Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Thomas Oliemans en Eva-Maria Westbroek: Wien, Berlin, Buenos Aires

Thomas Oliemans en Eva-Maria Westbroek: Wien, Berlin, Buenos Aires

Kleine Zaal
19 november 2021
20.15 uur

Print dit programma

Eva-Maria Westbroek sopraan
Thomas Oliemans bariton/piano
Malcolm Martineau piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Spotlight.

Met dank aan de begunstigers van het Fonds voor de Kleine Zaal

Wien, Berlin, Buenos Aires

Richard Strauss (1864-1949)

Heimliche Aufforderung
uit ‘Vier Lieder’, op. 27 (1885)

Zueignung
uit ‘Acht Gedichte aus Letzte Blätter’, op. 10 (1885)

Alban Berg (1885-1935)

Nacht
Die Nachtigall
Sommertage
uit ‘Sieben frühe Lieder’ (1905-08)

Arnold Schönberg (1874-1951)

Warnung
uit ‘Sechs Lieder’, op. 3 (1899-1903)

Erwartung
uit ‘Vier Lieder’, op. 2 (1899-1900)

Hans Pfitzner (1869-1949)

Die stille Stadt
uit ‘Vier Lieder’, op. 29 (1922)

Hussens Kerker
uit ‘Vier Lieder’, op. 32 (1923)

Richard Strauss

Die Nacht
Allerseelen
uit ‘Acht Gedichte aus Letzte Blätter’, op. 10 (1885)

Traum durch die Dämmerung
uit ‘Drei Lieder’, op. 29 (1894)

September
uit ‘Vier letzte Lieder’, op. 150 (1948)

Hanns Eisler (1898-1962)

An den kleinen Radioapparat
uit ‘Hollywood Songbook’ (1942-47)

Kurt Weill (1900-1950)

September Song
uit ‘Knickerbocker Holiday’ (1938)

Wie lange noch? (1944)

Astor Piazzolla (1921-1992)

Los pájaros perdidos (1974)
Vuelvo al sur (1988)

Carlos Gardel (1890-1935)

Volver (1932)

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Kleine Zaal 19 november 2021 20.15 uur

Eva-Maria Westbroek sopraan
Thomas Oliemans bariton/piano
Malcolm Martineau piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Spotlight.

Met dank aan de begunstigers van het Fonds voor de Kleine Zaal

Wien, Berlin, Buenos Aires

Richard Strauss (1864-1949)

Heimliche Aufforderung
uit ‘Vier Lieder’, op. 27 (1885)

Zueignung
uit ‘Acht Gedichte aus Letzte Blätter’, op. 10 (1885)

Alban Berg (1885-1935)

Nacht
Die Nachtigall
Sommertage
uit ‘Sieben frühe Lieder’ (1905-08)

Arnold Schönberg (1874-1951)

Warnung
uit ‘Sechs Lieder’, op. 3 (1899-1903)

Erwartung
uit ‘Vier Lieder’, op. 2 (1899-1900)

Hans Pfitzner (1869-1949)

Die stille Stadt
uit ‘Vier Lieder’, op. 29 (1922)

Hussens Kerker
uit ‘Vier Lieder’, op. 32 (1923)

Richard Strauss

Die Nacht
Allerseelen
uit ‘Acht Gedichte aus Letzte Blätter’, op. 10 (1885)

Traum durch die Dämmerung
uit ‘Drei Lieder’, op. 29 (1894)

September
uit ‘Vier letzte Lieder’, op. 150 (1948)

Hanns Eisler (1898-1962)

An den kleinen Radioapparat
uit ‘Hollywood Songbook’ (1942-47)

Kurt Weill (1900-1950)

September Song
uit ‘Knickerbocker Holiday’ (1938)

Wie lange noch? (1944)

Astor Piazzolla (1921-1992)

Los pájaros perdidos (1974)
Vuelvo al sur (1988)

Carlos Gardel (1890-1935)

Volver (1932)

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Thomas Oliemans en Eva-Maria Westbroek: Wien, Berlin, Buenos Aires

door Frederike Berntsen

Bariton Thomas Oliemans stelde voor zijn eerste van drie concerten als Spotlight-artiest van Het Concertgebouw een recital samen met muziek uit het begin van de vorige eeuw. Sopraan Eva-Maria Westbroek en hij verkennen een roerige periode in de geschiedenis.

