Augustin Hadelich speelt Tsjaikovski’s Vioolconcert met het Concertgebouworkest
Grote Zaal 07 mei 2026 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Nathalie Stutzmann dirigent
Augustin Hadelich viool
Dit programma maakt deel uit van de series B donderdag en Z.
MICHAIL GLINKA (1804-1857)
Ouverture ‘Roeslan en Ljoedmila’ (1837-42)
PJOTR TSJAIKOVSKI (1840-1893)
Vioolconcert in D gr.t., op. 35 (1878)
Allegro moderato
Canzonetta: Andante
Finale: Allegro vivacissimo
pauze ± 21.00 uur
JOHANNES BRAHMS (1833-1897)
Symfonie nr. 4 in e kl.t., op. 98 (1884-85)
Allegro non troppo
Andante moderato
Allegro giocoso
Allegro energico e passionato
einde ± 22.15 uur
Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door het Fonds Toonaangevende vrouwen in muziek.
Koninklijk Concertgebouworkest
Nathalie Stutzmann dirigent
Augustin Hadelich viool
Dit programma maakt deel uit van de series B donderdag en Z.
MICHAIL GLINKA (1804-1857)
Ouverture ‘Roeslan en Ljoedmila’ (1837-42)
PJOTR TSJAIKOVSKI (1840-1893)
Vioolconcert in D gr.t., op. 35 (1878)
Allegro moderato
Canzonetta: Andante
Finale: Allegro vivacissimo
pauze ± 21.00 uur
JOHANNES BRAHMS (1833-1897)
Symfonie nr. 4 in e kl.t., op. 98 (1884-85)
Allegro non troppo
Andante moderato
Allegro giocoso
Allegro energico e passionato
einde ± 22.15 uur
Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door het Fonds Toonaangevende vrouwen in muziek.
Toelichting
MICHAIL GLINKA (1804-1857)
Ouverture ‘Roeslan en Ljoedmila’
Voor een componist die altijd wordt opgevoerd als de ‘vader van de Russische muziek’ wordt de muziek van Michail Glinka in het Westen eigenlijk (te) weinig uitgevoerd. Daarop is één uitzondering: deze ouverture van zijn opera Roeslan en Ljoedmila, naar een gedicht van Aleksandr Poesjkin. Het is een geliefde showstopper waarmee orkesten hun virtuositeit graag etaleren. De flair en vaart verraden misschien dat Glinka studeerde in het Italië ten tijde van Rossini. De cello’s hebben een trots zingend tweede thema dat zonder meer vooruit wijst naar de zangerige melodieën van Glinka’s opvolgers, zoals Tsjaikovski en Borodin.
Orkestfeit
Willem Kes dirigeerde dit werk op het tweede concert ooit van het Concertgebouworkest, op 4 november 1888. Klaus Mäkelä leidde de laatste uitvoeringen, op 19 en 20 november 2024 in West Palm Beach respectievelijk Naples, Florida.
Voor een componist die altijd wordt opgevoerd als de ‘vader van de Russische muziek’ wordt de muziek van Michail Glinka in het Westen eigenlijk (te) weinig uitgevoerd. Daarop is één uitzondering: deze ouverture van zijn opera Roeslan en Ljoedmila, naar een gedicht van Aleksandr Poesjkin. Het is een geliefde showstopper waarmee orkesten hun virtuositeit graag etaleren. De flair en vaart verraden misschien dat Glinka studeerde in het Italië ten tijde van Rossini. De cello’s hebben een trots zingend tweede thema dat zonder meer vooruit wijst naar de zangerige melodieën van Glinka’s opvolgers, zoals Tsjaikovski en Borodin.
Orkestfeit
Willem Kes dirigeerde dit werk op het tweede concert ooit van het Concertgebouworkest, op 4 november 1888. Klaus Mäkelä leidde de laatste uitvoeringen, op 19 en 20 november 2024 in West Palm Beach respectievelijk Naples, Florida.
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Vioolconcert
‘Tsjaikovski’s vioolconcert geeft ons voor het eerst het verschrikkelijke idee dat er muziek kan zijn die stinkt voor het oor’. Aan het woord is de criticus Eduard Hanslick. Pjotr Tsjaikovski kon deze vernietigende recensie zijn leven lang woordelijk citeren. De componist, die volgens Hanslick deed aan een persoonlijkheidscultus en opzichtig het genie zou uithangen, was in werkelijkheid diep onzeker en kwetsbaar als porselein voor dergelijke kritiek. Vandaag de dag leest Hanslicks betoog als een genant staaltje westers superioriteitsdenken: de stank in dit vioolconcert was volgens hem wodkalucht. ‘Je ziet meteen de onbeschaafde vulgaire Russische koppen’.
