Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Scherpdenkers: Nederlandse Bachvereniging en Philip Scheltens

Scherpdenkers: Nederlandse Bachvereniging en Philip Scheltens

Kleine Zaal
23 november 2021
20.15 uur

Print dit programma

Dit concert maakt deel uit van de serie Scherpdenkers.

Nederlandse Bachvereniging
Marc Pantus spel, zang en regie
Philip Scheltens spreker

Hersenstreken

György Ligeti (1923-2006)

Continuum (1968)
voor klavecimbel solo

John Eccles (1668-1735)

Find Me a Lonely Cave (1704)

Giovanni Antonio Pandolfi Mealli (± 1624-1687)

Vioolsonate, op. 4 nr. 4 (1660) ‘La Biancuccia’
Adagio
Largo
Allegro
Allegro

György Ligeti

Passacaglia ungherese (1978)
voor klavecimbel solo

Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)

Allegro non troppo
uit ‘Sonate in c kl.t.’, Wq. 161/1 ‘Sanguineus et Melancholicus’ (1749)

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Aria ‘Flösst mein Heiland’
uit ‘Weihnachtsoratorium’, BWV 248 (1734)

Johann Sebastian Bach

Koraal ‘Jesu bleibet meine Freude’
uit Cantate ‘Herz und Mund und Tat und Leben’, BWV 147 (1723)

er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur

Kleine Zaal 23 november 2021 20.15 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Scherpdenkers.

Nederlandse Bachvereniging
Marc Pantus spel, zang en regie
Philip Scheltens spreker

Hersenstreken

György Ligeti (1923-2006)

Continuum (1968)
voor klavecimbel solo

John Eccles (1668-1735)

Find Me a Lonely Cave (1704)

Giovanni Antonio Pandolfi Mealli (± 1624-1687)

Vioolsonate, op. 4 nr. 4 (1660) ‘La Biancuccia’
Adagio
Largo
Allegro
Allegro

György Ligeti

Passacaglia ungherese (1978)
voor klavecimbel solo

Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)

Allegro non troppo
uit ‘Sonate in c kl.t.’, Wq. 161/1 ‘Sanguineus et Melancholicus’ (1749)

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Aria ‘Flösst mein Heiland’
uit ‘Weihnachtsoratorium’, BWV 248 (1734)

Johann Sebastian Bach

Koraal ‘Jesu bleibet meine Freude’
uit Cantate ‘Herz und Mund und Tat und Leben’, BWV 147 (1723)

er is geen pauze
het concert duurt ongeveer een uur

Toelichting

Scherpdenkers: Nederlandse Bachvereniging en Philip Scheltens

door Dirk Luijmes

Hersenstreken

Vrijwel iedereen kent wel iemand met de ziekte van Alzheimer. Een geliefde die je niet meer herkent, een oma die nog maar een schim van zichzelf lijkt te zijn, een oudoom die alles vergeet of de buurvrouw die nauwelijks meer kan communiceren. De gevolgen van de ziekte zijn voor alle betrokkenen moeilijk te verteren.
Wat alzheimer allemaal aanricht in het menselijk brein wordt volop onderzocht door wetenschappers, specialisten en artsen. Een van de vragen waarmee zij zich bezighouden is wat de ziekte doet met de artisticiteit in het brein, en, specifieker, wat de relatie tussen alzheimer en muziek is. Dat die link er is, is zonneklaar. In de hersenstreken liggen muziek en herinnering letterlijk dicht bij elkaar. Als allerlei ander contact onmogelijk is, blijkt een alzheimerpatiënt, ook in een laat stadium van de ziekte, soms nog te bereiken met muziek. Een oud liedje kan opeens een glimlach tevoorschijn toveren. En als iemand in het verleden actief muziek heeft beoefend, blijkt hij of zij dat nog lang te kunnen blijven doen.

In het theatrale concert ­Hersenstreken staat prof. dr. Philip Scheltens, hoogleraar neurologie en directeur van het VUmc Alzheimercentrum, stil bij deze thematiek. Hij doet dat samen met zanger, acteur en regisseur Marc Pantus, die in de huid kruipt van de Amerikaanse schilder William Utermohlen. Utermohlen, die in 2007 overleed, ontdekte aan het eind van zijn leven dat zijn brein steeds meer werd aangetast door alzheimer en dat zijn contact met de buitenwereld steeds moeilijker werd. Het is verbluffend om zijn aftakelingsproces te volgen aan de hand van de zelfportretten die hij nog lange tijd bleef maken. De realistische portretten die hij aan het begin van zijn ziekte nog op het doek zette maakten steeds meer plaats voor verwrongen, abstracte beelden en vagere afdrukken. Totdat hij zichzelf volledig kwijt was en alle coherentie was verdwenen.