Thomas Oliemans: ‘Of een programma werkt, weet je nooit zeker. Iets kan er op papier prachtig uitzien, maar de uitwerking kan totaal mislukken.
Wat me interesseert in een programma is het uitproberen, het vraagteken. Liederen bij elkaar zetten waarvan ik weet dat het sowieso gaat werken, daar leer ik niets van, niet over mezelf, niet over het leven. Ik reduceer het publiek dan tot consument van een fijn concert. Maar als ik de luisteraar uitnodig een weg in te slaan die misschien niet meteen makkelijk te volgen is, kan dat iets heel spannends opleveren. De concentratie, het enthousiasme, de ontroering, de stilte die kunnen ontstaan vertellen mij iets over de stukken en over hoe ze al dan niet samengaan.

Een programma samenstellen betekent altijd puzzelen. Als ik wil dat Richard Strauss werkt ten opzichte van Hanns Eisler, hoe dien je dat dan op? Welke smaken moet je eerst gehad hebben? Ik vaar op mijn instinct: nu moet er wat leven in de brouwerij komen, nu blijven we in een verstilde sfeer. Het hangt ook van de zaal af wat je er neerzet. De ene zaal verlangt een bepaald soort dramatiek, die niet per se goed zal werken in een andere akoestiek.’

‘Vlak voor 1900 en de decennia daarna vormen een roerige tijd, een zeer spannende periode. Het snijvlak tussen de zogeheten hoge en lage kunst vind ik interessant. Ons programma begint met het Duitse kunstlied, hier en daar begint de muziek te schuren en worden de harmonische grenzen opgezocht, we komen terecht in een cafésfeer.
Wat voor muziek werd er destijds eigenlijk geschreven?, heb ik mezelf afgevraagd. Was het kunst of kitsch? Het lied bij Richard Strauss is Duits-romantisch, maar hij schreef ook salonmuziek om de luisteraar te pleasen. Kurt Weill componeerde symfonieën en de Dreigroschenoper, hij komt uit bij een vorm van liedschrijven die vooral in films en musicals paste. Is dat dan minder goede muziek? Voor mij geldt – en daarom programmeer ik een lied: als de tekst en de muziek op een krachtige manier een boodschap overbrengen is dat voor mij goede muziek.

Bariton Thomas Oliemans stelde voor zijn eerste van drie concerten als Spotlight-artiest van Het Concertgebouw een recital samen met muziek uit het begin van de vorige eeuw. Sopraan Eva-Maria Westbroek en hij verkennen een roerige periode in de geschiedenis.

Thomas Oliemans: ‘Of een programma werkt, weet je nooit zeker. Iets kan er op papier prachtig uitzien, maar de uitwerking kan totaal mislukken.
Wat me interesseert in een programma is het uitproberen, het vraagteken. Liederen bij elkaar zetten waarvan ik weet dat het sowieso gaat werken, daar leer ik niets van, niet over mezelf, niet over het leven. Ik reduceer het publiek dan tot consument van een fijn concert. Maar als ik de luisteraar uitnodig een weg in te slaan die misschien niet meteen makkelijk te volgen is, kan dat iets heel spannends opleveren. De concentratie, het enthousiasme, de ontroering, de stilte die kunnen ontstaan vertellen mij iets over de stukken en over hoe ze al dan niet samengaan.

