Niet-romantische neostijlen
Veel componisten refereren aan bekende (vaak oudere) technieken en stijlen, met of zonder ironie. Je kunt zulke neostijlen verdelen in romantische (zie (10) ) en niet-romantische. Niet-romantische stijlen klinken bijvoorbeeld afstandelijk, zakelijk, ironisch of swingend. Hedendaagse muziek kan wortels hebben in Middeleeuwen en Renaissance (heel aangenaam klinkend, zoals bij Arvo Pärt of John Tavener, of veel ‘stekeliger’ bij Harrison Birtwistle), de of de (Igor Stravinsky, Maurice Ravel, Jean Françaix, Ivan Moody – we spreken dan van of neobarok), impressionisme (Toru Takemitsu), maar ook jazz, vroeg-twintigste-eeuwse populaire muziek of recentere pop of rock (zoals bij John Adams, Michael Torke en Jacob ter Veldhuis; zie ook (6) Herhaling).
Voorbeelden:
Playlist Maurice Ravel – de Couperin:
Arvo Pärt – Passio:
Harrison Birtwistle – voor viool, en piano:
Alfred Schnittke – Concerto Grosso I:
Ivan Moody – Te Lucis ante Terminum:
Jacob ter Veldhuis – Grab It!:
John Adams – Short Ride in a Fast Machine:
Igor Stravinsky – Ebony Concerto: