Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Composer in residence: Een avond rondom Gabriela Ortiz

Composer in residence: Een avond rondom Gabriela Ortiz

Kleine Zaal
07 maart 2026
20.15 uur

Print dit programma

Claire Booth sopraan

Dudok Quartet Amsterdam:
Judith van Driel viool
Marleen Wester viool
Marie-Louise de Jong altviool
David Faber cello

Dit concert wordt voorzien van boventiteling.

Ook interessant:
- Het interview met Gabriela Ortiz
- 7 bijzondere vrouwelijke componisten

VAN MOZART TOT MEXICO

Gabriela Ortiz (1964)

Aroma Foliado (2006)
voor strijkkwartet

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Strijkkwartet in D gr.t., KV 575 (1789)
‘Pruisisch’
Allegretto
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegretto

Gabriela Ortiz

Baalkah (1999)
voor sopraan en strijkkwartet
Chac
Sac
Ek
Kan
Ak’

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Met dank aan het Composer in Residence Fonds.

Kleine Zaal 07 maart 2026 20.15 uur

Claire Booth sopraan

Dudok Quartet Amsterdam:
Judith van Driel viool
Marleen Wester viool
Marie-Louise de Jong altviool
David Faber cello

Dit concert wordt voorzien van boventiteling.

Ook interessant:
- Het interview met Gabriela Ortiz
- 7 bijzondere vrouwelijke componisten

VAN MOZART TOT MEXICO

Gabriela Ortiz (1964)

Aroma Foliado (2006)
voor strijkkwartet

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Strijkkwartet in D gr.t., KV 575 (1789)
‘Pruisisch’
Allegretto
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegretto

Gabriela Ortiz

Baalkah (1999)
voor sopraan en strijkkwartet
Chac
Sac
Ek
Kan
Ak’

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Met dank aan het Composer in Residence Fonds.

Toelichting

Gabriela Ortiz (1964)

Aroma Foliado

door Joost Galema

Wie klassieke pianolessen neemt, leert al jong de taal van Johann Sebastian Bach en Wolfgang Amadeus Mozart. Ook wanneer je opgroeit in Mexico-Stad, zoals componist Gabriela Ortiz. Haar grote inspiratiebronnen werden uiteindelijk Béla Bartók en Igor Stravinsky, die schaamteloos volksmelodieën door hun stukken weefden.

Maar Mozart is ze nooit vergeten. Zo’n twintig jaar geleden begon Ortiz aan een strijkkwartet ter gelegenheid van Mozarts 250ste verjaardag. ‘En de muzikale taal hierin moest lichtvoetig en absoluut vrij vloeien.’ In haar herinnering greep ze terug op het eerste van Mozarts drie ‘Pruisische’ strijkkwartetten (KV 575), waarvan ze fragmenten citeerde in haar Aroma Foliado (‘de geur van bladeren’). En Ortiz liet zich inspireren door de werkwijze van de Amerikaanse beeldend kunstenaar Suzanne Bocanegra (die is getrouwd met de componist David Lang, maar dat terzijde). Zij bracht in haar serie All the Petals een ode aan de Vlaamse barokschilder Jan Brueghel de Oude (1568-1628). Deze oude meester maakte enkele prachtige schilderijen over de menselijke reukzin. Het fascineerde Bocanegra. Haar installatie Sense of Smell baseerde zij op de Allegorie van de geur, die Brueghel schilderde met Peter Paul Rubens. Hierin zitten een vrouw en een kind in een tuin vol bloemen.

De kunstenares maakte ‘portretten’ van de afzonderlijke bloemblaadjes op het schilderij. Wat Ortiz hierin boeide, was de manier waarop Bocanegra de kunst van Brueghel interpreteerde en moderniseerde en zodoende ­‘nieuwe taal schiep’. Met dat principe in haar achterhoofd keek Ortiz naar het ‘Pruisische’ strijkkwartet in D groot van Mozart. Niet om het te herscheppen, maar om het binnen haar eigen Aroma Foliado nieuwe betekenis te geven.

