Wiener Philharmoniker en Leonidas Kavakos: Mozart

Wiener Philharmoniker 
Adam Fischer dirigent
Leonidas Kavakos viool

Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Rolex.

Lees ook: 'Wereldtop in huis' particuliere schenkers garanderen toekomst van concertserie

Joseph Haydn (1732-1809)

Symfonie nr. 97 in C gr.t., Hob. I: 97 (1792)
Adagio – Vivace
Adagio ma non troppo
Menuetto: Allegretto & Trio
Finale: Spirituoso 

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Vijfde vioolconcert in A gr.t., KV 219 (1775)
Allegro aperto
Adagio
Rondeau: tempo di menuetto

pauze ± 21.15 uur

Wolfgang Amadeus Mozart

Symfonie nr. 41 in C gr.t., KV 551 (1788) ‘Jupiter’
Allegro vivace
Andante cantabile
Menuetto: Allegretto
Molto allegro 

einde ± 22.25 uur  

Toelichting

Joseph Haydn 1732-1809

Haydn:

Door Clemens Romijn

In dit concert staan twee van de grootste componisten uit de westerse cultuur centraal, Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart. Ze behoorden tot verschillende generaties maar waren goed bevriend. Haydn kwam ter wereld in een boerengehucht in Oostenrijk en werd de beroemdste componist van zijn tijd.

Zijn eerste werken schreef hij in Wenen in de tijd dat Bach in Leipzig nog net niet gestorven was en Mozart in Salzburg nog niet geboren. Zijn laatste werken componeerde Haydn toen Mozart al meer dan tien jaar dood was en Beethoven zijn Derde symfonie, ‘Eroica’ neerschreef.

In de tussentijd had Haydn zich ontwikkeld van een dienstbare kapelmeester in de provincie tot een vrij scheppend kunstenaar met wereldfaam. Hij schudde de handen van prinsen, koningen en keizers, maar verwerkte de talloze volksmelodieën van de man en vrouw in de straat in zijn muziek. ‘Mijn taal verstaat men in de hele wereld’, zei hij ooit tegen Mozart.  

Haydn: Symfonie nr. 97

De bekendste van de ruim honderd symfonieën van Haydn werden de werken die hij na 1790 schreef, het jaar dat zijn broodheer vorst Paul Anton II Esterházy de hofkapel ophief en Haydn naar Wenen verhuisde. Dankzij zijn nieuw verworven vrijheid kon Haydn een tweetal reizen naar Engeland maken, in 1790 en 1794.

Een van de symfonieën die hij in zijn koffer had was de Symfonie in C groot die onder Haydns leiding haar première beleefde in Londen op 3 mei 1792. Ze is een mooi voorbeeld van de vele briljante symfonieën in dezelfde , veelal met ten en . Voordat de symfonie met een krachtige impuls en een fanfare-achtig in beweging komt, is er een machtige klankpoort, een langzame inleiding die de oren op scherp zet.

Daarna volgt een mooi spel met de conventies en hoe die naar de hand te zetten of zelfs te ondergraven: grote dynamische contrasten, daverende en maar ook tedere strijkers-lijnen, stralende en maar ook kwijnende en. In het langzame deel met variaties toont Haydn zich een meester van de metamorfose, zowel in de zin van melodische en harmonische variatie als in subtiele orkest-effecten.

Die variatiekunst klinkt verder door in het met , waar geen enkele herhaling letterlijk is maar steeds weer anders. De snelle Finale is vol esprit, een stuiterende stroom muziek vol buitelende vondsten, terugkerende refreinen (-vorm), en zowaar een vioolsolo, vlak voor de ferme slot-akkoorden.  

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Vioolconcert in A groot

Aangespoord door zijn vader Leopold leverde Mozart in zijn Salzburgse jaren opvallend veel vioolmuziek af, waaronder maar liefst vijf vioolconcerten. Het Vijfde vioolconcert in A groot is daarvan het omvangrijkste stuk en volgens velen het beste vioolconcert uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Het geeft een goede indruk van Mozart als jonge violist-componist. Het ademt de toen heersende smaak van élégance en toegankelijkheid, en sluit aan bij Johann Christian Bach, Dittersdorf, Vanhal, de vroege Haydn en Boccherini. De pompeuze is begraven, hier heerst een nieuwe bevalligheid. Er zijn plotselinge dynamische en zoals bij het destijds beroemde orkest uit Mannheim, vooral in de snelle delen. Alle toondichters uit Mozarts tijd waren in de ban van dit hoforkest van keurvorst van Pfalz-Bayern Carl Theodor: ‘Geen orkest ter wereld heeft ooit dat van Mannheim overtroffen. Zijn forte is een donder, zijn een waterval, zijn diminuendo een kabbelende kristalstroom in de verte, zijn piano een lentebries. De blaasinstrumenten worden alle zo te pas gebracht als het moet; zij heffen en dragen of vullen en bezielen de storm der violen.’ Zo bejubelde Christian Daniel Friedrich Schubart het Mannheimse orkest in zijn Ideen zu einer Ästhetik der Tonkunst (Wenen, 1806).