Van ooit

In het denkbeeldige atelier van Utermohlen maken ook musici hun opwachting. De schilder kan niet meer praten, maar nog wel zingen. Het desolate lied Find Me a Lonely Cave van de zeventiende-eeuwse Engelse componist John Eccles, bijvoorbeeld, op een aangrijpende anonieme tekst die het gevoel van menig alzheimerpatiënt lijkt te vertolken: letterlijk en figuurlijk ver van andere mensen, eenzaam in een grot… opgesloten in een donker graf. De tijden van weleer toen het brein nog functioneerde zijn voorgoed voorbij. Die wereld herleeft in het atelier nog even dankzij Continuum, een klavecimbelsolostuk van de twintigste- eeuwse componist György Ligeti. Het werk is inmiddels een van de klassiekers uit het hedendaagse klavecimbelrepertoire: de razendsnelle opeenvolgingen in de micropolyfone klankvelden leiden paradoxaal genoeg tot bijna stilstaande harmonieën. De wereld als een perfect geoliede machine. Het brein schijnt al meer te haperen in een andere klavecimbelwerk van de Hongaar, de Passacaglia ungherese, een soort hommage aan componisten uit een ver verleden die wel wat van een Sweelinck-fantasia heeft. Een nabootsing van ooit.

 

Hersenstreken

Vrijwel iedereen kent wel iemand met de ziekte van Alzheimer. Een geliefde die je niet meer herkent, een oma die nog maar een schim van zichzelf lijkt te zijn, een oudoom die alles vergeet of de buurvrouw die nauwelijks meer kan communiceren. De gevolgen van de ziekte zijn voor alle betrokkenen moeilijk te verteren.
Wat alzheimer allemaal aanricht in het menselijk brein wordt volop onderzocht door wetenschappers, specialisten en artsen. Een van de vragen waarmee zij zich bezighouden is wat de ziekte doet met de artisticiteit in het brein, en, specifieker, wat de relatie tussen alzheimer en muziek is. Dat die link er is, is zonneklaar. In de hersenstreken liggen muziek en herinnering letterlijk dicht bij elkaar. Als allerlei ander contact onmogelijk is, blijkt een alzheimerpatiënt, ook in een laat stadium van de ziekte, soms nog te bereiken met muziek. Een oud liedje kan opeens een glimlach tevoorschijn toveren. En als iemand in het verleden actief muziek heeft beoefend, blijkt hij of zij dat nog lang te kunnen blijven doen.

In het theatrale concert ­Hersenstreken staat prof. dr. Philip Scheltens, hoogleraar neurologie en directeur van het VUmc Alzheimercentrum, stil bij deze thematiek. Hij doet dat samen met zanger, acteur en regisseur Marc Pantus, die in de huid kruipt van de Amerikaanse schilder William Utermohlen. Utermohlen, die in 2007 overleed, ontdekte aan het eind van zijn leven dat zijn brein steeds meer werd aangetast door alzheimer en dat zijn contact met de buitenwereld steeds moeilijker werd. Het is verbluffend om zijn aftakelingsproces te volgen aan de hand van de zelfportretten die hij nog lange tijd bleef maken. De realistische portretten die hij aan het begin van zijn ziekte nog op het doek zette maakten steeds meer plaats voor verwrongen, abstracte beelden en vagere afdrukken. Totdat hij zichzelf volledig kwijt was en alle coherentie was verdwenen.

Van ooit

In het denkbeeldige atelier van Utermohlen maken ook musici hun opwachting. De schilder kan niet meer praten, maar nog wel zingen. Het desolate lied Find Me a Lonely Cave van de zeventiende-eeuwse Engelse componist John Eccles, bijvoorbeeld, op een aangrijpende anonieme tekst die het gevoel van menig alzheimerpatiënt lijkt te vertolken: letterlijk en figuurlijk ver van andere mensen, eenzaam in een grot… opgesloten in een donker graf. De tijden van weleer toen het brein nog functioneerde zijn voorgoed voorbij. Die wereld herleeft in het atelier nog even dankzij Continuum, een klavecimbelsolostuk van de twintigste- eeuwse componist György Ligeti. Het werk is inmiddels een van de klassiekers uit het hedendaagse klavecimbelrepertoire: de razendsnelle opeenvolgingen in de micropolyfone klankvelden leiden paradoxaal genoeg tot bijna stilstaande harmonieën. De wereld als een perfect geoliede machine. Het brein schijnt al meer te haperen in een andere klavecimbelwerk van de Hongaar, de Passacaglia ungherese, een soort hommage aan componisten uit een ver verleden die wel wat van een Sweelinck-fantasia heeft. Een nabootsing van ooit.

