Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Grote Pianisten: Ronald Brautigam speelt Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert

Grote Pianisten: Ronald Brautigam speelt Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert

Grote Zaal
08 april 2026
20.15 uur

Print dit programma

Ronald Brautigam piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Joseph Haydn (1732-1809)

Sonate in G gr.t., Hob. XVI: 40 (1784)
Allegretto innocente
Presto 

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Rondo in a kl.t., KV 511 (1787)

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 23 in f kl.t., op. 57 (1804-05)
‘Appassionata’
Allegro assai
Andante con moto
Allegro ma non troppo

pauze ± 21.05 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate in A gr.t., D 959 (1828)
Allegro
Andantino
Scherzo: Allegro vivace – Trio
Rondo: Allegretto

einde ± 22.10 uur

Grote Zaal 08 april 2026 20.15 uur

Ronald Brautigam piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Joseph Haydn (1732-1809)

Sonate in G gr.t., Hob. XVI: 40 (1784)
Allegretto innocente
Presto 

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Rondo in a kl.t., KV 511 (1787)

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 23 in f kl.t., op. 57 (1804-05)
‘Appassionata’
Allegro assai
Andante con moto
Allegro ma non troppo

pauze ± 21.05 uur

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate in A gr.t., D 959 (1828)
Allegro
Andantino
Scherzo: Allegro vivace – Trio
Rondo: Allegretto

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Toelichting

door Clemens Romijn

Dit programma stapt met grote passen door de muziek van de grote vier Weense componisten. Joseph Haydn gaf een speelse ­sonate cadeau aan de zestienjarige prinses Marie Eszterházy, maar het stuk heeft zijn duistere momenten. Wolfgang Amadeus Mozart effende hoorbaar de weg naar de Romantiek. Ludwig van Beethoven ontketende voor zijn tijd ongekende stormachtige vlagen uit de toetsen. En Franz Schubert wandelde zingend door de Oostenrijkse heuvels maar keek ook in gapende afgronden.

Dit programma stapt met grote passen door de muziek van de grote vier Weense componisten. Joseph Haydn gaf een speelse ­sonate cadeau aan de zestienjarige prinses Marie Eszterházy, maar het stuk heeft zijn duistere momenten. Wolfgang Amadeus Mozart effende hoorbaar de weg naar de Romantiek. Ludwig van Beethoven ontketende voor zijn tijd ongekende stormachtige vlagen uit de toetsen. En Franz Schubert wandelde zingend door de Oostenrijkse heuvels maar keek ook in gapende afgronden.

door Clemens Romijn

Joseph Haydn (1732-1809)

Sonate

  • Haydn, Joseph (door John Hoppner)

    Haydn, Joseph (door John Hoppner)

  • Haydn, Joseph (door John Hoppner)

    Haydn, Joseph (door John Hoppner)

Van Haydn klinkt nu eens niet een van zijn bekende grote ­sonates uit zijn Londense jaren, maar een kleinschaliger werk met een vriendelijke inhoud. Want deze Sonate nr. 40 in G groot behoorde tot een huwelijksgeschenk voor prinses Marie Hermenegild Eszterházy, die het jaar daarvoor was getrouwd met prins Nikolaus II, naderhand Haydns laatste beschermheer. De sonate graaft niet diep en heeft slechts twee delen. Het gracieuze eerste deel is een reeks afwisselende variaties op het beginthema vol humor, capriolen maar ook ernst. En het tweede deel is een vliegensvlugge sprint van het lichte en virtuoze klaviertoucher van Haydns tijd. De sonate vereist ‘de grootste precisie en veel finesse bij de uitvoering’, schreef Cramers Magazin der Musik in 1787.

