Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
notenbeeld

Sjostakovitsj huilt, Sjostakovitsj lacht

door Carine Alders
01 mei 2018 01 mei 2018

Sjostakovitsj' Eerste pianoconcert heeft last van stemmingswisselingen: van lyrisch naar hilarisch – en weer terug. Wil de echte Sjostakovitsj opstaan?

Dubbelzinnigheid en tegenstrijdigheid zijn alomtegenwoordig in de muziek en het leven van Dmitri Sjostakovitsj. Componeerde hij vol overtuiging communistische muziek voor het volk, of hield hij vooral de schijn op? Moeten we zijn citaten uit film en variété zien als satire, of was hij oprecht liefhebber van grappen en grollen? 

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd zijn muziek in het Westen afgedaan als propagandistische kitsch. In dat licht is het ironisch te weten dat de internationale zomercursussen in Darmstadt, broedplaats van de avant-garde in de muziek, financieel ondersteund werden door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.

De meningen over Sjostakovitsj’ muziek veranderden toen in 1979 de memoires van de componist verschenen, bezorgd door de gevluchte Russische muziek­wetenschapper Solomon Volkov. Later bleek dat het boek van Volkov met een flinke korrel zout genomen moet worden, veel informatie had hij uit de derde hand.

Levenslustig is het Eerste pianoconcert in ieder geval, compleet met circuscapriolen en slapstickscènes 

Alles wat Sjostakovitsj zelf schreef was onderhevig aan censuur en alle brieven die hij ontving vernietigde hij zorgvuldig. Bovendien bleken niet alle herinneringen van ooggetuigen even betrouwbaar. Maar het beeld dat je de muziek niet simpel af kunt doen als communistische propaganda bleef overeind.

Van Sjostakovitsj zelf worden we niet veel wijzer. Over de vraag wat het belangrijkste artistieke thema van zijn Eerste pianoconcert was schreef hij: ‘Ik kan over mijn concerto op geen enkele andere wijze iets zeggen dan via de compositie zelf.’ Om daar meteen aan toe te voegen: ‘Ik ben een sovjetcomponist en ik ervaar onze tijd als een heroïsche tijd, vol kracht en levenslust. Dat wil ik uitdrukken in mijn pianoconcert.’ We kunnen niet meer zien of hij daarbij een twinkeling in zijn ogen had, hij kon het absurdisme van de sovjetretoriek namelijk wel waarderen. Levenslustig is het Eerste pianoconcert in ieder geval, compleet met circuscapriolen en slapstickscènes.  

Circus

In de jaren voorafgaand aan de wording van deze compositie pakte Sjostakovitsj alles aan om thuis brood op de plank te krijgen. Zijn vader was in 1922 gestorven en een bijdrage aan het gezinsinkomen was zeer welkom. De jonge Dmitri begeleidde stomme films in het theater, meesterlijk improviserend aan de piano. Ook componeerde hij muziek bij films.

In Sint-Petersburg (in die jaren achtereenvolgens Petrograd en Leningrad geheten) bloeide het zogenaamde eccentrisme op, een theaterstroming waarbij het klassieke acteren plaats maakte voor fysieke performance, met een hoog gehalte aan circuskunsten. Charlie Chaplin was een grote inspiratie voor de beweging. In 1929 schreef Sjostakovitsj filmmuziek bij Het nieuwe Babylon, een productie van twee voormannen van deze stroming, Kozintsev en Trauberg.

Geheel in stijl citeerde hij uit de Marseillaise, met Offenbachs beroemde cancan als tegenmelodie. Tussendoor componeerde hij ook nog twee bijdragen aan een opera van de Duitse componist Erwin Dressel, Der arme Columbus. Een thema uit deze muziek zou hij twee jaar later opnieuw gebruiken in Doodverklaard, een variété-achtige revue compleet met trapeze, paarden, een speciaal getrainde Duitse herder, acrobaten en clowns.

Notenvoorbeeld: het thema in de trompetsolo

Het thema in de trompetsolo

Hetzelfde thema is ook terechtgekomen in een trompetsolo in het Eerste pianoconcert. Het strijkorkest speelt hier ‘col legno’: met het hout van de strijkstok wordt op de snaren geslagen. Het fragment transporteert de luisteraar meteen naar het circus, waar een dompteur met zijn zweep slaat terwijl de paarden rondjes draven. De abrupte overgangen tussen verschillende fragmenten echoën de montagetechniek van films uit die tijd.

