Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Alena Baeva in Schumanns Vioolconcert, Duncan Ward leidt Brahms

Alena Baeva in Schumanns Vioolconcert, Duncan Ward leidt Brahms

Grote Zaal
15 oktober 2021
19.00 uur

Print dit programma

Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.

philharmonie zuidnederland
Duncan Ward — dirigent
Alena Baeva — viool

 

Robert Schumann (1810-1856)

Vioolconcert in d kl.t., WoO 23 (1853)
In kräftigem, nicht zu schnellem Tempo
Langsam
Lebhaft, doch nicht schnell

Johannes Brahms (1833-1897)

Symfonie nr. 3 in F gr.t., op. 90 (1883)
Allegro con brio
Andante
Poco allegretto
Allegro

er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur

Grote Zaal 15 oktober 2021 19.00 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.

philharmonie zuidnederland
Duncan Ward — dirigent
Alena Baeva — viool

 

Robert Schumann (1810-1856)

Vioolconcert in d kl.t., WoO 23 (1853)
In kräftigem, nicht zu schnellem Tempo
Langsam
Lebhaft, doch nicht schnell

Johannes Brahms (1833-1897)

Symfonie nr. 3 in F gr.t., op. 90 (1883)
Allegro con brio
Andante
Poco allegretto
Allegro

er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur

Toelichting

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Vioolconcert

door Michiel Cleij

De Duits-Hongaarse violist Joseph Joachim (1831-1907) inspireerde diverse componisten tot nieuwe werken die tot op de dag van vandaag worden gespeeld. Maar behalve een aanjager van nieuw repertoire was hij óók degene die het Vioolconcert van Robert Schumann zó nadrukkelijk onder het tapijt veegde dat tot ver in de twintigste eeuw maar een handvol mensen wisten dat het überhaupt bestond. Schumann componeerde het toen hij op het randje balanceerde van de zenuwinzinking die hem definitief zou vellen.

Om de componist niet te kwetsen stelde Joachim de verhoopte première herhaaldelijk uit, met overtuigende smoezen, en Schumann stierf zonder ooit een degelijke uitvoering van het concert te hebben gehoord. Triest is de anekdote dat Schumann in het krankzinnigengesticht een ‘openbaring’ had van een melodie die hem ‘door engelen voorgezongen’ was; toen hij het noteerde zagen anderen dat het een thema uit dat recent voltooide Vioolconcert was.

De Duits-Hongaarse violist Joseph Joachim (1831-1907) inspireerde diverse componisten tot nieuwe werken die tot op de dag van vandaag worden gespeeld. Maar behalve een aanjager van nieuw repertoire was hij óók degene die het Vioolconcert van Robert Schumann zó nadrukkelijk onder het tapijt veegde dat tot ver in de twintigste eeuw maar een handvol mensen wisten dat het überhaupt bestond. Schumann componeerde het toen hij op het randje balanceerde van de zenuwinzinking die hem definitief zou vellen.

Om de componist niet te kwetsen stelde Joachim de verhoopte première herhaaldelijk uit, met overtuigende smoezen, en Schumann stierf zonder ooit een degelijke uitvoering van het concert te hebben gehoord. Triest is de anekdote dat Schumann in het krankzinnigengesticht een ‘openbaring’ had van een melodie die hem ‘door engelen voorgezongen’ was; toen hij het noteerde zagen anderen dat het een thema uit dat recent voltooide Vioolconcert was.

  • Robert Schumann

    ca. 1850

    Robert Schumann

    ca. 1850

  • Joseph Joachim en Clara Schumann

    reproductie van een pastel door Adolph von Menzel, 1853

    Joseph Joachim en Clara Schumann

    reproductie van een pastel door Adolph von Menzel, 1853

  • Robert Schumann

    ca. 1850

    Robert Schumann

    ca. 1850

  • Joseph Joachim en Clara Schumann

    reproductie van een pastel door Adolph von Menzel, 1853

    Joseph Joachim en Clara Schumann

    reproductie van een pastel door Adolph von Menzel, 1853

Naderhand kwamen Joachim, Schumanns vrouw Clara en de jonge Johannes Brahms (bevriend met beiden) tot de conclusie dat Schumanns reputatie niet gebaat was bij een uitgave van het werk, of zelfs een enkele uitvoering. Het manuscript belandde in de Pruisische Staatsbibliotheek en verstofte daar – totdat decennia later de violiste Jelly d’Aranyi (Joachims achternicht) zich erover ontfermde, naar verluidt omdat ze in een spiritistische seance daartoe was aangespoord door Schumann zelf. En wederom werd de première uitgesteld: haar Joodse afkomst maakte optredens in nazi­-Duitsland onmogelijk. Uiteindelijk hield Yehudi Menuhin het werk in 1937 ten doop, in New York.