 

  • William Utermohlen, zelfportret 1997

    William Utermohlen, zelfportret 1997

  • William Utermohlen, zelfportret 1997

    William Utermohlen, zelfportret 1997

Emotiewisselingen

Het moet een wirwar zijn in het hoofd van de schilder. Wellicht wordt hij nog geraakt door de contrastrijke klankwereld van de componisten van de Barok, die nogal eens – zij het bewust – van de hak op de tak sprongen. Beperkten veel van hun achttiende-eeuwse collegae zich tot één affect in een afgerond deel, in de zeventiende eeuw was een snelle afwisseling van emoties binnen een stuk schering en inslag. Met name in de vroege Italiaanse Barok lieten componisten in een ‘stylus fantasticus’ hun gevoelens graag, op een grillige manier, de vrije loop. Een van hen was de Toscaanse meester Giovanni Antonio Pandolfi Mealli. In zijn vioolsonates staan emotionele arioso-gedeelten gebroederlijk naast extraverte virtuoze uithalen. Zijn Vierde sonate is vernoemd naar Signore Gio. Jacomo Biancucci, aan wie het werk is opgedragen.

Een soortgelijke wisseling van emoties vinden we in de muziek van Johann Sebastian Bachs tweede zoon, Carl Philipp Emanuel, die in de tweede helft van de achttiende eeuw floreerde. Terwijl zijn vader vooral uitgebalanceerde werken schreef, vond zijn ‘empfindsame’ nakomeling dat je van je hart geen moordkuil moest maken. Zijn ‘Sturm und Drang-muziek’ zit vol contrastrijke dynamiek, onverwachte tonale wendingen, verrassende pauzes en gevarieerde ritmiek. Zoals Uthermolen op een van zijn schilderijen een gezicht uitbeeldt dat uit twee verschillende helften bestaat, zo laat Carl Philipp in een en dezelfde vioolsonate twee persoonlijkheden aan het woord.

Griekse theoretici uit de Oudheid en vele navolgers onderscheidden vier menselijke karaktertypen. Bij elk type – het cholerische, het flegmatische, het melancholische en het sanguinische – zou een bepaald lichaamssap overheersen. Twee van die uiteenlopende temperamenten ontmoetten elkaar in de Sonate in c klein ‘Sanguineus et Melancholicus’. De melancholische mens, die bepaald wordt door de zwarte gal, is zwaarmoedig, somber en zorgelijk; de sanguinische, bij wie het bloed een belangrijke rol speelt, is vrolijk en oppervlakkig. Wellicht wordt een van de twee aangesproken.

Emotiewisselingen

Het moet een wirwar zijn in het hoofd van de schilder. Wellicht wordt hij nog geraakt door de contrastrijke klankwereld van de componisten van de Barok, die nogal eens – zij het bewust – van de hak op de tak sprongen. Beperkten veel van hun achttiende-eeuwse collegae zich tot één affect in een afgerond deel, in de zeventiende eeuw was een snelle afwisseling van emoties binnen een stuk schering en inslag. Met name in de vroege Italiaanse Barok lieten componisten in een ‘stylus fantasticus’ hun gevoelens graag, op een grillige manier, de vrije loop. Een van hen was de Toscaanse meester Giovanni Antonio Pandolfi Mealli. In zijn vioolsonates staan emotionele arioso-gedeelten gebroederlijk naast extraverte virtuoze uithalen. Zijn Vierde sonate is vernoemd naar Signore Gio. Jacomo Biancucci, aan wie het werk is opgedragen.

Een soortgelijke wisseling van emoties vinden we in de muziek van Johann Sebastian Bachs tweede zoon, Carl Philipp Emanuel, die in de tweede helft van de achttiende eeuw floreerde. Terwijl zijn vader vooral uitgebalanceerde werken schreef, vond zijn ‘empfindsame’ nakomeling dat je van je hart geen moordkuil moest maken. Zijn ‘Sturm und Drang-muziek’ zit vol contrastrijke dynamiek, onverwachte tonale wendingen, verrassende pauzes en gevarieerde ritmiek. Zoals Uthermolen op een van zijn schilderijen een gezicht uitbeeldt dat uit twee verschillende helften bestaat, zo laat Carl Philipp in een en dezelfde vioolsonate twee persoonlijkheden aan het woord.

Griekse theoretici uit de Oudheid en vele navolgers onderscheidden vier menselijke karaktertypen. Bij elk type – het cholerische, het flegmatische, het melancholische en het sanguinische – zou een bepaald lichaamssap overheersen. Twee van die uiteenlopende temperamenten ontmoetten elkaar in de Sonate in c klein ‘Sanguineus et Melancholicus’. De melancholische mens, die bepaald wordt door de zwarte gal, is zwaarmoedig, somber en zorgelijk; de sanguinische, bij wie het bloed een belangrijke rol speelt, is vrolijk en oppervlakkig. Wellicht wordt een van de twee aangesproken.