Dit vioolconcert is een van de fameuze voorbeelden waarbij de muziekgeschiedenis het ongelijk van de recensent ruimschoots heeft bewezen. Anderzijds bestaat de mythe rond Tsjaikovski’s ‘Russische ziel’ nog steeds, al krijgt hij vandaag de dag een heel andere lading: Tsjaikovski wordt vaak gezien als een tragische figuur, verscheurd door zijn homoseksuele passies. Zo zien we in het Westen een ‘schilderachtige’ Rus misschien graag. Ook dat cliché verdient bijstelling: Tsjaikovski was een buitengewoon succesvolle internationale ster, die met uitzonderlijke discipline en vakmanschap aan zijn oeuvre bouwde en vele gelukkige periodes kende. Zeer gangbaar in de mythologie rond bijna alle beroemd geworden soloconcerten is dat de eerste beoogde solisten het werk onspeelbaar vonden, zoals ook bij dit concert.
‘Tsjaikovski’s vioolconcert geeft ons voor het eerst het verschrikkelijke idee dat er muziek kan zijn die stinkt voor het oor’. Aan het woord is de criticus Eduard Hanslick. Pjotr Tsjaikovski kon deze vernietigende recensie zijn leven lang woordelijk citeren. De componist, die volgens Hanslick deed aan een persoonlijkheidscultus en opzichtig het genie zou uithangen, was in werkelijkheid diep onzeker en kwetsbaar als porselein voor dergelijke kritiek. Vandaag de dag leest Hanslicks betoog als een genant staaltje westers superioriteitsdenken: de stank in dit vioolconcert was volgens hem wodkalucht. ‘Je ziet meteen de onbeschaafde vulgaire Russische koppen’.
Dit vioolconcert is een van de fameuze voorbeelden waarbij de muziekgeschiedenis het ongelijk van de recensent ruimschoots heeft bewezen. Anderzijds bestaat de mythe rond Tsjaikovski’s ‘Russische ziel’ nog steeds, al krijgt hij vandaag de dag een heel andere lading: Tsjaikovski wordt vaak gezien als een tragische figuur, verscheurd door zijn homoseksuele passies. Zo zien we in het Westen een ‘schilderachtige’ Rus misschien graag. Ook dat cliché verdient bijstelling: Tsjaikovski was een buitengewoon succesvolle internationale ster, die met uitzonderlijke discipline en vakmanschap aan zijn oeuvre bouwde en vele gelukkige periodes kende. Zeer gangbaar in de mythologie rond bijna alle beroemd geworden soloconcerten is dat de eerste beoogde solisten het werk onspeelbaar vonden, zoals ook bij dit concert.
Clichés en mythevorming rond Tsjaikovski’s liefdesleven of niet, zijn Vioolconcert ontstond mede dankzij zijn verliefdheid op violist Iosif Kotek. Na zijn rampzalig mislukte huwelijk met een bewonderaarster reisde hij met hem naar Clarens aan het Meer van Genève, waar hij het werk componeerde. De muzikale trigger was Eduard Lalo’s Symphonie espagnole voor viool en orkest, die hij samen met Kotek doorspeelde. Altijd was de Franse muziek belangrijker voor Russische componisten dan de Duitse traditie. In diepere zin was dit misschien meer wat Hanslick dwars zat.
Voorop staat Tsjaikovski’s enorme gave voor melodie. Daarnaast had de componist een scherp oor voor de ongekende mogelijkheden voor zowel expressie als virtuoos vuurwerk van de viool, waarbij de technische hulp van Kotek zeer waardevol is geweest. De zegetocht van het Vioolconcert als een van de pijlers van het romantische vioolrepertoire heeft elke kritiek doen verstommen.
Orkestfeit
De eerste uitvoering, op 26 oktober 1893, betrof de Nederlandse première onder leiding van Willem Kes met violist Felix Berber-Credner. Meest recent klonk het werk onder leiding van Elim Chan en met Simone Lamsma op 13 en 14 september 2019 in Amsterdam respectievelijk Dortmund.
Clichés en mythevorming rond Tsjaikovski’s liefdesleven of niet, zijn Vioolconcert ontstond mede dankzij zijn verliefdheid op violist Iosif Kotek. Na zijn rampzalig mislukte huwelijk met een bewonderaarster reisde hij met hem naar Clarens aan het Meer van Genève, waar hij het werk componeerde. De muzikale trigger was Eduard Lalo’s Symphonie espagnole voor viool en orkest, die hij samen met Kotek doorspeelde. Altijd was de Franse muziek belangrijker voor Russische componisten dan de Duitse traditie. In diepere zin was dit misschien meer wat Hanslick dwars zat.
Voorop staat Tsjaikovski’s enorme gave voor melodie. Daarnaast had de componist een scherp oor voor de ongekende mogelijkheden voor zowel expressie als virtuoos vuurwerk van de viool, waarbij de technische hulp van Kotek zeer waardevol is geweest. De zegetocht van het Vioolconcert als een van de pijlers van het romantische vioolrepertoire heeft elke kritiek doen verstommen.
Orkestfeit
De eerste uitvoering, op 26 oktober 1893, betrof de Nederlandse première onder leiding van Willem Kes met violist Felix Berber-Credner. Meest recent klonk het werk onder leiding van Elim Chan en met Simone Lamsma op 13 en 14 september 2019 in Amsterdam respectievelijk Dortmund.
