Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Violiste Mirelys Morgan Verdecia: ‘Ik hou van de regen’

door Joke Dame
28 jan. 2020 28 januari 2020

De van oorsprong Cubaanse violiste Mirelys Morgan Verdecia speelt sinds 2013 in het Concertgebouworkest. Ze voelt zich thuis in Europa, alleen de tijd was in het begin een dingetje: ‘Wist ik veel dat twaalf uur ook echt twaalf uur betekende?’

Ze is niet gek op moderne media. E-mail? Liever niet, ‘sorry, ik antwoord altijd te laat’. Google Translate? ‘Ik gebruik gewoon het woordenboek. En meestal staat m’n telefoon uit. Ik wil ook niet dat Milo (acht maanden) wordt blootgesteld aan al die elektronische geluiden.’

De van oorsprong Cubaanse Mirelys Morgan Verdecia wil niet voortdurend worden afgeleid. Ook als ze een boek leest bijvoorbeeld – ‘ik lees helaas veel te weinig, nu’ – doet ze dat met volle aandacht en niet even tussendoor, zoals in het vliegtuig.

Verbinden

Ze speelt tweede viool in het Concertgebouworkest, uit overtuiging. ‘Ik heb een tijd eerste viool gespeeld en technisch is dat een uitdaging. De tweede viool stelt andere eisen: je zit muzikaal gezien midden in het klankveld van het orkest en je rol is dan ook om de verschillende groepen – strijkers, maar ook de blazers – te verbinden. Als middenstem moet je heel goed luisteren. Je moet altijd een voelspriet uitsteken naar de andere orkestgroepen en daar houd ik van.’

 

  • Mirelys Morgan Verdecia

    foto: Renske Vrolijk

    Mirelys Morgan Verdecia

    foto: Renske Vrolijk

  • Myrelis Morgan Verdecia

    foto: Mladen Pikulic

    Myrelis Morgan Verdecia

    foto: Mladen Pikulic

  • Mirelys Morgan Verdecia

    foto: Renske Vrolijk

    Mirelys Morgan Verdecia

    foto: Renske Vrolijk

  • Myrelis Morgan Verdecia

    foto: Mladen Pikulic

    Myrelis Morgan Verdecia

    foto: Mladen Pikulic

Al vroeg wist Mirelys dat ze musicus wilde worden. Ze komt uit een echte muzikantenfamilie: moeder is violiste en geeft les aan kinderen, vader was hoornist, en haar zus speelt piano. ‘Cuba is een heel muzikaal land. We hebben een lange muzikale geschiedenis, ook een klassieke. Veel Cubaanse musici hebben in Parijs gestudeerd. En na de revolutie van 1959, toen Cuba communistisch werd, gingen veel jonge musici naar Rusland, China en de DDR om te studeren. Zo heeft mijn vader aan het conservatorium in Oost-Berlijn gestudeerd. Die goede opleidingen stuwden het peil van de klassieke muziek in Cuba fors omhoog.’

Overvloed

Mirelys studeerde viool sinds haar vroegste jeugd in Havana. Eind jaren negentig kwam dirigent Claudio Abbado naar Cuba – hij was een sympathisant van het regime – en hield er audities. Mirelys was een van de gelukkigen die werden uitgekozen om een project te komen doen met het Gustav Mahler Jugendorchester. Bijzonder, want dat jeugdorkest staat eigenlijk alleen open voor Europese musici.

‘In 2000 kwam ik naar Europa – net na de val van de Berlijnse muur was het nog niet zo makkelijk om uit Cuba weg te komen – en ik ben niet meer teruggegaan. Stel je voor: in Cuba heerste op dat moment een hevige crisis. De winkels waren leeg en er was echt honger. Toen ik in Europa kwam, zag ik overal voedsel in overvloed. Dat zal ik nooit meer vergeten, die overgang, want ik ben dol op eten.’

Na haar eerste tijd in Italië met het Gustav Mahler Jugendorchester (standplaats Bolzano in die tijd) studeerde ze twee jaar aan het Conservatorium Reina Sofía in Madrid. Handig: buiten Spaans sprak ze geen andere talen. ‘Ik weet niet hoe ik die eerste tijd heb overleefd in het jeugdorkest.’

Secretaresse

Vervolgens ging ze in het inmiddels herenigde Berlijn naar de Hanns Eisler Musikhochschule. Geweldige tijd, herinnert Mirelys zich. ‘Daar is iets leuks over te vertellen. De secretaresse van het conservatorium sprak me eens aan: Het kan toch niet zo zijn dat een meisje dat er zo uitziet en met die achternaam geen familie is van de Cubaanse hoornist die hier ooit studeerde? Ze bleek bevriend geweest te zijn met mijn vader.’
Het maakte dat ze zich meteen thuis voelde in Duitsland, het land waar de muziek gecomponeerd is waar ze zo zielsveel van houdt. ‘Ik kende de Duitse muziekgeschiedenis, ik las over al die geweldige componisten in steden als Bonn, Dresden, Leipzig.’

‘Ik had een nogal Latijnse opvatting van tijd. Wist ik veel dat twaalf uur ook echt twaalf uur betekende?’

