Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
achtergrond

Waarom kennen we van Max Bruch alleen het Eerste vioolconcert?

door Michiel Cleij
11 juni 2019

Max Bruch heeft duidelijk te vroeg gepiekt. Na een heel leven componeren werd hij slechts om één werk herinnerd: het Eerste vioolconcert. Hoe kwam dat zo? 

Max Bruch is de maker van een der meest geliefde vioolconcerten ooit, maar verder (bijna) niets dat we nu nog kennen. Van wel meer componisten blijft door de eeuwen heen slechts één succesnummer hangen, maar de tragiek van Bruch is dat hij tot zijn tachtigste doorcomponeerde en nooit iets beters schreef dan het Vioolconcert in g klein uit het begin van zijn carrière.

Max Bruch

Max Bruch

Max Bruch

Max Bruch

Wel kwam hij soms in de buurt van dat succes: hij genoot aanzien als koorcomponist, zeker in het zangminnende Engeland (waar hij een tijdje dirigent was), kreeg zijn opera’s uitgevoerd en schreef in 1880 Kol Nidrei en de Scottish Fantasy – twee concertante stukken die op het repertoire zijn gebleven. 

Bruch klaagde bij zijn uitgever over de ‘luiheid, domheid en kortzichtigheid van Duitse violisten’ 

Maar steeds weer dwaalde de aandacht naar dat eerste vioolconcert (hij schreef er later nog twee, wat hij evengoed niet had kunnen doen). Die eenzijdige aandacht dreef Bruch tot wanhoop, zozeer dat hij bij zijn uitgever klaagde over de ‘luiheid, domheid en kortzichtigheid van Duitse violisten’ die steeds weer met datzelfde stuk kwamen opdraven. ‘Violen spelen dat concert vanzelf wel’, stelde hij later mismoedig vast.

Opboksen tegen Brahms

Achteraf gezien kon Bruch niet opboksen tegen het genie van Brahms, zijn tijdgenoot en stijlverwant. Maar hoofdoorzaak van zijn vroege piek was zijn conservatieve houding. Niet toevallig modelleerde hij het Eerste vioolconcert naar het twintig jaar oudere Vioolconcert van Mendelssohn, een componist die zich op zijn beurt weer liet inspireren door de klassieke traditie.

Over zijn tijdgenoten oordeelde hij ronduit reactionair. Toen er in de Duitse muziekwereld een heftige richtingenstrijd ontstond rond de nieuwe muziek van Liszt en Wagner – programmatische muziek, sterk leunend op literatuur – was Bruch een rabiate tegenstander.

De discussie daarover verloor geleidelijk aan momentum, zeker na de opkomst van Richard Strauss en Mahler – maar niet voor Bruch, die zich tot zijn dood in 1920 bleef verzetten tegen alle muzikale experimenten en innovaties. Het resultaat is dat zijn late werken, gecomponeerd in 1918, precies zo klonken als zijn eerste: zeer romantisch, zeer melodieus en – na Schönbergs Kammersymphonie, Stravinsky’s ­Sacre en een wereldoorlog – zeer irrelevant. Dat de nazi’s naar aanleiding van zijn joods-geïnspireerde concertstuk Kol Nidrei een banvloek over zijn werk uitspraken hielp zijn postume reputatie ook niet erg.

De muziek verraadt Bruch als koorcomponist

Aan Bruchs talent lag het in elk geval niet. Hij had een sterk gevoel voor melodielijnen met lange adem; geen wonder dat hij zich, naast zijn prille opera-ambities, al snel toelegde op muziek voor viool (of, zoals in Kol Nidrei, voor cello) en daar herhaaldelijk naar terugkeerde.

In Bruchs Vioolconcert krijgt de solist in de eerste twee delen vrijwel non-stop de betoverende melodiek van een slangenbezweerder toebedeeld. Als er íets is dat de blijvende aantrekkingskracht van dit werk op violisten en hun publiek verklaart is het die bedwelmende zangkwaliteit.

Bruch onderscheidt zich van de loodzware akkoordblokken waaraan je soms bij Brahms je oren stoot

De harmonische bedding die de melodielijnen zo effectief maakt verraadt Bruchs aanleg als koorcomponist. De orkestbegeleiding bestaat vaak uit akkoordblokken, maar die klinken nooit log of massief: ze zijn licht geïnstrumenteerd, en daarmee onderscheidt Bruch zich gunstig van de loodzware akkoordblokken waaraan je soms bij Brahms je oren stoot.

