Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
achtergrond

Wat nooit in Het Concertgebouw klonk

door Elmer Schönberger
24 mei 2021 24 mei 2021

Uitgegumde noten, symfonieën die het papier niet hebben gehaald - aan het eind van een seizoen vol ­ongespeelde ­concerten en niet gehoorde noten verdiept Elmer ­Schönberger zich in het fenomeen denkbare muziek.

In de dagdroom schuilt de ­ideale muziek voor een tijd dat er om redenen van pandemie stilte in acht moet worden genomen. Motto: wat nooit in Het Concertgebouw klonk. Te denken valt aan koren van ongeboren stemmen, symfonieën die het papier niet hebben gehaald, prullenmanden vol uitgegumde noten. Genoeg materiaal om interessante programma’s mee te vullen. Genoeg witte plekken waar de luisteraar vrij, onbespied en ongecontroleerd zijn persoonlijke interpretatie aan kan geven.

In de dagdroom schuilt de ­ideale muziek voor een tijd dat er om redenen van pandemie stilte in acht moet worden genomen. Motto: wat nooit in Het Concertgebouw klonk. Te denken valt aan koren van ongeboren stemmen, symfonieën die het papier niet hebben gehaald, prullenmanden vol uitgegumde noten. Genoeg materiaal om interessante programma’s mee te vullen. Genoeg witte plekken waar de luisteraar vrij, onbespied en ongecontroleerd zijn persoonlijke interpretatie aan kan geven.

  • Dialogue de la Joye et de la Raison (onvoltooide schets door Igor Stravinsky)

    Dialogue de la Joye et de la Raison (onvoltooide schets door Igor Stravinsky)

  • By the Entrance of ­Celte (1988)

    Door Alan Saret

    By the Entrance of ­Celte (1988)

    Door Alan Saret

  • Dialogue de la Joye et de la Raison (onvoltooide schets door Igor Stravinsky)

    Dialogue de la Joye et de la Raison (onvoltooide schets door Igor Stravinsky)

  • By the Entrance of ­Celte (1988)

    Door Alan Saret

    By the Entrance of ­Celte (1988)

    Door Alan Saret

Overwinnaars en voetnoten

De toekomst is een vat van mogelijkheden, de geschiedenis de som van voldongen feiten. Alleen what ifs kunnen, althans denkbeeldig, de loop van wat was verleggen. Van de geschiedenis wordt wel gezegd dat zij wordt geschreven door overwinnaars. Dat geldt, meer dan we geneigd zijn te denken, ook voor de kunst en in het bijzonder de muziek.

Onbenutte kansen en onvoltooide projecten hebben in de concertzaal niets te zoeken

Aan de ene kant zijn daar de grote B’s van Bach tot en met Boulez, aan de andere kant al die kleine en klein gehouden B’s die een flets bestaan leiden in voetnoten, of, nog een verdieping lager, de marginale genieën, de helden van de doodlopende weg en de kapiteins op scheepjes-in-flessen die wegkwijnen in de voetnoten bij de voetnoten. Onbenutte kansen, verijdelde initiatieven en onvoltooide projecten hebben in de concertzaal niets te zoeken. Van ongerealiseerde muzikale meesterwerken, die zonder gevolgen voor weer andere ongerealiseerde meesterwerken zijn gebleven, kunnen we alleen maar dromen, hoewel nooit zo precies als van bijvoorbeeld architectuur die papier is gebleven.

Denkbare muziek

Een boek waar ik graag in blader is het in 2019 verschenen Nooit gebouwd Den Haag van Lex van Tilburg. De titel opent een verschiet van een niet-bestaande, maar alleszins bestaanbare stad waar je met enige fantasie aan de hand van bewaard gebleven ontwerpen en artist’s impressions kunt rondlopen. Nu eens vergaap je je aan een hersenschimmig Vredespaleis als een oosters sprookje, dan weer aan een virtueel neogotisch kasteel voor koning Willem II of een fabuleuze honderdveertig meter hoog kantoorgebouw van Italiaanse snit.

Hoe zou een vergelijkbaar boek over muziek eruitzien? Niet-uitgevoerde composities te over, maar alleen partituur lezende specialisten is het gegeven – en dan nog met de nodige moeite en volharding – daarin de weg te vinden. Het feit dát zij niet zijn uitgevoerd, is ofwel omdat zij te utopisch, te weelderig, te onpraktisch of te kostbaar zijn, ofwel omdat zij, terecht of ten onrechte, niet goed genoeg werden gevonden.