Wie klassieke pianolessen neemt, leert al jong de taal van Johann Sebastian Bach en Wolfgang Amadeus Mozart. Ook wanneer je opgroeit in Mexico-Stad, zoals componist Gabriela Ortiz. Haar grote inspiratiebronnen werden uiteindelijk Béla Bartók en Igor Stravinsky, die schaamteloos volksmelodieën door hun stukken weefden.

Maar Mozart is ze nooit vergeten. Zo’n twintig jaar geleden begon Ortiz aan een strijkkwartet ter gelegenheid van Mozarts 250ste verjaardag. ‘En de muzikale taal hierin moest lichtvoetig en absoluut vrij vloeien.’ In haar herinnering greep ze terug op het eerste van Mozarts drie ‘Pruisische’ strijkkwartetten (KV 575), waarvan ze fragmenten citeerde in haar Aroma Foliado (‘de geur van bladeren’). En Ortiz liet zich inspireren door de werkwijze van de Amerikaanse beeldend kunstenaar Suzanne Bocanegra (die is getrouwd met de componist David Lang, maar dat terzijde). Zij bracht in haar serie All the Petals een ode aan de Vlaamse barokschilder Jan Brueghel de Oude (1568-1628). Deze oude meester maakte enkele prachtige schilderijen over de menselijke reukzin. Het fascineerde Bocanegra. Haar installatie Sense of Smell baseerde zij op de Allegorie van de geur, die Brueghel schilderde met Peter Paul Rubens. Hierin zitten een vrouw en een kind in een tuin vol bloemen.

De kunstenares maakte ‘portretten’ van de afzonderlijke bloemblaadjes op het schilderij. Wat Ortiz hierin boeide, was de manier waarop Bocanegra de kunst van Brueghel interpreteerde en moderniseerde en zodoende ­‘nieuwe taal schiep’. Met dat principe in haar achterhoofd keek Ortiz naar het ‘Pruisische’ strijkkwartet in D groot van Mozart. Niet om het te herscheppen, maar om het binnen haar eigen Aroma Foliado nieuwe betekenis te geven.

door Joost Galema

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

‘Pruisisch’ strijkkwartet

door Joost Galema

In de lente van 1789 reisde Mozart door Noord-Duitsland om Bachs muzikale erfenis te ontdekken, maar ook en vooral om nieuwe en lucratieve opdrachten binnen te slepen om zijn permanente geldnood te lenigen. En dat laatste lukte. Hij speelde aan het hof van de Pruisische vorst ­Frederik Willem II – zelf een verdienstelijk cellist – die zes eenvoudige klaviersonates voor zijn dochter bestelde en zes strijkkwartetten voor zichzelf. 

Mozart begon nog bevlogen die zomer, maar kwam uiteindelijk niet verder dan één klaviersonate en drie strijkkwartetten, waarin de cello een grote rol kreeg. Een jaar na het bezoek aan de koning brachten acute geldproblemen de componist ertoe zijn drie voltooide Pruisische kwartetten aan een uitgever te verkopen. ‘Ik ben gedwongen om deze stukken – na alle uitputtende arbeid – weg te geven voor de prijs van een lied, alleen om weer wat contanten te hebben’, beklaagde hij zich.

Het Strijkkwartet in D groot, KV 575 is het eerste in de reeks. Het ademt zonnigheid en een levenslust die we gewend zijn van Mozart én van zijn grote voorbeeld in dit genre, Joseph Haydn. Maar de opzet was anders en groter dan voorheen: de strijkers krijgen zulke uitgesproken eigen stemmen dat het kwartet wel eens is bestempeld als ‘een sinfonia concertante’ zonder orkest. Voor de cello van Frederik Willem II schreef hij meerdere solo’s, onder meer een prachtige zangmelodie in het menuet. In het openingsdeel toont Mozart zijn operateske talent met een dialoog tussen twee karakters: de één warmbloedig en serieus, de ander grappend. In het zingende Andante horen sommige kenners Mozart verwijzen naar zijn lied Das Veilchen (1785), gebaseerd op een gedicht van Goethe over een vrouw die een viooltje – ­metafoor voor een mannenhart – vertrapt. Het strijkkwartet dankt er zijn bijnaam ‘het viooltje’ aan.

