Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Scherpdenkers: Vincent Bijlo en Berlage Saxophone Quartet

Scherpdenkers: Vincent Bijlo en Berlage Saxophone Quartet

Kleine Zaal
04 april 2024
20.15 uur

Print dit programma

Vincent Bijlo spreker

Berlage Saxophone Quartet:
Lars Niederstrasser sopraansaxofoon
Peter Vigh altsaxofoon
Juani Palop Tecles tenorsaxofoon
Eva van Grinsven baritonsaxofoon

Dit concert maakt deel uit van de serie Scherpdenkers.

LICHT, LUCHT EN RUIMTE

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

selectie uit ‘Goldberg-variaties’, BWV 988 (1741)
oorspronkelijk voor klavier;
bewerking Peter Vigh

Claude Debussy (1862-1918)

Pagodes
uit ‘Estampes’ (1903)
oorspronkelijk voor piano; bewerking Peter Vigh

Erwin Schulhoff (1894-1942)

Fünf Stücke für Streichquartett (1923; bewerking Peter Vigh)
Alla valse viennese (Allegro)
Alla serenata (Allegretto con moto)
Alla czeca (Molto allegro)
Alla tango (Andante)
Alla tarantella (Prestissimo con fuoco)

Peter Vigh (1987)

Space-Air-Light Machine (2024)
wereldpremière

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Kleine Zaal 04 april 2024 20.15 uur

Vincent Bijlo spreker

Berlage Saxophone Quartet:
Lars Niederstrasser sopraansaxofoon
Peter Vigh altsaxofoon
Juani Palop Tecles tenorsaxofoon
Eva van Grinsven baritonsaxofoon

Dit concert maakt deel uit van de serie Scherpdenkers.

LICHT, LUCHT EN RUIMTE

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

selectie uit ‘Goldberg-variaties’, BWV 988 (1741)
oorspronkelijk voor klavier;
bewerking Peter Vigh

Claude Debussy (1862-1918)

Pagodes
uit ‘Estampes’ (1903)
oorspronkelijk voor piano; bewerking Peter Vigh

Erwin Schulhoff (1894-1942)

Fünf Stücke für Streichquartett (1923; bewerking Peter Vigh)
Alla valse viennese (Allegro)
Alla serenata (Allegretto con moto)
Alla czeca (Molto allegro)
Alla tango (Andante)
Alla tarantella (Prestissimo con fuoco)

Peter Vigh (1987)

Space-Air-Light Machine (2024)
wereldpremière

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Toelichting

door Lonneke Tausch

De idealen van Berlage en Bijlo

Kunst, vond de Amsterdamse architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934), moet veel meer doen dan alleen behagen en verrassen: kunst behoort uitdrukking te geven aan wat er in de maatschappij leeft, of zou moeten leven. Kunst dus niet als doel op zich, maar als middel, zoals gebouwen een middel zijn: ze zijn plaatsen om in te verblijven en te verdwalen. In de kunst van zijn tijd, en in zijn geval specifiek in de bouwkunde, wilde Berlage het verlangen naar ‘broederschap onder alle mensen’ uitgedrukt zien.

De architect is onder meer bekend van de Beurs in Amsterdam, Jachthuis Sint Hubertus op De Hoge Veluwe en Kunstmuseum Den Haag, gebouwen die stuk voor stuk sereniteit en symmetrie ademen. Berlages achterkleinzoon, cabaretier en schrijver Vincent Bijlo, werd blind geboren. ­Desalniettemin kent hij de scheppingen van zijn overgrootvader goed, hij groeide op met de gebouwen en hij maakte over alle drie podcasts. Hij weet nog goed hoe hij als kind aan de hand van zijn oma, Berlages jongste dochter, door de Beurs liep: ‘Ik voelde haar gloeien van trots. Ze werd tien centimeter langer toen we binnenkwamen. Ze liet me de maquette van het gebouw voelen. Nu zag ik het opeens helemaal. Ik kon het hele majestueuze gebouw met mijn armen omvatten.’ 

De idealen van Berlage en Bijlo

Kunst, vond de Amsterdamse architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934), moet veel meer doen dan alleen behagen en verrassen: kunst behoort uitdrukking te geven aan wat er in de maatschappij leeft, of zou moeten leven. Kunst dus niet als doel op zich, maar als middel, zoals gebouwen een middel zijn: ze zijn plaatsen om in te verblijven en te verdwalen. In de kunst van zijn tijd, en in zijn geval specifiek in de bouwkunde, wilde Berlage het verlangen naar ‘broederschap onder alle mensen’ uitgedrukt zien.

De architect is onder meer bekend van de Beurs in Amsterdam, Jachthuis Sint Hubertus op De Hoge Veluwe en Kunstmuseum Den Haag, gebouwen die stuk voor stuk sereniteit en symmetrie ademen. Berlages achterkleinzoon, cabaretier en schrijver Vincent Bijlo, werd blind geboren. ­Desalniettemin kent hij de scheppingen van zijn overgrootvader goed, hij groeide op met de gebouwen en hij maakte over alle drie podcasts. Hij weet nog goed hoe hij als kind aan de hand van zijn oma, Berlages jongste dochter, door de Beurs liep: ‘Ik voelde haar gloeien van trots. Ze werd tien centimeter langer toen we binnenkwamen. Ze liet me de maquette van het gebouw voelen. Nu zag ik het opeens helemaal. Ik kon het hele majestueuze gebouw met mijn armen omvatten.’ 