Er is nog een reden waarom een ongespeelde compositie zich moeilijk met een ongebouwd Vredespaleis laat vergelijken. Een afgekeurd ontwerp laat zich in principe door een goedgekeurd ontwerp vervangen, terwijl, bij ontstentenis van een functioneel programma van eisen, een door de mand gevallen pianoconcert van componist A (drie delen, 35 minuten, orkest van zestig man) zich niet door componist B tot een nieuw pianoconcert (drie delen, 35 minuten, orkest van zestig man) laat verbeteren. Voor de concertzaal maken ongeschreven noten en ongespeelde noten nauwelijks verschil. Laten we het boek daarom Denkbare muziek noemen – het ideale geschenk voor de melomaan in tijden van pandemie.

Gedroomde noten en onvoltooiden

Hoofdstuk 1 behandelt muziek die het notenpapier slechts fragmentarisch of zelfs in het geheel niet heeft gehaald. Keuze te over. Begonnen wordt met enkele tot de verbeelding sprekende voorbeelden van de eerste categorie: Zazpiak Bat en Dialogue de la Joye et de la Raison. Zazpiak Bat is de titel van het pianoconcert waar Ravel zijn Baskische dromen in kwijt wilde en dat ondanks herhaalde pogingen in aanzetten is blijven steken. Dialogue de la Joye et de la Raison is een toonzetting door Stravinsky van een in archaïserend Frans vertaalde gedachtewisseling van Petrarca, die de componist weliswaar na aan het hart lag maar die hij niettemin halverwege in de steek heeft gelaten (zij het zonder haar helemaal te vergeten) voor zijn compositie Perséphone.

Hierna volgen, eveneens van de hand van genoemde componisten, enkele voorbeelden van de tweede, puur imaginaire categorie. De lezer is getuige van Stravinsky’s nooit gerealiseerde Liturgies, althans de koorklanken die Diaghilev, die om het werk had gevraagd, zich erbij voorgesteld moet hebben. Terug bij Ravel wordt de aandacht opgeëist door de muziek die de componist gedurende de laatste jaren van zijn leven door het hoofd heeft gespookt maar die hij, gehinderd door een geheimzinnige ziekte, niet meer heeft kunnen noteren.

De ‘Onvoltooide’ neigt naar een op zichzelf staand genre

Hoofdstuk 2 is gewijd aan ‘onvoltooiden’. Daar zijn er massa’s van, maar er wordt voorbijgegaan aan de onafzienbare stoet van halverwege aan hun lot overgelaten sonates, in de kiem gesmoorde piano­trio’s en liederen met een onuitgewerkte begeleiding en onmiddellijk doorgestoten naar het grote symfonische werk. De ‘Onvoltooide’ neigt naar een op zichzelf staand genre, culminerend in dé ‘Onvoltooide’ oftewel de Achtste symfonie van Schubert.

Veel onvoltooiden zijn met wisselend succes alsnog voltooid, vooral negende (Bruckner, Schnittke) en tiende symfonieën (Beethoven, Mahler). Meestal is daarbij ‘in de geest’ van het origineel te werk gegaan, een enkele keer ook in de geest van de bewerker. Instructief voorbeeld van het laatste is het in 1990 door het Concertgebouworkest in première gebrachte Rendering van Schubert/Berio, dat er geen enkele twijfel aan laat bestaan waar Schubert eindigt en Berio begint – waar, anders gezegd, historische werkelijkheid overgaat in bovenhistorische dagdroom en vice versa. In een apart onderdeel over ‘Gedroomde muziek’ maakt – of ‘rendert’ – de lezer-luisteraar à la Berio zijn eigen voltooiing van, zeg, de Tiende van Mahler. Of gaat hij zelfs een stap verder en probeert zich te verplaatsen naar en in muziek die bij vlagen aan het onvoorstelbare grenst en misschien alleen al daarom onvoltooid is gebleven. Te denken valt aan Schönbergs Die Jacobsleiter en Ives’ Universe Symphony.

Beschreven muziek en recensies

Van hier is het een kleine stap naar Hoofdstuk 3, waarin aandacht wordt geschonken aan muziek die in sommige gevallen tot in het kleinste detail is beschreven zonder dat er ooit een noot van op papier is gezet. Wat te denken van de opera over Mohammed, compleet met synopsis en toonsoorten per scène, die Honoré de Balzac in zijn verhaal Gambara heeft geschonken aan het gelijknamige personage Paolo Gambara, de excentrieke componist en uitvinder van het ‘panharmonicon’?

Om nog maar te zwijgen van het grensverleggende oeuvre van Adrian Leverkühn met extravagante titels als Apocalipsis cum figuris en Dr. Fausti Weheklag. De bijbehorende programmatoelichtingen kunnen geraadpleegd worden in de roman Doctor Faustus van Thomas Mann. Het is aan de lezer om deze werken in de leegte van een denkbeeldig Concertgebouw naar eigen inzicht tot leven te wekken en zo zijn of haar eigen grote of kleine B te worden.