Wordt Schumanns Vioolconcert mooier van dit schatgraversverhaal? Nee en ja, in die volgorde. Een paar minuten googelen leert al hoe verdeeld de meningen zijn. Schumann schreef betere stukken, zeggen velen. Het stuk is traditioneel van vorm (snel-langzaam-snel) en bevat niets wat je niet elders in Schumanns oeuvre kunt vinden. Maar tegelijkertijd heeft die vormvastheid iets gekwelds. Vooral de partij van de vioolsolist is eerder bezwerend dan ambachtelijk. Schumann schreef in zijn nadagen strenge fuga’s om dreigende psychoses in te tomen; hetzelfde mechanisme lijkt bij vlagen het Vioolconcert geïnspireerd te hebben. In dat geval is het misschien geen meesterwerk, maar wel een document humain dat je niet onberoerd laat.

Naderhand kwamen Joachim, Schumanns vrouw Clara en de jonge Johannes Brahms (bevriend met beiden) tot de conclusie dat Schumanns reputatie niet gebaat was bij een uitgave van het werk, of zelfs een enkele uitvoering. Het manuscript belandde in de Pruisische Staatsbibliotheek en verstofte daar – totdat decennia later de violiste Jelly d’Aranyi (Joachims achternicht) zich erover ontfermde, naar verluidt omdat ze in een spiritistische seance daartoe was aangespoord door Schumann zelf. En wederom werd de première uitgesteld: haar Joodse afkomst maakte optredens in nazi­-Duitsland onmogelijk. Uiteindelijk hield Yehudi Menuhin het werk in 1937 ten doop, in New York.

Wordt Schumanns Vioolconcert mooier van dit schatgraversverhaal? Nee en ja, in die volgorde. Een paar minuten googelen leert al hoe verdeeld de meningen zijn. Schumann schreef betere stukken, zeggen velen. Het stuk is traditioneel van vorm (snel-langzaam-snel) en bevat niets wat je niet elders in Schumanns oeuvre kunt vinden. Maar tegelijkertijd heeft die vormvastheid iets gekwelds. Vooral de partij van de vioolsolist is eerder bezwerend dan ambachtelijk. Schumann schreef in zijn nadagen strenge fuga’s om dreigende psychoses in te tomen; hetzelfde mechanisme lijkt bij vlagen het Vioolconcert geïnspireerd te hebben. In dat geval is het misschien geen meesterwerk, maar wel een document humain dat je niet onberoerd laat.

door Michiel Cleij

Johannes Brahms 1833-1897

Derde symfonie

door Paul Jansen

Afschuwelijk afgezaagd en prozaïsch. Fundamenteel onecht en pervers. Een enkele bekkenslag uit een werk van Liszt getuigt van meer intellect en gevoel dan alle drie de symfonieën van Brahms en zijn serenades samen.’

Met zijn vlammende commentaar trachtte collega-componist Hugo Wolf na de première van Brahms’ Derde symfonie in F groot op 3 december 1883 de controverse op scherp te zetten tussen de Duitse kampen met aan de ene kant Brahms en de andere ‘traditionalisten’ en aan de andere kant de vooruitstrevende Franz Liszt en zijn medestanders.

Johannes Brahms kon zich er, gerijpt als hij inmiddels was na zijn Eerste en Tweede symfonie, niet meer druk om maken. Bovendien noemde de veel invloedrijkere criticus Eduard Hanslick het werk ‘artistiek de meest volmaakte van de drie.’ Toch zou juist de Derde in de loop der jaren degraderen tot Brahms’ minst populaire en minst gespeelde symfonie. Een verklaring hiervoor kan gezien worden in de kalme en naar binnen gekeerde stemming. 

Afschuwelijk afgezaagd en prozaïsch. Fundamenteel onecht en pervers. Een enkele bekkenslag uit een werk van Liszt getuigt van meer intellect en gevoel dan alle drie de symfonieën van Brahms en zijn serenades samen.’

