Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Busch Trio met Schubert en Ives

Busch Trio met Schubert en Ives

Kleine Zaal
11 mei 2026
20.15 uur

Print dit programma

Busch Trio:
Mathieu van Bellen viool
Omri Epstein piano
Ori Epstein cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Pianotrio’s.

Joseph Haydn (1732-1809)

Pianotrio in A gr.t., Hob. XV: 18 (1794)
Allegro moderato
Andante
Allegro

Charles Ives (1874-1954)

Pianotrio, S. 86 (1904-10, rev. 1914-15)
Moderato
‘TSIAJ’ (‘This Scherzo Is a Joke’): Presto
Moderato con moto

pauze ± 21.00 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Pianotrio nr. 2 in Es gr.t., D 929, op. 100 (1827-28)
Allegro
Andante con moto
Scherzando: Allegro moderato – Trio
Allegro moderato

einde ± 22.10 uur

Kleine Zaal 11 mei 2026 20.15 uur

Busch Trio:
Mathieu van Bellen viool
Omri Epstein piano
Ori Epstein cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Pianotrio’s.

Joseph Haydn (1732-1809)

Pianotrio in A gr.t., Hob. XV: 18 (1794)
Allegro moderato
Andante
Allegro

Charles Ives (1874-1954)

Pianotrio, S. 86 (1904-10, rev. 1914-15)
Moderato
‘TSIAJ’ (‘This Scherzo Is a Joke’): Presto
Moderato con moto

pauze ± 21.00 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Pianotrio nr. 2 in Es gr.t., D 929, op. 100 (1827-28)
Allegro
Andante con moto
Scherzando: Allegro moderato – Trio
Allegro moderato

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Joseph Haydn (1732-1809)

Pianotrio

door Marike Tuin

Na het overlijden van zijn broodheer prins Esterházy was Joseph Haydn minder gebonden aan het hof. De in Londen gevestigde impresario Johann Peter Salomon greep dan ook direct zijn kans en kwam eind 1790 persoonlijk naar Wenen om de componist uit te nodigen en meteen ook op te halen voor een concert­tournee. Na een lange reis per postkoets en zeilschip ­bezocht Haydn Londen voor het eerst in ­1791-1792, en hij componeerde aldaar zijn eerste zes zogenaamde ‘Londense’ symfonieën. Toen hij van februari 1794 tot augustus 1795 voor de tweede keer in ­Londen verbleef, componeerde hij naast een tweede zestal symfonieën onder andere meer dan een dozijn piano­trio’s. Haydns bezoeken aan ­Londen zorgden voor zijn internationale doorbraak; het Londense publiek was uitzinnig enthousiast over zijn muziek. 

Haydn was inmiddels een zestiger en op de toppen van zijn kunnen. Zijn eerdere pianotrio’s waren vooral bedoeld geweest voor de groeiende markt van amateurmusici en waren vrij simpel. De Londense pianotrio’s zijn veel verfijnder, hoewel de cellopartij nog nauwelijks afwijkt van de linkerhand van de piano. Het Pianotrio in A groot is een van deze Londense trio’s. Het Allegro moderato begint met drie stevige akkoorden, maar de rest van het deel klinkt vooral zangerig. Binnen dit cantabile vindt Haydn nog wel de vrijheid om te bewegen tussen onverwachte toonsoorten. Het middelste deel is een Andante met een ABA-vorm met contrasten tussen een ­ingehouden a klein en een warm A groot. Het deel eindigt in mineur, maar zonder te pauzeren gaat Haydn door naar de levendige, vrolijke en dansante finale vol syncopen.

Na het overlijden van zijn broodheer prins Esterházy was Joseph Haydn minder gebonden aan het hof. De in Londen gevestigde impresario Johann Peter Salomon greep dan ook direct zijn kans en kwam eind 1790 persoonlijk naar Wenen om de componist uit te nodigen en meteen ook op te halen voor een concert­tournee. Na een lange reis per postkoets en zeilschip ­bezocht Haydn Londen voor het eerst in ­1791-1792, en hij componeerde aldaar zijn eerste zes zogenaamde ‘Londense’ symfonieën. Toen hij van februari 1794 tot augustus 1795 voor de tweede keer in ­Londen verbleef, componeerde hij naast een tweede zestal symfonieën onder andere meer dan een dozijn piano­trio’s. Haydns bezoeken aan ­Londen zorgden voor zijn internationale doorbraak; het Londense publiek was uitzinnig enthousiast over zijn muziek. 

