Interview

Het jeugdig ongeduld van Raoul Steffani

Uit het Preludium maandblad oktober 2018

Hij is nog maar 26, maar staat te boek als een groot Nederlands talent. Eind oktober zingt de jonge bariton Raoul Steffani liederen van zijn debuut-cd in de Kleine Zaal. 'Het is een soort droom dat ik dit nu al mag doen.'

Met zijn blonde krullen en open blik oogt Raoul Steffani nog wél 26, maar zijn stem en visie op het vak zijn die van een ervaren zanger. Ook al is het geen moment te horen, zijn wieg stond in Zuid-Limburg, waar hij een grote liefde voor muziek en taal ontwikkelde. Eigenlijk praat hij liever niet over zichzelf: ‘Ik zou willen dat de mensen mij leren kennen door de manier waarop ik zing en de keuzes die ik maak.

Het mooiste aan het zingen vind ik misschien wel de taal. Op mijn cd en dus ook op het concert zing ik onder meer zeven ­liederen van Sibelius in het Zweeds. De taal bepaalt de sfeer en kleur van de liederen, in het Zweeds zitten iets andere klinkers bijvoorbeeld.’

‘Je moet als jonge zanger een sterke wil hebben, anders kom je nergens’

Steffani was al een paar keer te horen in de Grote Zaal, in de NTR ZaterdagMatinee en in Bachs Matthäus-Passion, maar hij beschouwt, afgezien van twee lunchconcerten, zijn optreden in de serie Jonge Nederlanders als zijn echte debuut op Nederlands mooiste podium voor kamermuziek.

Start / pauzeer slideshow

‘Ruim anderhalf jaar geleden ben ik al over het programma gaan nadenken: wat wil ik brengen, wat kan ik op dit moment? Het thema in al die liederen is eigenlijk een beetje ‘jeugdig ongeduld en enthousiasme’, maar ook ‘slapen en dromen’. Wat ook erg past bij die jonge lyrische ik, bij mij als zanger.’

Wenen

In het gezin waar hij opgroeide, was Raoul de enige voor wie muziek een noodzaak was. Hoe is in een niet-muzikale omgeving dat zingen ooit begonnen? ‘Ik zeg altijd: alle kinderen zingen, voor een kind is dat iets heel natuurlijks. Maar anders dan de meeste kinderen ben ik er nooit mee opgehouden.

Van een stembreuk heb ik weinig last gehad, die tijd heb ik opgevuld met pianospelen. Aanvankelijk wilde ik zelfs pianist worden, maar het zingen heeft gewonnen en op mijn achttiende ben ik naar het conservatorium in Tilburg gegaan. Daar ging een wereld voor me open, maar ik vond toch niet helemaal wat ik zocht. Via masterclasses in Duitsland ben ik toen bij de zangpedagoge Margreet Honig terecht gekomen – alles wat ik kan, dank ik aan haar.

In Tilburg had ik het na een paar jaar wel gezien, ik wilde meer, mijn vleugels uitslaan, dus ging ik naar Wenen. Naar de Universität für Musik und darstellende Kunst, die tot de beste opleidingen ter wereld behoort en waar ik enorm veel heb geleerd.

Het was een heel intensieve tijd, maar de manier van zingen is er anders, dus voor zangles kwam ik toch telkens weer terug naar Margreet in Amsterdam. Ook van Thomas Hampson heb ik veel geleerd; ik volg met enige regelmaat zijn lessen, afgelopen zomer nog tijdens de Schubertiade in Schwarzenberg. Wat hij en Margreet me leren probeer ik in mezelf samen te brengen.’

Leeftijdgenoten

Het programma voor zijn eerste cd en zijn recital in de Kleine Zaal is zijn heel persoonlijke keuze. ‘Ik voel me soms een beetje een antiquair’, lacht hij, ‘met mijn gescharrel in oude boekjes, op zoek naar verborgen parels en niet eerder opgenomen liederen. Sommige werken van Sibelius zijn pas recent in druk verschenen, Serenade, zijn allereerste lied, is pas één keer eerder opgenomen.

Dit is repertoire wat bij mij past, bijna alle componisten waren leeftijdgenoten toen zij deze liederen schreven. Schumann was nog net niet getrouwd met zijn Clara toen hij de Liederkreis, opus 24 componeerde. Schumann is een van mijn lievelingscomponisten. Ik kan zijn emotio­naliteit goed volgen, alles komt zo diep van binnenuit. Ook van Sibelius zijn dit vroege werken – hij schetst lange lijnen en schildert met een wat grovere kwast dan Schumann.

'Ik ben zuinig op mijn stem dus ik leef verstandig'

Dat vraagt van mij als zanger ook een andere manier van zingen. Alban Berg was zelfs nog veel jonger dan ik nu ben, hij zat nog bij Arnold Schönberg op les toen hij dit schreef. De muziek van deze toen nog jonge componisten ademt een jeugdig enthousiasme, een onbevangenheid die we niet kwijt moeten raken in de muziek.’

Sterke wil

Desgevraagd onderstreept Margreet Honig dit ideaal. ‘Hij was nog zo jong toen hij bij me kwam, het was spannend om te ontdekken waarmee ik hem kon helpen. De kunst was zijn enorme hartstocht te beteugelen zonder die in essentie verloren te laten gaan. Raoul is een groot talent, ik zie veel in hem.’

De toekomst ziet er dan ook zonnig uit voor deze succesvolle jonge zanger. ‘Voorlopig zal ik wel een lyrische bariton blijven, omdat ik een vrij makkelijke hoogte heb, gelukkig heel geschikt voor het lied, maar ook voor het lichtere operarepertoire. Je moet als jonge zanger een sterke wil hebben, anders kom je nergens, maar je moet ook je moment weten te kiezen en niet te vroeg te veel willen. Ik ben zuinig op mijn stem dus ik leef verstandig, ik voel een grote verantwoordelijkheid voor mijn talent. Maar dat heb ik graag over voor dit prachtige werk.’