Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
achtergrond

Waarom Mark Rothko geen Pärt luisterde

door Joost Zwagerman
22 jun. 2020 22 juni 2020

Eigentijdse componisten bekoorden hem niet: Mark Rothko hield van Mozart. Hoe jammer dat de schilder componist Arvo Pärt niet kende, vond Joost Zwagerman, in maart 2013 te gast in de serie Scherpdenkers.

In zijn atelier luisterde Mark ­Rothko (1903-1970) vrijwel altijd naar Mozart. Soms kwam Schubert bij hem door de ballotage. Maar daar bleef het meestal bij. Veel componisten vonden geen genade bij deze kunstenaar die zo streng was voor alles en iedereen, zichzelf incluis.

  • Mark Rothko

    in zijn studio, foto: Kate Rothko

    Mark Rothko

    in zijn studio, foto: Kate Rothko

  • Joost Zwagerman

    foto: Keke Keukelaar (2011)

    Joost Zwagerman

    foto: Keke Keukelaar (2011)

  • Mark Rothko

    in zijn studio, foto: Kate Rothko

    Mark Rothko

    in zijn studio, foto: Kate Rothko

  • Joost Zwagerman

    foto: Keke Keukelaar (2011)

    Joost Zwagerman

    foto: Keke Keukelaar (2011)

Over Rothko’s Seagram Murals, die even verstilde als titanische schilderijenreeks, zei de kunstenaar zelf: ‘Deze werken zijn van groot formaat, maar ik streef wel degelijk een staat van intimiteit na. Ze zijn groot, maar toch van menselijke maat. Soms moet iets groot van formaat zijn, om de kleinste en fijnste gemoedsbewegingen te veroorzaken. En vergeet het soortelijk gewicht niet. Het soortelijk gewicht van mijn doeken verleent toegang tot de kijker. Vergelijk het met muziek. Het soortelijk gewicht van Mozart kun je niet vergelijken met dat van Beethoven. In al zijn muziek toont Mozart zich zowel heldhaftig als ironisch. Beethoven heeft de ironie van een kinkel op een boerenerf. Denk ik aan Beethoven, dan vraag ik me af: hoe kan een mens in zijn composities op de wereld reflecteren zonder enige vorm van heroïek? Het ontbrak Beethoven aan iedere denkbare vorm van heldhaftigheid. Mozart bezat die heroïek wel.’

Strenge woorden. Intussen is ­Rothko’s voorliefde voor Mozart naar mijn idee tamelijk verrassend. Denk ik aan Rothko en zijn ambities, zijn levenslange zoektocht naar het grootse en zuivere, naar een – gedroomde – perfectie, culminerend in de meesterwerken van de Seagram ­Murals, dan denk ik aan Johann Sebastian Bach. Aan de Chaconne. De Mis in b klein. Of de cellosuites. Maar ook Bach kwam bij Rothko maar hoogst zelden op de draaitafel. Wél schalde Don Giovanni door zijn atelier, terwijl hij werkte aan de Seagram Murals.

Ook Bach kwam bij Rothko maar zelden op de draaitafel

Maar ook als de druk van de ketel moest en Rothko het café opzocht, dan was het alsof Mozart hem vergezelde. In Rothko. A Biography (1993) van James Breslin is te lezen dat de kunstenaar vooral in de jaren veertig regelmatig was te vinden in de nu ­legendarische Cedar Tavern, vlakbij Washington Square, in New York. De Cedar Tavern was de verzamelplaats voor de generatie van abstract-expres­sionisten. Jackson Pollock en Franz ­Kline kregen er in de late uren meer dan eens ruzie, Willem de Kooning moest de bar soms worden uitgedragen. Mark Rothko kon op avonden van drankgelagen altijd nog op beide benen het pand verlaten, en ruzie kreeg hij er niet, laat staan dat hij op de vuist ging. Had hij menig borrel te veel op, dan barstte hij los in gezang. Flarden Don Giovanni schalden dan door het café.

In diezelfde biografie door Breslin is het vergeefs zoeken naar de naam van Arvo Pärt. In theorie kan Rothko op de hoogte zijn geweest van Pärts vroege werk, maar niets wijst daarop. Rothko’s werk wordt gezien als vernieuwend en baanbrekend bij uitstek, maar in zijn voorkeuren was de kunstenaar zelf vrij traditioneel, op het conservatieve af.

Twintigste-eeuwse componisten vonden al helemaal geen genade bij deze zoon van een Litouwse immigrant. Wat is het toch jammer! Als er één componist is wiens werk het auditieve ‘antwoord’ kan worden genoemd op Rothko’s Seagram Murals en op zijn zwanenzang, de ijlzware, inktzwarte en – dat is het wonder – toch lichtgevende doeken in de Rothko Kapel in Houston, Texas, dan toch Arvo Pärt. Ik besef direct dat ik lang niet de enige ben die dit vindt.

 

Dankzij internet stuitte ik op een artikel in The Wall Street Journal over het oeuvre van Pärt. Er staat: ‘If Tabula Rasa (van Pärt, JZ) has a visual equivalent, it is in the color-block paintings of Mark Rothko.’ Zo hoort u het ook eens van een ander. Niet lang geleden las ik in de Volkskrant, in een artikel over ‘stilte in de muziek’: ‘De stilte in het werk van Arvo Pärt is niet angstaanjagend, eerder sereen en veilig. Vanuit de stilte steken nieuwe, aarzelende noten op, en zie daar Pärts troost: leven en dood die eeuwigdurend over elkaar heen rollen.’

Grote woorden, maar niet ongepast in de typering van Pärts ­composities. Woord voor woord kan hetzelfde worden gezegd over de Seagram Murals van Rothko, en – vooral – over die donkere, duistere, intens zwarte doeken in de Rothko Kapel. Ook bij Rothko vangen we een glimp op van de eeuwigheid, en zien we hoe leven en dood zich in zijn doeken samenballen en, inderdaad, ‘over elkaar heen rollen’, als in een intens dramatisch toneelstuk met open einde.

Hem restte, in reactie op de pop art, nog maar één kleur: zwart.

Rothko maakte deze doeken die nu de wanden van de kapel sieren niet lang voor zijn zelfgekozen dood in 1970. Het zijn de werken van een bitter geworden man die zich ingehaald zag door de nieuwe generatie kunstenaars: Warhol, Lichtenstein en andere pop-art-fenomenen. Pop Art! Vulgairder en beschamender kon je het volgens Rothko niet krijgen. Hem restte, in reactie op de pop art, nog maar één kleur: zwart.

En toch. Onder die zwarte lagen van de werken in de Rothko Kapel bevinden zich – zo heeft röntgenonderzoek uitgewezen – allerlei lagen geel, rood, oranje, zachtgroen, en zo verder. Achter het zwart gaan complete regenbogen schuil. Die verborgen kleurenrijkdom zorgt ervoor dat het zwart bij Rothko ademt, trilt, oplicht en zelfs licht verspreidt. Het zwart lééft!

Ik schreef het al eerder over Rothko’s zwanenzang: zwart geeft bij hem licht. Zoals bij Pärt de klanken stilte scheppen. Stilte: het is een sleutelwoord in het nadenken over en beschrijven van die kleurbanen en ­-lagen van Mark Rothko. De kunstenaar zelf: ‘In onze tijd lijkt alles met alles in conflict. We leven in een tijd van geldzucht, consumptie, maniakale behoeftebevrediging. Maar één fenomeen onttrekt zich aan die conflicten, en dat is de stilte. Silence is so accurate.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.