Hoofdstuk 4 – tevens het laatste – van Denkbare muziek bevat nuttige suggesties voor het schrijven van programmatoelichtingen op, dan wel recensies van niet-­bestaande composities. Een paar voorbeelden: men dient het eigen gemoed niet op de muziek te projecteren; veelzeggende details verdienen de voorkeur boven nietszeggende algemeenheden; commentaar op het zielenleven van de componist is ongewenst.

Vervolgens is het aan toondichters van vlees en bloed de compositorische daad bij het geschreven woord te voegen. Precies zoals een clubje jonge componisten dat deed toen in 2006 in het literaire tijdschrift Tirade onder de titel ‘Lieder ohne Worte’ enkele recensies van fictieve composities waren verschenen. Zij wekten de recensies tot leven, waarna ensemble Klang het resultaat van hun inspanningen in première bracht.

Overwinnaars en voetnoten

De toekomst is een vat van mogelijkheden, de geschiedenis de som van voldongen feiten. Alleen what ifs kunnen, althans denkbeeldig, de loop van wat was verleggen. Van de geschiedenis wordt wel gezegd dat zij wordt geschreven door overwinnaars. Dat geldt, meer dan we geneigd zijn te denken, ook voor de kunst en in het bijzonder de muziek.

Onbenutte kansen en onvoltooide projecten hebben in de concertzaal niets te zoeken

Aan de ene kant zijn daar de grote B’s van Bach tot en met Boulez, aan de andere kant al die kleine en klein gehouden B’s die een flets bestaan leiden in voetnoten, of, nog een verdieping lager, de marginale genieën, de helden van de doodlopende weg en de kapiteins op scheepjes-in-flessen die wegkwijnen in de voetnoten bij de voetnoten. Onbenutte kansen, verijdelde initiatieven en onvoltooide projecten hebben in de concertzaal niets te zoeken. Van ongerealiseerde muzikale meesterwerken, die zonder gevolgen voor weer andere ongerealiseerde meesterwerken zijn gebleven, kunnen we alleen maar dromen, hoewel nooit zo precies als van bijvoorbeeld architectuur die papier is gebleven.

Denkbare muziek

Een boek waar ik graag in blader is het in 2019 verschenen Nooit gebouwd Den Haag van Lex van Tilburg. De titel opent een verschiet van een niet-bestaande, maar alleszins bestaanbare stad waar je met enige fantasie aan de hand van bewaard gebleven ontwerpen en artist’s impressions kunt rondlopen. Nu eens vergaap je je aan een hersenschimmig Vredespaleis als een oosters sprookje, dan weer aan een virtueel neogotisch kasteel voor koning Willem II of een fabuleuze honderdveertig meter hoog kantoorgebouw van Italiaanse snit.

Hoe zou een vergelijkbaar boek over muziek eruitzien? Niet-uitgevoerde composities te over, maar alleen partituur lezende specialisten is het gegeven – en dan nog met de nodige moeite en volharding – daarin de weg te vinden. Het feit dát zij niet zijn uitgevoerd, is ofwel omdat zij te utopisch, te weelderig, te onpraktisch of te kostbaar zijn, ofwel omdat zij, terecht of ten onrechte, niet goed genoeg werden gevonden.

Er is nog een reden waarom een ongespeelde compositie zich moeilijk met een ongebouwd Vredespaleis laat vergelijken. Een afgekeurd ontwerp laat zich in principe door een goedgekeurd ontwerp vervangen, terwijl, bij ontstentenis van een functioneel programma van eisen, een door de mand gevallen pianoconcert van componist A (drie delen, 35 minuten, orkest van zestig man) zich niet door componist B tot een nieuw pianoconcert (drie delen, 35 minuten, orkest van zestig man) laat verbeteren. Voor de concertzaal maken ongeschreven noten en ongespeelde noten nauwelijks verschil. Laten we het boek daarom Denkbare muziek noemen – het ideale geschenk voor de melomaan in tijden van pandemie.

Gedroomde noten en onvoltooiden

Hoofdstuk 1 behandelt muziek die het notenpapier slechts fragmentarisch of zelfs in het geheel niet heeft gehaald. Keuze te over. Begonnen wordt met enkele tot de verbeelding sprekende voorbeelden van de eerste categorie: Zazpiak Bat en Dialogue de la Joye et de la Raison. Zazpiak Bat is de titel van het pianoconcert waar Ravel zijn Baskische dromen in kwijt wilde en dat ondanks herhaalde pogingen in aanzetten is blijven steken. Dialogue de la Joye et de la Raison is een toonzetting door Stravinsky van een in archaïserend Frans vertaalde gedachtewisseling van Petrarca, die de componist weliswaar na aan het hart lag maar die hij niettemin halverwege in de steek heeft gelaten (zij het zonder haar helemaal te vergeten) voor zijn compositie Perséphone.