Haydn was inmiddels een zestiger en op de toppen van zijn kunnen. Zijn eerdere pianotrio’s waren vooral bedoeld geweest voor de groeiende markt van amateurmusici en waren vrij simpel. De Londense pianotrio’s zijn veel verfijnder, hoewel de cellopartij nog nauwelijks afwijkt van de linkerhand van de piano. Het Pianotrio in A groot is een van deze Londense trio’s. Het Allegro moderato begint met drie stevige akkoorden, maar de rest van het deel klinkt vooral zangerig. Binnen dit cantabile vindt Haydn nog wel de vrijheid om te bewegen tussen onverwachte toonsoorten. Het middelste deel is een Andante met een ABA-vorm met contrasten tussen een ­ingehouden a klein en een warm A groot. Het deel eindigt in mineur, maar zonder te pauzeren gaat Haydn door naar de levendige, vrolijke en dansante finale vol syncopen.

door Marike Tuin

Charles Ives (1874-1954)

Pianotrio

  • Charles Ives; door Emo Verkerk, 2018 Courtesy Emo Verkerk en Willem Baars Projects_Sjabloon3

    Charles Ives; door Emo Verkerk, 2018 Courtesy Emo Verkerk en Willem Baars Projects_Sjabloon3

  • Charles Ives; door Emo Verkerk, 2018 Courtesy Emo Verkerk en Willem Baars Projects_Sjabloon3

    Charles Ives; door Emo Verkerk, 2018 Courtesy Emo Verkerk en Willem Baars Projects_Sjabloon3

Charles Ives kreeg al op jeugdige leeftijd muzieklessen van zijn vader die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog leiding had gegeven aan een militaire band. Hij studeerde van 1894 tot 1898 muziek aan de prestigieuze Yale University en was voor de bijverdiensten organist in twee kerken. Toen Ives afgestudeerd was besloot hij geen professioneel musicus te worden om geen muzikale compromissen te hoeven sluiten, maar begon hij een succesvolle verzekerings­maatschappij in New York. In zijn vrije tijd componeerde hij en werkte hij als organist. Na een hartaanval in 1918 componeerde hij nauwelijks nog. Tijdens zijn leven werd zijn muziek zelden uitgevoerd en pas toen hij de zeventig naderde, kwam er meer belangstelling en werd Ives gezien als een groot Amerikaans componist. 

Ives begon met het componeren van zijn pianotrio in 1904, zes jaar na zijn afstuderen, en voltooide het in 1911. Nadat hij in 1914-15 enige revisies had gedaan vond in 1920 de première plaats tijdens een besloten concert in New York, maar de officiële première liet nog tot 1948 op zich wachten. Het trio kan worden gezien als een impressie van Ives’ studietijd op Yale. Het eerste deel roept herinneringen op aan een lezing van een oude filosofieprofessor. Het tweede deel heeft als titel TSIAJ (‘This Scherzo Is a Joke’). Het beeldt de spelletjes, grappen en capriolen van de studenten uit op een vrije middag en er klinken citaten van meer dan vijftien volks- en studentenliedjes uit zijn studietijd. Onregelmatige maatwisselingen en syncopen zorgen voor een gevoel van vrolijke chaos. Het laatste deel is gedeeltelijk gebaseerd op herinneringen aan een zondagsdienst op de campus, waar Ives orgel speelde. Hier citeert en vervormt hij de christelijke hymne Rock of Ages. Ives gebruikt het als een moment van rust en verzoening na de drukte van het tweede deel.