Mozart is kwistig met de zogenaamde ‘Mannheimer Rakete’, een die als een muzikale vuurpijl plotseling omhoog of omlaag kan schieten. En natuurlijk de ‘Mannheimer Seufzer’ (zuchtende figuur) die in alle delen te horen is en de melodie iets smachtends geeft. Alleen al de langzame binnenkomst van de viool na een snelle orkestinleiding is een vondst van formaat. Het prachtige langzame deel lijkt een - waarvan de tekst is weggelaten. En het laatste deel begint als een en sierlijk , maar mondt tijdelijk uit in zwierige en heftige ‘zigeunermuziek’ die het concert de bijnaam ‘Turks’ heeft bezorgd. Oostenrijkse elegantie en Ottomaanse wildheid verenigd in de muziek van een jongeman van negentien.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Mozart: 'Jupiter'-symfonie

‘Hier beleefde ik de gelukkigste muzikale uren van mijn leven. Deze kleine man en grote meester gaf twee s ten gehore op een pianoforte met pedaal, zo prachtig! zo prachtig! dat ik helemaal buiten mezelf was. Hij vervlocht de moeilijkste passages met de mooiste ’s. Zijn vrouw sneed ganzenveren bij voor de kopiist, een leerling was aan het componeren, een vierjarig jongetje liep in de tuin en zong recitatieven, kortom, alles m deze schitterende man was muziek!’ 

Dat schreef de Deense acteur Joachim Preisler na een zondagse visite aan Mozart in Wenen in augustus 1788. Twee weken eerder, op 10 augustus, had Mozart de laatste hand gelegd aan een symfonie waarin hij ‘de moeilijkste passages had vervlochten met de mooiste ’s’. Het was de laatste en meest complexe symfonie die hij ooit schreef, de Symfonie nr. 41 in C groot, de laatste van het grote drietal uit de zomer van 1788. Mozart beleefde toen zorgelijke tijden.

Hij ging gebukt onder grote financiële misère en een sterk teruglopende interesse voor zijn muziek in de kringen van adellijke geldschieters. Zijn  Don Giovanni was wel warm onthaald in Praag maar sloeg niet aan in Wenen, en het Weense publiek stond niet langer te trappelen bij zijn concerten. Bijna alle culturele activiteiten waren stilgelegd vanwege de nieuwe oorlog tussen Oostenrijk en Turkije.

Mozarts inkomsten droogden op. Hij was gedwongen voor zijn gezin een goedkoper onderkomen te zoeken buiten het centrum van Wenen. In brieven probeerde hij de verhuizing nog als een zegen te brengen: ‘Ik heb hier meer vrije tijd om te werken nu ik niet meer zo wordt opgehouden door het vele bezoek.’ Maar een beetje afleiding had Mozart wel kunnen gebruiken, want hij kreeg nauwelijks opdrachten en had net zijn zes maanden oude dochtertje Theresia verloren.

In een brief aan een vrijmetselaarslogebroeder repte hij in die tijd over ‘donkere gedachten die ik met geweld moet verdrijven’. In die zomer van 1788 voltooide Mozart wel zijn drie laatste symfonieën, in zo’n zeven weken tijd. Was dit het geweld geweest waarmee hij zijn donkerste gedachten verdreef?

De Symfonie nr. 41 in C groot is sinds de vroege negentiende eeuw bekend als de ‘Jupiter’, naar de Romeinse oppergod, vanwege het verheven, goddelijke, stralende en optimistische karakter van de muziek.

Het was niet Mozart die het opschrift ‘Jupiter’ bedacht, maar de Engelse impresario Johann Peter Salomon, die met succes Haydn naar Engeland had uitgenodigd en ook geprobeerd had Mozart zover te krijgen. Het is tevens de meest gespeelde, beschreven, geanalyseerde en bejubelde symfonie van Mozart.

Robert Schumann schreef in 1835: ‘Over veel dingen in deze wereld kan men eigenlijk niets zeggen, zoals over Mozarts Symfonie in C groot, over veel van Shakespeare en sommige werken van Beethoven.’  

Biografie

Adam Fischer, dirigent

Adam Fischer studeerde in Boedapest en Wenen en was onder meer leerling van de legendarische Hans Swarovsky. Als dirigent koestert hij al sinds 1973 nauwe banden met de Wiener Staatsoper – hij dirigeerde er maar liefst 26 verschillende opera’s – en gedurende de afgelopen drie decennia werd hij ook geëngageerd door bijvoorbeeld de Metropolitan Opera in New York, de Royal Opera Covent Garden in Londen, de Bayerische Staatsoper in München, de Scala in Milaan en het festival van Bayreuth.

