danse macabre

De populaire Danse macabre van Camille Saint-Saëns is tegenwoordig vooral bekend als orkestwerk, maar de eerste versie was voor zang en piano, gebaseerd op het gelijknamige gedicht van Henri Cazalis (1840-1909). Daarnaast schreef Saint-Saëns nog twee versies voor viool en ­orkest en voor viool en piano.

De soloviool­partij vertegenwoordigt de Dood, die met zijn betoverende klanken op een vals gestemde viool de doden tot leven wekt om samen te gaan dansen. Opvallend in de orkestversie is de bewust verkeerd gestemde viool (scordatura) van de solist, de hoogste snaar klinkt een halve toon lager.

De duivelse en waarmee de vioolsolo begint kunnen daardoor met twee losse snaren worden gespeeld. In de versie met piano klinken deze akkoorden even ‘vals’, maar de violist speelt ze in positie, omdat de e-snaar normaal is gestemd. In deze versie moet de violist het spookverhaal vertellen zonder hulp van de andere orkest­instrumenten.

De beroemde twaalf klokslagen rond middernacht aan het begin van het stuk (harp), de rammelende botten van de dansende skeletten (xylofoon) en het gekraai van de haan die de dageraad en tevens het eind van de dodendans aankondigt (hobo) klinken nu allemaal in de vioolpartij.  

Biografie

Noa Wildschut, viool

Noa Wildschut soleerde op haar zesde tijdens het Kinderprinsengrachtconcert 2007, won in 2010 het Louis Spohr Vioolconcours in Weimar en in 2012 Het Nederlands Vioolconcours (categorie Iordens), en kreeg in 2013 de Concertgebouw Young Talent Award en in 2017 de Kersjes­vioolbeurs.

Kamermuziek speelde ze met Amihai Grosz, Kian Soltani, Menahem Pressler, Enrico Pace, Igor Levit en Lucas en Arthur Jussen.

In 2019/2020 was ze met haar vaste duopartner Elisabeth Brauss geselecteerd voor de Rising Stars-serie. Noa Wildschut soleerde bij een hele reeks Nederlandse orkesten, maar ook bij het Tonhalle-Orchester Zürich, het Konzert­hausorchester Berlin, het Gürzenich Orchester Köln, de ­Kremerata Baltica, Camerata Salzburg, het Royal Philharmonic Orchestra, de Royal Liverpool Philharmonic en het Pittsburgh Symphony Orchestra.

De violiste studeerde bij Coosje Wijzenbeek, Vera Beths en Antje Weithaas en nam deel aan masterclasses van Ivry Gitlis, Janine Jansen, Frank Peter Zimmermann en Liviu Prunaru. Noa Wildschut heeft de ‘Ex-Lady-Stretton’ (ca. 1730) van Guarneri ‘del Gesù’ en een strijkstok van Léonard Tourte (ca. 1800) in bruikleen.

In de was ze op 4 augustus jongstleden nog te beluisteren.

Elisabeth Brauss, piano

Elisabeth Brauss begon met pianolessen toen ze zes was en werd in 2010 toegelaten aan de Musikhochschule in haar geboortestad Hannover. Na haar eerste prijs op de International Steinway Competition in Hamburg won ze onder meer de Kissinger KlavierOlymp in Bad Kissingen (2016), het pianoconcours ‘Ton und Erklarung’ in Frankfurt (2015) en het Tonali-concours in Hamburg (2013).

Een aantal orkesten engageerden Elisabeth Brauss inmiddels als solist, waaronder de Bochumer en de Dortmunder Symphoniker, de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, het hr-Sinfonieorchester in Frankfurt, de NDR Radiophilharmonie Hannover, het BBC Scottish Symphony Orchestra en het Ulster Orchestra (BBC Proms in the Park in Belfast).

De pianiste is daarnaast een enthousiast kamermusicus, en in haar Rising Stars-tournee 2019/20 met Noa Wildschut speelt ze op podia als de Philharmonie de Paris, de Elbphilharmonie Hamburg, het Palau de la Música in Barcelona, de Kölner Philharmonie en het Barbican Centre in Londen. Solorecitals gaf ze onder meer in Wigmore Hall in Londen en op de festivals van Schleswig Holstein en Snape Maltings.

De in voorjaar 2017 verschenen debuut-cd van de pianiste met werken van Beethoven, Prokofjev, Chopin en Denhoff werd Editor’s Choice in het muziekblad Gramophone. Elisabeth Brauss maakt momenteel als een van de zes geselecteerde jonge musici deel uit van het New Generation Artists Scheme van de BBC.