Een programma samenstellen betekent altijd puzzelen. Als ik wil dat Richard Strauss werkt ten opzichte van Hanns Eisler, hoe dien je dat dan op? Welke smaken moet je eerst gehad hebben? Ik vaar op mijn instinct: nu moet er wat leven in de brouwerij komen, nu blijven we in een verstilde sfeer. Het hangt ook van de zaal af wat je er neerzet. De ene zaal verlangt een bepaald soort dramatiek, die niet per se goed zal werken in een andere akoestiek.’

‘Vlak voor 1900 en de decennia daarna vormen een roerige tijd, een zeer spannende periode. Het snijvlak tussen de zogeheten hoge en lage kunst vind ik interessant. Ons programma begint met het Duitse kunstlied, hier en daar begint de muziek te schuren en worden de harmonische grenzen opgezocht, we komen terecht in een cafésfeer.
Wat voor muziek werd er destijds eigenlijk geschreven?, heb ik mezelf afgevraagd. Was het kunst of kitsch? Het lied bij Richard Strauss is Duits-romantisch, maar hij schreef ook salonmuziek om de luisteraar te pleasen. Kurt Weill componeerde symfonieën en de Dreigroschenoper, hij komt uit bij een vorm van liedschrijven die vooral in films en musicals paste. Is dat dan minder goede muziek? Voor mij geldt – en daarom programmeer ik een lied: als de tekst en de muziek op een krachtige manier een boodschap overbrengen is dat voor mij goede muziek.

  • Dansend stel

    door: Fernando Botero, 1980

    Dansend stel

    door: Fernando Botero, 1980

  • Dansend stel

    door: Fernando Botero, 1980

    Dansend stel

    door: Fernando Botero, 1980

De ondertoon in dit programma is de vermenging van gevoel en politiek in de muziek uit deze tijd. Wie lange noch? uit 1944 van Weill kun je opvatten als liefdesverhaal, maar ook: hoe lang moet ik als Duitser nog lijden onder wat wij Duitsers met ons eigen land doen? Eisler zit op een gegeven moment in Hollywood en wil niets liever dan het Duits-romantische lied schrijven, maar we weten allemaal waarom dat niet meer kan.

Carlos Gardel in Buenos Aires, dat klinkt ver weg, maar heeft absoluut te maken met wat er in Europa werd geschreven. Zeker wat betreft de stijl: net als bij Weill en Eisler klinkt rijkdom in harmonie en melodie, je hoort nostalgie in hun muziek. Astor Piazzolla onderstreept in Argentinië de hoge kunst van de tango, je hoort bij hem twaalftoonsachtige klanken. In het Argentijnse gedeelte zal ik trouwens zelf achter de vleugel zitten, met eigen arrangementen.’

Eva-Maria Westbroek: ‘Vooral Thomas heeft het programma samengesteld. Maar we hebben wel voortdurend overlegd, en dan doe je elkaar ideeën aan de hand. Ter voorbereiding heb ik Stefan Zweigs Die Welt von Gestern gelezen. Fascinerend. Hoe groot en belangrijk de kunst in Wenen was, ongelooflijk. Als er een politicus over straat liep keek niemand op of om, bij een acteur of musicus hield iedereen de adem in.

Niet alle muziek had ik eerder gezongen, maar ik ken die wel van opnames. Met tango voel ik mij zeer verbonden, van kindsbeen af luister ik daarnaar. We zijn vroeger zelfs met de familie naar een optreden van Piazzolla geweest. Door de passie, dat emotionele karakter van die muziek word ik altijd zeer geroerd. Ik ben dol op Zuid-Amerika en ben er ook een aantal keren geweest. In Chili hebben mijn man [tenor Frank van Aken, red.] en ik samen gezongen. Daarna word je dan uitgenodigd voor een etentje of een feestje. En altijd pakt iemand z’n gitaar en wordt er de hele avond gemusiceerd. Iedereen kent alle liedjes. Die dramatische teksten, schitterend!
Bergs Sieben frühe Lieder: ook prachtig. Deze muziek opereert op het grensvlak van de Romantiek en Bergs volgende fase, die van de twaalftoonsmuziek. Het is een spannende ontdekkingsreis waarin er muzikaal steeds iets gebeurt wat je niet verwacht.

