Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl

Wie was Arnold Schönberg?

Arnold Schönberg

componist

Arnold Schönberg was een Oostenrijkse componist. Hij is vooral bekend om zijn gebruik van atonaliteit (zie: atonaal) en de uitvinding van twaalftoonsmuziek. Zijn muziek stond aan de basis van de Tweede Weense school.

Jeugd

De Hongaars-Joodse Arnold Schönberg (1874-1951) groeit op in een winkeliersgezin in Wenen. Hij krijgt vanaf zijn tiende vioolles en schrijft zijn eerste muziek geïnspireerd door wat hij de militaire kapel hoort spelen in het park, en wat er in het café klinkt.

Na het overlijden van zijn vader in 1889 neemt hij een baantje als bankklerk, terwijl hij zijn muziekkennis uit een encyclopedie haalt. In 1894 treedt hij toe tot het amateurorkest van dirigent Alexander von Zemlinsky, die zijn enige echte muziekleraar wordt.

Ook met de zus van Zemlinsky, Mathilde, klikt het goed: Schönberg trouwt met haar in 1901. Rond die tijd verruilt hij zijn orthodox-joodse geloof voor lutheranisme. Hij verhuist naar Berlijn, gaat aan de slag voor een cabaretgezelschap en orkestreert operettes.

‘Ik vind applaus net zo vernederend als boegeroep.’

Arnold Schönberg

Leerlingen

Schönberg maakt in 1903 rechtsomkeert naar Wenen. De Musikverein accepteert zijn Eerste strijkkwartet maar verwerpt het vroege meesterwerk ­Verklärte Nacht. Bij Gustav Mahler en Richard Strauss kan Schönberg juist wel op goedkeuring rekenen.

Ondertussen neemt hij aspirantcomponisten Alban Berg en Anton Webern onder zijn hoede, die hem van een beetje inkomen voorzien. Steeds meer ervaart hij dat de tonaliteit niet meer volstaat, en hij ziet het als zijn plicht om, in de voetsporen van Mahler en Strauss, de klassieke harmonieleer aan de kant te zetten.

'Portret van Arnold Schönberg' (detail)

door Richard Gerstl, ca. juni 1905

'Portret van Arnold Schönberg' (detail)

door Richard Gerstl, ca. juni 1905

'Portret van Arnold Schönberg' (detail)

door Richard Gerstl, ca. juni 1905

'Portret van Arnold Schönberg' (detail)

door Richard Gerstl, ca. juni 1905

In 1908 componeert hij zijn eerste atonale werken. Ze worden weggehoond; ook zijn Joodse afkomst speelt bij de kritiek een rol. Schönberg zet zich daarop nog nadrukkelijker af tegen de Weense elite. Zijn composities worden dissonanter en zijn uitlatingen provocerender.

Schilders

In 1908 raakt hij bevriend met Oskar Kokoschka en andere ­progressieve schilders. Geïnspireerd begint ook Schönberg te schilderen, en al snel organiseert hij een tentoonstelling met eigen werk. Dan blijkt zijn buurman en vriend, de schilder Richard Gerstl, een affaire te hebben met zijn vrouw Mathilde.

Ondertussen werk Schönberg aan zijnTweede strijkkwartet, dat hij gek genoeg opdraagt aan zijn vrouw. Mathilde kiest toch voor Schönberg, en Gerstl raakt in totale paniek: hij zet zijn studio in lichterlaaie en pleegt zelfmoord.

‘Iemand moest het doen.’

Arnold Schönberg over zijn experimentele muziek

Schönberg hoopt op een aanstelling bij de Keizerlijke Academie, maar hij wordt gedwarsboomd door antisemitische sentimenten. In 1910 schrijft hij zijn revolutionaire muziektheoretische werk Harmonielehre. Ook voltooit hij na dertien jaar de ­Gurre-Lieder, en hij ergert zich groen en geel dat juist dit verouderde werk bij de pre­mière aanslaat.

Groeiend succes

Schönberg verhuist in 1911 opnieuw naar Berlijn. Hij werkt in armoedige omstandigheden aan het onvoltooid gebleven oratorium Die Jakobsleiter. Zijn internationale ­reputatie groeit, mede door het cabareteske Pierrot ­lunaire uit 1912. Ondertussen begint hij aan een nevencarrière als dirigent.

Dan moet hij noodgedwongen terug naar Wenen, maar zijn meeste leerlingen zijn in militaire dienst. Vanaf 1917 leidt hij een nieuwe compositiecursus en organiseert hij een reeks privéconcerten voor nieuwe muziek waarbij recensenten niet welkom zijn.

Twaalftoons-muziek

In 1923 formuleert hij zijn ­twaalftoonsmethode (dodecafonie), een revolutionaire compositietechniek die veel navolging krijgt. Dan overlijdt Mathilde. Schönberg hertrouwt met Gertrud Kolisch, zus van violist Rudolf Kolisch, die zijn composities promoot.

Weer in Berlijn werkt hij als gerespecteerd conservatoriumdocent. In de productieve jaren die volgen componeert hij onder andere de Variationen für Orchester en de opera Moses und Aron.

Amerika

In nazi-Duitsland wordt religie zijn belangrijkste steunpilaar. Hij herbekeert zich in 1933 tot het jodendom en wijkt uit naar Amerika waar hij diverse docentschappen vervult. Om gezondheidsredenen vestigt hij zich in Californië waar hij na 1945 blijft.

Verzwakt door astma en een hartkwaal put hij levenslust uit zijn gezin en de vorming van de nieuwe staat Israël. Bij zijn dood in 1951 laat hij in Los Angeles diverse onvoltooide composities na.

Bijgewerkt op dinsdag 06 augustus 2019