Charles Ives kreeg al op jeugdige leeftijd muzieklessen van zijn vader die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog leiding had gegeven aan een militaire band. Hij studeerde van 1894 tot 1898 muziek aan de prestigieuze Yale University en was voor de bijverdiensten organist in twee kerken. Toen Ives afgestudeerd was besloot hij geen professioneel musicus te worden om geen muzikale compromissen te hoeven sluiten, maar begon hij een succesvolle verzekerings­maatschappij in New York. In zijn vrije tijd componeerde hij en werkte hij als organist. Na een hartaanval in 1918 componeerde hij nauwelijks nog. Tijdens zijn leven werd zijn muziek zelden uitgevoerd en pas toen hij de zeventig naderde, kwam er meer belangstelling en werd Ives gezien als een groot Amerikaans componist. 

Ives begon met het componeren van zijn pianotrio in 1904, zes jaar na zijn afstuderen, en voltooide het in 1911. Nadat hij in 1914-15 enige revisies had gedaan vond in 1920 de première plaats tijdens een besloten concert in New York, maar de officiële première liet nog tot 1948 op zich wachten. Het trio kan worden gezien als een impressie van Ives’ studietijd op Yale. Het eerste deel roept herinneringen op aan een lezing van een oude filosofieprofessor. Het tweede deel heeft als titel TSIAJ (‘This Scherzo Is a Joke’). Het beeldt de spelletjes, grappen en capriolen van de studenten uit op een vrije middag en er klinken citaten van meer dan vijftien volks- en studentenliedjes uit zijn studietijd. Onregelmatige maatwisselingen en syncopen zorgen voor een gevoel van vrolijke chaos. Het laatste deel is gedeeltelijk gebaseerd op herinneringen aan een zondagsdienst op de campus, waar Ives orgel speelde. Hier citeert en vervormt hij de christelijke hymne Rock of Ages. Ives gebruikt het als een moment van rust en verzoening na de drukte van het tweede deel.

Franz Schubert (1797-1828)

Tweede pianotrio

Franz Schuberts Tweede piano­trio in Es groot was het enige grootschalige en serieuze instrumentale werk dat gedurende zijn leven gepubliceerd werd, namelijk een paar maanden voor zijn zeer vroegtijdige dood. Waarschijnlijk heeft Schubert zelf de editie nooit in handen gehad. Gelukkig heeft hij wel een uitvoering gehoord, op een privéfeestje ­(‘Schubertiade’) in januari 1828, zijn laatste levensjaar. Hij zou het trio nog één keer horen, in maart van dat jaar, op het enige concert gedurende zijn ­leven waar alleen zijn eigen composities werden gespeeld. Geïnspireerd door Ludwig van Beethovens trio’s zijn de twee pianotrio’s van Schubert grootschalige werken. Hij ging nog verder dan Beethoven en vreesde zelf dat hij té ver was gegaan; hij vroeg de uitgever om twee keer vijftig maten te schrappen van het lange laatste deel. 

De laatste keer dat het thema terugkomt is het triomfantelijk in majeur, zodat we met een vol gemoed naar huis gaan

Robert Schumann, een van Schuberts grootste pleitbezorgers, schreef over het Tweede pianotrio dat het meer ‘begeistert’, mannelijk en dramatisch van toon was dan zijn Eerste pianotrio. Het laat alle kanten van Schuberts vindingrijkheid horen; in het eerste deel de dramatische aankondiging van het eerste thema en de daaropvolgende rijke melodieën. Het hoofdthema van het langzame deel is geleend van een Zweeds liedje, De zon is onder­gegaan, dat Schubert in november 1827 in Wenen had gehoord. Het thema wordt als eerste door de cello gespeeld. Ditzelfde thema komt meermaals terug in de finale, wat een gevoel van eenheid creëert. De laatste keer dat het terugkomt is het triomfantelijk in majeur, zodat we met een vol gemoed naar huis gaan. Schubert zou niet anders gewild hebben; hij droeg zijn Tweede pianotrio niet op aan een mecenas of vriend maar ‘aan iedereen die er plezier aan beleeft’. 

Franz Schuberts Tweede piano­trio in Es groot was het enige grootschalige en serieuze instrumentale werk dat gedurende zijn leven gepubliceerd werd, namelijk een paar maanden voor zijn zeer vroegtijdige dood. Waarschijnlijk heeft Schubert zelf de editie nooit in handen gehad. Gelukkig heeft hij wel een uitvoering gehoord, op een privéfeestje ­(‘Schubertiade’) in januari 1828, zijn laatste levensjaar. Hij zou het trio nog één keer horen, in maart van dat jaar, op het enige concert gedurende zijn ­leven waar alleen zijn eigen composities werden gespeeld. Geïnspireerd door Ludwig van Beethovens trio’s zijn de twee pianotrio’s van Schubert grootschalige werken. Hij ging nog verder dan Beethoven en vreesde zelf dat hij té ver was gegaan; hij vroeg de uitgever om twee keer vijftig maten te schrappen van het lange laatste deel. 

De laatste keer dat het thema terugkomt is het triomfantelijk in majeur, zodat we met een vol gemoed naar huis gaan

Robert Schumann, een van Schuberts grootste pleitbezorgers, schreef over het Tweede pianotrio dat het meer ‘begeistert’, mannelijk en dramatisch van toon was dan zijn Eerste pianotrio. Het laat alle kanten van Schuberts vindingrijkheid horen; in het eerste deel de dramatische aankondiging van het eerste thema en de daaropvolgende rijke melodieën. Het hoofdthema van het langzame deel is geleend van een Zweeds liedje, De zon is onder­gegaan, dat Schubert in november 1827 in Wenen had gehoord. Het thema wordt als eerste door de cello gespeeld. Ditzelfde thema komt meermaals terug in de finale, wat een gevoel van eenheid creëert. De laatste keer dat het terugkomt is het triomfantelijk in majeur, zodat we met een vol gemoed naar huis gaan. Schubert zou niet anders gewild hebben; hij droeg zijn Tweede pianotrio niet op aan een mecenas of vriend maar ‘aan iedereen die er plezier aan beleeft’. 

Joseph Haydn (1732-1809)

Pianotrio

door Marike Tuin

Na het overlijden van zijn broodheer prins Esterházy was Joseph Haydn minder gebonden aan het hof. De in Londen gevestigde impresario Johann Peter Salomon greep dan ook direct zijn kans en kwam eind 1790 persoonlijk naar Wenen om de componist uit te nodigen en meteen ook op te halen voor een concert­tournee. Na een lange reis per postkoets en zeilschip ­bezocht Haydn Londen voor het eerst in ­1791-1792, en hij componeerde aldaar zijn eerste zes zogenaamde ‘Londense’ symfonieën. Toen hij van februari 1794 tot augustus 1795 voor de tweede keer in ­Londen verbleef, componeerde hij naast een tweede zestal symfonieën onder andere meer dan een dozijn piano­trio’s. Haydns bezoeken aan ­Londen zorgden voor zijn internationale doorbraak; het Londense publiek was uitzinnig enthousiast over zijn muziek. 

Haydn was inmiddels een zestiger en op de toppen van zijn kunnen. Zijn eerdere pianotrio’s waren vooral bedoeld geweest voor de groeiende markt van amateurmusici en waren vrij simpel. De Londense pianotrio’s zijn veel verfijnder, hoewel de cellopartij nog nauwelijks afwijkt van de linkerhand van de piano. Het Pianotrio in A groot is een van deze Londense trio’s. Het Allegro moderato begint met drie stevige akkoorden, maar de rest van het deel klinkt vooral zangerig. Binnen dit cantabile vindt Haydn nog wel de vrijheid om te bewegen tussen onverwachte toonsoorten. Het middelste deel is een Andante met een ABA-vorm met contrasten tussen een ­ingehouden a klein en een warm A groot. Het deel eindigt in mineur, maar zonder te pauzeren gaat Haydn door naar de levendige, vrolijke en dansante finale vol syncopen.

