Patricia Petibon & Susan Manoff: tussen Frankrijk en Spanje
Patricia Petibon sopraan
Susan Manoff piano
Lees ook: 'Reizen door de ziel' - interview met Patricia Petibon
Claude Debussy (1862-1918)
Beau soir (1891)
Nicolas Bacri (1961)
All through Eternity
uit ‘Three Love Songs’ (2005)
A la mar
uit ‘Melodías de la melancolia’ (2010)
Joaquín Rodrigo (1901-1999)
Canción del grumete (1938)
Gabriel Fauré (1845-1924)
Les berceaux
uit ‘Trois mélodies’ (1879-81)
Yann Tiersen (1970)
Porz Goret (2015)
Manuel Rosenthal (1904-2003)
Le vieux chameau du zoo
uit ‘Chansons du monsieur Bleu’ (1934)
Henri Collet (1885-1951)
Seguidilla
uit ‘Danzas castellanas’ (1925)
Fernando J. Obradors (1897-1945)
El vito
uit ‘Canciones clásicas españolas’ (1920)
Joaquín Turina (1882-1949)
Tu pupila es azul
uit ‘Tres poemas’ (1933)
Xavier Montsalvatge (1912-2002)
Canción de cuna para dormir a un negrito
uit ‘Canciones negras’ (1945-46)
Murray Semos (1913-1997) /
Frank Stanton (1857-1927)
Busy Line (1949; arr. D. Lockwood)
Erik Satie (1866-1925)
Eerste gnossienne (1890)
Norbert Glanzberg (1910-2001)
Padam, padam… (1948; arr. D. Naïditch)
pauze ± 21.00 uur
Francis Poulenc (1899-1963)
Sanglots
uit ‘Banalités’ (1940)
Jules Massenet (1842-1912)
Nuit d’Espagne (1874)
Frank Bridge (1879-1941)
Winter Pastoral (1925)
Henri Collet
Los amantes de Galicia: A vida dos arrieros (1942)
Manuel de Falla (1876-1946)
El paño moruno
uit ‘Siete canciones populares -españolas’ (1914-15)
Carlos Guastavino (1912-2000)
La rosa y el sauce (1942)
Santa Fe antiguo
uit ‘Diez cantilenas argentinas’ (1958)
Manuel de Falla
Allí está! Riyendo
uit ‘La vida breve’ (1904-05)
Danza del fuego fatuo
uit ‘El amor brujo’ (1916-17)
Heitor Villa-Lobos (1887-1959)
Nesta rua
uit ‘Modinhas e canções’ (1943)
Francisco Mignone (1897-1986)
Dona Janaína
uit ‘Quatro líricas’ (1938)
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Tussen Frankrijk en Spanje
Door Frits de Haen
Het lijkt erop dat ze iets met elkaar hebben. Of anders in ieder geval iets hebben gehad: Frankrijk en Spanje. Frankrijk kende een Spaanse mode vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw. Denk maar aan Bizets Carmen uit 1875. Aan Chabriers España uit 1883.
Maar ook later zochten componisten daar inspiratie, zoals Ravels van 1928 bewijst, of Debussy’s La soirée dans Grenade van 1903. Omgekeerd was het Falla die in zijn Homenaje ‘Pour le de Claude Debussy’ deze Soirée citeerde.
Al met al redenen te over om de grote verwantschap te belichten tussen de landen benoorden en bezuiden de Pyreneeën. En dan vooral te focussen op hoe de typisch Spaanse karakteristieken (op hun beurt oriëntaals beïnvloed door de eeuwenlange Moorse overheersing) de Ars Gallica (Gallische kunst) kleurden.
Eerst richten we de blik echter meer west- dan zuidwaarts, met Debussy’s Beau soir, de zonsondergang als metafoor van het leven – een rivier die richting de zee gaat. Dacht men aanvankelijk dat de componist het al componeerde toen hij zestien was, inmiddels weten we dat het uit 1891 stamt. Ook A la mar belicht de zee, Nicolas Bacri droeg het op aan Patricia Petibon. All through Eternity ontstond bij gelegenheid van de zestigste verjaardag van UNESCO.
A la mar verwijst niet alleen naar de zee, maar brengt ons ook naar onze bestemming Spanje, met zijn expressionistische uitroepen die doen denken aan rauwe flamenco-exclamaties. Ook de Canción del grumete, het van de scheepsjongen, speelt zich af in een Spaanse – maritieme – setting: de frygische modaliteit (meer over modaliteit: ), parallelharmoniek en de arabesken zijn flamenco-geïnspireerd.
