portret

Mstislav 'Slava' Rostropovitsj: soldaat in het leger van de muziek

Komende lente zou hij honderd geworden zijn. Wie was de Russische cello-legende Mstislav Rostropovitsj?

In juni 2001 organiseerde het Concertgebouworkest een groots festival ter ere van Mstislav Rostropovitsj (27 maart 1927-27 april 2007). ‘Met vele componisten die werk aan hem hebben opgedragen, met zijn vrienden die muziek wilden komen maken, en met zijn ongelooflijke ervaringen in de wereld- en muziekgeschiedenis’, zoals te lezen was in het voorwoord van Preludium.

Binnen drie weken stond Rostropovitsj zesmaal op de bok bij het Concert­gebouworkest, soleerde hij in concerten van Sjostakovitsj (het Eerste) en Dvořák, gaf hij masterclasses in de en verzorgde hij in de samen met orkestleden en befaamde vrienden twee verschillende kamermuziek­programma’s. Het Parool vatte Rostropovitsj samen als een ‘unieke verschijning met geheimzinnige tovermacht’.

Meer dan honderd stukken zouden niet gecomponeerd zijn zonder Rostropovitsj. Al hebben niet al die partituren de tand des tijds even glorierijk doorstaan, de belangrijkste resultaten van Rostropovitsj’ samenwerkingen met componisten liegen er niet om. Denk bijvoorbeeld aan de beide celloconcerten van Sjostakovitsj en de concertante van Prokofjev, The Canticle of the Sun van Goebaidoelina, kamermuziekrepertoire als de Cellosonate van Prokofjev, het Gran Duo van Oestvolskaja, Le Grand Tango van Piazzolla en de ­Cellosonate en de drie s voor cello solo van Britten, en werken van Weinberg, Dutilleux, ­Lutosławski, Pende­recki, Berio, Messiaen en Bernstein.

Ooit was cellostudent Rostropovitsj zelf compositieleerling van Sjostakovitsj, maar hij zag zichzelf niet als componist: ‘Ik begreep dat ik de persoonlijkheid van een uitvoerder had.’ Dat Rostropovitsj zelf toch wel enigszins kaas gegeten had van componeren – niet voor niets speelt Petar ­Pejčić ook de Humoresque van zijn hand – is vast van nut geweest bij het kiezen en beoordelen van de tijdgenoten bij wie hij nieuwe muziek bestelde.

‘Ik begreep dat ik de persoonlijkheid van een uitvoerder had’

Rostropovitsj’ muzikale loopbaan is niet los te zien van het politieke wereldtoneel van de stalinistische heilstaat en de Koude Oorlog. Waar ze konden stelden hij en zijn vrouw, de sopraan Galina Visjnevskaja, zich – ook al had hij zich in 1951 de Stalin Prijs laten welgevallen – teweer tegen het communistische angstbewind.

Zo boden ze een paar jaar onderdak aan de dissidente Nobelprijswinnaar Alexander Solzjenitsyn, die met het illegaal circulerende De Goelag Archipel zijn ervaringen van acht jaar werkkamp had neergepend. Dit zette het echtpaar definitief op de controleradar van het sovjetregime. De zangeres verloor haar positie aan het Bolsjoj Theater, de cellist die al twintig jaar internatio­naal tourde kreeg een uitreisverbod.

In 1974, tegengewerkt in alle muziek die ze wilden maken, gingen ze in ballingschap in de Verenigde Staten, en in 1978 werd hun de Russische nationaliteit ontnomen. Zijn emigratie naar het Westen verruimde Rostropovitsj’ speelveld als cellosolist, en van 1977 tot 1994 was hij bovendien in Washington D.C. muzikaal directeur en van het National Symphony Orchestra. De geliefde musicus genoot een sterrenstatus, verkeerde onder staatshoofden en beroemdheden, kreeg vele internationale prijzen en eredoctoraten, leende zijn naam aan festivals en stichtingen.

Altijd zou hij zijn zo diepgevoelde politieke en humanitaire betrokkenheid blijven naleven. Toen in november 1989 de Berlijnse Muur viel, reisde hij met zijn Duport-Stradivarius uit 1711 acuut af om daar solosuites van Bach te spelen als ode aan de vrijheid. De beelden gingen de hele wereld over. In 1990 gaf Michail Gorbatsjov hem het Russische staatsburgerschap terug, al bleef de cellist in Amerika wonen. Wel trad hij al snel daarna in Leningrad en Moskou op met het National Sym­phony Orchestra.

Drie jaar later, op het hoogtepunt van de spanningen tussen de hervormingsgezinde Boris Jeltsin en zijn tegenstanders, gaven Rostropovitsj en zijn Amerikaanse orkest een van symboliek doortrokken openluchtconcert voor een honderdduizendkoppig publiek op het Rode Plein in Moskou (zie de foto). Solist was een jonge ­pianist genaamd Ignat Solzjenitsyn – inderdaad, de zoon van, in 1972 geboren in de datsja van Rostropovitsj.

Cellist Petar Pejčić brengt een ode aan zijn idool tijdens zijn Rising Stars-programma:

interviewPremium

Petar Pejčić: ‘Naar een concert gaan is een bijna spirituele ervaring’

Wist je dat...

Begin en einde

Rostropovitsj werd geboren in Bakoe (tegenwoordig Azerbeidzjan, destijds Sovjet-Unie). Hij kreeg pianoles van zijn moeder en les van zijn vader, die had gestudeerd bij de beroemde Catalaan Pablo Casals (1876-1973). In 1943 ging hij naar het -conservatorium in Moskou.

Zijn laatste woonplaats was Parijs, maar in februari 2007 liet hij zich opnemen in een Moskouse kliniek. President Vladimir Poetin decoreerde Rostropovitsj daar met de ‘Orde van Dienst Eerste Klasse voor het Vaderland’. Bij de feestelijkheden die het Kremlin organiseerde bij zijn tachtigste verjaardag kon hij nog net aanwezig zijn.


Slava!

De naam van het Rostropovitsj-festival van juni 2001 was Slava! Rostropovich in Amsterdam, naar de bijnaam van de hoofdgast. Het Russische ‘slava’ betekent zoveel als ‘heil’.

Vriend en buurman

Tijdens het festival Slava! gaf Rostropovitsj’ echtgenote Galina Visjnevs-kaja twee masterclasses over de -eren die Sjostakovitsj speciaal voor haar had gecomponeerd. In 1975 had het echtpaar niet voor de begrafenis van hun vriend naar Moskou mogen reizen. Alle drie hadden ze standgehouden in een totalitaire dictatuur en jarenlang in hetzelfde Moskouse appartementenblok van de Bond van Sovjetcomponisten gewoond.

Soldaat

‘Slava noemde zichzelf soldaat in het leger van de muziek,’ aldus cellist Yo-Yo Ma bij de dood van zijn collega. ‘Via zijn muziek vertelde hij over de triomfen en tragedies van de wereld.’

Deel of bewaar voor laterDelen

Preludium is een uitgave van Concertvrienden