Van Haydn klinkt nu eens niet een van zijn bekende grote ­sonates uit zijn Londense jaren, maar een kleinschaliger werk met een vriendelijke inhoud. Want deze Sonate nr. 40 in G groot behoorde tot een huwelijksgeschenk voor prinses Marie Hermenegild Eszterházy, die het jaar daarvoor was getrouwd met prins Nikolaus II, naderhand Haydns laatste beschermheer. De sonate graaft niet diep en heeft slechts twee delen. Het gracieuze eerste deel is een reeks afwisselende variaties op het beginthema vol humor, capriolen maar ook ernst. En het tweede deel is een vliegensvlugge sprint van het lichte en virtuoze klaviertoucher van Haydns tijd. De sonate vereist ‘de grootste precisie en veel finesse bij de uitvoering’, schreef Cramers Magazin der Musik in 1787.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Rondo

  • Onvoltooid portret van Wolfgang Amadeus Mozart aan de piano

    Joseph Lange, 1789

    Onvoltooid portret van Wolfgang Amadeus Mozart aan de piano

    Joseph Lange, 1789

  • Onvoltooid portret van Wolfgang Amadeus Mozart aan de piano

    Joseph Lange, 1789

    Onvoltooid portret van Wolfgang Amadeus Mozart aan de piano

    Joseph Lange, 1789

Hierna volgt een van de meest bijzondere en expressieve pianowerken van Mozart; nota bene een rondo, een rondedans, meestal gevuld met levendige zwier en lichtvoetigheid. Maar niet hier, zoals de mineurtoonsoort a klein al doet vermoeden. Dit donkere werk vloeide in Wenen in de lente van 1787 uit Mozarts pen, toen hij net terug was uit Praag waar hij op handen was gedragen. De negentiende-eeuwse Romantiek is nog niet aangebroken, maar wel onderweg, zo lijkt het. Want het delicate hoofdthema had misschien wel van Frédéric Chopin kunnen zijn, voor wie Mozart de favoriete componist was. Ondanks enkele opklaringen blijft de donkere beginsfeer het stuk overheersen.

Hierna volgt een van de meest bijzondere en expressieve pianowerken van Mozart; nota bene een rondo, een rondedans, meestal gevuld met levendige zwier en lichtvoetigheid. Maar niet hier, zoals de mineurtoonsoort a klein al doet vermoeden. Dit donkere werk vloeide in Wenen in de lente van 1787 uit Mozarts pen, toen hij net terug was uit Praag waar hij op handen was gedragen. De negentiende-eeuwse Romantiek is nog niet aangebroken, maar wel onderweg, zo lijkt het. Want het delicate hoofdthema had misschien wel van Frédéric Chopin kunnen zijn, voor wie Mozart de favoriete componist was. Ondanks enkele opklaringen blijft de donkere beginsfeer het stuk overheersen.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

‘Appassionata’

  • Beethoven and Nature; door Newell Convers Wyeth, 1921

    Door: Newell Convers Wyeth

    Beethoven and Nature; door Newell Convers Wyeth, 1921

    Door: Newell Convers Wyeth

  • Beethoven and Nature; door Newell Convers Wyeth, 1921

    Door: Newell Convers Wyeth

    Beethoven and Nature; door Newell Convers Wyeth, 1921

    Door: Newell Convers Wyeth

In de zomer van 1804 maakte Beethoven een lange wandeling met zijn leerling Ferdinand Ries. Die schreef daarover op: ‘Onderweg had hij voortdurend in zichzelf lopen brommen, ja zelfs geloeid, steeds weer op en neer, zonder bepaalde tonen te zingen. Hij zei dat hem net het thema voor het laatste deel van zijn sonate te binnen was geschoten. Terug in zijn kamer liep hij met zijn hoed nog op regelrecht naar de piano. Nu was hij zeker een uur lang met de zo prachtige Finale in de weer. Eindelijk stond hij op, was verbaasd mij nog te zien en zei: Ik kan je vandaag geen les geven, ik moet nog werken.’

