Karin Strobos, Thomas Beijer Brahms: Die Schönde Magelone

Karin Strobos mezzosopraan
Thomas Beijer piano
Sieger Sloot acteur 

Lees ook het interview met Karin Strobos:
Opera, maar dan anders

Johannes Brahms (1833-1897)

Die schöne Magelone, op. 33 (1861)
Keinen hat es noch gereut
Traun, Bogen und Pfeil
Sind es Schmerzen, sind es Freuden
Liebe kam aus fernen Landen
So willst du des Armen
Wie soll ich die Freude
War es dir, dem diese Lippen bebten
Wir müssen uns trennen
Ruhe, Süssliebchen, im Schatten
So tönet denn, schäumende Wellen
Wie schnell verschwindet
Muss es eine Trennung geben
Geliebter, wo zaudert
Wie froh und frisch mein Sinn sich hebt
Treue Liebe dauert lange 

er is geen pauze
einde ± 21.45 uur

Toelichting

Johannes Brahms 1833-1897

Brahms: Die schöne Magelone

Door Noortje Zanen

Hoewel er regelmatig eren van Johannes Brahms klinken in de is het programma van vanavond uniek. Mezzo­sopraan Karin Strobos presenteert samen met pianist Thomas Beijer en acteur Sieger Sloot Die schöne Magelone, een liedcyclus van Brahms die maar zelden wordt uitgevoerd. Deze mini-, het enige dramatische werk dat Brahms heeft geschreven, gaat over de avonturen van ridder Peter en de beeldschone Napolitaanse prinses Magelone. 

Naast indrukwekkende koorwerken en symfonieën, virtuoze pianostukken en intieme kamer­muziekwerken schreef Brahms ook honderden liederen voor zang en piano. Denk bijvoorbeeld aan de bekende Zigeunerlieder, Liebeslieder, Deutsche Volkslieder en Vier ernste Gesänge. Voor zijn liederen gebruikte Brahms lang niet altijd teksten van beroemde schrijvers als Johann Wolfgang von Goethe en Heinrich Heine.

Veel vaker koos hij voor teksten van minder bekende tijdgenoten zoals Georg Friedrich Daumer en Karl Candidus. ‘Goethes gedichten zijn zo perfect dat geen enkele muziek deze werken kan verbeteren’, zo zou Brahms eens gezegd hebben. Als fervent lezer was hij goed op de hoogte van de Duitse literatuur. Voor Die schöne Magelone greep hij terug op een sprookjesbundel van Ludwig Tieck uit 1797.

In Liebesgeschichte der schönen Magelone und des Grafen Peter von Provence beschrijft Tieck de avonturen van de middeleeuwse ridder Peter uit de Provence in een gemoderniseerde versie. Zo ontbreekt de middeleeuwse, religieuze context en bevat Tiecks versie van het sprookje romantische elementen zoals uitgebreide natuurbeschrijvingen. Tieck voegde gedichten toe aan het verhaal, die de onrustige gevoelens van ridder Peter en de andere personages weerspiegelen.

Brahms kende de sprookjes van Tieck goed, maar waarschijnlijk was het de zanger Julius Stockhausen die hem op het idee bracht om Tiecks ridderverhaal te gebruiken voor een reeks nieuwe eren. Brahms hoorde de zeven jaar oudere bariton voor het eerst optreden in 1856 in de titelrol van Mendelssohns Elias. Hij was zo onder de indruk van deze zanger, dat hij contact zocht. Al snel gingen ze samen op tournee met onder ­andere SchubertDie schöne Müllerin en Schumanns Dichterliebe en zo ontstond een levenslange vriendschap.

Van 1861 tot 1869 werkte Brahms aan Die schöne Magelone, waarvoor hij vijftien gedichten van Tieck selecteerde. Hij droeg de cyclus op aan zijn vriend Stockhausen en samen brachten ze de liederen in première in Hamburg in 1869. Helaas werd het werk niet enthou­siast ontvangen, mogelijk omdat het publiek de liederen niet goed begreep zonder begeleidende tekst van Tieck.

Brahms en Stockhausen verschilden daarover van mening. Brahms vond dat het niet nodig was om het verhaal van ridder Peter en zijn geliefde Magelone te vertellen, omdat het publiek de sprookjes van Tieck immers wel kende. Bovendien bepleitte Brahms dat zijn ‘romances’, zoals hij zelf aan deze liederen refereerde, op zichzelf stonden en daarom niet steeds in verband moesten worden gebracht met Tiecks verhaal.

Stockhausen was het daar niet mee eens. Hij was voorstander van het toevoegen van een verteller, omdat de sprookjes van Tieck kennelijk steeds minder werden gelezen: ‘Ik denk dat de compositie beter te begrijpen is met het bijbehorende verhaal, vooral ook omdat het huidige publiek maar al te graag naar programmamuziek luistert’, zo concludeerde Stockhausen in een brief aan Brahms. Voor de hedendaagse luisteraar is het overigens beslist noodzakelijk dat het verhaal wordt verteld, want de avonturen van ridder Peter en prinses Magelone komen niet voor in de bekende sprookjesboeken van Andersen, de gebroeders Grimm of Moeder de Gans.

Omdat het sprookje vanavond wordt verteld door acteur Sieger Sloot is het nu niet nodig om een samenvatting te geven. Zo blijven de vele omzwervingen die ridder Peter moet maken voordat hij uiteindelijk zijn geluk zal vinden nog even geheim. Tijdens het concert zal echter volledig duidelijk worden aan welke omstandigheden en gevoelens de vijftien romances van Brahms refereren.