  • William Utermohlen, zelfportret 1999

    William Utermohlen, zelfportret 1999

  • William Utermohlen, zelfportret 1999

    William Utermohlen, zelfportret 1999

Herinnering

In het atelier van Utermohlen weerklinkt ook muziek van vader Johann Sebastian. Allereerst een aria uit diens Weihnachtsoratorium waarin de echo een belangrijke rol speelt. In Bachs tijd werd de echo door theologen vaak gezien als het zinnebeeld van Gods antwoord op de menselijke gebeden. In het kader van dit concert zou je de echo kunnen horen als een herinnering aan wat was. Bovendien is het echoën, het napraten in sommige gevallen een noodgreep waaraan menig alzheimerpatiënt zich graag vasthoudt. Of hoort de zanger in deze aria als het ware nog een echo van de vervlogen wereld? Is het een dubbelganger daar in de verte, of ziet en hoort hij toch zichzelf?

Terwijl de schilder opgesloten blijft in zijn eigen wereld proberen de dokter en de instrumentalisten nog eens contact met hem te maken via een Bach-werk. Het is een van de beroemdste koralen uit de vele cantates van de Thomascantor. Misschien herinnert u zich de koraalmelodie van een kerkconcert, van een geliefde lp met Music for the Millions of van een orgelversie die doorgaans Jesu Joy of Men’s Desiring wordt gedoopt. Wellicht weten de atelierbezoekers met behulp van u andermaal door te dringen tot de grot waarin de schilder ronddwaalt. Want net als veel andere noten weet deze muziek te vertroosten, te verzachten en misschien nog één keer een prachtige herinnering op te roepen.

Herinnering

In het atelier van Utermohlen weerklinkt ook muziek van vader Johann Sebastian. Allereerst een aria uit diens Weihnachtsoratorium waarin de echo een belangrijke rol speelt. In Bachs tijd werd de echo door theologen vaak gezien als het zinnebeeld van Gods antwoord op de menselijke gebeden. In het kader van dit concert zou je de echo kunnen horen als een herinnering aan wat was. Bovendien is het echoën, het napraten in sommige gevallen een noodgreep waaraan menig alzheimerpatiënt zich graag vasthoudt. Of hoort de zanger in deze aria als het ware nog een echo van de vervlogen wereld? Is het een dubbelganger daar in de verte, of ziet en hoort hij toch zichzelf?

Terwijl de schilder opgesloten blijft in zijn eigen wereld proberen de dokter en de instrumentalisten nog eens contact met hem te maken via een Bach-werk. Het is een van de beroemdste koralen uit de vele cantates van de Thomascantor. Misschien herinnert u zich de koraalmelodie van een kerkconcert, van een geliefde lp met Music for the Millions of van een orgelversie die doorgaans Jesu Joy of Men’s Desiring wordt gedoopt. Wellicht weten de atelierbezoekers met behulp van u andermaal door te dringen tot de grot waarin de schilder ronddwaalt. Want net als veel andere noten weet deze muziek te vertroosten, te verzachten en misschien nog één keer een prachtige herinnering op te roepen.

door Dirk Luijmes

Scherpdenkers: Nederlandse Bachvereniging en Philip Scheltens

door Dirk Luijmes

Hersenstreken

Vrijwel iedereen kent wel iemand met de ziekte van Alzheimer. Een geliefde die je niet meer herkent, een oma die nog maar een schim van zichzelf lijkt te zijn, een oudoom die alles vergeet of de buurvrouw die nauwelijks meer kan communiceren. De gevolgen van de ziekte zijn voor alle betrokkenen moeilijk te verteren.
Wat alzheimer allemaal aanricht in het menselijk brein wordt volop onderzocht door wetenschappers, specialisten en artsen. Een van de vragen waarmee zij zich bezighouden is wat de ziekte doet met de artisticiteit in het brein, en, specifieker, wat de relatie tussen alzheimer en muziek is. Dat die link er is, is zonneklaar. In de hersenstreken liggen muziek en herinnering letterlijk dicht bij elkaar. Als allerlei ander contact onmogelijk is, blijkt een alzheimerpatiënt, ook in een laat stadium van de ziekte, soms nog te bereiken met muziek. Een oud liedje kan opeens een glimlach tevoorschijn toveren. En als iemand in het verleden actief muziek heeft beoefend, blijkt hij of zij dat nog lang te kunnen blijven doen.