  • Kunstmuseum Den Haag, ontworpen door Hendrik Berlage

    Kunstmuseum Den Haag, ontworpen door Hendrik Berlage

  • Kunstmuseum Den Haag, ontworpen door Hendrik Berlage

    Kunstmuseum Den Haag, ontworpen door Hendrik Berlage

In Bijlo’s podcast over Kunstmuseum Den Haag gaat het over hoe Berlage en de toenmalige museumdirecteur Hendrik van Gelder op zoek waren naar de ultieme kunstbeleving. Zo kregen de zalen verschillende afmetingen en vormen om museummoeheid te voorkomen, en is de lange wandelgang bij de entree – met grote ramen en uitzicht op water – zo ontworpen om de bezoekers in de juiste stemming brengen. Als Bijlo een jaar of tien is gaat hij voor het eerst met zijn oma naar het museum, een ervaring vol klanken – ‘opa’s galm’ – die hij nooit is vergeten: ‘De entree is akoestisch geweldig: je komt binnen vanuit de suffige alledaagsheid, loopt door de pergola tussen de vijvers door, en dan opent zich dit gebouw in geluid in ruimte.’

Visioen

Bijlo: ‘Ik heb mijn overgroot­opa inmiddels in al zijn facetten ­leren kennen […]. Het ­Pan­theon der Mensheid was een gebouw dat hij in 1915 heeft ontworpen, middenin de Eerste Wereldoorlog. Het moest een plaats van verbroedering worden, maar het is er nooit gekomen. De plannen heeft hij beschreven in een boekje, met gedichten van Henriëtte Roland Holst. Wat mij zo fascineert is dat hij al zo goed nadacht over de plaats van kunst in de samenleving. In 1932 sprak hij al over broederschap en hyperindividualisme, zijn tijd ver vooruit! Hij vond ook dat kunstenaars in dienst van de maatschappij moesten staan. Dus iets maken wat dienstbaar is aan de samenleving. Zo zag hij kunst.’

‘Voor ons belichamen de Goldberg-variaties een reis door een mensenleven’

Bijlo heeft Berlages opvatting, dat kunst iets moet zeggen over de wereld waarin we leven, van zijn voorvader geërfd. Ook het naar de architect vernoemde Berlage Saxophone Quartet heeft datzelfde credo hoog in het vaandel. In deze editie van Scherpdenkers worden overgrootvader, achterkleinzoon en kwartet verbonden door muziek. Uit muziek en tekst verrijst alsnog Berlages ‘Pantheon der mensch­heid’, dat in het midden van Europa – ‘op een hoogen heuvel in de vlakte’ – gebouwd had moeten worden.

Bach: Goldberg-variaties

Johann Sebastian Bach zou de Goldberg-variaties geschreven hebben op bestelling van een Russische diplomaat in Dresden, om zijn slapeloosheid te verlichten. Bach noteerde ze voor klavecimbel (privé-­toetsenist Johann Gottlieb Goldberg moest de variaties spelen voor zijn broodheer, Hermann Carl von Keyserlinck), maar in later eeuwen zijn ze voor allerlei bezettingen bewerkt. Voor een volledige uitvoering van hun eigen versie heeft het Berlage Saxophone Quartet acht saxofoons (inclusief een zeldzame bassaxofoon) nodig – instrumenten die een eeuw na Bachs dood werden uitgevonden.

‘Voor ons belichamen de Goldberg-­variaties een reis door een mensen­leven,’ aldus Peter Vigh, kwartetlid en arrangeur van Bachs cyclus. ‘De Aria – het begin- en sluitstuk – staat voor geboorte en dood, de bron waaruit we voortkomen en waar we naar terugkeren. Je kunt het ook zien als een zon die opkomt en ondergaat. In de dertig variaties proef ik de vreugden en het verdriet van het bestaan. In de zeventiende hoor ik kinderen ravotten op het schoolplein. De 21ste is een rouwstoet. Het is een meesterwerk dat alle dimensies van het leven omvat.’

Door het eenpersoons klavierstuk te spelen met z’n vieren, en op instrumenten die weliswaar tot één familie behoren maar ieder een eigen bereik en kleur hebben, lijkt er wel extra lucht, extra ruimte in Bachs ingenieuze contrapunt te ontstaan.

In Bijlo’s podcast over Kunstmuseum Den Haag gaat het over hoe Berlage en de toenmalige museumdirecteur Hendrik van Gelder op zoek waren naar de ultieme kunstbeleving. Zo kregen de zalen verschillende afmetingen en vormen om museummoeheid te voorkomen, en is de lange wandelgang bij de entree – met grote ramen en uitzicht op water – zo ontworpen om de bezoekers in de juiste stemming brengen. Als Bijlo een jaar of tien is gaat hij voor het eerst met zijn oma naar het museum, een ervaring vol klanken – ‘opa’s galm’ – die hij nooit is vergeten: ‘De entree is akoestisch geweldig: je komt binnen vanuit de suffige alledaagsheid, loopt door de pergola tussen de vijvers door, en dan opent zich dit gebouw in geluid in ruimte.’

