lăutar
Wat kenmerkt lăutar-muziek?
De speelcultuur van lăutari [meervoud, Roemeense zigeunermuzikanten, red.] staat in hoog aanzien en is niet gerelateerd aan de Roemeense boerenmuziek. Het woord lăutar is afkomstig van 'lăuta', een Roemeense luit.
Lăutari-ensembles, tarafs geheten, bestaan meestal uitsluitend uit mannen. Een taraf wordt geleid door een primaș oftewel solist. De zang – in Roma (de zigeunertaal) of Roemeens – wordt begeleid door onder andere viool, , en tamboerijn. Zo'n ensemble wordt soms aangevuld met en een keur aan inheemse blaasinstrumenten die per regio verschillen. en versiering speelt een belangrijke rol; mede daardoor wordt de muziek vaak met jazz vergeleken.
Hoe is de lăutar-traditie ontstaan?
De lăutar-traditie dateert uit de Middeleeuwen. De muziek kent veel verschillende stijlen en is beïnvloed door Byzantijnse kerkmuziek en volksmuziek uit Turkije en diverse andere landen. Lăutărească-muziek wordt traditioneel gespeeld tijdens bruiloften en volksfeesten, zowel op het platteland als in steden. De lăutari spelen in familieverband, en hebben behalve een muzikale ook een sociale functie: ze fungeren als ceremoniemeesters die het feest (dat dagen kan duren) in goede banen leiden.
De Roemeense componist George Enescu, zelf leerling van een zigeunerviolist, imiteert vaak Lăutărească-muziek in zijn werken. Een duidelijk voorbeeld is Caprice Roumain voor viool en orkest.