Na het overlijden van zijn broodheer prins Esterházy was Joseph Haydn minder gebonden aan het hof. De in Londen gevestigde impresario Johann Peter Salomon greep dan ook direct zijn kans en kwam eind 1790 persoonlijk naar Wenen om de componist uit te nodigen en meteen ook op te halen voor een concert­tournee. Na een lange reis per postkoets en zeilschip ­bezocht Haydn Londen voor het eerst in ­1791-1792, en hij componeerde aldaar zijn eerste zes zogenaamde ‘Londense’ symfonieën. Toen hij van februari 1794 tot augustus 1795 voor de tweede keer in ­Londen verbleef, componeerde hij naast een tweede zestal symfonieën onder andere meer dan een dozijn piano­trio’s. Haydns bezoeken aan ­Londen zorgden voor zijn internationale doorbraak; het Londense publiek was uitzinnig enthousiast over zijn muziek. 

Haydn was inmiddels een zestiger en op de toppen van zijn kunnen. Zijn eerdere pianotrio’s waren vooral bedoeld geweest voor de groeiende markt van amateurmusici en waren vrij simpel. De Londense pianotrio’s zijn veel verfijnder, hoewel de cellopartij nog nauwelijks afwijkt van de linkerhand van de piano. Het Pianotrio in A groot is een van deze Londense trio’s. Het Allegro moderato begint met drie stevige akkoorden, maar de rest van het deel klinkt vooral zangerig. Binnen dit cantabile vindt Haydn nog wel de vrijheid om te bewegen tussen onverwachte toonsoorten. Het middelste deel is een Andante met een ABA-vorm met contrasten tussen een ­ingehouden a klein en een warm A groot. Het deel eindigt in mineur, maar zonder te pauzeren gaat Haydn door naar de levendige, vrolijke en dansante finale vol syncopen.

door Marike Tuin

Charles Ives (1874-1954)

Pianotrio

  • Charles Ives; door Emo Verkerk, 2018 Courtesy Emo Verkerk en Willem Baars Projects_Sjabloon3

    Charles Ives; door Emo Verkerk, 2018 Courtesy Emo Verkerk en Willem Baars Projects_Sjabloon3

  • Charles Ives; door Emo Verkerk, 2018 Courtesy Emo Verkerk en Willem Baars Projects_Sjabloon3

    Charles Ives; door Emo Verkerk, 2018 Courtesy Emo Verkerk en Willem Baars Projects_Sjabloon3

Charles Ives kreeg al op jeugdige leeftijd muzieklessen van zijn vader die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog leiding had gegeven aan een militaire band. Hij studeerde van 1894 tot 1898 muziek aan de prestigieuze Yale University en was voor de bijverdiensten organist in twee kerken. Toen Ives afgestudeerd was besloot hij geen professioneel musicus te worden om geen muzikale compromissen te hoeven sluiten, maar begon hij een succesvolle verzekerings­maatschappij in New York. In zijn vrije tijd componeerde hij en werkte hij als organist. Na een hartaanval in 1918 componeerde hij nauwelijks nog. Tijdens zijn leven werd zijn muziek zelden uitgevoerd en pas toen hij de zeventig naderde, kwam er meer belangstelling en werd Ives gezien als een groot Amerikaans componist. 

Ives begon met het componeren van zijn pianotrio in 1904, zes jaar na zijn afstuderen, en voltooide het in 1911. Nadat hij in 1914-15 enige revisies had gedaan vond in 1920 de première plaats tijdens een besloten concert in New York, maar de officiële première liet nog tot 1948 op zich wachten. Het trio kan worden gezien als een impressie van Ives’ studietijd op Yale. Het eerste deel roept herinneringen op aan een lezing van een oude filosofieprofessor. Het tweede deel heeft als titel TSIAJ (‘This Scherzo Is a Joke’). Het beeldt de spelletjes, grappen en capriolen van de studenten uit op een vrije middag en er klinken citaten van meer dan vijftien volks- en studentenliedjes uit zijn studietijd. Onregelmatige maatwisselingen en syncopen zorgen voor een gevoel van vrolijke chaos. Het laatste deel is gedeeltelijk gebaseerd op herinneringen aan een zondagsdienst op de campus, waar Ives orgel speelde. Hier citeert en vervormt hij de christelijke hymne Rock of Ages. Ives gebruikt het als een moment van rust en verzoening na de drukte van het tweede deel.