Met zijn vlammende commentaar trachtte collega-componist Hugo Wolf na de première van Brahms’ Derde symfonie in F groot op 3 december 1883 de controverse op scherp te zetten tussen de Duitse kampen met aan de ene kant Brahms en de andere ‘traditionalisten’ en aan de andere kant de vooruitstrevende Franz Liszt en zijn medestanders.

Johannes Brahms kon zich er, gerijpt als hij inmiddels was na zijn Eerste en Tweede symfonie, niet meer druk om maken. Bovendien noemde de veel invloedrijkere criticus Eduard Hanslick het werk ‘artistiek de meest volmaakte van de drie.’ Toch zou juist de Derde in de loop der jaren degraderen tot Brahms’ minst populaire en minst gespeelde symfonie. Een verklaring hiervoor kan gezien worden in de kalme en naar binnen gekeerde stemming. 

  • Johannes Brahms

    Johannes Brahms in de bibliotheek van Victor von Miller zu Eichholz (1894)

    Johannes Brahms

    Johannes Brahms in de bibliotheek van Victor von Miller zu Eichholz (1894)

  • Johannes Brahms

    Johannes Brahms in de bibliotheek van Victor von Miller zu Eichholz (1894)

    Johannes Brahms

    Johannes Brahms in de bibliotheek van Victor von Miller zu Eichholz (1894)

Hoewel Johann Sebastian Bach een belangrijke rol speelt in de behandeling van de meerstemmigheid door Brahms, heet de sleutel tot deze Derde symfonie Robert Schumann. Brahms’ vriend en steunpilaar was ten tijde van deze symfonie al 26 jaar dood, maar zijn geest is erg sterk in de noten aanwezig.

Het begint al met het openingsmotief f-as-f dat in alle delen een rol speelt. Daarmee verwijst de componist naar ‘Frei aber einsam’ (f-a-e), het motto van violist Joseph Joachim dat Schumann ooit adopteerde in de FAE-sonate die hij mede samen met Brahms schreef. Brahms vertaalt het motto naar ‘Frei aber froh’.

Brahms realiseerde zich halverwege dat met Schumanns Szenes aus Goethes Faust de perfecte toneelmuziek al geschreven was

Het hoofdthema van het eerste deel had weer niet kunnen bestaan zonder het begin van Schumanns Derde symfonie. En zelfs het ontstaan van de symfonie heeft een link met Schumann. Brahms was uitgenodigd om muziek te schrijven bij een uitvoering van Goethes Faust in het Weense Burgtheater.

Hij begon voortvarend, maar realiseerde zich halverwege dat met Schumanns Szenes aus Goethes Faust de perfecte toneelmuziek al geschreven was. Het materiaal dat hij reeds gecomponeerd had vond een plek in het tweede en derde deel van zijn Derde symfonie.

Aan het slot van de finale krijgen we nog een laatste groet aan Schumann voorgeschoteld. Terwijl de stemming kalmeert, keert thematisch materiaal uit het eerste deel terug, een vormprincipe dat Schumann vaak hanteerde.

Hoewel Johann Sebastian Bach een belangrijke rol speelt in de behandeling van de meerstemmigheid door Brahms, heet de sleutel tot deze Derde symfonie Robert Schumann. Brahms’ vriend en steunpilaar was ten tijde van deze symfonie al 26 jaar dood, maar zijn geest is erg sterk in de noten aanwezig.

Het begint al met het openingsmotief f-as-f dat in alle delen een rol speelt. Daarmee verwijst de componist naar ‘Frei aber einsam’ (f-a-e), het motto van violist Joseph Joachim dat Schumann ooit adopteerde in de FAE-sonate die hij mede samen met Brahms schreef. Brahms vertaalt het motto naar ‘Frei aber froh’.

Brahms realiseerde zich halverwege dat met Schumanns Szenes aus Goethes Faust de perfecte toneelmuziek al geschreven was

Het hoofdthema van het eerste deel had weer niet kunnen bestaan zonder het begin van Schumanns Derde symfonie. En zelfs het ontstaan van de symfonie heeft een link met Schumann. Brahms was uitgenodigd om muziek te schrijven bij een uitvoering van Goethes Faust in het Weense Burgtheater.

Hij begon voortvarend, maar realiseerde zich halverwege dat met Schumanns Szenes aus Goethes Faust de perfecte toneelmuziek al geschreven was. Het materiaal dat hij reeds gecomponeerd had vond een plek in het tweede en derde deel van zijn Derde symfonie.