Johannes Brahms (1833-1897)
Vierde symfonie
In discussies over kunstwerken gaat het nogal eens over de ‘spanning tussen hoofd en hart’. Een vermeend conflict bij de kunstenaar, tussen intellect en gevoel, tussen structuur en fantasie.
Brahms’ muziek was ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied
Als er één kunstwerk is dat demonstreert dat het hier gaat om een schijntegenstelling, dan is dat misschien wel Johannes Brahms’ Vierde symfonie. Zelden hoor je muziek die zo streng is gestructureerd en kunstig geconstrueerd, en zo direct tot het gevoel spreekt.
Brahms’ muziek was, toen zij geschreven werd, ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied, die vooral werd gevoerd tussen recensenten en verschillende facties van het publiek, niet zozeer tussen componisten. Die strijd werd gevoerd op het scherp van de snede, wat vandaag de dag absurd lijkt. Tegenstanders uit beide kampen gingen soms letterlijk met elkaar op de vuist. Ergens is dat jaloersmakend: muziek deed ertoe. En hoe: ze haalde de voorpagina’s.
Aan de ene kant het ‘klassieke kamp’, aangevoerd door de vileine recensent Eduard Hanslick. Voor hem was de enige weg de ‘absolute’ muziek: sonates, symfonieën en concerten, geschreven in de traditie van Joseph Haydn en Ludwig van Beethoven. Brahms en Robert Schumann waren hun helden. In het andere kamp de wagnerianen, voorvechters van de opera en het symfonisch gedicht (een orkestwerk dat iets buitenmuzikaals verklankt). Hun helden: uiteraard Richard Wagner en Franz Liszt. Hoe overduidelijk Brahms’ muziek ook bij het eerste kamp hoort, Brahms had zelf altijd een open oor en oog voor muziek die totaal anders was, ook voor Wagner of bijvoorbeeld Giuseppe Verdi. Zijn vijanden waren vaak minder tolerant. Zo schreef Hugo Wolf over Brahms’ Vierde symfonie: ‘Hij maakt iets uit niets’. Het gekke is dat Wolf dat als iets negatiefs bedoelde. ‘Componeren zonder ideeën’, vond hij, koud en beredeneerd.
Toch sloeg Wolf met ‘iets uit niets maken’ misschien wel de spijker op de kop. Brahms maakt zijn thema’s als het ware uit kleine voortdurend terugkerende legosteentjes, kleine intervallen (toonsafstanden) en motieven. Niets is toevallig, ook begeleidingsfiguren en tegenstemmen ontstaan uit diezelfde legosteentjes. Het ene thema ontstaat organisch uit het einde van het vorige. Dat geeft een enorm gevoel van eenheid. Dat alles zou misschien niet zo wonderbaarlijk zijn als het resultaat kunstmatig of geconstrueerd over zou komen, maar niets is minder waar. Brahms’ ingehouden tragiek raakt ook onmiddellijk de luisteraar die zich hier totaal niet van bewust is. Het eerste deel van de Vierde symfonie ontvouwt zich als een meeslepende melodische stroom die juist totaal spontaan lijkt. Een schitterende paradox.
Geen gebrek aan gevoel dus. Toch was Brahms uiterst terughoudend in het uitspreken wat de emotionele bronnen zouden kunnen zijn. Gesloten, bijtend sarcastisch was hij als hiernaar werd gevist. Dat mag geen verbazing wekken: als kind zag hij, piano spelend in de ruige zeemanskroegen en bordelen van zijn thuisstad Hamburg, dingen die een kind niet zou moeten zien. Robert Schumann was later zijn beste vriend, belangrijkste mentor en degene die zijn carrière in gang zette – maar tegelijkertijd was Roberts vrouw Clara Brahms’ grote, overweldigende liefde. Brahms moest aanzien hoe zijn vriend wegkwijnde in een psychiatrische inrichting, gekweld door destructieve depressies. Een emotionele gordiaanse knoop die vast bijdroeg aan zijn knorrige geslotenheid.
Volgens dirigent Simon Rattle ziet Brahms in zijn Vierde symfonie zijn sterfelijkheid voor het eerst onder ogen. Ruim de vijftig gepasseerd, op het toppunt van zijn kunnen. De toon van de symfonie is inderdaad droevig, maar zonder nadrukkelijkheid. Het derde deel is juist zeer uitbundig, maar dan zo dat het misschien bijna ‘dansen op de vulkaan’ wordt. De finale verwijst zowel in vorm als inhoud expliciet naar Johann Sebastian Bach en zelfs nog oudere muziek. Brahms’ Vierde is een monument van een symfonie, het volmaakte eindstation na Haydn en Beethoven.
Orkestfeit
Op 14 december 1888 dirigeerde Willem Kes de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest; de laatste vond plaats in Luxemburg op 11 mei 2023 onder leiding van John Eliot Gardiner.
In discussies over kunstwerken gaat het nogal eens over de ‘spanning tussen hoofd en hart’. Een vermeend conflict bij de kunstenaar, tussen intellect en gevoel, tussen structuur en fantasie.
Brahms’ muziek was ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied
Als er één kunstwerk is dat demonstreert dat het hier gaat om een schijntegenstelling, dan is dat misschien wel Johannes Brahms’ Vierde symfonie. Zelden hoor je muziek die zo streng is gestructureerd en kunstig geconstrueerd, en zo direct tot het gevoel spreekt.