Visioen

Bijlo: ‘Ik heb mijn overgroot­opa inmiddels in al zijn facetten ­leren kennen […]. Het ­Pan­theon der Mensheid was een gebouw dat hij in 1915 heeft ontworpen, middenin de Eerste Wereldoorlog. Het moest een plaats van verbroedering worden, maar het is er nooit gekomen. De plannen heeft hij beschreven in een boekje, met gedichten van Henriëtte Roland Holst. Wat mij zo fascineert is dat hij al zo goed nadacht over de plaats van kunst in de samenleving. In 1932 sprak hij al over broederschap en hyperindividualisme, zijn tijd ver vooruit! Hij vond ook dat kunstenaars in dienst van de maatschappij moesten staan. Dus iets maken wat dienstbaar is aan de samenleving. Zo zag hij kunst.’

‘Voor ons belichamen de Goldberg-variaties een reis door een mensenleven’

Bijlo heeft Berlages opvatting, dat kunst iets moet zeggen over de wereld waarin we leven, van zijn voorvader geërfd. Ook het naar de architect vernoemde Berlage Saxophone Quartet heeft datzelfde credo hoog in het vaandel. In deze editie van Scherpdenkers worden overgrootvader, achterkleinzoon en kwartet verbonden door muziek. Uit muziek en tekst verrijst alsnog Berlages ‘Pantheon der mensch­heid’, dat in het midden van Europa – ‘op een hoogen heuvel in de vlakte’ – gebouwd had moeten worden.

Bach: Goldberg-variaties

Johann Sebastian Bach zou de Goldberg-variaties geschreven hebben op bestelling van een Russische diplomaat in Dresden, om zijn slapeloosheid te verlichten. Bach noteerde ze voor klavecimbel (privé-­toetsenist Johann Gottlieb Goldberg moest de variaties spelen voor zijn broodheer, Hermann Carl von Keyserlinck), maar in later eeuwen zijn ze voor allerlei bezettingen bewerkt. Voor een volledige uitvoering van hun eigen versie heeft het Berlage Saxophone Quartet acht saxofoons (inclusief een zeldzame bassaxofoon) nodig – instrumenten die een eeuw na Bachs dood werden uitgevonden.

‘Voor ons belichamen de Goldberg-­variaties een reis door een mensen­leven,’ aldus Peter Vigh, kwartetlid en arrangeur van Bachs cyclus. ‘De Aria – het begin- en sluitstuk – staat voor geboorte en dood, de bron waaruit we voortkomen en waar we naar terugkeren. Je kunt het ook zien als een zon die opkomt en ondergaat. In de dertig variaties proef ik de vreugden en het verdriet van het bestaan. In de zeventiende hoor ik kinderen ravotten op het schoolplein. De 21ste is een rouwstoet. Het is een meesterwerk dat alle dimensies van het leven omvat.’

Door het eenpersoons klavierstuk te spelen met z’n vieren, en op instrumenten die weliswaar tot één familie behoren maar ieder een eigen bereik en kleur hebben, lijkt er wel extra lucht, extra ruimte in Bachs ingenieuze contrapunt te ontstaan.

door Lonneke Tausch

Claude Debussy (1862-1918)

Pagodes

door Lonneke Tausch

Claude Debussy liet zich graag inspireren door plekken waar hij nooit was geweest; reislustig was de componist alleen in zijn geest. Zo horen we in het eerste deel van de trilogie Estampes (te vertalen als ‘prenten’) zijn klankvoorstelling van een boeddhistische pagode. Net als de centrale, dertig meter hoge smalle toren van Berlages Jachthuis Sint Hubertus reiken de in de hoogte steeds kleiner wordende gestapelde daken van een pagode naar het licht. Debussy had zo’n heiligdom nooit in het echt gezien, maar op de Wereldtentoonstelling van 1899 in zijn woonplaats Parijs had hij wel een optreden van een gamelanensemble uit Java meegemaakt. Gefascineerd door de hem onbekende toonschalen schreef hij Pagodes overwegend voor de zwarte toetsen van de piano, wat de muziek de kenmerkende oosterse sfeer verleent.

Claude Debussy liet zich graag inspireren door plekken waar hij nooit was geweest; reislustig was de componist alleen in zijn geest. Zo horen we in het eerste deel van de trilogie Estampes (te vertalen als ‘prenten’) zijn klankvoorstelling van een boeddhistische pagode. Net als de centrale, dertig meter hoge smalle toren van Berlages Jachthuis Sint Hubertus reiken de in de hoogte steeds kleiner wordende gestapelde daken van een pagode naar het licht. Debussy had zo’n heiligdom nooit in het echt gezien, maar op de Wereldtentoonstelling van 1899 in zijn woonplaats Parijs had hij wel een optreden van een gamelanensemble uit Java meegemaakt. Gefascineerd door de hem onbekende toonschalen schreef hij Pagodes overwegend voor de zwarte toetsen van de piano, wat de muziek de kenmerkende oosterse sfeer verleent.