Van 2007 tot 2010 was Adam Fischer artistiek directeur van de Boedapest , en in deze stad riep hij ook het Wagner Festival in het leven. In Eisenstadt was hij in 1987 oprichter van het Haydn Festival; tot op heden is hij eredirigent van het festivalorkest, waarmee hij de complete symfonieën van Haydn ook opnam.

Sinds 1998 is Adam Fischer chef- van het Deens Kamerorkest in Kopenhagen en sinds 2015 bekleedt hij een vergelijkbare functie bij de Düsseldorfer Symphoniker, waarmee hij zich met name concentreert op het oeuvre van Mahler. Als gastdirigent musiceerde hij met gezelschappen als de Wiener Philharmoniker, het Mozarteum Orchester Salzburg, het Orchestre de Paris, het London Philharmonic Orchestra en de en van Boston en Chicago.  

Leonidas Kavakos, viool

Leonidas Kavakos brak internationaal door met het winnen van Sibelius Concours in 1985 en het Paganini Concours in 1988. Sinds die tijd werkt hij met gezelschappen als de Wiener, de Berliner en de ­Münchner Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra en het Orchestre Philharmonique de Radio France.

Sinds 2002 is hij een graag geziene gast bij het Concertgebouworkest, waar hij soleerde in een breed repertoire van Saint-Saëns en Tsjaikovski tot Rihm en Dutilleux.

In het seizoen 2014/2015 was hij de eerste artist in residence in de geschiedenis van het orkest. Tijdens Opening Night 2021 op de Dam soleerde hij in werken van Kreisler, Paganini, Mascagni en Ravel, en in oktober en november 2022 was hij met het orkest onder leiding van Daniel Harding in Amsterdam en op tournee te horen in BrahmsVioolconcert.

In zijn geboortestad Athene geeft hij jaarlijks druk bezochte masterclasses viool en ensemblespel. Leonidas Kavakos is ook actief als ; zo leidde hij het Budapest Festival Orchestra, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, de New York Philharmonic, de Wiener Symphoniker, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Sa­nta Cecilia, het Israël Filharmonisch Orkest en het Chamber Orchestra of E­urope.

Leonidas Kavakos trad regelmatig op met cellist Y­o-Yo Ma en pianist Emanuel Ax en rekent onder zijn kamermuziekpartners ook de pianisten Enrico Pace en Yuja Wang. Solo was hij te horen in bijvoorbeeld Bachs ’s en s, die hij ook op cd opnam. Leonidas Kavakos bespeelt de ‘Willemotte’-­Stradivarius uit 1734.

Wat vindt Leonidas Kavakos zo bijzonder aan Korngolds Vioolconcert? Lees hier het artikel.

Wiener Philharmoniker, orkest

De Wiener Philharmoniker speelt al meer dan 180 jaar een hoofdrol in de westerse klassieke muziek; mede vanwege zijn uitgesproken ‘Wiener Klang‘ en de wereldwijd uitgezonden Nieuwjaarsconcerten en Sommernachtskonzerte op Schönbrunn behoort het tot de beroemdste orkesten ter wereld.

In 2018 ging de eigen Orchesterakademie van start. 

De Wiener Philharmoniker werd in 1842 opgericht door Otto Nicolai als een vereniging van musici uit de hofopera, en de leden van de Wiener Philharmoniker worden vandaag de dag nog steeds gerekruteerd uit het orkest van de Wiener Staatsoper. Sinds 1860 verzorgt het orkest zijn eigen concertseries, sinds 1870 in de Goldener Saal van thuisbasis de Wiener Musikverein.

Het gezelschap trad voor het eerst buiten Wenen op bij de eerste Salzburger Festspiele in 1877 en is daar sinds 1922 jaarlijks te horen. Richard Strauss stond geregeld op de bok, en Gustav Mahler leidde het eerste buitenlandse concert: in 1900 op de Wereldtentoonstelling in Parijs. Internationale tournees werden steeds belangrijker en de betrekkingen met Japan zijn zó hecht dat daar zelfs in de pandemiejaren 2020 en 2021 onder speciale maatregelen opgetreden kon worden.

De eerste concerten van de Wiener Philharmoniker in Het Concertgebouw vonden plaats in oktober 1940, als onderdeel van een Weense week. Het laatste optreden, op 12 mei 2023, bestond uit werken van Janáček, Prokofjev en Sjostakovitsj onder leiding van Jakub Hrůša. Rolex is sinds 2008 sponsor van het orkest.