Brahms’ muziek was, toen zij geschreven werd, ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied, die vooral werd gevoerd tussen recensenten en verschillende facties van het publiek, niet zozeer tussen componisten. Die strijd werd gevoerd op het scherp van de snede, wat vandaag de dag absurd lijkt. Tegenstanders uit beide kampen gingen soms letterlijk met elkaar op de vuist. Ergens is dat jaloersmakend: muziek deed ertoe. En hoe: ze haalde de voorpagina’s.
Aan de ene kant het ‘klassieke kamp’, aangevoerd door de vileine recensent Eduard Hanslick. Voor hem was de enige weg de ‘absolute’ muziek: sonates, symfonieën en concerten, geschreven in de traditie van Joseph Haydn en Ludwig van Beethoven. Brahms en Robert Schumann waren hun helden. In het andere kamp de wagnerianen, voorvechters van de opera en het symfonisch gedicht (een orkestwerk dat iets buitenmuzikaals verklankt). Hun helden: uiteraard Richard Wagner en Franz Liszt. Hoe overduidelijk Brahms’ muziek ook bij het eerste kamp hoort, Brahms had zelf altijd een open oor en oog voor muziek die totaal anders was, ook voor Wagner of bijvoorbeeld Giuseppe Verdi. Zijn vijanden waren vaak minder tolerant. Zo schreef Hugo Wolf over Brahms’ Vierde symfonie: ‘Hij maakt iets uit niets’. Het gekke is dat Wolf dat als iets negatiefs bedoelde. ‘Componeren zonder ideeën’, vond hij, koud en beredeneerd.
Toch sloeg Wolf met ‘iets uit niets maken’ misschien wel de spijker op de kop. Brahms maakt zijn thema’s als het ware uit kleine voortdurend terugkerende legosteentjes, kleine intervallen (toonsafstanden) en motieven. Niets is toevallig, ook begeleidingsfiguren en tegenstemmen ontstaan uit diezelfde legosteentjes. Het ene thema ontstaat organisch uit het einde van het vorige. Dat geeft een enorm gevoel van eenheid. Dat alles zou misschien niet zo wonderbaarlijk zijn als het resultaat kunstmatig of geconstrueerd over zou komen, maar niets is minder waar. Brahms’ ingehouden tragiek raakt ook onmiddellijk de luisteraar die zich hier totaal niet van bewust is. Het eerste deel van de Vierde symfonie ontvouwt zich als een meeslepende melodische stroom die juist totaal spontaan lijkt. Een schitterende paradox.
Geen gebrek aan gevoel dus. Toch was Brahms uiterst terughoudend in het uitspreken wat de emotionele bronnen zouden kunnen zijn. Gesloten, bijtend sarcastisch was hij als hiernaar werd gevist. Dat mag geen verbazing wekken: als kind zag hij, piano spelend in de ruige zeemanskroegen en bordelen van zijn thuisstad Hamburg, dingen die een kind niet zou moeten zien. Robert Schumann was later zijn beste vriend, belangrijkste mentor en degene die zijn carrière in gang zette – maar tegelijkertijd was Roberts vrouw Clara Brahms’ grote, overweldigende liefde. Brahms moest aanzien hoe zijn vriend wegkwijnde in een psychiatrische inrichting, gekweld door destructieve depressies. Een emotionele gordiaanse knoop die vast bijdroeg aan zijn knorrige geslotenheid.
Volgens dirigent Simon Rattle ziet Brahms in zijn Vierde symfonie zijn sterfelijkheid voor het eerst onder ogen. Ruim de vijftig gepasseerd, op het toppunt van zijn kunnen. De toon van de symfonie is inderdaad droevig, maar zonder nadrukkelijkheid. Het derde deel is juist zeer uitbundig, maar dan zo dat het misschien bijna ‘dansen op de vulkaan’ wordt. De finale verwijst zowel in vorm als inhoud expliciet naar Johann Sebastian Bach en zelfs nog oudere muziek. Brahms’ Vierde is een monument van een symfonie, het volmaakte eindstation na Haydn en Beethoven.
Orkestfeit
Op 14 december 1888 dirigeerde Willem Kes de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest; de laatste vond plaats in Luxemburg op 11 mei 2023 onder leiding van John Eliot Gardiner.
MICHAIL GLINKA (1804-1857)
Ouverture ‘Roeslan en Ljoedmila’
Voor een componist die altijd wordt opgevoerd als de ‘vader van de Russische muziek’ wordt de muziek van Michail Glinka in het Westen eigenlijk (te) weinig uitgevoerd. Daarop is één uitzondering: deze ouverture van zijn opera Roeslan en Ljoedmila, naar een gedicht van Aleksandr Poesjkin. Het is een geliefde showstopper waarmee orkesten hun virtuositeit graag etaleren. De flair en vaart verraden misschien dat Glinka studeerde in het Italië ten tijde van Rossini. De cello’s hebben een trots zingend tweede thema dat zonder meer vooruit wijst naar de zangerige melodieën van Glinka’s opvolgers, zoals Tsjaikovski en Borodin.