Aan het slot van de finale krijgen we nog een laatste groet aan Schumann voorgeschoteld. Terwijl de stemming kalmeert, keert thematisch materiaal uit het eerste deel terug, een vormprincipe dat Schumann vaak hanteerde.

door Paul Jansen

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Vioolconcert

door Michiel Cleij

De Duits-Hongaarse violist Joseph Joachim (1831-1907) inspireerde diverse componisten tot nieuwe werken die tot op de dag van vandaag worden gespeeld. Maar behalve een aanjager van nieuw repertoire was hij óók degene die het Vioolconcert van Robert Schumann zó nadrukkelijk onder het tapijt veegde dat tot ver in de twintigste eeuw maar een handvol mensen wisten dat het überhaupt bestond. Schumann componeerde het toen hij op het randje balanceerde van de zenuwinzinking die hem definitief zou vellen.

Om de componist niet te kwetsen stelde Joachim de verhoopte première herhaaldelijk uit, met overtuigende smoezen, en Schumann stierf zonder ooit een degelijke uitvoering van het concert te hebben gehoord. Triest is de anekdote dat Schumann in het krankzinnigengesticht een ‘openbaring’ had van een melodie die hem ‘door engelen voorgezongen’ was; toen hij het noteerde zagen anderen dat het een thema uit dat recent voltooide Vioolconcert was.

De Duits-Hongaarse violist Joseph Joachim (1831-1907) inspireerde diverse componisten tot nieuwe werken die tot op de dag van vandaag worden gespeeld. Maar behalve een aanjager van nieuw repertoire was hij óók degene die het Vioolconcert van Robert Schumann zó nadrukkelijk onder het tapijt veegde dat tot ver in de twintigste eeuw maar een handvol mensen wisten dat het überhaupt bestond. Schumann componeerde het toen hij op het randje balanceerde van de zenuwinzinking die hem definitief zou vellen.

Om de componist niet te kwetsen stelde Joachim de verhoopte première herhaaldelijk uit, met overtuigende smoezen, en Schumann stierf zonder ooit een degelijke uitvoering van het concert te hebben gehoord. Triest is de anekdote dat Schumann in het krankzinnigengesticht een ‘openbaring’ had van een melodie die hem ‘door engelen voorgezongen’ was; toen hij het noteerde zagen anderen dat het een thema uit dat recent voltooide Vioolconcert was.

  • Robert Schumann

    ca. 1850

    Robert Schumann

    ca. 1850

  • Joseph Joachim en Clara Schumann

    reproductie van een pastel door Adolph von Menzel, 1853

    Joseph Joachim en Clara Schumann

    reproductie van een pastel door Adolph von Menzel, 1853

  • Robert Schumann

    ca. 1850

    Robert Schumann

    ca. 1850

  • Joseph Joachim en Clara Schumann

    reproductie van een pastel door Adolph von Menzel, 1853

    Joseph Joachim en Clara Schumann

    reproductie van een pastel door Adolph von Menzel, 1853

Naderhand kwamen Joachim, Schumanns vrouw Clara en de jonge Johannes Brahms (bevriend met beiden) tot de conclusie dat Schumanns reputatie niet gebaat was bij een uitgave van het werk, of zelfs een enkele uitvoering. Het manuscript belandde in de Pruisische Staatsbibliotheek en verstofte daar – totdat decennia later de violiste Jelly d’Aranyi (Joachims achternicht) zich erover ontfermde, naar verluidt omdat ze in een spiritistische seance daartoe was aangespoord door Schumann zelf. En wederom werd de première uitgesteld: haar Joodse afkomst maakte optredens in nazi­-Duitsland onmogelijk. Uiteindelijk hield Yehudi Menuhin het werk in 1937 ten doop, in New York.

Wordt Schumanns Vioolconcert mooier van dit schatgraversverhaal? Nee en ja, in die volgorde. Een paar minuten googelen leert al hoe verdeeld de meningen zijn. Schumann schreef betere stukken, zeggen velen. Het stuk is traditioneel van vorm (snel-langzaam-snel) en bevat niets wat je niet elders in Schumanns oeuvre kunt vinden. Maar tegelijkertijd heeft die vormvastheid iets gekwelds. Vooral de partij van de vioolsolist is eerder bezwerend dan ambachtelijk. Schumann schreef in zijn nadagen strenge fuga’s om dreigende psychoses in te tomen; hetzelfde mechanisme lijkt bij vlagen het Vioolconcert geïnspireerd te hebben. In dat geval is het misschien geen meesterwerk, maar wel een document humain dat je niet onberoerd laat.