Gabriel Fauré’s Trois mélodies verwijzen ook weer naar de zee, nu lokkend – een idee dat de componist erg aansprak toen hij verliefd was op leerlinge Alice Boissonnet. Yann Tiersen zullen de meesten kennen van de filmmuziek voor Le fabuleux destin d’Amélie Poulin. Tiersen leerde zichzelf gitaar en viool spelen, maakte popmuziek en ontwikkelde zich tot multi-instrumentalist. Porz Goret maakt deel uit van een verzameling stukken geïnspireerd op het eiland Ouessant, voor de kust van Bretagne.
Een heel andere toets slaat Manuel Rosenthal aan in Le vieux chameau: oriëntaals wordt de heimwee van een kameel in de dierentuin bezongen. Al sinds haar studietijd is Patricia Petibon een voorvechtster van de muziek van Rosenthal, een van de weinige Ravel-leerlingen. Henri Collet werd misschien bekender omdat hij de naam Les Six muntte (de groep rond Milhaud, Honegger en Poulenc) dan door zijn composities.
Wat hem te kort doet, want hij was als literatuurdocent niet alleen een perfecte schakel tussen de Franse impressionisten en Spanje maar ook een begenadigd componist. Zijn Seguidilla demonstreert hoezeer Spanjaarden als Albéniz en Falla hem beïnvloedden.
Ook de liederen van Fernando Obradors laten het Spaanse coloriet horen, met hun welhaast oosters aandoende guirlandes van El vito, alsmede de aflopende baslijnen die je zo vaak tegenkomt bij de Spaanse muziek. Joaquín Turina componeerde al vanaf zijn twaalfde jaar. Zoals veel Spaanse tijdgenoten stak hij zijn licht op in Parijs, maar na de kennismaking met Isaac Albéniz zocht hij zijn inspiratie in de volksmuziek van zijn geboorteland.
Turina’s Tres poemas knipogen tekstueel naar Lord Byron: aanvankelijk heette Tu pupila es azul ‘Imitación de Byron’. Uit een heel ander vaatje tapt Xavier Montsalvatge in zijn Canción de cuna para dormir a un negrito: een heel relaxed habanera- wiegt een klein zwart jongetje in slaap. Dan is Busy Line, Rose Murphy’s succesnummer, van een heel ander karakter: de herhaalde terugkeer van het ‘brr… brr…’ als verklanking van de bezettoon van de telefoon is even grappig als effectief.
Zulke humoristische toetsen voeren als vanzelf naar Erik Satie, het enfant terrible van de Franse muziek. Hij had lak aan gevestigde genres en voerde nieuwe benamingen in, zoals Gnossiennes. Of de term nu ontleend is aan het Griekse γνοσίς (Satie voelde zich aangetrokken tot het gnosticisme) of verwijst naar Knossos, een plaats op het eiland Kreta, blijft onduidelijk maar Chopin klinkt wellicht even sterk door als de gamelanmuziek die Satie hoorde tijdens de Parijse Wereldtentoonstelling van 1889.
Van zijn wereld naar Édith Piaf is misschien niet eens zo’n grote stap. Het was voor haar dat Norbert Glanzberg zijn Padam, padam schreef, dat inzoomt op de sterke associatieve eigenschappen van muziek. Glanzberg was jarenlang de vaste begeleider van Piaf en musiceerde in Parijse nachtclubs, onder meer met jazzgitarist Django Reinhardt.
Sanglots stamt uit Francis Poulencs ‘Banalités’. Deze benaming is wel in verband gebracht met Poulencs neiging tot sarcasme en ironie. Dat laat onverlet dat ‘Snikken’, dat de vijfstemmige bundel afsluit, emotionele dieptes aanboort. Met Jules Massenets Nuit d’Espagne begeven we ons weer richting Spanje, niet alleen qua titel maar ook qua stijl; het is een .
Om af te koelen na deze gepassioneerde Spaanse nacht klinkt Frank Bridges Winter Pastoral, een introvert stuk dat elke heethoofdigheid lijkt te willen bezweren met zijn sfeertekening van een ochtend vol vrieskou. Hierna barst de Spaanse vurigheid weer in alle hevigheid los. Aanvankelijk in Collets Los amantes de Galicia, met zijn dalende motieven en parallelharmoniek, daarna, met zijn typisch Spaanse DNA, Falla’s El paño moruno.