Ik ben dol op Weill. Berlijn, jaren twintig vorige eeuw. Zijn stijl met die droge humor, dat rauwe in zijn muziek vind ik sensationeel en ook grappig. Ze brengt je terug in de tijd. Het is zo moeilijk om uit te leggen waarom iets me raakt. Ik weet wel dat ik niets kan zingen dat niet in mij resoneert.’

De ondertoon in dit programma is de vermenging van gevoel en politiek in de muziek uit deze tijd. Wie lange noch? uit 1944 van Weill kun je opvatten als liefdesverhaal, maar ook: hoe lang moet ik als Duitser nog lijden onder wat wij Duitsers met ons eigen land doen? Eisler zit op een gegeven moment in Hollywood en wil niets liever dan het Duits-romantische lied schrijven, maar we weten allemaal waarom dat niet meer kan.

Carlos Gardel in Buenos Aires, dat klinkt ver weg, maar heeft absoluut te maken met wat er in Europa werd geschreven. Zeker wat betreft de stijl: net als bij Weill en Eisler klinkt rijkdom in harmonie en melodie, je hoort nostalgie in hun muziek. Astor Piazzolla onderstreept in Argentinië de hoge kunst van de tango, je hoort bij hem twaalftoonsachtige klanken. In het Argentijnse gedeelte zal ik trouwens zelf achter de vleugel zitten, met eigen arrangementen.’

Eva-Maria Westbroek: ‘Vooral Thomas heeft het programma samengesteld. Maar we hebben wel voortdurend overlegd, en dan doe je elkaar ideeën aan de hand. Ter voorbereiding heb ik Stefan Zweigs Die Welt von Gestern gelezen. Fascinerend. Hoe groot en belangrijk de kunst in Wenen was, ongelooflijk. Als er een politicus over straat liep keek niemand op of om, bij een acteur of musicus hield iedereen de adem in.

Niet alle muziek had ik eerder gezongen, maar ik ken die wel van opnames. Met tango voel ik mij zeer verbonden, van kindsbeen af luister ik daarnaar. We zijn vroeger zelfs met de familie naar een optreden van Piazzolla geweest. Door de passie, dat emotionele karakter van die muziek word ik altijd zeer geroerd. Ik ben dol op Zuid-Amerika en ben er ook een aantal keren geweest. In Chili hebben mijn man [tenor Frank van Aken, red.] en ik samen gezongen. Daarna word je dan uitgenodigd voor een etentje of een feestje. En altijd pakt iemand z’n gitaar en wordt er de hele avond gemusiceerd. Iedereen kent alle liedjes. Die dramatische teksten, schitterend!
Bergs Sieben frühe Lieder: ook prachtig. Deze muziek opereert op het grensvlak van de Romantiek en Bergs volgende fase, die van de twaalftoonsmuziek. Het is een spannende ontdekkingsreis waarin er muzikaal steeds iets gebeurt wat je niet verwacht.

Ik ben dol op Weill. Berlijn, jaren twintig vorige eeuw. Zijn stijl met die droge humor, dat rauwe in zijn muziek vind ik sensationeel en ook grappig. Ze brengt je terug in de tijd. Het is zo moeilijk om uit te leggen waarom iets me raakt. Ik weet wel dat ik niets kan zingen dat niet in mij resoneert.’

door Frederike Berntsen

Thomas Oliemans en Eva-Maria Westbroek: Wien, Berlin, Buenos Aires

door Frederike Berntsen

Bariton Thomas Oliemans stelde voor zijn eerste van drie concerten als Spotlight-artiest van Het Concertgebouw een recital samen met muziek uit het begin van de vorige eeuw. Sopraan Eva-Maria Westbroek en hij verkennen een roerige periode in de geschiedenis.