Naderhand kwamen Joachim, Schumanns vrouw Clara en de jonge Johannes Brahms (bevriend met beiden) tot de conclusie dat Schumanns reputatie niet gebaat was bij een uitgave van het werk, of zelfs een enkele uitvoering. Het manuscript belandde in de Pruisische Staatsbibliotheek en verstofte daar – totdat decennia later de violiste Jelly d’Aranyi (Joachims achternicht) zich erover ontfermde, naar verluidt omdat ze in een spiritistische seance daartoe was aangespoord door Schumann zelf. En wederom werd de première uitgesteld: haar Joodse afkomst maakte optredens in nazi­-Duitsland onmogelijk. Uiteindelijk hield Yehudi Menuhin het werk in 1937 ten doop, in New York.

Wordt Schumanns Vioolconcert mooier van dit schatgraversverhaal? Nee en ja, in die volgorde. Een paar minuten googelen leert al hoe verdeeld de meningen zijn. Schumann schreef betere stukken, zeggen velen. Het stuk is traditioneel van vorm (snel-langzaam-snel) en bevat niets wat je niet elders in Schumanns oeuvre kunt vinden. Maar tegelijkertijd heeft die vormvastheid iets gekwelds. Vooral de partij van de vioolsolist is eerder bezwerend dan ambachtelijk. Schumann schreef in zijn nadagen strenge fuga’s om dreigende psychoses in te tomen; hetzelfde mechanisme lijkt bij vlagen het Vioolconcert geïnspireerd te hebben. In dat geval is het misschien geen meesterwerk, maar wel een document humain dat je niet onberoerd laat.

door Michiel Cleij

Johannes Brahms 1833-1897

Derde symfonie

door Paul Jansen

Afschuwelijk afgezaagd en prozaïsch. Fundamenteel onecht en pervers. Een enkele bekkenslag uit een werk van Liszt getuigt van meer intellect en gevoel dan alle drie de symfonieën van Brahms en zijn serenades samen.’

Met zijn vlammende commentaar trachtte collega-componist Hugo Wolf na de première van Brahms’ Derde symfonie in F groot op 3 december 1883 de controverse op scherp te zetten tussen de Duitse kampen met aan de ene kant Brahms en de andere ‘traditionalisten’ en aan de andere kant de vooruitstrevende Franz Liszt en zijn medestanders.

Johannes Brahms kon zich er, gerijpt als hij inmiddels was na zijn Eerste en Tweede symfonie, niet meer druk om maken. Bovendien noemde de veel invloedrijkere criticus Eduard Hanslick het werk ‘artistiek de meest volmaakte van de drie.’ Toch zou juist de Derde in de loop der jaren degraderen tot Brahms’ minst populaire en minst gespeelde symfonie. Een verklaring hiervoor kan gezien worden in de kalme en naar binnen gekeerde stemming. 

Afschuwelijk afgezaagd en prozaïsch. Fundamenteel onecht en pervers. Een enkele bekkenslag uit een werk van Liszt getuigt van meer intellect en gevoel dan alle drie de symfonieën van Brahms en zijn serenades samen.’

Met zijn vlammende commentaar trachtte collega-componist Hugo Wolf na de première van Brahms’ Derde symfonie in F groot op 3 december 1883 de controverse op scherp te zetten tussen de Duitse kampen met aan de ene kant Brahms en de andere ‘traditionalisten’ en aan de andere kant de vooruitstrevende Franz Liszt en zijn medestanders.

Johannes Brahms kon zich er, gerijpt als hij inmiddels was na zijn Eerste en Tweede symfonie, niet meer druk om maken. Bovendien noemde de veel invloedrijkere criticus Eduard Hanslick het werk ‘artistiek de meest volmaakte van de drie.’ Toch zou juist de Derde in de loop der jaren degraderen tot Brahms’ minst populaire en minst gespeelde symfonie. Een verklaring hiervoor kan gezien worden in de kalme en naar binnen gekeerde stemming. 