Orkestfeit
Willem Kes dirigeerde dit werk op het tweede concert ooit van het Concertgebouworkest, op 4 november 1888. Klaus Mäkelä leidde de laatste uitvoeringen, op 19 en 20 november 2024 in West Palm Beach respectievelijk Naples, Florida.
Voor een componist die altijd wordt opgevoerd als de ‘vader van de Russische muziek’ wordt de muziek van Michail Glinka in het Westen eigenlijk (te) weinig uitgevoerd. Daarop is één uitzondering: deze ouverture van zijn opera Roeslan en Ljoedmila, naar een gedicht van Aleksandr Poesjkin. Het is een geliefde showstopper waarmee orkesten hun virtuositeit graag etaleren. De flair en vaart verraden misschien dat Glinka studeerde in het Italië ten tijde van Rossini. De cello’s hebben een trots zingend tweede thema dat zonder meer vooruit wijst naar de zangerige melodieën van Glinka’s opvolgers, zoals Tsjaikovski en Borodin.
Orkestfeit
Willem Kes dirigeerde dit werk op het tweede concert ooit van het Concertgebouworkest, op 4 november 1888. Klaus Mäkelä leidde de laatste uitvoeringen, op 19 en 20 november 2024 in West Palm Beach respectievelijk Naples, Florida.
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Vioolconcert
‘Tsjaikovski’s vioolconcert geeft ons voor het eerst het verschrikkelijke idee dat er muziek kan zijn die stinkt voor het oor’. Aan het woord is de criticus Eduard Hanslick. Pjotr Tsjaikovski kon deze vernietigende recensie zijn leven lang woordelijk citeren. De componist, die volgens Hanslick deed aan een persoonlijkheidscultus en opzichtig het genie zou uithangen, was in werkelijkheid diep onzeker en kwetsbaar als porselein voor dergelijke kritiek. Vandaag de dag leest Hanslicks betoog als een genant staaltje westers superioriteitsdenken: de stank in dit vioolconcert was volgens hem wodkalucht. ‘Je ziet meteen de onbeschaafde vulgaire Russische koppen’.
Dit vioolconcert is een van de fameuze voorbeelden waarbij de muziekgeschiedenis het ongelijk van de recensent ruimschoots heeft bewezen. Anderzijds bestaat de mythe rond Tsjaikovski’s ‘Russische ziel’ nog steeds, al krijgt hij vandaag de dag een heel andere lading: Tsjaikovski wordt vaak gezien als een tragische figuur, verscheurd door zijn homoseksuele passies. Zo zien we in het Westen een ‘schilderachtige’ Rus misschien graag. Ook dat cliché verdient bijstelling: Tsjaikovski was een buitengewoon succesvolle internationale ster, die met uitzonderlijke discipline en vakmanschap aan zijn oeuvre bouwde en vele gelukkige periodes kende. Zeer gangbaar in de mythologie rond bijna alle beroemd geworden soloconcerten is dat de eerste beoogde solisten het werk onspeelbaar vonden, zoals ook bij dit concert.
‘Tsjaikovski’s vioolconcert geeft ons voor het eerst het verschrikkelijke idee dat er muziek kan zijn die stinkt voor het oor’. Aan het woord is de criticus Eduard Hanslick. Pjotr Tsjaikovski kon deze vernietigende recensie zijn leven lang woordelijk citeren. De componist, die volgens Hanslick deed aan een persoonlijkheidscultus en opzichtig het genie zou uithangen, was in werkelijkheid diep onzeker en kwetsbaar als porselein voor dergelijke kritiek. Vandaag de dag leest Hanslicks betoog als een genant staaltje westers superioriteitsdenken: de stank in dit vioolconcert was volgens hem wodkalucht. ‘Je ziet meteen de onbeschaafde vulgaire Russische koppen’.
Dit vioolconcert is een van de fameuze voorbeelden waarbij de muziekgeschiedenis het ongelijk van de recensent ruimschoots heeft bewezen. Anderzijds bestaat de mythe rond Tsjaikovski’s ‘Russische ziel’ nog steeds, al krijgt hij vandaag de dag een heel andere lading: Tsjaikovski wordt vaak gezien als een tragische figuur, verscheurd door zijn homoseksuele passies. Zo zien we in het Westen een ‘schilderachtige’ Rus misschien graag. Ook dat cliché verdient bijstelling: Tsjaikovski was een buitengewoon succesvolle internationale ster, die met uitzonderlijke discipline en vakmanschap aan zijn oeuvre bouwde en vele gelukkige periodes kende. Zeer gangbaar in de mythologie rond bijna alle beroemd geworden soloconcerten is dat de eerste beoogde solisten het werk onspeelbaar vonden, zoals ook bij dit concert.