Thomas Oliemans: ‘Of een programma werkt, weet je nooit zeker. Iets kan er op papier prachtig uitzien, maar de uitwerking kan totaal mislukken.
Wat me interesseert in een programma is het uitproberen, het vraagteken. Liederen bij elkaar zetten waarvan ik weet dat het sowieso gaat werken, daar leer ik niets van, niet over mezelf, niet over het leven. Ik reduceer het publiek dan tot consument van een fijn concert. Maar als ik de luisteraar uitnodig een weg in te slaan die misschien niet meteen makkelijk te volgen is, kan dat iets heel spannends opleveren. De concentratie, het enthousiasme, de ontroering, de stilte die kunnen ontstaan vertellen mij iets over de stukken en over hoe ze al dan niet samengaan.

Een programma samenstellen betekent altijd puzzelen. Als ik wil dat Richard Strauss werkt ten opzichte van Hanns Eisler, hoe dien je dat dan op? Welke smaken moet je eerst gehad hebben? Ik vaar op mijn instinct: nu moet er wat leven in de brouwerij komen, nu blijven we in een verstilde sfeer. Het hangt ook van de zaal af wat je er neerzet. De ene zaal verlangt een bepaald soort dramatiek, die niet per se goed zal werken in een andere akoestiek.’

‘Vlak voor 1900 en de decennia daarna vormen een roerige tijd, een zeer spannende periode. Het snijvlak tussen de zogeheten hoge en lage kunst vind ik interessant. Ons programma begint met het Duitse kunstlied, hier en daar begint de muziek te schuren en worden de harmonische grenzen opgezocht, we komen terecht in een cafésfeer.
Wat voor muziek werd er destijds eigenlijk geschreven?, heb ik mezelf afgevraagd. Was het kunst of kitsch? Het lied bij Richard Strauss is Duits-romantisch, maar hij schreef ook salonmuziek om de luisteraar te pleasen. Kurt Weill componeerde symfonieën en de Dreigroschenoper, hij komt uit bij een vorm van liedschrijven die vooral in films en musicals paste. Is dat dan minder goede muziek? Voor mij geldt – en daarom programmeer ik een lied: als de tekst en de muziek op een krachtige manier een boodschap overbrengen is dat voor mij goede muziek.

Bariton Thomas Oliemans stelde voor zijn eerste van drie concerten als Spotlight-artiest van Het Concertgebouw een recital samen met muziek uit het begin van de vorige eeuw. Sopraan Eva-Maria Westbroek en hij verkennen een roerige periode in de geschiedenis.

Thomas Oliemans: ‘Of een programma werkt, weet je nooit zeker. Iets kan er op papier prachtig uitzien, maar de uitwerking kan totaal mislukken.
Wat me interesseert in een programma is het uitproberen, het vraagteken. Liederen bij elkaar zetten waarvan ik weet dat het sowieso gaat werken, daar leer ik niets van, niet over mezelf, niet over het leven. Ik reduceer het publiek dan tot consument van een fijn concert. Maar als ik de luisteraar uitnodig een weg in te slaan die misschien niet meteen makkelijk te volgen is, kan dat iets heel spannends opleveren. De concentratie, het enthousiasme, de ontroering, de stilte die kunnen ontstaan vertellen mij iets over de stukken en over hoe ze al dan niet samengaan.

Een programma samenstellen betekent altijd puzzelen. Als ik wil dat Richard Strauss werkt ten opzichte van Hanns Eisler, hoe dien je dat dan op? Welke smaken moet je eerst gehad hebben? Ik vaar op mijn instinct: nu moet er wat leven in de brouwerij komen, nu blijven we in een verstilde sfeer. Het hangt ook van de zaal af wat je er neerzet. De ene zaal verlangt een bepaald soort dramatiek, die niet per se goed zal werken in een andere akoestiek.’