Charles Ives kreeg al op jeugdige leeftijd muzieklessen van zijn vader die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog leiding had gegeven aan een militaire band. Hij studeerde van 1894 tot 1898 muziek aan de prestigieuze Yale University en was voor de bijverdiensten organist in twee kerken. Toen Ives afgestudeerd was besloot hij geen professioneel musicus te worden om geen muzikale compromissen te hoeven sluiten, maar begon hij een succesvolle verzekerings­maatschappij in New York. In zijn vrije tijd componeerde hij en werkte hij als organist. Na een hartaanval in 1918 componeerde hij nauwelijks nog. Tijdens zijn leven werd zijn muziek zelden uitgevoerd en pas toen hij de zeventig naderde, kwam er meer belangstelling en werd Ives gezien als een groot Amerikaans componist. 

Ives begon met het componeren van zijn pianotrio in 1904, zes jaar na zijn afstuderen, en voltooide het in 1911. Nadat hij in 1914-15 enige revisies had gedaan vond in 1920 de première plaats tijdens een besloten concert in New York, maar de officiële première liet nog tot 1948 op zich wachten. Het trio kan worden gezien als een impressie van Ives’ studietijd op Yale. Het eerste deel roept herinneringen op aan een lezing van een oude filosofieprofessor. Het tweede deel heeft als titel TSIAJ (‘This Scherzo Is a Joke’). Het beeldt de spelletjes, grappen en capriolen van de studenten uit op een vrije middag en er klinken citaten van meer dan vijftien volks- en studentenliedjes uit zijn studietijd. Onregelmatige maatwisselingen en syncopen zorgen voor een gevoel van vrolijke chaos. Het laatste deel is gedeeltelijk gebaseerd op herinneringen aan een zondagsdienst op de campus, waar Ives orgel speelde. Hier citeert en vervormt hij de christelijke hymne Rock of Ages. Ives gebruikt het als een moment van rust en verzoening na de drukte van het tweede deel.

Franz Schubert (1797-1828)

Tweede pianotrio

Franz Schuberts Tweede piano­trio in Es groot was het enige grootschalige en serieuze instrumentale werk dat gedurende zijn leven gepubliceerd werd, namelijk een paar maanden voor zijn zeer vroegtijdige dood. Waarschijnlijk heeft Schubert zelf de editie nooit in handen gehad. Gelukkig heeft hij wel een uitvoering gehoord, op een privéfeestje ­(‘Schubertiade’) in januari 1828, zijn laatste levensjaar. Hij zou het trio nog één keer horen, in maart van dat jaar, op het enige concert gedurende zijn ­leven waar alleen zijn eigen composities werden gespeeld. Geïnspireerd door Ludwig van Beethovens trio’s zijn de twee pianotrio’s van Schubert grootschalige werken. Hij ging nog verder dan Beethoven en vreesde zelf dat hij té ver was gegaan; hij vroeg de uitgever om twee keer vijftig maten te schrappen van het lange laatste deel. 

De laatste keer dat het thema terugkomt is het triomfantelijk in majeur, zodat we met een vol gemoed naar huis gaan

Robert Schumann, een van Schuberts grootste pleitbezorgers, schreef over het Tweede pianotrio dat het meer ‘begeistert’, mannelijk en dramatisch van toon was dan zijn Eerste pianotrio. Het laat alle kanten van Schuberts vindingrijkheid horen; in het eerste deel de dramatische aankondiging van het eerste thema en de daaropvolgende rijke melodieën. Het hoofdthema van het langzame deel is geleend van een Zweeds liedje, De zon is onder­gegaan, dat Schubert in november 1827 in Wenen had gehoord. Het thema wordt als eerste door de cello gespeeld. Ditzelfde thema komt meermaals terug in de finale, wat een gevoel van eenheid creëert. De laatste keer dat het terugkomt is het triomfantelijk in majeur, zodat we met een vol gemoed naar huis gaan. Schubert zou niet anders gewild hebben; hij droeg zijn Tweede pianotrio niet op aan een mecenas of vriend maar ‘aan iedereen die er plezier aan beleeft’. 