In de lente van 1789 reisde Mozart door Noord-Duitsland om Bachs muzikale erfenis te ontdekken, maar ook en vooral om nieuwe en lucratieve opdrachten binnen te slepen om zijn permanente geldnood te lenigen. En dat laatste lukte. Hij speelde aan het hof van de Pruisische vorst ­Frederik Willem II – zelf een verdienstelijk cellist – die zes eenvoudige klaviersonates voor zijn dochter bestelde en zes strijkkwartetten voor zichzelf. 

Mozart begon nog bevlogen die zomer, maar kwam uiteindelijk niet verder dan één klaviersonate en drie strijkkwartetten, waarin de cello een grote rol kreeg. Een jaar na het bezoek aan de koning brachten acute geldproblemen de componist ertoe zijn drie voltooide Pruisische kwartetten aan een uitgever te verkopen. ‘Ik ben gedwongen om deze stukken – na alle uitputtende arbeid – weg te geven voor de prijs van een lied, alleen om weer wat contanten te hebben’, beklaagde hij zich.

Het Strijkkwartet in D groot, KV 575 is het eerste in de reeks. Het ademt zonnigheid en een levenslust die we gewend zijn van Mozart én van zijn grote voorbeeld in dit genre, Joseph Haydn. Maar de opzet was anders en groter dan voorheen: de strijkers krijgen zulke uitgesproken eigen stemmen dat het kwartet wel eens is bestempeld als ‘een sinfonia concertante’ zonder orkest. Voor de cello van Frederik Willem II schreef hij meerdere solo’s, onder meer een prachtige zangmelodie in het menuet. In het openingsdeel toont Mozart zijn operateske talent met een dialoog tussen twee karakters: de één warmbloedig en serieus, de ander grappend. In het zingende Andante horen sommige kenners Mozart verwijzen naar zijn lied Das Veilchen (1785), gebaseerd op een gedicht van Goethe over een vrouw die een viooltje – ­metafoor voor een mannenhart – vertrapt. Het strijkkwartet dankt er zijn bijnaam ‘het viooltje’ aan.

door Joost Galema

Gabriela Ortiz (1964)

Baalkah

door Joost Galema

Gabriela Ortiz schreef Baalkah eind vorige eeuw voor het Kronos Quartet en ­sopraan Dawn Upshaw. Op verzoek van Kronos-primarius David Harrington maakte ze daarbij gebruik van inheemse teksten. Het Azteekse Nahuatl – de meest gesproken taal in Mexico na het Spaans – leek te lastig wat uitspraak betreft, en dus koos ze voor het exotischer Maya, met zijn korte en ritmische zinnen, woorden en lettergrepen. Ortiz baseerde zich op Boeken van Chilam Balam, spirituele geschriften over hoe de Maya’s de wereld zagen.

De meeste van deze boeken – geschreven in Latijns alfabet – dateren uit de tijd van de Spaanse conquistadores en daarna. De oorspronkelijke ­hiëroglyfen zijn door de kolonisten grotendeels vernietigd, omdat de kerk ze als goddeloos zag. De boeken waren voor de Maya’s een soort bijbel: behalve de geschiedenis en mythologie bevatten de geschriften ook kennis over astrologie, planten, dieren, seizoenen, landbouw en geneeskunde.

‘Ik ontdekte’, zegt Ortiz, ‘dat de Maya’s de wereld aan de hand van een kr­uis in vieren verdeelden. Daarbinnen waren verschillende tegenstellingen verbonden: het noorden was bijvoorbeeld zwart en het zuiden wit. Je had man en vrouw, oorlog en vrede. In het hart waar de lijnen kru­isten, stond een grote groene boom die de mensheid symboliseerde. Voor mij was dit een ideale vorm: de vier polen van het strijkkwartet en in het hart de menselijke stem.’

Gabriela Ortiz schreef Baalkah eind vorige eeuw voor het Kronos Quartet en ­sopraan Dawn Upshaw. Op verzoek van Kronos-primarius David Harrington maakte ze daarbij gebruik van inheemse teksten. Het Azteekse Nahuatl – de meest gesproken taal in Mexico na het Spaans – leek te lastig wat uitspraak betreft, en dus koos ze voor het exotischer Maya, met zijn korte en ritmische zinnen, woorden en lettergrepen. Ortiz baseerde zich op Boeken van Chilam Balam, spirituele geschriften over hoe de Maya’s de wereld zagen.