‘Vlak voor 1900 en de decennia daarna vormen een roerige tijd, een zeer spannende periode. Het snijvlak tussen de zogeheten hoge en lage kunst vind ik interessant. Ons programma begint met het Duitse kunstlied, hier en daar begint de muziek te schuren en worden de harmonische grenzen opgezocht, we komen terecht in een cafésfeer.
Wat voor muziek werd er destijds eigenlijk geschreven?, heb ik mezelf afgevraagd. Was het kunst of kitsch? Het lied bij Richard Strauss is Duits-romantisch, maar hij schreef ook salonmuziek om de luisteraar te pleasen. Kurt Weill componeerde symfonieën en de Dreigroschenoper, hij komt uit bij een vorm van liedschrijven die vooral in films en musicals paste. Is dat dan minder goede muziek? Voor mij geldt – en daarom programmeer ik een lied: als de tekst en de muziek op een krachtige manier een boodschap overbrengen is dat voor mij goede muziek.

  • Dansend stel

    door: Fernando Botero, 1980

    Dansend stel

    door: Fernando Botero, 1980

  • Dansend stel

    door: Fernando Botero, 1980

    Dansend stel

    door: Fernando Botero, 1980

De ondertoon in dit programma is de vermenging van gevoel en politiek in de muziek uit deze tijd. Wie lange noch? uit 1944 van Weill kun je opvatten als liefdesverhaal, maar ook: hoe lang moet ik als Duitser nog lijden onder wat wij Duitsers met ons eigen land doen? Eisler zit op een gegeven moment in Hollywood en wil niets liever dan het Duits-romantische lied schrijven, maar we weten allemaal waarom dat niet meer kan.

Carlos Gardel in Buenos Aires, dat klinkt ver weg, maar heeft absoluut te maken met wat er in Europa werd geschreven. Zeker wat betreft de stijl: net als bij Weill en Eisler klinkt rijkdom in harmonie en melodie, je hoort nostalgie in hun muziek. Astor Piazzolla onderstreept in Argentinië de hoge kunst van de tango, je hoort bij hem twaalftoonsachtige klanken. In het Argentijnse gedeelte zal ik trouwens zelf achter de vleugel zitten, met eigen arrangementen.’

Eva-Maria Westbroek: ‘Vooral Thomas heeft het programma samengesteld. Maar we hebben wel voortdurend overlegd, en dan doe je elkaar ideeën aan de hand. Ter voorbereiding heb ik Stefan Zweigs Die Welt von Gestern gelezen. Fascinerend. Hoe groot en belangrijk de kunst in Wenen was, ongelooflijk. Als er een politicus over straat liep keek niemand op of om, bij een acteur of musicus hield iedereen de adem in.

Niet alle muziek had ik eerder gezongen, maar ik ken die wel van opnames. Met tango voel ik mij zeer verbonden, van kindsbeen af luister ik daarnaar. We zijn vroeger zelfs met de familie naar een optreden van Piazzolla geweest. Door de passie, dat emotionele karakter van die muziek word ik altijd zeer geroerd. Ik ben dol op Zuid-Amerika en ben er ook een aantal keren geweest. In Chili hebben mijn man [tenor Frank van Aken, red.] en ik samen gezongen. Daarna word je dan uitgenodigd voor een etentje of een feestje. En altijd pakt iemand z’n gitaar en wordt er de hele avond gemusiceerd. Iedereen kent alle liedjes. Die dramatische teksten, schitterend!
Bergs Sieben frühe Lieder: ook prachtig. Deze muziek opereert op het grensvlak van de Romantiek en Bergs volgende fase, die van de twaalftoonsmuziek. Het is een spannende ontdekkingsreis waarin er muzikaal steeds iets gebeurt wat je niet verwacht.

Ik ben dol op Weill. Berlijn, jaren twintig vorige eeuw. Zijn stijl met die droge humor, dat rauwe in zijn muziek vind ik sensationeel en ook grappig. Ze brengt je terug in de tijd. Het is zo moeilijk om uit te leggen waarom iets me raakt. Ik weet wel dat ik niets kan zingen dat niet in mij resoneert.’