Het maakt deel uit van zijn wellicht populairste verzameling. Met Carlos Guastavino steken we over naar Argentinië, met muziek die veeleer een amalgaam is van diverse invloeden. Santa Fe antiguo is een hommage aan Guastavino’s geboortestad, hoofdstad van de gelijknamige provincie in het noorden van Argentinië.
Terug naar Spanje, waar Falla een deel van zijn leven doorbracht op de heuvel tegenover het Alhambra in Granada. Van zijn werken zijn de La vida breve en het ballet El amor brujo misschien wel het bekendste. Uit de eerste klinkt een , uit de tweede de beroemde Vuurdans, met zijn opzwepende s. Met Heitor Villa-Lobos en Francisco Mignone belanden we ten slotte in Brazilië – ook al kwamen hun beider voorouders uit Europa.
Villa-Lobos speelde in theaters en bioscopen en tekende talloze soorten Braziliaanse volksmuziek op tijdens zijn reizen door het Amazonegebied, die hij in zijn eigen muziek verwerkte. Ook Mignone had een open oor voor de muziek van zijn vaderland. Hoewel zijn vader Italiaan was en zoonlief deels opgeleid werd in Italië, ontwikkelde hij zich tot de belangrijkste Braziliaanse componist na Villa-Lobos.
Misschien nog meer dan bij Villa-Lobos hoor je bij hem de typische Braziliaanse volksmuziek. Zijn Dona Janaína is een wervelend lied en een lofzang op een zeemeermin. Het combineert daarmee de twee uitgangspunten van dit programma: maritieme taferelen en Spaanse vurigheid.
Biografie
Patricia Petibon, sopraan
Patricia Petibon studeerde aan het Conservatoire National Supérieure de Musique in Parijs en werd ontdekt door William Christie, die haar uitnodigde bij zijn gezelschap Les Arts Florissants.
Ze maakte haar debuut op het toneel in 1996, tijdens een productie van Rameaus Hippolyte et Aricie in Parijs. Sindsdien zong de Franse sopraan vele rollen, in werk van componisten als Mozart, Offenbach, Donizetti, Poulenc en Berg. Ook werkte ze mee aan de wereldpremière van Philippe Boesmans’ opera Au monde, in de Koninklijke Muntschuwburg in Brussel.
Uiteenlopende engagementen brachten de zangeres naar de grote huizen van steden als Wenen, Milaan, Madrid, Genève, München en Barcelona en de festivals van Salzburg en Aix-en-Provence. Ook voor het geven van s reist Patricia Petibon door Europa.
Ze werkt graag samen met pianiste Susan Manoff, maar deelde het podium ook met jazzvioliste Fiona Monbet en jazzpianist Dimitri Naïditch. Veel succes had ze met het album La belle excentrique, met zeer gevarieerd Frans repertoire, opgenomen met Susan Manoff. Dit programma voerde ze onder meer uit in de van Het Concertgebouw (in juni 2016), nadat ze daar in februari 2014 haar Amsterdamse recitaldebuut had gemaakt.
Susan Manoff, piano
Susan Manoff is van Lets-Duitse afkomst en studeerde aan de Manhattan School of Music in haar geboorteplaats New York en aan de University of Oregon. Bij Gwendoline Koldofsky specialiseerde de pianiste zich in de kunst van het begeleiden.
Ze trad op in bijvoorbeeld Carnegie Hall in New York, de Londense Wigmore Hall, het Konzerthaus en de Musikverein in Wenen en het Théâtre du Châtelet en de Salle Gaveau in Parijs. Naast haar interesse in het repertoire speelt Susan Manoff ook regelmatig kamermuziek.
In een aantal theatraal getinte programma’s mengde ze muziek en gesproken woord. Hiervoor werkte ze samen met acteurs en regisseurs als Fabrice Luchini, Jean Rochefort en Hans-Jürgen Syberberg. Cd’s maakte Susan Manoff onder andere met de sopranen Sandrine Piau en Véronique Gens en met violist Nemanja Radulovic. De pianiste geeft les aan het conservatorium in Parijs en kreeg in 2011 de titel Chevalier des Arts et des Lettres van het Franse ministerie van cultuur.

