Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Zingen zoals Messi voetbalt

door Joost Galema
23 dec. 2019 23 december 2019

Countertenor Andreas Scholl oogstte roem als hemelse stem in Bach, Händel en Vivaldi. Maar met zijn vrouw, pianiste Tamar Halperin, werpt hij zich nu op de moderne folk song. ‘De eenvoud regeert. In een barokaria bewandel ik een brede weg, hier loop ik nog slechts op een koord.’

‘Spätherbstnebel, kalte Träume,
überfloren Berg und Tal,
Sturm entblättert schon die Bäume,
und sie schaun gespenstig kahl.’

Heinrich Heine

De Duitse zanger Andreas Scholl spreekt de woorden uit van Alban Bergs lied Vielgeliebte schöne Frau. Helder, omfloerst, spugend, fluisterend – hij laat horen op hoeveel manieren zijn stem dit landschap kan inkleuren. En dan zingt hij nog niet eens over die late herfstnevel en de koude dromen, die berg en dal versluieren, en over de storm die de bomen ontbladert tot spookachtige en kale geraamten.

  • Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca, bewerking Preludium

    Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca, bewerking Preludium

  • Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca

    Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca

  • Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca, bewerking Preludium

    Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca, bewerking Preludium

  • Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca

    Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca

‘Een tekst uitspreken, acteren, is negentig procent van de vertolking’, gelooft hij. ‘Het gaat om de geest van het woord, een smaak die je kunt proeven. Een van mijn leraren, countertenor en dirigent René Jacobs, drukte me altijd op het hart dat de betekenis van een woord besloten moet liggen in de klank. ‘Prima le parole, poi la musica’, vond Monteverdi. Eerst de woorden, de muziek vloeit daaruit voort.’

Scholl zit aan de keukentafel in Kiedrich, een klein wijndorp op de flanken van het Duitse Rijndal, met een indrukwekkende kerk waar hij zijn eerste woorden proefde in het knapenkoor. Ruim tien jaar geleden keerde hij terug naar de plek ‘waar ik mezelf aan niemand hoef uit te leggen.’

Dit is zijn geboortegrond als mens en musicus. ‘Onlangs bekeek ik een video van Bachs Hohe Messe, die ik zong met het Tölzer Knabenchor in Leipzig. En aan het slot stonden de tranen me in de ogen. De overgave waarmee de jonge koorknapen opgingen in het Dona nobis pacem, die riep herinneringen op aan vroeger, aan het koor in Kiedrich, aan het groepsgevoel. Die gemeenschap van klank bracht me niet in de gevaarlijke verleiding om te geloven dat ik bijzonder was. We droegen de muziek samen. En dat besef was, is en zal het fundament onder mijn zang blijven.’

Zichtbare stilte

Scholl oogstte roem in de oude muziek – de ­Renaissance en de Barok – maar zijn recital deze maand omvat liederen uit de laatste honderd jaar, vooral folk songs, op gedichten over liefdes en landschappen uit de jeugd. Het idee ontkiemde zo’n vijf jaar geleden, toen de zanger een masterclass gaf in Cambridge. Een van de leerlingen verraste hem met het lied Silent Noon van Ralph Vaughan Williams, over twee geliefden die op hun rug zwijgend in het gras liggen en zich verwonderen over de schoonheid van de natuur. ‘Met die prachtige zin,’ zegt Scholl. ‘Hoe gaat die ook alweer?’ Hij prevelt de regels zacht voor zich uit, totdat de woorden naar boven komen. ’Tis visible silence, still as the hour glass. ‘Het is zichtbare stilte, zoals die van een zandloper’, vertaalt hij.

 

  • Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca

    Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca

  • Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca

    Andreas Scholl

    foto: James McMillan / Decca

Terug in Kiedrich liet Scholl het lied horen aan zijn vrouw, pianiste en musicologe Tamar Halperin. Samen begonnen ze aan een zoektocht naar het mooiste repertoire. De dikke stapel partituren dunde elke repetitie verder uit. Ten slotte restten er de pakweg twintig liederen die hun programma The Twilight People vormen, die spelen met licht en duisternis, klank en stilte, met paradoxen. Of zoals Scholl in Bergs Ferne Lieder zingt: ‘De verre liederen zijn luid geworden zwijgen.’