door Lonneke Tausch

Erwin Schulhoff (1894-1942)

Fünf Stücke

door Lonneke Tausch

Als we het hebben over muziek en haar functie om uit te drukken wat er in de omringende wereld gebeurt, is Erwin Schulhoff een boeiende casus. Zijn oeuvre volgt de hevige omzwervingen van zijn leven. Aanvankelijk hoor je de invloed van zijn leraren Reger en Debussy. In de Eerste Wereldoorlog vecht de componist van Duits-joodse afkomst voor de Oostenrijkers aan het front in Hongarije en Rusland, waarna hij getraumatiseerd probeert te aarden in Dresden en vervolgens Berlijn. Als Tsjech (want geboren in Praag) wordt hij als buitenstaander gezien, en zijn werk krijgt steeds meer trekken van dada, Tweede Weense School en jazz. In 1923, het jaar van de Fünf Stücke für Streichquartett, keert Schulhoff naar Praag terug, maar als Duitstalige hoort hij er daar ook niet helemaal bij. Hij wordt communist, en als Duitsland Praag inneemt probeert hij nog te emigreren naar de Sovjet-Unie. De nazi’s pakken hem op en op 18 augustus 1942 overlijdt hij aan tbc in concentratiekamp Wülzburg.

De Fünf Stücke vormen een danssuite, waarmee Schulhoff teruggreep naar een gangbare structuur uit de Barok. Alleen nam hij er niet zozeer barokke dansen in op, maar schreef hij varianten op modernere dansen als de Weense wals en de tango. Het middendeel heeft een volksdans uit zijn geboorteland als basis. Er zijn schetsen gevonden voor een zesde deel, ‘Alla marcia militaristica in modo europaia’. Schulhoff zag van de groteske mars af, maar hij zou misschien bij uitstek gepast hebben in het adagium van Berlage.

Als we het hebben over muziek en haar functie om uit te drukken wat er in de omringende wereld gebeurt, is Erwin Schulhoff een boeiende casus. Zijn oeuvre volgt de hevige omzwervingen van zijn leven. Aanvankelijk hoor je de invloed van zijn leraren Reger en Debussy. In de Eerste Wereldoorlog vecht de componist van Duits-joodse afkomst voor de Oostenrijkers aan het front in Hongarije en Rusland, waarna hij getraumatiseerd probeert te aarden in Dresden en vervolgens Berlijn. Als Tsjech (want geboren in Praag) wordt hij als buitenstaander gezien, en zijn werk krijgt steeds meer trekken van dada, Tweede Weense School en jazz. In 1923, het jaar van de Fünf Stücke für Streichquartett, keert Schulhoff naar Praag terug, maar als Duitstalige hoort hij er daar ook niet helemaal bij. Hij wordt communist, en als Duitsland Praag inneemt probeert hij nog te emigreren naar de Sovjet-Unie. De nazi’s pakken hem op en op 18 augustus 1942 overlijdt hij aan tbc in concentratiekamp Wülzburg.

De Fünf Stücke vormen een danssuite, waarmee Schulhoff teruggreep naar een gangbare structuur uit de Barok. Alleen nam hij er niet zozeer barokke dansen in op, maar schreef hij varianten op modernere dansen als de Weense wals en de tango. Het middendeel heeft een volksdans uit zijn geboorteland als basis. Er zijn schetsen gevonden voor een zesde deel, ‘Alla marcia militaristica in modo europaia’. Schulhoff zag van de groteske mars af, maar hij zou misschien bij uitstek gepast hebben in het adagium van Berlage.

door Lonneke Tausch

Peter Vigh (1987)

Space-Air-Light Machine

door Lonneke Tausch

Het Berlage Saxophone Quartet sluit af met een splinternieuw stuk van ­Peter Vigh. Dit zegt hij er zelf over: ‘Het schitteren van energiek licht, het verkwikkende van lucht en de vrijheid van ruimte. Het is een inspirerende drie-eenheid die tot de verbeelding spreekt. Niet voor niets maakte Berlage zulke strakke maar ook menselijke gebouwen! Ik gebruik deze architectonische bouwstenen om er een muzikale machine van te bouwen.’ 

Het Berlage Saxophone Quartet sluit af met een splinternieuw stuk van ­Peter Vigh. Dit zegt hij er zelf over: ‘Het schitteren van energiek licht, het verkwikkende van lucht en de vrijheid van ruimte. Het is een inspirerende drie-eenheid die tot de verbeelding spreekt. Niet voor niets maakte Berlage zulke strakke maar ook menselijke gebouwen! Ik gebruik deze architectonische bouwstenen om er een muzikale machine van te bouwen.’ 

door Lonneke Tausch

Toelichting

door Lonneke Tausch

De idealen van Berlage en Bijlo

Kunst, vond de Amsterdamse architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934), moet veel meer doen dan alleen behagen en verrassen: kunst behoort uitdrukking te geven aan wat er in de maatschappij leeft, of zou moeten leven. Kunst dus niet als doel op zich, maar als middel, zoals gebouwen een middel zijn: ze zijn plaatsen om in te verblijven en te verdwalen. In de kunst van zijn tijd, en in zijn geval specifiek in de bouwkunde, wilde Berlage het verlangen naar ‘broederschap onder alle mensen’ uitgedrukt zien.