  • Johannes Brahms

    Johannes Brahms in de bibliotheek van Victor von Miller zu Eichholz (1894)

    Johannes Brahms

    Johannes Brahms in de bibliotheek van Victor von Miller zu Eichholz (1894)

  • Johannes Brahms

    Johannes Brahms in de bibliotheek van Victor von Miller zu Eichholz (1894)

    Johannes Brahms

    Johannes Brahms in de bibliotheek van Victor von Miller zu Eichholz (1894)

Hoewel Johann Sebastian Bach een belangrijke rol speelt in de behandeling van de meerstemmigheid door Brahms, heet de sleutel tot deze Derde symfonie Robert Schumann. Brahms’ vriend en steunpilaar was ten tijde van deze symfonie al 26 jaar dood, maar zijn geest is erg sterk in de noten aanwezig.

Het begint al met het openingsmotief f-as-f dat in alle delen een rol speelt. Daarmee verwijst de componist naar ‘Frei aber einsam’ (f-a-e), het motto van violist Joseph Joachim dat Schumann ooit adopteerde in de FAE-sonate die hij mede samen met Brahms schreef. Brahms vertaalt het motto naar ‘Frei aber froh’.

Brahms realiseerde zich halverwege dat met Schumanns Szenes aus Goethes Faust de perfecte toneelmuziek al geschreven was

Het hoofdthema van het eerste deel had weer niet kunnen bestaan zonder het begin van Schumanns Derde symfonie. En zelfs het ontstaan van de symfonie heeft een link met Schumann. Brahms was uitgenodigd om muziek te schrijven bij een uitvoering van Goethes Faust in het Weense Burgtheater.

Hij begon voortvarend, maar realiseerde zich halverwege dat met Schumanns Szenes aus Goethes Faust de perfecte toneelmuziek al geschreven was. Het materiaal dat hij reeds gecomponeerd had vond een plek in het tweede en derde deel van zijn Derde symfonie.

Aan het slot van de finale krijgen we nog een laatste groet aan Schumann voorgeschoteld. Terwijl de stemming kalmeert, keert thematisch materiaal uit het eerste deel terug, een vormprincipe dat Schumann vaak hanteerde.

Hoewel Johann Sebastian Bach een belangrijke rol speelt in de behandeling van de meerstemmigheid door Brahms, heet de sleutel tot deze Derde symfonie Robert Schumann. Brahms’ vriend en steunpilaar was ten tijde van deze symfonie al 26 jaar dood, maar zijn geest is erg sterk in de noten aanwezig.

Het begint al met het openingsmotief f-as-f dat in alle delen een rol speelt. Daarmee verwijst de componist naar ‘Frei aber einsam’ (f-a-e), het motto van violist Joseph Joachim dat Schumann ooit adopteerde in de FAE-sonate die hij mede samen met Brahms schreef. Brahms vertaalt het motto naar ‘Frei aber froh’.

Brahms realiseerde zich halverwege dat met Schumanns Szenes aus Goethes Faust de perfecte toneelmuziek al geschreven was

Het hoofdthema van het eerste deel had weer niet kunnen bestaan zonder het begin van Schumanns Derde symfonie. En zelfs het ontstaan van de symfonie heeft een link met Schumann. Brahms was uitgenodigd om muziek te schrijven bij een uitvoering van Goethes Faust in het Weense Burgtheater.

Hij begon voortvarend, maar realiseerde zich halverwege dat met Schumanns Szenes aus Goethes Faust de perfecte toneelmuziek al geschreven was. Het materiaal dat hij reeds gecomponeerd had vond een plek in het tweede en derde deel van zijn Derde symfonie.

Aan het slot van de finale krijgen we nog een laatste groet aan Schumann voorgeschoteld. Terwijl de stemming kalmeert, keert thematisch materiaal uit het eerste deel terug, een vormprincipe dat Schumann vaak hanteerde.

door Paul Jansen

Biografie

philharmonie zuidnederland, orkest

De philharmonie zuidnederland staat bekend als hét professionele symfonieorkest van Zuid-Nederland en is er in de eerste plaats voor de inwoners van Noord-Brabant, Limburg en Zeeland.

Sprekende voorbeelden daarvan zijn het Liberation Concert in Margraten, de carnavalsconcerten en samenwerkingen met November Music in ’s-Hertogenbosch, Cultura Nova in Heerlen en de conservatoria van Maastricht en Tilburg.