Koorddansen

Vaak regeert de eenvoud. ‘Maar dat is juist het moeilijke’, vindt Scholl. ‘In een barokaria bewandel ik een brede weg. Iets te veel drama? Geen probleem. En je kunt het ook alleen mooi doen. Maar hoe simpeler een lied, hoe smaller het pad. In deze folk songs loop ik nog slechts op een koord. Veel emotie klinkt al vlug belachelijk, maar zing alleen de noten en er gebeurt niets.

Mijn leraar Richard Levitt zei altijd: ‘Probeer niets uit te drukken.’ Uitdrukken. Alsof je betekenis uit een woord wringt. Als jonge zanger begreep ik zijn raad niet. Het moet toch expressief, dacht ik. Maar misschien is dat onderdeel van de reis die leven heet. Een paar jaar geleden – niet lang voor zijn dood – spraken we er opnieuw over. Hij had het al vaker benoemd, maar plots drong het tot me door. Dat is het verschil tussen weten en geloven.’

‘Uitdrukken. Alsof je betekenis uit een woord wringt.’

‘Ouder worden is niet altijd plezierig, maar zo’n inzicht zou ik op mijn dertigste nooit gehad hebben. ‘Het is kunst als het niet naar kunst klinkt’, zei Levitt. Het gaat erom niets toe te voegen wat niet noodzakelijk is, en niets weg te laten wat essentieel is. Pas dan krijgt muziek een puur aura. Ik herken dat bijvoorbeeld in Bach-­vertolkingen van Philippe Herreweghe: hij slingert luisteraars de betekenis niet in het gezicht maar laat hen die zelf ontdekken. Alsof hij langzaam een stuk papier voor ons openvouwt.’

Daarbij is het van belang om in het nu te leven. ‘Dus niet blijven denken aan die foute noot vier maten geleden of aan de lastige passage die eraan komt. Bach bleek een goede leerschool. Zijn muziek doet me, in dat opzicht, vaak denken aan de Formule 1: wie niet in het moment blijft, verongelukt. Ik mag bij Bach geen milliseconde te laat komen, maar ook niet ver vooruit kijken.

Repetitieversies van zijn werk bestaan niet. Een Erbarme dich is altijd alles of niets. Maar daar mag het publiek niets van merken. Je moet zingen zoals Messi voetbalt, alsof het geen moeite kost, alsof iedereen het zou kunnen. Luisteraars willen niet al die jaren van bloed, zweet en tranen in je stem terug horen.’

Loslaten

Wat het publiek wel wil, of denkt, ligt buiten zijn macht, leerde Scholl. Moeilijk te aanvaarden voor zangers, een ras van control freaks. ‘René Jacobs vertelde me daar eens een mooie anekdote over. Bij een recital zat op de voorste rij een bezoeker voortdurend mismoedig zijn hoofd te schudden. Dat vergde het uiterste aan concentratie bij René om goed te blijven zingen. Na afloop zocht de man hem in de kleedkamer op.

‘Wie niet in het moment blijft, verongelukt’

‘Zoiets moois heb ik nog nooit gehoord’, was zijn commentaar. René had bewondering aangezien voor afkeuring. Vrijheid ervaren op het toneel, me losmaken van het – meestal veronderstelde – oordeel van anderen, dat is een grote opgave in het leven. In mijn mooiste concerten sta ik niet langer naast mezelf mee te kijken en te luisteren, nee, op zo’n magische avond val ik samen met de muziek, dan ontwaak ik pas aan het slot als uit een droom.’

di 14 januari | Kleine Zaal
Andreas Scholl, Tamar Halperin
The Twilight People

Bekijk dit concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.