Clichés en mythevorming rond Tsjaikovski’s liefdesleven of niet, zijn Vioolconcert ontstond mede dankzij zijn verliefdheid op violist Iosif Kotek. Na zijn rampzalig mislukte huwelijk met een bewonderaarster reisde hij met hem naar Clarens aan het Meer van Genève, waar hij het werk componeerde. De muzikale trigger was Eduard Lalo’s Symphonie espagnole voor viool en orkest, die hij samen met Kotek doorspeelde. Altijd was de Franse muziek belangrijker voor Russische componisten dan de Duitse traditie. In diepere zin was dit misschien meer wat Hanslick dwars zat.
Voorop staat Tsjaikovski’s enorme gave voor melodie. Daarnaast had de componist een scherp oor voor de ongekende mogelijkheden voor zowel expressie als virtuoos vuurwerk van de viool, waarbij de technische hulp van Kotek zeer waardevol is geweest. De zegetocht van het Vioolconcert als een van de pijlers van het romantische vioolrepertoire heeft elke kritiek doen verstommen.
Orkestfeit
De eerste uitvoering, op 26 oktober 1893, betrof de Nederlandse première onder leiding van Willem Kes met violist Felix Berber-Credner. Meest recent klonk het werk onder leiding van Elim Chan en met Simone Lamsma op 13 en 14 september 2019 in Amsterdam respectievelijk Dortmund.
Clichés en mythevorming rond Tsjaikovski’s liefdesleven of niet, zijn Vioolconcert ontstond mede dankzij zijn verliefdheid op violist Iosif Kotek. Na zijn rampzalig mislukte huwelijk met een bewonderaarster reisde hij met hem naar Clarens aan het Meer van Genève, waar hij het werk componeerde. De muzikale trigger was Eduard Lalo’s Symphonie espagnole voor viool en orkest, die hij samen met Kotek doorspeelde. Altijd was de Franse muziek belangrijker voor Russische componisten dan de Duitse traditie. In diepere zin was dit misschien meer wat Hanslick dwars zat.
Voorop staat Tsjaikovski’s enorme gave voor melodie. Daarnaast had de componist een scherp oor voor de ongekende mogelijkheden voor zowel expressie als virtuoos vuurwerk van de viool, waarbij de technische hulp van Kotek zeer waardevol is geweest. De zegetocht van het Vioolconcert als een van de pijlers van het romantische vioolrepertoire heeft elke kritiek doen verstommen.
Orkestfeit
De eerste uitvoering, op 26 oktober 1893, betrof de Nederlandse première onder leiding van Willem Kes met violist Felix Berber-Credner. Meest recent klonk het werk onder leiding van Elim Chan en met Simone Lamsma op 13 en 14 september 2019 in Amsterdam respectievelijk Dortmund.
Johannes Brahms (1833-1897)
Vierde symfonie
In discussies over kunstwerken gaat het nogal eens over de ‘spanning tussen hoofd en hart’. Een vermeend conflict bij de kunstenaar, tussen intellect en gevoel, tussen structuur en fantasie.
Brahms’ muziek was ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied
Als er één kunstwerk is dat demonstreert dat het hier gaat om een schijntegenstelling, dan is dat misschien wel Johannes Brahms’ Vierde symfonie. Zelden hoor je muziek die zo streng is gestructureerd en kunstig geconstrueerd, en zo direct tot het gevoel spreekt.
Brahms’ muziek was, toen zij geschreven werd, ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied, die vooral werd gevoerd tussen recensenten en verschillende facties van het publiek, niet zozeer tussen componisten. Die strijd werd gevoerd op het scherp van de snede, wat vandaag de dag absurd lijkt. Tegenstanders uit beide kampen gingen soms letterlijk met elkaar op de vuist. Ergens is dat jaloersmakend: muziek deed ertoe. En hoe: ze haalde de voorpagina’s.
Aan de ene kant het ‘klassieke kamp’, aangevoerd door de vileine recensent Eduard Hanslick. Voor hem was de enige weg de ‘absolute’ muziek: sonates, symfonieën en concerten, geschreven in de traditie van Joseph Haydn en Ludwig van Beethoven. Brahms en Robert Schumann waren hun helden. In het andere kamp de wagnerianen, voorvechters van de opera en het symfonisch gedicht (een orkestwerk dat iets buitenmuzikaals verklankt). Hun helden: uiteraard Richard Wagner en Franz Liszt. Hoe overduidelijk Brahms’ muziek ook bij het eerste kamp hoort, Brahms had zelf altijd een open oor en oog voor muziek die totaal anders was, ook voor Wagner of bijvoorbeeld Giuseppe Verdi. Zijn vijanden waren vaak minder tolerant. Zo schreef Hugo Wolf over Brahms’ Vierde symfonie: ‘Hij maakt iets uit niets’. Het gekke is dat Wolf dat als iets negatiefs bedoelde. ‘Componeren zonder ideeën’, vond hij, koud en beredeneerd.