De architect is onder meer bekend van de Beurs in Amsterdam, Jachthuis Sint Hubertus op De Hoge Veluwe en Kunstmuseum Den Haag, gebouwen die stuk voor stuk sereniteit en symmetrie ademen. Berlages achterkleinzoon, cabaretier en schrijver Vincent Bijlo, werd blind geboren. ­Desalniettemin kent hij de scheppingen van zijn overgrootvader goed, hij groeide op met de gebouwen en hij maakte over alle drie podcasts. Hij weet nog goed hoe hij als kind aan de hand van zijn oma, Berlages jongste dochter, door de Beurs liep: ‘Ik voelde haar gloeien van trots. Ze werd tien centimeter langer toen we binnenkwamen. Ze liet me de maquette van het gebouw voelen. Nu zag ik het opeens helemaal. Ik kon het hele majestueuze gebouw met mijn armen omvatten.’ 

De idealen van Berlage en Bijlo

Kunst, vond de Amsterdamse architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934), moet veel meer doen dan alleen behagen en verrassen: kunst behoort uitdrukking te geven aan wat er in de maatschappij leeft, of zou moeten leven. Kunst dus niet als doel op zich, maar als middel, zoals gebouwen een middel zijn: ze zijn plaatsen om in te verblijven en te verdwalen. In de kunst van zijn tijd, en in zijn geval specifiek in de bouwkunde, wilde Berlage het verlangen naar ‘broederschap onder alle mensen’ uitgedrukt zien.

De architect is onder meer bekend van de Beurs in Amsterdam, Jachthuis Sint Hubertus op De Hoge Veluwe en Kunstmuseum Den Haag, gebouwen die stuk voor stuk sereniteit en symmetrie ademen. Berlages achterkleinzoon, cabaretier en schrijver Vincent Bijlo, werd blind geboren. ­Desalniettemin kent hij de scheppingen van zijn overgrootvader goed, hij groeide op met de gebouwen en hij maakte over alle drie podcasts. Hij weet nog goed hoe hij als kind aan de hand van zijn oma, Berlages jongste dochter, door de Beurs liep: ‘Ik voelde haar gloeien van trots. Ze werd tien centimeter langer toen we binnenkwamen. Ze liet me de maquette van het gebouw voelen. Nu zag ik het opeens helemaal. Ik kon het hele majestueuze gebouw met mijn armen omvatten.’ 

  • Kunstmuseum Den Haag, ontworpen door Hendrik Berlage

    Kunstmuseum Den Haag, ontworpen door Hendrik Berlage

  • Kunstmuseum Den Haag, ontworpen door Hendrik Berlage

    Kunstmuseum Den Haag, ontworpen door Hendrik Berlage

In Bijlo’s podcast over Kunstmuseum Den Haag gaat het over hoe Berlage en de toenmalige museumdirecteur Hendrik van Gelder op zoek waren naar de ultieme kunstbeleving. Zo kregen de zalen verschillende afmetingen en vormen om museummoeheid te voorkomen, en is de lange wandelgang bij de entree – met grote ramen en uitzicht op water – zo ontworpen om de bezoekers in de juiste stemming brengen. Als Bijlo een jaar of tien is gaat hij voor het eerst met zijn oma naar het museum, een ervaring vol klanken – ‘opa’s galm’ – die hij nooit is vergeten: ‘De entree is akoestisch geweldig: je komt binnen vanuit de suffige alledaagsheid, loopt door de pergola tussen de vijvers door, en dan opent zich dit gebouw in geluid in ruimte.’

Visioen

Bijlo: ‘Ik heb mijn overgroot­opa inmiddels in al zijn facetten ­leren kennen […]. Het ­Pan­theon der Mensheid was een gebouw dat hij in 1915 heeft ontworpen, middenin de Eerste Wereldoorlog. Het moest een plaats van verbroedering worden, maar het is er nooit gekomen. De plannen heeft hij beschreven in een boekje, met gedichten van Henriëtte Roland Holst. Wat mij zo fascineert is dat hij al zo goed nadacht over de plaats van kunst in de samenleving. In 1932 sprak hij al over broederschap en hyperindividualisme, zijn tijd ver vooruit! Hij vond ook dat kunstenaars in dienst van de maatschappij moesten staan. Dus iets maken wat dienstbaar is aan de samenleving. Zo zag hij kunst.’

‘Voor ons belichamen de Goldberg-variaties een reis door een mensenleven’

Bijlo heeft Berlages opvatting, dat kunst iets moet zeggen over de wereld waarin we leven, van zijn voorvader geërfd. Ook het naar de architect vernoemde Berlage Saxophone Quartet heeft datzelfde credo hoog in het vaandel. In deze editie van Scherpdenkers worden overgrootvader, achterkleinzoon en kwartet verbonden door muziek. Uit muziek en tekst verrijst alsnog Berlages ‘Pantheon der mensch­heid’, dat in het midden van Europa – ‘op een hoogen heuvel in de vlakte’ – gebouwd had moeten worden.