Franz Schuberts Tweede piano­trio in Es groot was het enige grootschalige en serieuze instrumentale werk dat gedurende zijn leven gepubliceerd werd, namelijk een paar maanden voor zijn zeer vroegtijdige dood. Waarschijnlijk heeft Schubert zelf de editie nooit in handen gehad. Gelukkig heeft hij wel een uitvoering gehoord, op een privéfeestje ­(‘Schubertiade’) in januari 1828, zijn laatste levensjaar. Hij zou het trio nog één keer horen, in maart van dat jaar, op het enige concert gedurende zijn ­leven waar alleen zijn eigen composities werden gespeeld. Geïnspireerd door Ludwig van Beethovens trio’s zijn de twee pianotrio’s van Schubert grootschalige werken. Hij ging nog verder dan Beethoven en vreesde zelf dat hij té ver was gegaan; hij vroeg de uitgever om twee keer vijftig maten te schrappen van het lange laatste deel. 

De laatste keer dat het thema terugkomt is het triomfantelijk in majeur, zodat we met een vol gemoed naar huis gaan

Robert Schumann, een van Schuberts grootste pleitbezorgers, schreef over het Tweede pianotrio dat het meer ‘begeistert’, mannelijk en dramatisch van toon was dan zijn Eerste pianotrio. Het laat alle kanten van Schuberts vindingrijkheid horen; in het eerste deel de dramatische aankondiging van het eerste thema en de daaropvolgende rijke melodieën. Het hoofdthema van het langzame deel is geleend van een Zweeds liedje, De zon is onder­gegaan, dat Schubert in november 1827 in Wenen had gehoord. Het thema wordt als eerste door de cello gespeeld. Ditzelfde thema komt meermaals terug in de finale, wat een gevoel van eenheid creëert. De laatste keer dat het terugkomt is het triomfantelijk in majeur, zodat we met een vol gemoed naar huis gaan. Schubert zou niet anders gewild hebben; hij droeg zijn Tweede pianotrio niet op aan een mecenas of vriend maar ‘aan iedereen die er plezier aan beleeft’. 

Biografie

Busch Trio, trio

Het Busch Trio werd geformeerd in 2012 aan het Royal College of Music in Londen door de Nederlandse violist Mathieu van Bellen en de Israëlische broers Ori en Omri Epstein. Destijds waren de drie aspirant-­solisten, maar hun gedeelde passie voor kamermuziek werd hun sterkste band.

Ze vernoemden hun ensemble naar Adolf Busch, op wiens voormalige instrument, een Guadagnini uit 1783, Mathieu van Bellen speelt. Busch (1891-1952) is een voorbeeld voor het trio; ook de keuze om op darmsnaren te spelen weerspiegelt een diepe waardering voor de esthetiek van de grote musici van begin twintigste eeuw. Vormend waren ook een ­periode aan de Koningin Elisabeth Kapel in ­Brussel en lessen van Eberhard Feltz, András Schiff en het Artemis Quartett.

 In 2016 kreeg het Busch Trio de Kersjesprijs. Het pianotrio maakte zijn ­opwachting in Bozar en Flagey in Brussel, het ­Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, het South Bank Centre en ­Wigmore Hall in Londen, het Beethoven-Haus Bonn en het ­Konzerthaus Wien. Ook was het te gast op het Edinburgh Festival, tourde het in China en de Verenigde Staten (onder meer afgelopen najaar) en voerde het met Sinfonia Varsovia onder ­leiding van Karina Canellakis ­Beethovens Tripel­concert uit.

Na de debuut-cd met pianotrio’s van Dvořák verschenen albums met diens pianokwartetten (met altviolist Miguel da Silva) en -kwintetten (met Da Silva en violiste Maria Milstein) en met werken van Schubert respectievelijk Ravel en Sjostakovitsj. Afgelopen najaar verscheen de eerste van uiteindelijk vijf cd’s met de complete pianotrio’s van Beethoven. Het Busch Trio debuteerde in de Kleine Zaal op 14 februari 2016 en speelde er voor het laatst in oktober 2023.