Hierna volgen, eveneens van de hand van genoemde componisten, enkele voorbeelden van de tweede, puur imaginaire categorie. De lezer is getuige van Stravinsky’s nooit gerealiseerde Liturgies, althans de koorklanken die Diaghilev, die om het werk had gevraagd, zich erbij voorgesteld moet hebben. Terug bij Ravel wordt de aandacht opgeëist door de muziek die de componist gedurende de laatste jaren van zijn leven door het hoofd heeft gespookt maar die hij, gehinderd door een geheimzinnige ziekte, niet meer heeft kunnen noteren.

De ‘Onvoltooide’ neigt naar een op zichzelf staand genre

Hoofdstuk 2 is gewijd aan ‘onvoltooiden’. Daar zijn er massa’s van, maar er wordt voorbijgegaan aan de onafzienbare stoet van halverwege aan hun lot overgelaten sonates, in de kiem gesmoorde piano­trio’s en liederen met een onuitgewerkte begeleiding en onmiddellijk doorgestoten naar het grote symfonische werk. De ‘Onvoltooide’ neigt naar een op zichzelf staand genre, culminerend in dé ‘Onvoltooide’ oftewel de Achtste symfonie van Schubert.

Veel onvoltooiden zijn met wisselend succes alsnog voltooid, vooral negende (Bruckner, Schnittke) en tiende symfonieën (Beethoven, Mahler). Meestal is daarbij ‘in de geest’ van het origineel te werk gegaan, een enkele keer ook in de geest van de bewerker. Instructief voorbeeld van het laatste is het in 1990 door het Concertgebouworkest in première gebrachte Rendering van Schubert/Berio, dat er geen enkele twijfel aan laat bestaan waar Schubert eindigt en Berio begint – waar, anders gezegd, historische werkelijkheid overgaat in bovenhistorische dagdroom en vice versa. In een apart onderdeel over ‘Gedroomde muziek’ maakt – of ‘rendert’ – de lezer-luisteraar à la Berio zijn eigen voltooiing van, zeg, de Tiende van Mahler. Of gaat hij zelfs een stap verder en probeert zich te verplaatsen naar en in muziek die bij vlagen aan het onvoorstelbare grenst en misschien alleen al daarom onvoltooid is gebleven. Te denken valt aan Schönbergs Die Jacobsleiter en Ives’ Universe Symphony.

Beschreven muziek en recensies

Van hier is het een kleine stap naar Hoofdstuk 3, waarin aandacht wordt geschonken aan muziek die in sommige gevallen tot in het kleinste detail is beschreven zonder dat er ooit een noot van op papier is gezet. Wat te denken van de opera over Mohammed, compleet met synopsis en toonsoorten per scène, die Honoré de Balzac in zijn verhaal Gambara heeft geschonken aan het gelijknamige personage Paolo Gambara, de excentrieke componist en uitvinder van het ‘panharmonicon’?

Om nog maar te zwijgen van het grensverleggende oeuvre van Adrian Leverkühn met extravagante titels als Apocalipsis cum figuris en Dr. Fausti Weheklag. De bijbehorende programmatoelichtingen kunnen geraadpleegd worden in de roman Doctor Faustus van Thomas Mann. Het is aan de lezer om deze werken in de leegte van een denkbeeldig Concertgebouw naar eigen inzicht tot leven te wekken en zo zijn of haar eigen grote of kleine B te worden.

Hoofdstuk 4 – tevens het laatste – van Denkbare muziek bevat nuttige suggesties voor het schrijven van programmatoelichtingen op, dan wel recensies van niet-­bestaande composities. Een paar voorbeelden: men dient het eigen gemoed niet op de muziek te projecteren; veelzeggende details verdienen de voorkeur boven nietszeggende algemeenheden; commentaar op het zielenleven van de componist is ongewenst.

Vervolgens is het aan toondichters van vlees en bloed de compositorische daad bij het geschreven woord te voegen. Precies zoals een clubje jonge componisten dat deed toen in 2006 in het literaire tijdschrift Tirade onder de titel ‘Lieder ohne Worte’ enkele recensies van fictieve composities waren verschenen. Zij wekten de recensies tot leven, waarna ensemble Klang het resultaat van hun inspanningen in première bracht.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.