De meeste van deze boeken – geschreven in Latijns alfabet – dateren uit de tijd van de Spaanse conquistadores en daarna. De oorspronkelijke ­hiëroglyfen zijn door de kolonisten grotendeels vernietigd, omdat de kerk ze als goddeloos zag. De boeken waren voor de Maya’s een soort bijbel: behalve de geschiedenis en mythologie bevatten de geschriften ook kennis over astrologie, planten, dieren, seizoenen, landbouw en geneeskunde.

‘Ik ontdekte’, zegt Ortiz, ‘dat de Maya’s de wereld aan de hand van een kr­uis in vieren verdeelden. Daarbinnen waren verschillende tegenstellingen verbonden: het noorden was bijvoorbeeld zwart en het zuiden wit. Je had man en vrouw, oorlog en vrede. In het hart waar de lijnen kru­isten, stond een grote groene boom die de mensheid symboliseerde. Voor mij was dit een ideale vorm: de vier polen van het strijkkwartet en in het hart de menselijke stem.’

door Joost Galema

Gabriela Ortiz (1964)

Aroma Foliado

door Joost Galema

Wie klassieke pianolessen neemt, leert al jong de taal van Johann Sebastian Bach en Wolfgang Amadeus Mozart. Ook wanneer je opgroeit in Mexico-Stad, zoals componist Gabriela Ortiz. Haar grote inspiratiebronnen werden uiteindelijk Béla Bartók en Igor Stravinsky, die schaamteloos volksmelodieën door hun stukken weefden.

Maar Mozart is ze nooit vergeten. Zo’n twintig jaar geleden begon Ortiz aan een strijkkwartet ter gelegenheid van Mozarts 250ste verjaardag. ‘En de muzikale taal hierin moest lichtvoetig en absoluut vrij vloeien.’ In haar herinnering greep ze terug op het eerste van Mozarts drie ‘Pruisische’ strijkkwartetten (KV 575), waarvan ze fragmenten citeerde in haar Aroma Foliado (‘de geur van bladeren’). En Ortiz liet zich inspireren door de werkwijze van de Amerikaanse beeldend kunstenaar Suzanne Bocanegra (die is getrouwd met de componist David Lang, maar dat terzijde). Zij bracht in haar serie All the Petals een ode aan de Vlaamse barokschilder Jan Brueghel de Oude (1568-1628). Deze oude meester maakte enkele prachtige schilderijen over de menselijke reukzin. Het fascineerde Bocanegra. Haar installatie Sense of Smell baseerde zij op de Allegorie van de geur, die Brueghel schilderde met Peter Paul Rubens. Hierin zitten een vrouw en een kind in een tuin vol bloemen.

De kunstenares maakte ‘portretten’ van de afzonderlijke bloemblaadjes op het schilderij. Wat Ortiz hierin boeide, was de manier waarop Bocanegra de kunst van Brueghel interpreteerde en moderniseerde en zodoende ­‘nieuwe taal schiep’. Met dat principe in haar achterhoofd keek Ortiz naar het ‘Pruisische’ strijkkwartet in D groot van Mozart. Niet om het te herscheppen, maar om het binnen haar eigen Aroma Foliado nieuwe betekenis te geven.

Wie klassieke pianolessen neemt, leert al jong de taal van Johann Sebastian Bach en Wolfgang Amadeus Mozart. Ook wanneer je opgroeit in Mexico-Stad, zoals componist Gabriela Ortiz. Haar grote inspiratiebronnen werden uiteindelijk Béla Bartók en Igor Stravinsky, die schaamteloos volksmelodieën door hun stukken weefden.