Bovendien profileert het orkest zich ook op nationaal en internationaal niveau. Naast symfonische concerten met geliefde repertoirestukken brengt de philharmonie zuiderland ook nieuwe concertformules op onverwachte locaties; de activiteiten reiken van eeuwenoude meesterwerken tot wereldpremières en filmprojecten, business events, educatieve programma’s en livestreams.

Onder leiding van intendant Stefan Rosu is philharmonie zuidnederland een gezelschap dat doorlopend haar grenzen verlegt. Met ingang van seizoen 2021-22 is de jonge Brit Duncan Ward chef-dirigent; dit seizoen werkt hij tien weken me zijn nieuwe orkest. Eredirigent is Marc Soustrot en honorair dirigent is Ed Spanjaard.

De philharmonie zuidnederland fungeert als symfonisch laboratorium van het Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music (MCICM), een interdisciplinair onderzoekscentrum in samenwerking de Universiteit Maastricht en Zuyd Hogeschool dat vernieuwingen in de klassieke muzieksector ondersteunt.

Het orkest is geregeld te gast in Het Concertgebouw, voor het laatst onder leiding van cellist en dirigent Mario Brunello in Het Zondagochtend Concert van 21 februari jongstleden.

Duncan Ward, dirigent

De Brit Duncan Ward studeerde van 2012 tot 2014 op voorspraak van Simon Rattle aan de Karajan-Akademie van de Berliner Philharmoniker. Van 2015-17 was hij chef-dirigent van het avontuurlijke Britse gezelschap Sinfonia Viva, en ook bekleedde hij de post van assistent-dirigent van het National Youth Orchestra of Great Britain.

Hoogtepunten de afgelopen jaren waren optredens met de Staatskapelle Dresden, het London Symphony Orchestra, de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, het Aurora Orchestra, de Royal Liverpool Philharmonic, het Fins Radio Symfonieorkest, het Orchestre de la Suisse Romande en het Gürzenich-Orchester. Aan de Oper Köln leidde Duncan Ward de Duitse première van Brett Deans opera Hamlet, een werk dat hij eerder dirigeerde bij Glyndebourne on Tour. In januari 2020 werd hij door het Festival d’Aix-en-Provence benoemd als chef-dirigent van het Mediterranean Youth Orchestra.

De dirigent werkt ook als componist: sinds hij in 2005 de BBC Young Composers Competition won werden zijn stukken uitgevoerd door bijvoorbeeld het Zweeds Radio Symfonieorkest, het London Symphony Orchestra en het BBC National Orchestra of Wales. In Het Concertgebouw maakte Duncan Ward zijn debuut in december 2017 op de bok bij het Residentie Orkest Den Haag. Bij de philharmonie zuidnederland tekende hij als chef- dirigent voor drie seizoenen, met ingang van afgelopen maand.

Alena Baeva, viool

De Russische violiste Alena Baeva kreeg haar eerste vioollessen op haar vijfde. Ze studeerde af aan het Tsjaikovski Staatsconservatorium in Moskou en vervolgde haar opleiding in Frankrijk bij Mstislav Rostropovich en Boris Garlitsky, in Zwitserland bij Seiji Ozawa en in Israël bij Shlomo Mintz.

In 2001 won ze de Henryk Wieniawski Competition, in 2004 de International Niccolò Paganini Competition in Moskou en in 2007 de Sendai International Violin Competition. Alena Baeva werkt veel samen met Paavo Järvi, onder wiens directie ze optrad met het Estonian Festival Orchestra, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en het Tonhalle-Orchester Zürich. Ook soleerde ze bij onder meer het London Philharmonic Orchestra onder leiding van Vladimir Jurowski (live en op cd), musicAeterna onder Teodor Currentzis en het Mariinski Orkest onder Valery Gergiev. Met Duncan Ward werkte ze eerder bij het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra. Kamermuziek voerde ze uit met gerenommeerde partners als Martha Argerich, Yuri Bashmet, Steven Isserlis, Misha Maisky en Lawrence Power en haar vaste duopartner is de Oekraïense pianist Vadym Kholodenko.

Alena Baeva voert graag minder bekende muziek uit; zo speelde ze werken van Bacewicz, Karaev en Karłowicz. Alena Baeva heeft de ‘ex-William Kroll’-Guarneri del Gesù (1738) in bruikleen van een anonieme eigenaar. Met de philharmonie zuidnederland stond ze ook in 2017 in Het Concertgebouw.