Bach: Goldberg-variaties

Johann Sebastian Bach zou de Goldberg-variaties geschreven hebben op bestelling van een Russische diplomaat in Dresden, om zijn slapeloosheid te verlichten. Bach noteerde ze voor klavecimbel (privé-­toetsenist Johann Gottlieb Goldberg moest de variaties spelen voor zijn broodheer, Hermann Carl von Keyserlinck), maar in later eeuwen zijn ze voor allerlei bezettingen bewerkt. Voor een volledige uitvoering van hun eigen versie heeft het Berlage Saxophone Quartet acht saxofoons (inclusief een zeldzame bassaxofoon) nodig – instrumenten die een eeuw na Bachs dood werden uitgevonden.

‘Voor ons belichamen de Goldberg-­variaties een reis door een mensen­leven,’ aldus Peter Vigh, kwartetlid en arrangeur van Bachs cyclus. ‘De Aria – het begin- en sluitstuk – staat voor geboorte en dood, de bron waaruit we voortkomen en waar we naar terugkeren. Je kunt het ook zien als een zon die opkomt en ondergaat. In de dertig variaties proef ik de vreugden en het verdriet van het bestaan. In de zeventiende hoor ik kinderen ravotten op het schoolplein. De 21ste is een rouwstoet. Het is een meesterwerk dat alle dimensies van het leven omvat.’

Door het eenpersoons klavierstuk te spelen met z’n vieren, en op instrumenten die weliswaar tot één familie behoren maar ieder een eigen bereik en kleur hebben, lijkt er wel extra lucht, extra ruimte in Bachs ingenieuze contrapunt te ontstaan.

In Bijlo’s podcast over Kunstmuseum Den Haag gaat het over hoe Berlage en de toenmalige museumdirecteur Hendrik van Gelder op zoek waren naar de ultieme kunstbeleving. Zo kregen de zalen verschillende afmetingen en vormen om museummoeheid te voorkomen, en is de lange wandelgang bij de entree – met grote ramen en uitzicht op water – zo ontworpen om de bezoekers in de juiste stemming brengen. Als Bijlo een jaar of tien is gaat hij voor het eerst met zijn oma naar het museum, een ervaring vol klanken – ‘opa’s galm’ – die hij nooit is vergeten: ‘De entree is akoestisch geweldig: je komt binnen vanuit de suffige alledaagsheid, loopt door de pergola tussen de vijvers door, en dan opent zich dit gebouw in geluid in ruimte.’

Visioen

Bijlo: ‘Ik heb mijn overgroot­opa inmiddels in al zijn facetten ­leren kennen […]. Het ­Pan­theon der Mensheid was een gebouw dat hij in 1915 heeft ontworpen, middenin de Eerste Wereldoorlog. Het moest een plaats van verbroedering worden, maar het is er nooit gekomen. De plannen heeft hij beschreven in een boekje, met gedichten van Henriëtte Roland Holst. Wat mij zo fascineert is dat hij al zo goed nadacht over de plaats van kunst in de samenleving. In 1932 sprak hij al over broederschap en hyperindividualisme, zijn tijd ver vooruit! Hij vond ook dat kunstenaars in dienst van de maatschappij moesten staan. Dus iets maken wat dienstbaar is aan de samenleving. Zo zag hij kunst.’

‘Voor ons belichamen de Goldberg-variaties een reis door een mensenleven’

Bijlo heeft Berlages opvatting, dat kunst iets moet zeggen over de wereld waarin we leven, van zijn voorvader geërfd. Ook het naar de architect vernoemde Berlage Saxophone Quartet heeft datzelfde credo hoog in het vaandel. In deze editie van Scherpdenkers worden overgrootvader, achterkleinzoon en kwartet verbonden door muziek. Uit muziek en tekst verrijst alsnog Berlages ‘Pantheon der mensch­heid’, dat in het midden van Europa – ‘op een hoogen heuvel in de vlakte’ – gebouwd had moeten worden.

Bach: Goldberg-variaties

Johann Sebastian Bach zou de Goldberg-variaties geschreven hebben op bestelling van een Russische diplomaat in Dresden, om zijn slapeloosheid te verlichten. Bach noteerde ze voor klavecimbel (privé-­toetsenist Johann Gottlieb Goldberg moest de variaties spelen voor zijn broodheer, Hermann Carl von Keyserlinck), maar in later eeuwen zijn ze voor allerlei bezettingen bewerkt. Voor een volledige uitvoering van hun eigen versie heeft het Berlage Saxophone Quartet acht saxofoons (inclusief een zeldzame bassaxofoon) nodig – instrumenten die een eeuw na Bachs dood werden uitgevonden.

‘Voor ons belichamen de Goldberg-­variaties een reis door een mensen­leven,’ aldus Peter Vigh, kwartetlid en arrangeur van Bachs cyclus. ‘De Aria – het begin- en sluitstuk – staat voor geboorte en dood, de bron waaruit we voortkomen en waar we naar terugkeren. Je kunt het ook zien als een zon die opkomt en ondergaat. In de dertig variaties proef ik de vreugden en het verdriet van het bestaan. In de zeventiende hoor ik kinderen ravotten op het schoolplein. De 21ste is een rouwstoet. Het is een meesterwerk dat alle dimensies van het leven omvat.’