Maar Mozart is ze nooit vergeten. Zo’n twintig jaar geleden begon Ortiz aan een strijkkwartet ter gelegenheid van Mozarts 250ste verjaardag. ‘En de muzikale taal hierin moest lichtvoetig en absoluut vrij vloeien.’ In haar herinnering greep ze terug op het eerste van Mozarts drie ‘Pruisische’ strijkkwartetten (KV 575), waarvan ze fragmenten citeerde in haar Aroma Foliado (‘de geur van bladeren’). En Ortiz liet zich inspireren door de werkwijze van de Amerikaanse beeldend kunstenaar Suzanne Bocanegra (die is getrouwd met de componist David Lang, maar dat terzijde). Zij bracht in haar serie All the Petals een ode aan de Vlaamse barokschilder Jan Brueghel de Oude (1568-1628). Deze oude meester maakte enkele prachtige schilderijen over de menselijke reukzin. Het fascineerde Bocanegra. Haar installatie Sense of Smell baseerde zij op de Allegorie van de geur, die Brueghel schilderde met Peter Paul Rubens. Hierin zitten een vrouw en een kind in een tuin vol bloemen.

De kunstenares maakte ‘portretten’ van de afzonderlijke bloemblaadjes op het schilderij. Wat Ortiz hierin boeide, was de manier waarop Bocanegra de kunst van Brueghel interpreteerde en moderniseerde en zodoende ­‘nieuwe taal schiep’. Met dat principe in haar achterhoofd keek Ortiz naar het ‘Pruisische’ strijkkwartet in D groot van Mozart. Niet om het te herscheppen, maar om het binnen haar eigen Aroma Foliado nieuwe betekenis te geven.

door Joost Galema

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

‘Pruisisch’ strijkkwartet

door Joost Galema

In de lente van 1789 reisde Mozart door Noord-Duitsland om Bachs muzikale erfenis te ontdekken, maar ook en vooral om nieuwe en lucratieve opdrachten binnen te slepen om zijn permanente geldnood te lenigen. En dat laatste lukte. Hij speelde aan het hof van de Pruisische vorst ­Frederik Willem II – zelf een verdienstelijk cellist – die zes eenvoudige klaviersonates voor zijn dochter bestelde en zes strijkkwartetten voor zichzelf. 

Mozart begon nog bevlogen die zomer, maar kwam uiteindelijk niet verder dan één klaviersonate en drie strijkkwartetten, waarin de cello een grote rol kreeg. Een jaar na het bezoek aan de koning brachten acute geldproblemen de componist ertoe zijn drie voltooide Pruisische kwartetten aan een uitgever te verkopen. ‘Ik ben gedwongen om deze stukken – na alle uitputtende arbeid – weg te geven voor de prijs van een lied, alleen om weer wat contanten te hebben’, beklaagde hij zich.

Het Strijkkwartet in D groot, KV 575 is het eerste in de reeks. Het ademt zonnigheid en een levenslust die we gewend zijn van Mozart én van zijn grote voorbeeld in dit genre, Joseph Haydn. Maar de opzet was anders en groter dan voorheen: de strijkers krijgen zulke uitgesproken eigen stemmen dat het kwartet wel eens is bestempeld als ‘een sinfonia concertante’ zonder orkest. Voor de cello van Frederik Willem II schreef hij meerdere solo’s, onder meer een prachtige zangmelodie in het menuet. In het openingsdeel toont Mozart zijn operateske talent met een dialoog tussen twee karakters: de één warmbloedig en serieus, de ander grappend. In het zingende Andante horen sommige kenners Mozart verwijzen naar zijn lied Das Veilchen (1785), gebaseerd op een gedicht van Goethe over een vrouw die een viooltje – ­metafoor voor een mannenhart – vertrapt. Het strijkkwartet dankt er zijn bijnaam ‘het viooltje’ aan.

In de lente van 1789 reisde Mozart door Noord-Duitsland om Bachs muzikale erfenis te ontdekken, maar ook en vooral om nieuwe en lucratieve opdrachten binnen te slepen om zijn permanente geldnood te lenigen. En dat laatste lukte. Hij speelde aan het hof van de Pruisische vorst ­Frederik Willem II – zelf een verdienstelijk cellist – die zes eenvoudige klaviersonates voor zijn dochter bestelde en zes strijkkwartetten voor zichzelf. 