Dit concert was het rijkst en het verleidelijkst

Van de vier grote Duitse vioolconcerten, zei de beroemde violist Joseph Joachim, was dat van Bruch ‘het rijkst en het verleidelijkst’; de concerten van Beethoven, Mendelssohn en Brahms waardeerde hij om andere redenen. Joachim had een groot aandeel in de totstandkoming ervan.

Hoewel hij Bruch rijkelijk voorzag van speeltechnische adviezen was hij onder de indruk van diens vermogen om ‘violistisch’ te schrijven. Vermoedelijk inspireerde Joachim, met zijn Hongaarse afkomst, ook de typische Balkanklank van de Finale – tien jaar voordat Brahms zijn Vioolconcert (eveneens voor Joachim gecomponeerd) van een even Hongaarsig slotdeel zou voorzien.

Het is opmerkelijk dat Bruchs enige repertoirestukken alle drie folkloristische trekjes hebben, uit verschillende culturen; zo beperkt was zijn horizon dus niet. Helaas ging hij er minder experimenteel mee om dan Liszt tezelfdertijd deed, of Ravel wat later.

Frustraties

Na de eeuwwisseling componeerde Bruch lusteloos voort, verbitterd over de verloochening van vrijwel al zijn andere werk. Grommend vervulde hij tot 1910 een docentschap in Berlijn, waar Ralph Vaughan Williams en Ottorino Respighi tot zijn leerlingen behoorden. Violisten die hem het werk wilden voorspelen blafte hij af. Zijn frustraties waren ook van zakelijke aard: bij publicatie van het Eerste vioolconcert had hij alle rechten meteen aan zijn uitgever verkocht, waardoor hij een fortuin aan royalties misliep. 

In 1915 schreef Bruch tot overmaat van ramp een Concert voor twee piano's voor de Amerikaanse pianozussen Rose en Ottilie Sutro, dat door het duo eigenhandig werd ingekort, bewerkt en zonder Bruchs copyright in een bibliotheek werd weggemoffeld.

Nog eenmaal echter nam hij het voor zijn verstoteling op, toen de muziekcriticus Eduard Hanslick de waarde ervan hooghartig ontkende: ‘Over mijn Eerste vioolconcert, een werk dat in de afgelopen achttien jaar wereldwijd gemeengoed is geworden en dat elke kritiek weerstaan heeft, schrijft hij zoiets stompzinnigs: ‘We kunnen niet wennen aan de ongeïnspireerde handigheidjes van Bruchs Vioolconcert.’ Van mij mag hij zichzelf verzuipen.’

Componeren tot je erbij neervalt

Wel meer componisten gaan net als Bruch door tot ze erbij neervallen. Soms volgt er nog een verrassende doorbraak. Bijvoorbeeld bij Beethoven verkende nieuw terrein in zijn late strijkkwartetten, de eeuwig jonge Stravinsky herdefinieerde zijn stijl zestig jaar lang. 

 ‘Is er niemand die genoeg van hem houdt om hem te zeggen dat hij nu wel genoeg gecomponeerd heeft?’

Claude Debussy over Camille Saint-Saëns

Van anderen hoor je plotseling niets meer, maar die stilte is ­meestal schijn. Sibelius, Falla en Dukas componeerden nog jarenlang door, maar er zat niets bij dat ze wereldkundig wilden maken. Daartegenover staat de bijna gentech-achtige productiviteit van een Saint-Saëns, over wie Debussy fijntjes opmerkte: ‘Is er niemand die genoeg van hem houdt om hem te zeggen dat hij nu wel genoeg gecomponeerd heeft?’

Een enkeling doet uit eigen beweging een stapje opzij, zoals Brahms. Tegen zijn zestigste verkondigde hij dat ‘de jongeren het nu maar verder moeten doen’ – waarna hij nog een paar monumentale klarinetwerken schreef. Componisten die er het zwijgen toe doen omdat ze alles gezegd menen te hebben (Duparc, Elgar) zijn zeldzaam.

Een langere versie van dit achtergrondverhaal verscheen eerder in januari 2018

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.