In het theatrale concert ­Hersenstreken staat prof. dr. Philip Scheltens, hoogleraar neurologie en directeur van het VUmc Alzheimercentrum, stil bij deze thematiek. Hij doet dat samen met zanger, acteur en regisseur Marc Pantus, die in de huid kruipt van de Amerikaanse schilder William Utermohlen. Utermohlen, die in 2007 overleed, ontdekte aan het eind van zijn leven dat zijn brein steeds meer werd aangetast door alzheimer en dat zijn contact met de buitenwereld steeds moeilijker werd. Het is verbluffend om zijn aftakelingsproces te volgen aan de hand van de zelfportretten die hij nog lange tijd bleef maken. De realistische portretten die hij aan het begin van zijn ziekte nog op het doek zette maakten steeds meer plaats voor verwrongen, abstracte beelden en vagere afdrukken. Totdat hij zichzelf volledig kwijt was en alle coherentie was verdwenen.

Van ooit

In het denkbeeldige atelier van Utermohlen maken ook musici hun opwachting. De schilder kan niet meer praten, maar nog wel zingen. Het desolate lied Find Me a Lonely Cave van de zeventiende-eeuwse Engelse componist John Eccles, bijvoorbeeld, op een aangrijpende anonieme tekst die het gevoel van menig alzheimerpatiënt lijkt te vertolken: letterlijk en figuurlijk ver van andere mensen, eenzaam in een grot… opgesloten in een donker graf. De tijden van weleer toen het brein nog functioneerde zijn voorgoed voorbij. Die wereld herleeft in het atelier nog even dankzij Continuum, een klavecimbelsolostuk van de twintigste- eeuwse componist György Ligeti. Het werk is inmiddels een van de klassiekers uit het hedendaagse klavecimbelrepertoire: de razendsnelle opeenvolgingen in de micropolyfone klankvelden leiden paradoxaal genoeg tot bijna stilstaande harmonieën. De wereld als een perfect geoliede machine. Het brein schijnt al meer te haperen in een andere klavecimbelwerk van de Hongaar, de Passacaglia ungherese, een soort hommage aan componisten uit een ver verleden die wel wat van een Sweelinck-fantasia heeft. Een nabootsing van ooit.

 

Hersenstreken

Vrijwel iedereen kent wel iemand met de ziekte van Alzheimer. Een geliefde die je niet meer herkent, een oma die nog maar een schim van zichzelf lijkt te zijn, een oudoom die alles vergeet of de buurvrouw die nauwelijks meer kan communiceren. De gevolgen van de ziekte zijn voor alle betrokkenen moeilijk te verteren.
Wat alzheimer allemaal aanricht in het menselijk brein wordt volop onderzocht door wetenschappers, specialisten en artsen. Een van de vragen waarmee zij zich bezighouden is wat de ziekte doet met de artisticiteit in het brein, en, specifieker, wat de relatie tussen alzheimer en muziek is. Dat die link er is, is zonneklaar. In de hersenstreken liggen muziek en herinnering letterlijk dicht bij elkaar. Als allerlei ander contact onmogelijk is, blijkt een alzheimerpatiënt, ook in een laat stadium van de ziekte, soms nog te bereiken met muziek. Een oud liedje kan opeens een glimlach tevoorschijn toveren. En als iemand in het verleden actief muziek heeft beoefend, blijkt hij of zij dat nog lang te kunnen blijven doen.

In het theatrale concert ­Hersenstreken staat prof. dr. Philip Scheltens, hoogleraar neurologie en directeur van het VUmc Alzheimercentrum, stil bij deze thematiek. Hij doet dat samen met zanger, acteur en regisseur Marc Pantus, die in de huid kruipt van de Amerikaanse schilder William Utermohlen. Utermohlen, die in 2007 overleed, ontdekte aan het eind van zijn leven dat zijn brein steeds meer werd aangetast door alzheimer en dat zijn contact met de buitenwereld steeds moeilijker werd. Het is verbluffend om zijn aftakelingsproces te volgen aan de hand van de zelfportretten die hij nog lange tijd bleef maken. De realistische portretten die hij aan het begin van zijn ziekte nog op het doek zette maakten steeds meer plaats voor verwrongen, abstracte beelden en vagere afdrukken. Totdat hij zichzelf volledig kwijt was en alle coherentie was verdwenen.