Toch sloeg Wolf met ‘iets uit niets maken’ misschien wel de spijker op de kop. Brahms maakt zijn thema’s als het ware uit kleine voortdurend terugkerende legosteentjes, kleine intervallen (toonsafstanden) en motieven. Niets is toevallig, ook begeleidingsfiguren en tegenstemmen ontstaan uit diezelfde legosteentjes. Het ene thema ontstaat organisch uit het einde van het vorige. Dat geeft een enorm gevoel van eenheid. Dat alles zou misschien niet zo wonderbaarlijk zijn als het resultaat kunstmatig of geconstrueerd over zou komen, maar niets is minder waar. Brahms’ ingehouden tragiek raakt ook onmiddellijk de luisteraar die zich hier totaal niet van bewust is. Het eerste deel van de Vierde symfonie ontvouwt zich als een meeslepende melodische stroom die juist totaal spontaan lijkt. Een schitterende paradox.
Geen gebrek aan gevoel dus. Toch was Brahms uiterst terughoudend in het uitspreken wat de emotionele bronnen zouden kunnen zijn. Gesloten, bijtend sarcastisch was hij als hiernaar werd gevist. Dat mag geen verbazing wekken: als kind zag hij, piano spelend in de ruige zeemanskroegen en bordelen van zijn thuisstad Hamburg, dingen die een kind niet zou moeten zien. Robert Schumann was later zijn beste vriend, belangrijkste mentor en degene die zijn carrière in gang zette – maar tegelijkertijd was Roberts vrouw Clara Brahms’ grote, overweldigende liefde. Brahms moest aanzien hoe zijn vriend wegkwijnde in een psychiatrische inrichting, gekweld door destructieve depressies. Een emotionele gordiaanse knoop die vast bijdroeg aan zijn knorrige geslotenheid.
Volgens dirigent Simon Rattle ziet Brahms in zijn Vierde symfonie zijn sterfelijkheid voor het eerst onder ogen. Ruim de vijftig gepasseerd, op het toppunt van zijn kunnen. De toon van de symfonie is inderdaad droevig, maar zonder nadrukkelijkheid. Het derde deel is juist zeer uitbundig, maar dan zo dat het misschien bijna ‘dansen op de vulkaan’ wordt. De finale verwijst zowel in vorm als inhoud expliciet naar Johann Sebastian Bach en zelfs nog oudere muziek. Brahms’ Vierde is een monument van een symfonie, het volmaakte eindstation na Haydn en Beethoven.
Orkestfeit
Op 14 december 1888 dirigeerde Willem Kes de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest; de laatste vond plaats in Luxemburg op 11 mei 2023 onder leiding van John Eliot Gardiner.
In discussies over kunstwerken gaat het nogal eens over de ‘spanning tussen hoofd en hart’. Een vermeend conflict bij de kunstenaar, tussen intellect en gevoel, tussen structuur en fantasie.
Brahms’ muziek was ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied
Als er één kunstwerk is dat demonstreert dat het hier gaat om een schijntegenstelling, dan is dat misschien wel Johannes Brahms’ Vierde symfonie. Zelden hoor je muziek die zo streng is gestructureerd en kunstig geconstrueerd, en zo direct tot het gevoel spreekt.
Brahms’ muziek was, toen zij geschreven werd, ongeveer de belangrijkste kop van Jut in een richtingenstrijd in het Duitse taalgebied, die vooral werd gevoerd tussen recensenten en verschillende facties van het publiek, niet zozeer tussen componisten. Die strijd werd gevoerd op het scherp van de snede, wat vandaag de dag absurd lijkt. Tegenstanders uit beide kampen gingen soms letterlijk met elkaar op de vuist. Ergens is dat jaloersmakend: muziek deed ertoe. En hoe: ze haalde de voorpagina’s.
Aan de ene kant het ‘klassieke kamp’, aangevoerd door de vileine recensent Eduard Hanslick. Voor hem was de enige weg de ‘absolute’ muziek: sonates, symfonieën en concerten, geschreven in de traditie van Joseph Haydn en Ludwig van Beethoven. Brahms en Robert Schumann waren hun helden. In het andere kamp de wagnerianen, voorvechters van de opera en het symfonisch gedicht (een orkestwerk dat iets buitenmuzikaals verklankt). Hun helden: uiteraard Richard Wagner en Franz Liszt. Hoe overduidelijk Brahms’ muziek ook bij het eerste kamp hoort, Brahms had zelf altijd een open oor en oog voor muziek die totaal anders was, ook voor Wagner of bijvoorbeeld Giuseppe Verdi. Zijn vijanden waren vaak minder tolerant. Zo schreef Hugo Wolf over Brahms’ Vierde symfonie: ‘Hij maakt iets uit niets’. Het gekke is dat Wolf dat als iets negatiefs bedoelde. ‘Componeren zonder ideeën’, vond hij, koud en beredeneerd.
Toch sloeg Wolf met ‘iets uit niets maken’ misschien wel de spijker op de kop. Brahms maakt zijn thema’s als het ware uit kleine voortdurend terugkerende legosteentjes, kleine intervallen (toonsafstanden) en motieven. Niets is toevallig, ook begeleidingsfiguren en tegenstemmen ontstaan uit diezelfde legosteentjes. Het ene thema ontstaat organisch uit het einde van het vorige. Dat geeft een enorm gevoel van eenheid. Dat alles zou misschien niet zo wonderbaarlijk zijn als het resultaat kunstmatig of geconstrueerd over zou komen, maar niets is minder waar. Brahms’ ingehouden tragiek raakt ook onmiddellijk de luisteraar die zich hier totaal niet van bewust is. Het eerste deel van de Vierde symfonie ontvouwt zich als een meeslepende melodische stroom die juist totaal spontaan lijkt. Een schitterende paradox.