Door het eenpersoons klavierstuk te spelen met z’n vieren, en op instrumenten die weliswaar tot één familie behoren maar ieder een eigen bereik en kleur hebben, lijkt er wel extra lucht, extra ruimte in Bachs ingenieuze contrapunt te ontstaan.

door Lonneke Tausch

Claude Debussy (1862-1918)

Pagodes

door Lonneke Tausch

Claude Debussy liet zich graag inspireren door plekken waar hij nooit was geweest; reislustig was de componist alleen in zijn geest. Zo horen we in het eerste deel van de trilogie Estampes (te vertalen als ‘prenten’) zijn klankvoorstelling van een boeddhistische pagode. Net als de centrale, dertig meter hoge smalle toren van Berlages Jachthuis Sint Hubertus reiken de in de hoogte steeds kleiner wordende gestapelde daken van een pagode naar het licht. Debussy had zo’n heiligdom nooit in het echt gezien, maar op de Wereldtentoonstelling van 1899 in zijn woonplaats Parijs had hij wel een optreden van een gamelanensemble uit Java meegemaakt. Gefascineerd door de hem onbekende toonschalen schreef hij Pagodes overwegend voor de zwarte toetsen van de piano, wat de muziek de kenmerkende oosterse sfeer verleent.

Claude Debussy liet zich graag inspireren door plekken waar hij nooit was geweest; reislustig was de componist alleen in zijn geest. Zo horen we in het eerste deel van de trilogie Estampes (te vertalen als ‘prenten’) zijn klankvoorstelling van een boeddhistische pagode. Net als de centrale, dertig meter hoge smalle toren van Berlages Jachthuis Sint Hubertus reiken de in de hoogte steeds kleiner wordende gestapelde daken van een pagode naar het licht. Debussy had zo’n heiligdom nooit in het echt gezien, maar op de Wereldtentoonstelling van 1899 in zijn woonplaats Parijs had hij wel een optreden van een gamelanensemble uit Java meegemaakt. Gefascineerd door de hem onbekende toonschalen schreef hij Pagodes overwegend voor de zwarte toetsen van de piano, wat de muziek de kenmerkende oosterse sfeer verleent.

door Lonneke Tausch

Erwin Schulhoff (1894-1942)

Fünf Stücke

door Lonneke Tausch

Als we het hebben over muziek en haar functie om uit te drukken wat er in de omringende wereld gebeurt, is Erwin Schulhoff een boeiende casus. Zijn oeuvre volgt de hevige omzwervingen van zijn leven. Aanvankelijk hoor je de invloed van zijn leraren Reger en Debussy. In de Eerste Wereldoorlog vecht de componist van Duits-joodse afkomst voor de Oostenrijkers aan het front in Hongarije en Rusland, waarna hij getraumatiseerd probeert te aarden in Dresden en vervolgens Berlijn. Als Tsjech (want geboren in Praag) wordt hij als buitenstaander gezien, en zijn werk krijgt steeds meer trekken van dada, Tweede Weense School en jazz. In 1923, het jaar van de Fünf Stücke für Streichquartett, keert Schulhoff naar Praag terug, maar als Duitstalige hoort hij er daar ook niet helemaal bij. Hij wordt communist, en als Duitsland Praag inneemt probeert hij nog te emigreren naar de Sovjet-Unie. De nazi’s pakken hem op en op 18 augustus 1942 overlijdt hij aan tbc in concentratiekamp Wülzburg.

De Fünf Stücke vormen een danssuite, waarmee Schulhoff teruggreep naar een gangbare structuur uit de Barok. Alleen nam hij er niet zozeer barokke dansen in op, maar schreef hij varianten op modernere dansen als de Weense wals en de tango. Het middendeel heeft een volksdans uit zijn geboorteland als basis. Er zijn schetsen gevonden voor een zesde deel, ‘Alla marcia militaristica in modo europaia’. Schulhoff zag van de groteske mars af, maar hij zou misschien bij uitstek gepast hebben in het adagium van Berlage.

Als we het hebben over muziek en haar functie om uit te drukken wat er in de omringende wereld gebeurt, is Erwin Schulhoff een boeiende casus. Zijn oeuvre volgt de hevige omzwervingen van zijn leven. Aanvankelijk hoor je de invloed van zijn leraren Reger en Debussy. In de Eerste Wereldoorlog vecht de componist van Duits-joodse afkomst voor de Oostenrijkers aan het front in Hongarije en Rusland, waarna hij getraumatiseerd probeert te aarden in Dresden en vervolgens Berlijn. Als Tsjech (want geboren in Praag) wordt hij als buitenstaander gezien, en zijn werk krijgt steeds meer trekken van dada, Tweede Weense School en jazz. In 1923, het jaar van de Fünf Stücke für Streichquartett, keert Schulhoff naar Praag terug, maar als Duitstalige hoort hij er daar ook niet helemaal bij. Hij wordt communist, en als Duitsland Praag inneemt probeert hij nog te emigreren naar de Sovjet-Unie. De nazi’s pakken hem op en op 18 augustus 1942 overlijdt hij aan tbc in concentratiekamp Wülzburg.