Van ooit

In het denkbeeldige atelier van Utermohlen maken ook musici hun opwachting. De schilder kan niet meer praten, maar nog wel zingen. Het desolate lied Find Me a Lonely Cave van de zeventiende-eeuwse Engelse componist John Eccles, bijvoorbeeld, op een aangrijpende anonieme tekst die het gevoel van menig alzheimerpatiënt lijkt te vertolken: letterlijk en figuurlijk ver van andere mensen, eenzaam in een grot… opgesloten in een donker graf. De tijden van weleer toen het brein nog functioneerde zijn voorgoed voorbij. Die wereld herleeft in het atelier nog even dankzij Continuum, een klavecimbelsolostuk van de twintigste- eeuwse componist György Ligeti. Het werk is inmiddels een van de klassiekers uit het hedendaagse klavecimbelrepertoire: de razendsnelle opeenvolgingen in de micropolyfone klankvelden leiden paradoxaal genoeg tot bijna stilstaande harmonieën. De wereld als een perfect geoliede machine. Het brein schijnt al meer te haperen in een andere klavecimbelwerk van de Hongaar, de Passacaglia ungherese, een soort hommage aan componisten uit een ver verleden die wel wat van een Sweelinck-fantasia heeft. Een nabootsing van ooit.

 

  • William Utermohlen, zelfportret 1997

    William Utermohlen, zelfportret 1997

  • William Utermohlen, zelfportret 1997

    William Utermohlen, zelfportret 1997

Emotiewisselingen

Het moet een wirwar zijn in het hoofd van de schilder. Wellicht wordt hij nog geraakt door de contrastrijke klankwereld van de componisten van de Barok, die nogal eens – zij het bewust – van de hak op de tak sprongen. Beperkten veel van hun achttiende-eeuwse collegae zich tot één affect in een afgerond deel, in de zeventiende eeuw was een snelle afwisseling van emoties binnen een stuk schering en inslag. Met name in de vroege Italiaanse Barok lieten componisten in een ‘stylus fantasticus’ hun gevoelens graag, op een grillige manier, de vrije loop. Een van hen was de Toscaanse meester Giovanni Antonio Pandolfi Mealli. In zijn vioolsonates staan emotionele arioso-gedeelten gebroederlijk naast extraverte virtuoze uithalen. Zijn Vierde sonate is vernoemd naar Signore Gio. Jacomo Biancucci, aan wie het werk is opgedragen.

Een soortgelijke wisseling van emoties vinden we in de muziek van Johann Sebastian Bachs tweede zoon, Carl Philipp Emanuel, die in de tweede helft van de achttiende eeuw floreerde. Terwijl zijn vader vooral uitgebalanceerde werken schreef, vond zijn ‘empfindsame’ nakomeling dat je van je hart geen moordkuil moest maken. Zijn ‘Sturm und Drang-muziek’ zit vol contrastrijke dynamiek, onverwachte tonale wendingen, verrassende pauzes en gevarieerde ritmiek. Zoals Uthermolen op een van zijn schilderijen een gezicht uitbeeldt dat uit twee verschillende helften bestaat, zo laat Carl Philipp in een en dezelfde vioolsonate twee persoonlijkheden aan het woord.

Griekse theoretici uit de Oudheid en vele navolgers onderscheidden vier menselijke karaktertypen. Bij elk type – het cholerische, het flegmatische, het melancholische en het sanguinische – zou een bepaald lichaamssap overheersen. Twee van die uiteenlopende temperamenten ontmoetten elkaar in de Sonate in c klein ‘Sanguineus et Melancholicus’. De melancholische mens, die bepaald wordt door de zwarte gal, is zwaarmoedig, somber en zorgelijk; de sanguinische, bij wie het bloed een belangrijke rol speelt, is vrolijk en oppervlakkig. Wellicht wordt een van de twee aangesproken.

Emotiewisselingen

Het moet een wirwar zijn in het hoofd van de schilder. Wellicht wordt hij nog geraakt door de contrastrijke klankwereld van de componisten van de Barok, die nogal eens – zij het bewust – van de hak op de tak sprongen. Beperkten veel van hun achttiende-eeuwse collegae zich tot één affect in een afgerond deel, in de zeventiende eeuw was een snelle afwisseling van emoties binnen een stuk schering en inslag. Met name in de vroege Italiaanse Barok lieten componisten in een ‘stylus fantasticus’ hun gevoelens graag, op een grillige manier, de vrije loop. Een van hen was de Toscaanse meester Giovanni Antonio Pandolfi Mealli. In zijn vioolsonates staan emotionele arioso-gedeelten gebroederlijk naast extraverte virtuoze uithalen. Zijn Vierde sonate is vernoemd naar Signore Gio. Jacomo Biancucci, aan wie het werk is opgedragen.

Een soortgelijke wisseling van emoties vinden we in de muziek van Johann Sebastian Bachs tweede zoon, Carl Philipp Emanuel, die in de tweede helft van de achttiende eeuw floreerde. Terwijl zijn vader vooral uitgebalanceerde werken schreef, vond zijn ‘empfindsame’ nakomeling dat je van je hart geen moordkuil moest maken. Zijn ‘Sturm und Drang-muziek’ zit vol contrastrijke dynamiek, onverwachte tonale wendingen, verrassende pauzes en gevarieerde ritmiek. Zoals Uthermolen op een van zijn schilderijen een gezicht uitbeeldt dat uit twee verschillende helften bestaat, zo laat Carl Philipp in een en dezelfde vioolsonate twee persoonlijkheden aan het woord.