Geen gebrek aan gevoel dus. Toch was Brahms uiterst terughoudend in het uitspreken wat de emotionele bronnen zouden kunnen zijn. Gesloten, bijtend sarcastisch was hij als hiernaar werd gevist. Dat mag geen verbazing wekken: als kind zag hij, piano spelend in de ruige zeemanskroegen en bordelen van zijn thuisstad Hamburg, dingen die een kind niet zou moeten zien. Robert Schumann was later zijn beste vriend, belangrijkste mentor en degene die zijn carrière in gang zette – maar tegelijkertijd was Roberts vrouw Clara Brahms’ grote, overweldigende liefde. Brahms moest aanzien hoe zijn vriend wegkwijnde in een psychiatrische inrichting, gekweld door destructieve depressies. Een emotionele gordiaanse knoop die vast bijdroeg aan zijn knorrige geslotenheid.
Volgens dirigent Simon Rattle ziet Brahms in zijn Vierde symfonie zijn sterfelijkheid voor het eerst onder ogen. Ruim de vijftig gepasseerd, op het toppunt van zijn kunnen. De toon van de symfonie is inderdaad droevig, maar zonder nadrukkelijkheid. Het derde deel is juist zeer uitbundig, maar dan zo dat het misschien bijna ‘dansen op de vulkaan’ wordt. De finale verwijst zowel in vorm als inhoud expliciet naar Johann Sebastian Bach en zelfs nog oudere muziek. Brahms’ Vierde is een monument van een symfonie, het volmaakte eindstation na Haydn en Beethoven.
Orkestfeit
Op 14 december 1888 dirigeerde Willem Kes de eerste uitvoering door het Concertgebouworkest; de laatste vond plaats in Luxemburg op 11 mei 2023 onder leiding van John Eliot Gardiner.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande dirigenten en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende dirigenten zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Nathalie Stutzmann, dirigent
De Française Nathalie Stutzmann begon al op jonge leeftijd met studies piano, fagot en cello, waarna ze zich als een wereldwijd gevierd zangeres ontplooide. Dirigeren leerde ze van de legendarische Jorma Panula. Als alt en als dirigent won ze vele prijzen. Als music director van het Atlanta Symphony Orchestra is Nathalie Stutzmann de tweede vrouw die ooit aan het hoofd kwam van een belangrijk Amerikaans orkest.
Tussen 2021 en 2024 was ze eerste gastdirigent van The Philadelphia Orchestra. In recente jaren debuteerde ze als gastdirigent bij onder meer het Tsjechisch Filharmonisch Orkest, het Boston Symphony Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich en de Wiener Symphoniker. In het seizoen 2024/2025 keerde ze terug bij de New York Philharmonic als Featured Artist en bij de Münchner Philharmoniker, het Orchestre de Paris en de Los Angeles Philharmonic.
Haar dirigeerdebuut bij de Metropolitan Opera in 2023 werd door The New York Times beschreven als ‘the coup of the year’. Dat jaar maakte Nathalie Stutzmann met Wagners Tannhäuser een al even spectaculair debuut op de Bayreuther Festspiele, naar aanleiding waarvan ze tijdens de Oper! Awards werd verkozen tot dirigent van het jaar.
Bij het Concertgebouworkest maakt Nathalie Stutzmann haar dirigeerdebuut; als zangeres was ze tussen 1996 en 2003 meermaals te gast, onder meer in werken van Diepenbrock (in 1997, en in 1998 in Noorwegen) en in Mahlers Derde symfonie (2002 op tournee in Japan, in 2003 in Het Concertgebouw). In Frankrijk werd de dirigent benoemd tot Chevalier de la Légion d’Honneur en Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres.
Augustin Hadelich, viool
Augustin Hadelich studeerde aan het Instituto Mascagni in Livorno en bij Joel Smirnoff aan de Juilliard School of Music in New York. Hij won de International Violin Competition of Indianapolis (2006), kreeg een Avery Fisher Career Grant (2009) en een Borletti-Buitoni Trust Fellowship (2011), werd in 2018 door Musical America uitgeroepen tot ’instrumentalist of the year’ en in 2021 nogmaals door Opus Klassik.
Voor zijn opname van Dutilleux’ vioolconcert L’Arbre des songes won hij in 2016 een Grammy Award.
Augustin Hadelich soleerde bij de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre National de France, het London Philharmonic Orchestra, het Seoul Philharmonic Orchestra, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en alle grote orkesten in Noord-Amerika.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Augustin Hadelich in februari 2017 met Bernsteins Serenade. In oktober 2024 kwam hij terug met Sibelius’ Vioolconcert onder leiding van Karina Canellakis. Van 2019 tot 2023 was de violist associate artist van het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg. Augustin Hadelich geeft les aan de Yale School of Music en bespeelt de ‘Leduc-ex-Szeryng’-Guarneri del Gesù uit 1744.