De Fünf Stücke vormen een danssuite, waarmee Schulhoff teruggreep naar een gangbare structuur uit de Barok. Alleen nam hij er niet zozeer barokke dansen in op, maar schreef hij varianten op modernere dansen als de Weense wals en de tango. Het middendeel heeft een volksdans uit zijn geboorteland als basis. Er zijn schetsen gevonden voor een zesde deel, ‘Alla marcia militaristica in modo europaia’. Schulhoff zag van de groteske mars af, maar hij zou misschien bij uitstek gepast hebben in het adagium van Berlage.

door Lonneke Tausch

Peter Vigh (1987)

Space-Air-Light Machine

door Lonneke Tausch

Het Berlage Saxophone Quartet sluit af met een splinternieuw stuk van ­Peter Vigh. Dit zegt hij er zelf over: ‘Het schitteren van energiek licht, het verkwikkende van lucht en de vrijheid van ruimte. Het is een inspirerende drie-eenheid die tot de verbeelding spreekt. Niet voor niets maakte Berlage zulke strakke maar ook menselijke gebouwen! Ik gebruik deze architectonische bouwstenen om er een muzikale machine van te bouwen.’ 

Het Berlage Saxophone Quartet sluit af met een splinternieuw stuk van ­Peter Vigh. Dit zegt hij er zelf over: ‘Het schitteren van energiek licht, het verkwikkende van lucht en de vrijheid van ruimte. Het is een inspirerende drie-eenheid die tot de verbeelding spreekt. Niet voor niets maakte Berlage zulke strakke maar ook menselijke gebouwen! Ik gebruik deze architectonische bouwstenen om er een muzikale machine van te bouwen.’ 

door Lonneke Tausch

Biografie

Vincent Bijlo, Spreker

Vincent Bijlo besloot in 1988 zijn studie Nederlands af te breken om cabaretier te worden. Zijn eerste voorstelling Made in braille speelde hij 250 keer. Daarna volgden meer dan 25 solovoorstellingen en een aantal shows met anderen. Zo treedt hij met Ellen ten Damme en de Konrad Koselleck Bigband regelmatig op met de voorstelling Het geluid van vrijheid, over oorlog en vrede.

In het verleden werkte hij ook samen met Kamerkoor Pa.dam, pianist Maarten van Veen en de Peer Group.

In zijn huidige jubileum­show Laat dat nou maar aan mij over (ldnmamo), een earopener, neemt hij de zienden bij de hand: er is meer ­tussen licht en donker. Naast cabaretier is Vincent Bijlo ook schrijver van columns en romans, en zijn eerste kinderboek is in de maak. Hij is een ­vurig pleitbezorger van de radio – op de radio ziet iedereen immers even weinig als hij.

Sinds 2016 is hij juryvoorzitter van de belangrijkste radioprijs van Nederland: De Zilveren Reissmicrofoon. Ook podcasts kunnen rekenen op zijn warme belangstelling, en zelf maakt hij bijvoorbeeld de Open Monumentendag Podcast en de Hoge Veluwe Podcast.

In Het Concertgebouw trad Vincent Bijlo niet eerder op.

Berlage Saxophone Quartet, saxofoonkwartet

Het Berlage Saxophone Quartet wordt gezien als voorvechter van een nieuwe generatie saxofoonkwartetten die deze discipline binnen de klassieke muziekwereld stevig op de kaart zet. Het speelt repertoire van de Renaissance tot heden en werkt graag samen met andere ­disciplines om de muzikale lading van een programma te versterken.

Het Berlage Saxophone Quartet werd in 2008 opgericht in de klas van Arno Bornkamp op het Conservatorium van Amsterdam. In 2011 kreeg het een stipendium van de Deutscher Musikwettbewerb, en het won de Dutch Classical Talent Award (2013; inclusief een debuut­optreden in Het Concertgebouw) en de Kersjes Prijs (2015). In Berlijn ging het ensemble in de leer bij het befaamde Artemis Quartett – een ­strijkkwartet. 

Het Berlage Saxophone Quartet produceert concerten, voorstellingen en videoclips waarin het de krachten bundelde met schrijver/verteller Jan Brokken (onder meer in 2018 in de Kleine Zaal), filmregisseur Sander Burger en muziektheatergroep Via Berlin. Het viertal bracht drie cd’s uit: SaxoFOLK (2014; klassiek repertoire geïnspireerd op volksmuziek), In Search of Freedom (2017; muziek van componisten die in een lastig politiek parket zaten) en Goldberg Variations (2021).

Recentelijk tourde het kwartet met Bachs Goldberg-variaties in een bewerking voor vier saxofonisten met acht saxofoons, met een decor ontwikkeld door lichtkunstenaar Jurjen Alkema (Blauwe Uur) en in een regie van Ria Marks. Een ander recent project is de pocketopera Feier/Fire met sopraan K­arin Strobos en bariton Martijn Cornet.