Griekse theoretici uit de Oudheid en vele navolgers onderscheidden vier menselijke karaktertypen. Bij elk type – het cholerische, het flegmatische, het melancholische en het sanguinische – zou een bepaald lichaamssap overheersen. Twee van die uiteenlopende temperamenten ontmoetten elkaar in de Sonate in c klein ‘Sanguineus et Melancholicus’. De melancholische mens, die bepaald wordt door de zwarte gal, is zwaarmoedig, somber en zorgelijk; de sanguinische, bij wie het bloed een belangrijke rol speelt, is vrolijk en oppervlakkig. Wellicht wordt een van de twee aangesproken.

  • William Utermohlen, zelfportret 1999

    William Utermohlen, zelfportret 1999

  • William Utermohlen, zelfportret 1999

    William Utermohlen, zelfportret 1999

Herinnering

In het atelier van Utermohlen weerklinkt ook muziek van vader Johann Sebastian. Allereerst een aria uit diens Weihnachtsoratorium waarin de echo een belangrijke rol speelt. In Bachs tijd werd de echo door theologen vaak gezien als het zinnebeeld van Gods antwoord op de menselijke gebeden. In het kader van dit concert zou je de echo kunnen horen als een herinnering aan wat was. Bovendien is het echoën, het napraten in sommige gevallen een noodgreep waaraan menig alzheimerpatiënt zich graag vasthoudt. Of hoort de zanger in deze aria als het ware nog een echo van de vervlogen wereld? Is het een dubbelganger daar in de verte, of ziet en hoort hij toch zichzelf?

Terwijl de schilder opgesloten blijft in zijn eigen wereld proberen de dokter en de instrumentalisten nog eens contact met hem te maken via een Bach-werk. Het is een van de beroemdste koralen uit de vele cantates van de Thomascantor. Misschien herinnert u zich de koraalmelodie van een kerkconcert, van een geliefde lp met Music for the Millions of van een orgelversie die doorgaans Jesu Joy of Men’s Desiring wordt gedoopt. Wellicht weten de atelierbezoekers met behulp van u andermaal door te dringen tot de grot waarin de schilder ronddwaalt. Want net als veel andere noten weet deze muziek te vertroosten, te verzachten en misschien nog één keer een prachtige herinnering op te roepen.

Herinnering

In het atelier van Utermohlen weerklinkt ook muziek van vader Johann Sebastian. Allereerst een aria uit diens Weihnachtsoratorium waarin de echo een belangrijke rol speelt. In Bachs tijd werd de echo door theologen vaak gezien als het zinnebeeld van Gods antwoord op de menselijke gebeden. In het kader van dit concert zou je de echo kunnen horen als een herinnering aan wat was. Bovendien is het echoën, het napraten in sommige gevallen een noodgreep waaraan menig alzheimerpatiënt zich graag vasthoudt. Of hoort de zanger in deze aria als het ware nog een echo van de vervlogen wereld? Is het een dubbelganger daar in de verte, of ziet en hoort hij toch zichzelf?

Terwijl de schilder opgesloten blijft in zijn eigen wereld proberen de dokter en de instrumentalisten nog eens contact met hem te maken via een Bach-werk. Het is een van de beroemdste koralen uit de vele cantates van de Thomascantor. Misschien herinnert u zich de koraalmelodie van een kerkconcert, van een geliefde lp met Music for the Millions of van een orgelversie die doorgaans Jesu Joy of Men’s Desiring wordt gedoopt. Wellicht weten de atelierbezoekers met behulp van u andermaal door te dringen tot de grot waarin de schilder ronddwaalt. Want net als veel andere noten weet deze muziek te vertroosten, te verzachten en misschien nog één keer een prachtige herinnering op te roepen.

door Dirk Luijmes

Biografie

Nederlandse Bachvereniging, ensemble

Opgericht in 1921 om de Matthäus-­Passion uit te voeren in de Grote Kerk in Naarden, is de Nederlandse Bachvereniging in de afgelopen eeuw uitgegroeid tot een toonaangevend vocaal-instrumentaal ensemble van internationale betekenis.

Sinds haar oprichting werd de Nederlandse Bachvereniging achtereenvolgens geleid door Johan Schoonderbeek, Evert Cornelis, Anthon van der Horst, Charles de Wolff en Jos van Veldhoven. In 2018 werd violist Shunske Sato, die al concertmeester was, benoemd tot artistiek leider. Het gedachtengoed van nieuwe generaties leidt steeds tot veranderende visies, en zo krijgt Bachs muziek steeds weer nieuwe schakeringen.

