Wat is serialisme?

serialisme

Serialistische muziek is muziek op basis van een vaste reeks tonen en/of andere muzikale elementen.

Wat is serialisme?

Serialistische muziek is opgebouwd uit herhalingen van en variaties op een vaste reeks muzikale elementen. In de vroegste vormen van serialisme betrof die vaste reeks alleen toonhoogte. Het doel was om alle tonen binnen het gelijk te maken, en zo en te omzeilen. maar gaandeweg werden door sommige componisten ook , toonduur en andere elementen in reeksen geordend. Serialisme ontstond in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Wat is twaalftoonsserialisme?

De meest gebruikte vorm van serialisme is twaalftoonsmuziek, of ‘’. Als reactie op het steeds verder uitrekken van het tonale systeem in de negentiende eeuw besloten sommige componisten muziek te gaan schrijven zonder toonsoort. Twaalftoonsmuziek was een manier om te zorgen dat alle twaalf tonen van het octaaf even belangrijk werden.

Arnold Schönbergs Fünf Klavierstücke, op. 23 wordt wel beschouwd als het eerste serialistische werk.

Om dat te bereiken, werkten deze componisten met twaalftoonsreeksen: ze bedachten een vaste volgorde voor de twaalf verschillende tonen en hielden die volgorde aan bij het maken van ën en samenklanken. De reeksen konden op verschillende manieren omgedraaid en bewerkt worden, zoals componisten dat al eeuwen deden met tonale melodieën.

Welke andere soorten serialisme zijn er?

Toen eenmaal was besloten dat er met het melodisch materiaal zo democratisch mogelijk moest worden omgegaan (elke toon moest even vaak voorkomen), trokken componisten dit principe door naar andere muzikale parameters, zoals , tempo, , aanslag (lang of kort) en .

Sommigen gebruikten bijvoorbeeld ritmisch serialisme in combinatie met twaalftoonsserialisme. Naast de twaalftoonsreeks was er dan ook een ritmische reeks, met een aantal verschillende notenwaarden (toonduren) in een vaste volgorde. Als die twaalf verschillende waarden bevatte, kon ze samenvallen met de twaalftoonsreeks. Bevatte ze er acht, dan verschoven de reeksen ten opzichte van elkaar.

De meest extreme vorm van serialisme is het ‘totale serialisme’, waarbij reeksen voor toonhoogte, ritme, tempo, dynamiek, aanslag en instrumentatie allemaal tegelijk werden gebruikt. Door de grote verschillen van noot tot noot is deze muziek vaak moeilijk uit te voeren en te volgen. Seriële muziek heeft in de jaren 1950-70 dan ook flink bijgedragen aan de reputatie van hedendaagse muziek als ‘moeilijk’.

Welke componisten waren belangrijk voor het serialisme?

Het twaalftoonsserialisme werd in de jaren 1910-20 door een aantal componisten voorgesteld. Veruit de invloedrijkste was Arnold Schönberg, wiens leerlingen de methode veelal overnamen, te beginnen met Anton Webern en Alban Berg (de ‘’).

Webern, die het twaalftoonsserialisme het radicaalst toepaste, gold als belangrijk voorbeeld voor de naoorlogse serialisten, onder wie Pierre Boulez, Karel Goeyvaerts, Karlheinz Stockhausen en Luigi Nono. Het serialisme stelde componisten in staat muziek van de grond af op te bouwen, zonder historische ballast. Na jaren van gezwollen laat-romantische muziek en de verwoestingen van twee wereldoorlogen leek dat velen een noodzakelijke stap.

Het serialisme werd in het Europa van de jaren 1950 en 1960 als dogma gepredikt. In de Verenigde Staten gebeurde dat ook, onder meer door Milton Babbitt. Zelfs Igor Stravinsky, die zich er nooit mee bezig had gehouden, ging twaalftoonscomposities schrijven.

Al snel waaierde het serialisme uit in meerdere vormen en methodes en werd het minder streng. ‘Post-serialisten’ als Luciano Berio en Iannis Xenakis, maar ook serialisten van het eerste uur als Boulez, gingen haar steeds vrijer en diverser toepassen. Tegenwoordig is serialistisch componeren simpelweg een onderdeel van de uitgebreide ‘gereedschapskist’ van componisten.