Op een paar uitzonderingen na is ridder Peter steeds de protagonist. Zijn wisselende stemmingen van enthousiaste wereldveroveraar tot hopeloos verliefde romanticus en van optimist tot wanhopige twijfelaar klinken terug in de liedteksten en zijn soms ook herkenbaar in de muziek, ook al ontkende Brahms zelf dat zijn muziek het verhaal letterlijk illustreerde. Zelfs zonder bijbehorende teksten doet het in ‘Keinen hat es noch gereut’ denken aan de galop van een paard en zijn allerlei natuurverschijnselen herkenbaar in de muziek, zoals de woeste golven in ‘So tönet denn, schäumende Wellen’ en het kabbelende beekje in ‘Ruhe, Süssliebchen’: het beroemde wiegenlied waarin de geliefden eindelijk in elkaars armen in slaap vallen. In twee gedichten is de ik-persoon een vrouw.

In ‘Wie schnell verschwindet so Licht als Glanz’ weer­klinkt het verdriet van prinses Magelone die in de steek is gelaten door haar geliefde en in ‘Geliebter, wo zaudert dein irrender Fuss?’ zingt haar concurrente ­Sulima, de dochter van de sultan die ook verliefd is op ridder Peter, vrolijk en verleidelijk. Het laatste lied is een soort epiloog die de eeuwige, trouwe liefde bejubelt.  

Biografie

Thomas Beijer, piano

Thomas Beijer kreeg in februari 2022 de Nederlandse Muziekprijs en laat dit seizoen zijn veelzijdigheid zien in een reeks Spotlight-concerten in de . In december vorig jaar maakte hij bovendien zijn solorecitaldebuut in de .

Thomas Beijer voltooide zijn pianostudie cum laude in 2011 bij Jan Wijn aan het Conservatorium van Amsterdam en volgde masterclasses bij onder anderen Jorge Luis Prats, Emanuel Ax, Menahem Pressler en Murray Perahia.

Compositielessen kreeg hij van Elmer Schönberger in Amsterdam en Malcolm Singer in Londen. Met het winnen van het YPF Nationaal Pianoconcours 2007 belandde Thomas Beijer in de top van een nieuwe generatie Nederlandse pianisten.

Sinds zijn tiende geeft hij s en hij werkte met en als Gustavo Gimeno, Neeme Järvi, Ed Spanjaard en Bas Wiegers. Spaanse muziek heeft zijn speciale aandacht: Albéniz, Granados en Falla staan vaak op zijn programma’s, in 2013 bracht hij de cd Canción y Danza uit en in 2017 de roman Geen jalapeños. De pianist maakt deel uit van de Amsterdam Chamber Soloists en is regelmatig te gast bij Camerata RCO. Sinds 2019 is hij bovendien artistiek directeur van de Young Pianist Foundation.

Onder de recente composities van Thomas Beijer zijn de ‘lockdown’-cyclus A Lock without a Key voor sopraan Laetitia Gerards en het Concerto in Technicolor voor jazzvioliste Julia Philippens. In Het Concertgebouw is Thomas Beijer sinds 2009 geregeld te beluisteren, voor het laatst op 31 maart met een Satie-programma inclusief animaties van eigen hand.

Sieger Sloot, spreker

Sieger Sloot komt uit Rotterdam en studeerde in 2000 af aan de Academie voor Theater en Dans in Amsterdam. Hij speelde rollen bij gezelschappen als De Theatercompagnie, Mugmetdegoudentand en Het Toneel Speelt.

Hij was medeoprichter van theatergezelschap De Praktijk. Op televisie was Sieger Sloot te zien in series als Keyzer & de Boer AdvocatenVuurzeeFloor Faber en de kinder-serie Vrijland. Hij was medeschrijver en acteur van het komische programma Nieuw dier.

Ook speelde hij in de Nederlandse versie van het Vlaamse sketchprogramma Wat als…?. Op het witte doek was Sieger Sloot te zien in een onder meer Alles is liefde (2007), Dick Trom (2010), Matterhorn (2013) en Hartenstrijd (2016).

Ook werkte hij mee aan de film/miniserie Riphagen (2016). Naast zijn werkzaamheden voor tv, film en theater ontwikkelde Sieger Sloot zich in de afgelopen jaren ook als schrijver en presentator.

Karin Strobos, mezzosopraan

Vanaf het moment dat Karin Strobos in mei 2011 bij De Nationale inviel als Octavian in Der Rosenkavalier van Richard Strauss kwam haar carrière in een stroomversnelling. Ze kende de rol van Opera Zuid, waar ze van 2009 tot 2011 deel uitmaakte van het zangersensemble. Sinds 2014 heeft de mezzosopraan een vast contract bij het Aalto-Musiktheater in Essen, waar ze dit seizoen onder meer de Mozart-partijen Dorabella (Così fan tutte) en Donna Elvira (Don Giovanni) zingt.

Bij De Nationale werd ze verschillende keren teruggevraagd. Als soliste werd Karin Strobos uitgenodigd door Nederlandse gezelschappen als het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Residentie Orkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest en de philharmonie zuidnederland, maar ook door bijvoorbeeld deFilharmonie van Antwerpen onder leiding van Edo de Waart.

Kamermuziek maakt ze veel en graag met onder meer haar vaste pianiste Else Sterk, haar met Daria van den Bercken (piano) en Felicia van den End (fluit) en met het Cello8ctet Amsterdam. Karin Strobos studeerde bij Henny Diemer aan het Utrechts Conservatorium en aan de Opera Studio Nederland en kreeg zanglessen van Brigitte Fassbaender, Iris Dell’Acqua, Gemma Visser en Margreet Honig. In 2011 won ze de GrachtenfestivalPrijs.