Jaarlijks verzorgt de Nederlandse Bachvereniging zo’n zestig concerten in binnen- en buitenland, waarin het repertoire van Johann Sebastian Bach, tijdgenoten en geestverwanten wordt uitgevoerd op authentieke instrumenten.

Shunske Sato leidt producties vanaf de eerste lessenaar en nodigt daarnaast gastdirigenten uit. Zo werd samengewerkt met onder anderen Peter Dijkstra, Iván Fischer, Philippe Herreweghe, Gustav Leonhardt, Václav Luks, Lars Ulrik Mortensen, Hans Christoph Rademann, Ed Spanjaard en Masaaki Suzuki.

In 2013 begon de Nederlandse Bachvereniging met het uitvoeren en opnemen van alle werken van Bach, en inmiddels is het leeuwendeel van zijn oeuvre voor iedereen gratis te bekijken en beluisteren op www.allofbach.com.

Met het Young Bach Fellowship leidt de Bachvereniging de musici van de toekomst op, en met het educatieprogramma Oog in oog met de Matthaüs-Passion worden jaarlijks vele honderden leerlingen in het voortgezet onderwijs bereikt.

Marc Pantus, bas

Na zijn opleiding als beeldend kunstenaar studeerde Marc Pantus zang aan het Utrechts Conservatorium en het Koninklijk Conservatorium te Den Haag en aan het Steans Institute for Young Artists in Chicago. Hij trad op met uiteenlopende gezelschappen als het Rotterdams Philharmonisch Orkest, de Nederlandse Bachvereniging, Asko|Schönberg, De Nationale Opera, Opera Zuid, het Royal Philharmonic Orchestra, acteurscollectief Wunderbaum en dansgezelschap ISH, onder leiding van dirigenten als Jan Willem de Vriend, Kenneth Montgomery, Reinbert de Leeuw, Paul McCreesh en Jos van Veldhoven.

Op cd is de basbariton onder meer te horen in Bachs Matthäus-Passion in de Nederlandse hertaling van Jan Rot.

In 2013 verscheen zijn eerste solo-album HARRY, Heine in Holland met Heine-liederen van Nederlandse componisten; pianist is Rudolf Jansen en de cd gaat vergezeld van een luisterboek met Heines memoires voorgelezen door Arnon Grunberg.

Met zijn eigen operagezelschap i piccoli holandesi regisseerde en zong Marc Pantus een aantal – soms zeer onbekende – komische barokopera’s, en voor vocaal ensemble Frommermann maakte hij FrommerFranz (een ode aan Schubert) en de jubileumvoorstelling 10 jaar Onvoorwaardelijk.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2018 in Weills Die sieben Todsünden. De afgelopen tijd presenteerde Marc Pantus onder meer een recitalreeks in de Waalse Kerk en een eigenzinnige Parsifal-bewerking voor drie zangers, harmonium, piano, synthe­sizer en basgitaar.

Philip Scheltens, spreker

Prof. dr. Philip Scheltens is hoogleraar cognitieve neurologie en directeur van het Alzheimer­centrum Amsterdam, dat hij in 2000 oprichtte en waar sindsdien zo’n zeventig promotieonderzoeken zijn verschenen. Aan het King’s College in Londen kreeg hij een eredoctoraat. Zijn doel is dementie behandelbaar te maken door wetenschap en zorg voor dementie op het hoogst mogelijke niveau uit te voeren, binnen Nederland en in internationaal verband.

Philip Scheltens werd opgeleid aan het VUmc en het Slotervaartziekenhuis, beide in Amsterdam. Sinds 1987 is hij werkzaam aan het VUmc en in 1993 promoveerde hij op MRI-onderzoek bij alzheimer. Zijn voornaamste interesse­gebieden zijn naast alzheimer ook vasculaire dementie, frontotemporale dementie, magnetic resonance imaging (MRI), positronemissietomografie (PET-scan) en vloeibare biomarkers.

In 2013 was Philip Scheltens een van de mede-oprichters van het Deltaplan Dementie (een nationaal plan tegen de ziekte). Hij is co-hoofdredacteur van ­Alzheimer’s Research & Therapy, een van de toonaangevende tijdschriften in dit vakgebied. Philip Scheltens neemt deel aan verschillende Europese samenwerkingsverbanden, heeft over de duizend papers geauthoriseerd en draagt geregeld bij aan publicaties over dementie.

In 2011 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, in 2016 kreeg hij de European Grand Prix for ­Alzheimer’s Research en sinds afgelopen januari is hij managing partner van het LSP Dementia Fund.