luistertips

Mahler: Vierde symfonie

Deze maand publiceren we een Mahler-luistergids: historisch mooie opnamen van alle Mahler-symfonieën. Bij iedere symfonie schreef een van onze auteurs een toelichting. Dit is de toelichting op Mahlers Vierde symfonie: een minder omvangrijke, vaak opgewekte symfonie – of is dat schijn?

‘Eigenlijk wilde ik alleen een symfonische humoreske schrijven, maar die is uitgegroeid tot een symfonie van normale lengte.’ Na de eerste drie symfonieën – die hij ooit de Trilogie der Leidenschaft noemde – leek Gustav Mahler met zijn Vierde symfonie heel wat minder ambities te hebben. Het werk is beknopter, heeft een kleinere en lichtere orkestbezetting en om Mahlers karakterisering te gebruiken: ‘de basisstemming is blauw, hemelsblauw’.

In 1892 had de componist een gedicht uit zijn geliefde volksliedbundel Des Knaben Wunderhorn op muziek gezet, dat hij eerst als afsluiting van zijn Derde symfonie wilde gaan gebruiken. Dit , dat in de Derde symfonie ‘Wat het kind ons vertelt’ zou moeten gaan heten, werd uiteindelijk als ‘Wir geniessen die himmlischen Freuden’ het slotdeel van de Vierde symfonie.

Deze lichte finale is de sleutel tot het gehele werk. In de symfonie zit volgens Mahler ‘de opgewektheid van een hogere, ons onbekende wereld die voor ons iets engs en beangstigends heeft’. ‘In het laatste deel legt het kind – dat in de toestand van het verpoppen toch al deel heeft aan deze hogere wereld – uit hoe het allemaal bedoeld is.’

De andere drie delen die aan dit ‘kinderlijke’ slotdeel vooraf gaan ontstonden in 1899 en 1900. Het overzichtelijke openingsdeel – dat oorspronkelijk ‘Het eeuwige hier en nu’ heette – begint eenvoudig, met de opvallende schellen. De naïeve toon van het kind lijkt gezet… of zijn het de belletjes van een narrenkap? De violen spelen het eerste , en hobo het tweede, waarna de hobo nog een derde thema aanheft.

De soloviool markeert het begin van de doorwerking. (Een onderdeel van de klassieke , red.) Is de eenvoud hier, zoals vaker bij Mahler, slechts schijn? Volgens filosoof en musicoloog Theodor Adorno husselt Mahler in dit deel ‘niet bestaande kinderliederen’ door elkaar en is er achter een masker van naïviteit een spel van schijn en werkelijkheid aan de gang.

  • Gustav Mahler

Ook in deze optimistische symfonie zijn meerdere lagen te vinden. De basisstemming mag dan hemelsblauw zijn, ‘af en toe verduistert het en wordt het onheilspellend, spookachtig’, aldus de componist. De hemel blijft wel blauw, maar ‘wij krijgen ineens een eng gevoel, alsof een panische schrik ons treft’. Het spookachtige is in ieder geval aanwezig in het , waarin ‘Freund Hein’ een wat macabere dans speelt op een omgestemde viool.

Het verstilde langzame deel dat erop volgt is een variatie op twee ’s. We horen volgens Mahler een ‘ die zowel goddelijk vrolijk als diep treurig is; jullie zullen daarbij afwisselend lachen en wenen’. Uiteindelijk volgt dan de sopraan, die met een ‘kindlich heiterem Ausdruck’ en in een eenvoudige strofenvorm de hemelse vreugde bezingt. De belletjes van het begin komen terug en de symfonie ­eindigt ver verwijderd van het ‘weltlich Getümmel’, in de droomwereld van het kind.

Deel of bewaar voor laterDelen

Preludium is een uitgave van Concertvrienden