Natuurlijk was het ook een cultuur­shock en waren er moeilijkheden te overwinnen. ‘Ik had een nogal Latijnse opvatting van de tijd. Wist ik veel dat een afspraak om twaalf uur ook echt twaalf uur betekende? In Cuba kan dat net zo goed twee, drie uur zijn. Daar heb ik erg aan moeten wennen.’ Zoals ze ook moest leren om open te zijn over wat ze denkt en vindt, en nog steeds houdt ze haar opvattingen liever voor zich. ‘Dat wordt een gewoonte, maar,’ zo vindt ze zelf, ‘ik moet leren me meer te uiten. Niet alleen op mijn instrument, ook in woorden.’

Warm

Sinds 2013 speelt Mirelys in het Concertgebouworkest. Waarom Amsterdam, in Duitsland zijn toch ook goede orkesten? ‘Ja natuurlijk, maar ik viel meteen voor dit orkest. Ik had al een boel opnamen beluisterd, en in 2002 kreeg ik de kans het orkest live te beluisteren: dat was in Madrid, op het programma een Schubert-symfonie onder leiding van Nikolaus Harnoncourt.

Ik hield meteen van de klank en van de manier van musiceren. Ik had nooit gedacht dat ik hier zou kunnen spelen; ik had weer zo’n geluk. Geluk dat mijn collega’s mij uitkozen bij de auditie. Dit is een van de beste en mooiste orkesten in de wereld, en de klank is wat het zo speciaal maakt.

Ik hield ook van de Duitse orkesten en speelde daar ook met plezier, maar ze zijn daar vooral krachtig in hun klank. In het Concertgebouworkest lijkt het vaak alsof je kamermuziek speelt. Dat is niet makkelijk, maar ik zoek dat in een symfonieorkest. Het levert flexibiliteit op. En dit, samen met die mooie, warme klank in de Grote Zaal en het type musici in het orkest, de mooie combinatie van de strijkers en de blazers, dit alles maakt het Concert­gebouworkest zo uniek en aantrekkelijk voor mij.’

‘Als in Cuba het regenseizoen begint, gaat iedereen naar buiten om zich nat te laten regenen’

Een jaar na haar aanstelling vormde ze met drie collega’s uit het orkest – violiste Sylvia Huang, altvioliste Martina Forni en celliste Honorine Schaeffer – het GoYa Quartet Amsterdam. ‘Ik was altijd al gek op kamermuziek, speelde in een strijkkwartet in Madrid en toen ik in Amsterdam een nieuw kwartet kon beginnen, maakte dat mijn droom compleet. We zijn vriendinnen geworden en zoeken heel actief naar plekken om te spelen. Vaak ook samen met andere musici.’

Nat

En het klimaat, de regen die bijvoorbeeld nu tegen de ramen tikt, moest ze daaraan wennen?
‘Weet je wat zo gek is? Ik vind het heerlijk. Echt waar. In Cuba is het de ene helft van het jaar droog en de andere helft is het regenseizoen. Als dat begint, in mei, gaat iedereen naar buiten om zich nat te laten regenen. Maar de rest van het regenseizoen moeten de Cubanen niks van nattigheid hebben. Dat is hier heel anders: mensen laten zich niet afschrikken door een regenbui. En ik ook niet!’

 

De viool van Mirelys Morgan Verdecia

foto: Renske Vrolijk

De viool van Mirelys Morgan Verdecia

foto: Renske Vrolijk

De viool van Mirelys Morgan Verdecia

foto: Renske Vrolijk

De viool van Mirelys Morgan Verdecia

foto: Renske Vrolijk

De viool van Mirelys Morgan Verdecia 

In haar e-mailadres komt de naam Amati voor, maar ze speelt niet op een instrument van die Italiaanse bouwersfamilie. Mirelys was een tiener toen ze haar e-mailadres formuleerde. ‘Ik droomde van Italiaanse instrumenten en Amati was mijn absolute favoriet. Ik weet eigenlijk niet waarom, want in Cuba heb ik zo’n instrument nooit uitgeprobeerd. Maar ik luisterde naar opnames met van die prachtig zingende Italiaanse instrumenten en hoopte dat ik ooit ook zo’n viool zou kunnen bespelen.’

Sinds twee jaar heeft ze zo’n Italiaan: een Ferdinando Gagliano uit 1778, van de beroemde bouwer uit Napels. Het instrument is aangeschaft door de Foundation Concertgebouworkest. ‘Ik was al twee jaar op zoek, maar het lukte niet een goed instrument te vinden. Een viool moet aan zó veel voorwaarden voldoen. Hij moet natuurlijk in goede staat verkeren, de juiste klank hebben.

Ik heb overal gezocht, in Duitsland, in Londen, en uiteindelijk vond ik deze gewoon om de hoek van Het Concertgebouw bij vioolbouwer Andreas Post. De viool doorstond alle tests, waarna hij voor mij werd gekocht en aan mij in bruikleen werd verstrekt; ik kon mijn geluk niet op. Wat deze viool bijzonder maakt? De klank. Die is warm, charmant, zangerig, delicaat maar ook krachtig en de viool is makkelijk speelbaar voor mij.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.