De ondertoon in dit programma is de vermenging van gevoel en politiek in de muziek uit deze tijd. Wie lange noch? uit 1944 van Weill kun je opvatten als liefdesverhaal, maar ook: hoe lang moet ik als Duitser nog lijden onder wat wij Duitsers met ons eigen land doen? Eisler zit op een gegeven moment in Hollywood en wil niets liever dan het Duits-romantische lied schrijven, maar we weten allemaal waarom dat niet meer kan.

Carlos Gardel in Buenos Aires, dat klinkt ver weg, maar heeft absoluut te maken met wat er in Europa werd geschreven. Zeker wat betreft de stijl: net als bij Weill en Eisler klinkt rijkdom in harmonie en melodie, je hoort nostalgie in hun muziek. Astor Piazzolla onderstreept in Argentinië de hoge kunst van de tango, je hoort bij hem twaalftoonsachtige klanken. In het Argentijnse gedeelte zal ik trouwens zelf achter de vleugel zitten, met eigen arrangementen.’

Eva-Maria Westbroek: ‘Vooral Thomas heeft het programma samengesteld. Maar we hebben wel voortdurend overlegd, en dan doe je elkaar ideeën aan de hand. Ter voorbereiding heb ik Stefan Zweigs Die Welt von Gestern gelezen. Fascinerend. Hoe groot en belangrijk de kunst in Wenen was, ongelooflijk. Als er een politicus over straat liep keek niemand op of om, bij een acteur of musicus hield iedereen de adem in.

Niet alle muziek had ik eerder gezongen, maar ik ken die wel van opnames. Met tango voel ik mij zeer verbonden, van kindsbeen af luister ik daarnaar. We zijn vroeger zelfs met de familie naar een optreden van Piazzolla geweest. Door de passie, dat emotionele karakter van die muziek word ik altijd zeer geroerd. Ik ben dol op Zuid-Amerika en ben er ook een aantal keren geweest. In Chili hebben mijn man [tenor Frank van Aken, red.] en ik samen gezongen. Daarna word je dan uitgenodigd voor een etentje of een feestje. En altijd pakt iemand z’n gitaar en wordt er de hele avond gemusiceerd. Iedereen kent alle liedjes. Die dramatische teksten, schitterend!
Bergs Sieben frühe Lieder: ook prachtig. Deze muziek opereert op het grensvlak van de Romantiek en Bergs volgende fase, die van de twaalftoonsmuziek. Het is een spannende ontdekkingsreis waarin er muzikaal steeds iets gebeurt wat je niet verwacht.

Ik ben dol op Weill. Berlijn, jaren twintig vorige eeuw. Zijn stijl met die droge humor, dat rauwe in zijn muziek vind ik sensationeel en ook grappig. Ze brengt je terug in de tijd. Het is zo moeilijk om uit te leggen waarom iets me raakt. Ik weet wel dat ik niets kan zingen dat niet in mij resoneert.’

door Frederike Berntsen

Biografie

Thomas Oliemans, bariton

Thomas Oliemans heeft een Spotlightserie in de Kleine Zaal, met op 22 maart 2022 nog een solo-uitvoering van Schuberts Winterreise – zingend aan de piano – en op 17 mei een avond samen met het Signum Quartett.

De bariton studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Margreet Honig. Aan De Nationale Opera zong hij grote rollen in bijvoorbeeld La bohème van Puccini en Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Weill en in 2013 kreeg hij de Prix d’Amis voor zijn Papageno in Mozarts Die Zauberflöte. Ook stond hij er in nieuwe opera’s van Peter-Jan Wagemans, Rob Zuidam en Martijn Padding. In Londen zong Thomas Oliemans zowel bij de English National Opera als bij de Royal Opera Covent Garden, en ook de operahuizen van Genève, Madrid en Toulouse en de festivals van Aix-en-Provence en Salzburg engageerden hem.

Thomas Oliemans werkte met de meeste Nederlandse orkesten en ook met het Philharmonia Orchestra, het BBC Symphony Orchestra en het Freiburger Barockorchester. Recitals gaf hij op de belangrijke podia van Londen, Wenen, Parijs, Zürich en Tokio.