Mozart begon nog bevlogen die zomer, maar kwam uiteindelijk niet verder dan één klaviersonate en drie strijkkwartetten, waarin de cello een grote rol kreeg. Een jaar na het bezoek aan de koning brachten acute geldproblemen de componist ertoe zijn drie voltooide Pruisische kwartetten aan een uitgever te verkopen. ‘Ik ben gedwongen om deze stukken – na alle uitputtende arbeid – weg te geven voor de prijs van een lied, alleen om weer wat contanten te hebben’, beklaagde hij zich.

Het Strijkkwartet in D groot, KV 575 is het eerste in de reeks. Het ademt zonnigheid en een levenslust die we gewend zijn van Mozart én van zijn grote voorbeeld in dit genre, Joseph Haydn. Maar de opzet was anders en groter dan voorheen: de strijkers krijgen zulke uitgesproken eigen stemmen dat het kwartet wel eens is bestempeld als ‘een sinfonia concertante’ zonder orkest. Voor de cello van Frederik Willem II schreef hij meerdere solo’s, onder meer een prachtige zangmelodie in het menuet. In het openingsdeel toont Mozart zijn operateske talent met een dialoog tussen twee karakters: de één warmbloedig en serieus, de ander grappend. In het zingende Andante horen sommige kenners Mozart verwijzen naar zijn lied Das Veilchen (1785), gebaseerd op een gedicht van Goethe over een vrouw die een viooltje – ­metafoor voor een mannenhart – vertrapt. Het strijkkwartet dankt er zijn bijnaam ‘het viooltje’ aan.

door Joost Galema

Gabriela Ortiz (1964)

Baalkah

door Joost Galema

Gabriela Ortiz schreef Baalkah eind vorige eeuw voor het Kronos Quartet en ­sopraan Dawn Upshaw. Op verzoek van Kronos-primarius David Harrington maakte ze daarbij gebruik van inheemse teksten. Het Azteekse Nahuatl – de meest gesproken taal in Mexico na het Spaans – leek te lastig wat uitspraak betreft, en dus koos ze voor het exotischer Maya, met zijn korte en ritmische zinnen, woorden en lettergrepen. Ortiz baseerde zich op Boeken van Chilam Balam, spirituele geschriften over hoe de Maya’s de wereld zagen.

De meeste van deze boeken – geschreven in Latijns alfabet – dateren uit de tijd van de Spaanse conquistadores en daarna. De oorspronkelijke ­hiëroglyfen zijn door de kolonisten grotendeels vernietigd, omdat de kerk ze als goddeloos zag. De boeken waren voor de Maya’s een soort bijbel: behalve de geschiedenis en mythologie bevatten de geschriften ook kennis over astrologie, planten, dieren, seizoenen, landbouw en geneeskunde.

‘Ik ontdekte’, zegt Ortiz, ‘dat de Maya’s de wereld aan de hand van een kr­uis in vieren verdeelden. Daarbinnen waren verschillende tegenstellingen verbonden: het noorden was bijvoorbeeld zwart en het zuiden wit. Je had man en vrouw, oorlog en vrede. In het hart waar de lijnen kru­isten, stond een grote groene boom die de mensheid symboliseerde. Voor mij was dit een ideale vorm: de vier polen van het strijkkwartet en in het hart de menselijke stem.’

Gabriela Ortiz schreef Baalkah eind vorige eeuw voor het Kronos Quartet en ­sopraan Dawn Upshaw. Op verzoek van Kronos-primarius David Harrington maakte ze daarbij gebruik van inheemse teksten. Het Azteekse Nahuatl – de meest gesproken taal in Mexico na het Spaans – leek te lastig wat uitspraak betreft, en dus koos ze voor het exotischer Maya, met zijn korte en ritmische zinnen, woorden en lettergrepen. Ortiz baseerde zich op Boeken van Chilam Balam, spirituele geschriften over hoe de Maya’s de wereld zagen.

De meeste van deze boeken – geschreven in Latijns alfabet – dateren uit de tijd van de Spaanse conquistadores en daarna. De oorspronkelijke ­hiëroglyfen zijn door de kolonisten grotendeels vernietigd, omdat de kerk ze als goddeloos zag. De boeken waren voor de Maya’s een soort bijbel: behalve de geschiedenis en mythologie bevatten de geschriften ook kennis over astrologie, planten, dieren, seizoenen, landbouw en geneeskunde.