De trompetsolo in Sjostakovitsj' Eerste pianoconcert. Beluister het hele concert
Yuja Wang (piano), Omar Tomasoni (trompet), Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons

Klassieke citaten

Naast de verwijzingen naar populaire melodieën putte Sjostakovitsj ook uit zijn gedegen muzikale opleiding als pianist en componist aan het conservatorium van Sint-Petersburg. Als dertienjarige werd hij aangenomen door Alexander Glazoenov en een jaar later kwam hij onder de vleugels van pianoleraar Leonid Nikolajev. In huize Sjostakovitsj klonk altijd wel pianomuziek, zijn moeder en zus waren uitstekende pianisten. Dmitri speelde het complete repertoire, van Bachs Das wohltemperirte Clavier via Haydn en Mozart tot Beethovens Hammerklaviersonate.

Het Eerste pianoconcert, waarmee hij zijn carrière als concertpianist op de rails probeerde te krijgen (en zo op een welkome aanvulling op zijn inkomen hoopte), opent na een circusachtige opmaat met een citaat uit Beethovens sonate Appassionata. Sjostakovitsj’ concert volgt de opbouw van klassieke meesterwerken waarin een langzaam tussendeel ingeklemd zit tussen twee snelle delen, beide in de traditionele sonatevorm.

Notenvoorbeeld: het thema in de trompetsolo

Het citaat uit Beethovens sonate Appassionata 

Notenvoorbeeld: het thema in de trompetsolo

De oorspronkelijke noten in Beethovens Appassionata

Officieel bestaat de compositie uit vier delen, maar het langzame derde deel fungeert meer als een soort introductie op de levendige finale. Ook in dit vierde deel zit een verwijzing naar een klassiek werk voor piano: de trompet speelt bij zijn tweede inzet een thema uit Haydns Pianosonate in D groot, Hob. XVI:37. Aandachtige luisteraars herkennen nog veel meer bekende fragmenten, van Rossini’s Il barbiere di Siviglia (let op de trompet!) tot Beethovens Rondo alla ingharese, beter bekend als ‘woede over een kwijtgeraakte cent’.

Notenvoorbeeld: het thema in de trompetsolo

Notenvoorbeeld: het thema in de trompetsolo

Het citaat uit Haydns Pianosonate door Sjostakovitsj' (boven) en het oorsponkelijke fragment bij Haydn (onder) 

Lyrisch of hilarisch?

Het tweede deel is uitgesproken lyrisch, hier ontbreken capriolen en citaten. Zelfs de trompet – die in de rest van het concert regelmatig de aanjager van slapstickachtige taferelen is – echoot slechts het zangerige openingsthema en het thema van de piano. Horen we hier de echte Sjostakovitsj? In ieder geval trokken de lyrische passages de meeste aandacht van critici.

De componist had zelf te kennen gegeven dat hij deze kwaliteit verder wilde ontwikkelen, maar dergelijke uitspraken kunnen ook als doel gehad hebben de cultuurpolitie te plezieren. Toch klinkt in de meer hilarische passages ongetwijfeld ook de echte Sjostakovitsj. In zijn composities komen alle menselijke emoties aan bod.

In november 1934 liet hij in het aan kunst gewijde blad Sovetskoe istkusstvo het volgende optekenen: ‘Wat zijn menselijke emoties? Slechts lyriek, melancholie en tragedie? Hoort lachen ook niet hieronder geschaard te worden? Ik wil me sterk maken voor het recht om lachen ook geaccepteerd te krijgen in de zogenaamd ‘serieuze muziek’.’

Sjostakovitsj overleed ruim voordat de glasnost postvatte en uiteindelijk het ijzeren gordijn openschoof. Al zijn uitspraken moeten we in het licht van de vaak onvoorspelbare censuur zien. Navragen hoe het nou echt zat kan niet meer. De echte Sjostakovitsj staat alleen nog op als zijn muziek klinkt.

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.