In Het Concertgebouw was hij al vaak te gast, onder meer met de drie grote liedcycli van Schubert met Malcolm Martineau. Met Bert van den Brink bracht Thomas Oliemans in de zomer van 2019 Langs Brel en Bannink. Met dezelfde pianist/accordeonist en Amsterdam Sinfonietta bracht hij afgelopen zomer in de Grote Zaal een Frans programma waarin hij zichzelf ook in een aantal nummers aan de piano begeleidde.

Eva-Maria Westbroek, sopraan

Eva-Maria Westbroek studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en onder haar docenten waren James McCray en Iris Adami Corradetti. Nog voor haar afstuderen, in 1994, debuteerde ze in Poulencs Dialogues des Carmélites op het Aldeburgh Festival. Van 2001 tot 2006 maakte de sopraan deel uit van het zangersensemble van de Staatsoper Stuttgart, waar ze de titel Kammersängerin kreeg.

In 2006 debuteerde ze in de ­Verenigde Staten, met een optreden bij het Chicago Symphony Orchestra. Het debuut van Eva-Maria Westbroek bij De Nederlandse Opera, in Sjostakovitsj’ Lady Macbeth van Mtsensk met het Koninklijk Concertgebouworkest in juni 2006, werd op dvd uitgebracht, en haar titelrol werd door de VSCD uitgeroepen tot ‘meest indrukwekkende individuele prestatie’.

Eva-Maria Westbroek wordt uitgenodigd door van tal van grote operahuizen, waaronder het Londense Royal Opera House Covent Garden, La Scala in Milaan, de Bayerische Staatsoper in München, de Opéra National de Paris, de Wiener Staatsoper, de Deutsche Oper Berlin, De Munt in Brussel en de Metropolitan Opera in New York. Ook trad ze op op de Bayreuther Festspiele en het festival van Aix-en-Provence.

De laatste keer dat Eva-Maria Westbroek in Het Concertgebouw te beluisteren was, was in juni 2019 in de Veertiende symfonie van Sjostakovitsj met Amsterdam Sinfonietta en bas Mikhail Petrenko.

Malcolm Martineau, piano

Malcolm Martineau, geboren in Edinburgh en opgeleid in Cambridge en Londen, specialiseerde zich in de kunst van het liedbegeleiden. Hij musiceerde, zowel op cd als op de bekende podia wereldwijd, met tal van bekende zangers, onder wie Sophie Bevan, Ian Bostridge, Sarah Connolly, Susan Graham, Thomas Hampson, Della Jones, Christiane Karg, Angelika Kirchschlager, Felicity Lott, Christopher Maltman, Anne Sofie von Otter, Dorothea Röschmann, Michael Schade en Bryn Terfel.

Het album Songs of War, met repertoire van vooral Engelse componisten opgenomen met Simon Keenlyside, werd bekroond met een Grammy Award. Op andere cd’s vertolkt Malcolm Martineau muziek van bijvoorbeeld Schubert, Schumann en Richard Strauss, en met Tom Krause en Sarah Walker legde hij alle liederen van Fauré vast. Ook de complete liederen van Poulenc en Mendelssohn, de Folk Songs van Britten en de volksliederen van Beethoven nam hij op.

De pianist presenteerde eigen concertseries in de Londense Wigmore Hall en op het Edinburgh Festival, en was in 2011 artistiek leider van het Leeds Lieder Festival. Van het Royal Conservatoire of Scotland kreeg hij in 2004 een eredoctoraat en sinds 2009 is hij er International Fellow of Accompaniment.

In Het Concertgebouw was Malcolm Martineau de laatste jaren te beluisteren met Florian Boesch (2013 en 2018), Kate Royal (2013), Dorothea Röschmann (2014) en Thomas Oliemans (2016 en 2017). Op 5 april komt hij terug naar de Kleine Zaal met sopraan Fatma Said.