‘Ik ontdekte’, zegt Ortiz, ‘dat de Maya’s de wereld aan de hand van een kr­uis in vieren verdeelden. Daarbinnen waren verschillende tegenstellingen verbonden: het noorden was bijvoorbeeld zwart en het zuiden wit. Je had man en vrouw, oorlog en vrede. In het hart waar de lijnen kru­isten, stond een grote groene boom die de mensheid symboliseerde. Voor mij was dit een ideale vorm: de vier polen van het strijkkwartet en in het hart de menselijke stem.’

door Joost Galema

Biografie

Claire Booth, sopraan

De Britse Claire Booth ontving in 2025 de Royal Philharmonic Society Singer of the Year Award voor haar ‘grenzeloze artisticiteit’. Haar repertoire reikt van Monteverdi en Händel via Rossini, Janáček en Britten tot hedendaagse muziek.

Hoogtepunten in seizoen 2025/2026 zijn optredens met het BBC Scottish Symphony Orchestra, een concert met het Nash Ensemble in Wigmore Hall in Londen, een recital op het Oxford International Song Festival en Kurtágs Kafka-Fragmente op verschillende festivals.

In de afgelopen jaren heeft de sopraan nieuwe operarollen vertolkt en wereldpremières gezongen bij gezelschappen als het Royal Opera House Covent Garden, de Grange Park Opera en de Welsh National Opera. Andere recente hoogtepunten zijn haar debuut met het Leipziger ­Gewandhausorchester in Schönbergs Erwartung, een jazzbewerking van Schumanns Frauenliebe und -leben, de release van twee Schönberg-albums en veelgeprezen uitvoeringen van Poulencs La Voix humaine.

De zangeres studeerde in Londen aan de Guildhall School of Music and Drama en voltooide daarnaast een master ­cultuurbeleid en -­management aan King’s College. Ze is actief als docent en coach, en is sinds begin dit jaar verbonden aan het Merton College in Oxford. Claire Booth maakt haar debuut in de Kleine Zaal.

Dudok Quartet Amsterdam, kwartet

Het Dudok Quartet Amsterdam studeerde bij het Alban Berg Quartett aan de Musikhoch­schule in Keulen en bij Marc Danel aan de Nederlandse Strijkkwartet Academie. In 2014 kreeg het de Kersjes­prijs en in 2018 een Borletti-Buitoni Trust Award, en het was prijswinnaar van de concoursen van Weimar en Bordeaux.

In de Kleine Zaal debuteerde het kwartet in juni 2008 in een Lunchconcert en was het op 28 december 2025 voor het laatst te gast samen met pianist Hannes ­Minnaar in Het Zondagochtend Concert.

De nieuwsgierigheid van de musici reikt zowel naar het verleden als de toekomst; ze spelen muziek van vóór 1900 met historisch verantwoorde instrumenten en strijkstokken, arrangeren jazz, folk, vocale werken en klaviermuziek en werken samen met componisten als Joey ­Roukens, Bushra El-Turk, Celia Swart, Peter Vigh, Max Knigge en Theo Loevendie (Tweede strijkkwartet, 2022).

Onder meer bij de wereldpremière van Only the Sound Remains (De Nationale Op­era, 2016) werkte het Dudok Quartet Amsterdam met Kaija Saariaho, en muziek van haar en Sjostakovitsj staat op de nieuwste cd Terra Memoria.

De strijkers hebben hun eigen podcast Muziek­verhalen, richtten in 2024 met de Dudok Muziekdagen hun eigen festival op in Kampen en tourden eerder dit seizoen door het Verenigd Koninkrijk, de ­Verenigde Staten en Schotland. Ze spelen op violen van Francesco Goffriller (1725) en Vincenzo Panormo (1810), een altviool van Jean Baptiste Lefèbvre (1767) en een cello van Hendrik Jacobs (1700). Naamgever van het ensemble is architect en muziekliefhebber Willem Marinus Dudok (1884-1974): ‘Ik voel diep de gemeenschappelijke basis van de muziek en de architectuur: ze ontlenen immers beide haar waarde aan de juiste maatverhoudingen.’