Het stuk dat Beethoven onder handen had was de Pianosonate in f klein, opus 57, na zijn dood ‘Appassionata’ (‘hartstochtelijk’) genoemd. De eerste luisteraars waren sprakeloos over de kracht, energie en passie. Toen zijn kameraad Anton Schindler vroeg wat het stuk voorstelde, zei Beethoven kortaf: ‘Lees The Tempest van Shakespeare maar.’ Deze sonate schildert het bekendste beeld van Beethoven, namelijk dat van een held en strijder tegen de elementen en het noodlot – net zoals in de Vijfde symfonie, de ‘Noodlotssymfonie’. De twee snelle delen zijn doortrokken van een enorme onrust en stormachtigheid. Het langzame middendeel schort het beklemmende gevoel van wanhoop maar even op. Want ook de hectische finale brengt geen oplossing. Daar wordt een stortvloed van razendsnelle noten ontketend die zich nauwelijks laat temmen. In de Presto-coda wordt de spanning nog eens extra opgevoerd. Maar dan is de sonate voorbij. Even plotseling als ze begon.

In de zomer van 1804 maakte Beethoven een lange wandeling met zijn leerling Ferdinand Ries. Die schreef daarover op: ‘Onderweg had hij voortdurend in zichzelf lopen brommen, ja zelfs geloeid, steeds weer op en neer, zonder bepaalde tonen te zingen. Hij zei dat hem net het thema voor het laatste deel van zijn sonate te binnen was geschoten. Terug in zijn kamer liep hij met zijn hoed nog op regelrecht naar de piano. Nu was hij zeker een uur lang met de zo prachtige Finale in de weer. Eindelijk stond hij op, was verbaasd mij nog te zien en zei: Ik kan je vandaag geen les geven, ik moet nog werken.’

Het stuk dat Beethoven onder handen had was de Pianosonate in f klein, opus 57, na zijn dood ‘Appassionata’ (‘hartstochtelijk’) genoemd. De eerste luisteraars waren sprakeloos over de kracht, energie en passie. Toen zijn kameraad Anton Schindler vroeg wat het stuk voorstelde, zei Beethoven kortaf: ‘Lees The Tempest van Shakespeare maar.’ Deze sonate schildert het bekendste beeld van Beethoven, namelijk dat van een held en strijder tegen de elementen en het noodlot – net zoals in de Vijfde symfonie, de ‘Noodlotssymfonie’. De twee snelle delen zijn doortrokken van een enorme onrust en stormachtigheid. Het langzame middendeel schort het beklemmende gevoel van wanhoop maar even op. Want ook de hectische finale brengt geen oplossing. Daar wordt een stortvloed van razendsnelle noten ontketend die zich nauwelijks laat temmen. In de Presto-coda wordt de spanning nog eens extra opgevoerd. Maar dan is de sonate voorbij. Even plotseling als ze begon.

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

Schubert leefde zijn korte leven in hetzelfde toen nog redelijk kleine Wenen, zonder er Beethoven echt te ontmoeten. Pas op het sterfbed van de titaan zocht Schubert hem op. Eerder zagen ze elkaar wel op afstand, zoals Schubert zei ‘in een overvol café’; en hij was te verlegen om de ‘meester’ aan te spreken. Voor Schubert was Beethoven zowel inspirerend als intimiderend: ‘Stilletjes hoop ik dat ik in staat ben iets van mijzelf te maken, maar wie kan dat nu na Beethoven.’ Toch was de wederzijdse waardering groot, en was Schubert bij Beethovens begrafenis in 1827 een van de fakkeldragers. Op zijn eigen sterfbed het jaar daarna speelden vrienden op Schuberts verzoek Beethovens Strijkkwartet in cis klein, opus 131 (zijn laatste). Een andere laatste wens was naast Beethoven begraven te worden, hetgeen inderdaad gebeurde. 

Hoe groot de verwantschap tussen de twee componisten was, is goed hoorbaar in Schuberts voorlaatste Sonate in A groot, D 959, gecomponeerd drie maanden voor zijn eigen dood en een jaar na de dood van Beethoven. Dat was in dat wonderjaar 1828 waarin ook zijn ‘Grote’ Symfonie in C groot, het Strijkkwintet, de Pia­notr­io’s opus 99 en 100, de Mis in Es groot en de prachtige Fantasie in f klein voor vierhandig ­piano in hem opborrelden. Met haar bijna veertig minuten speelduur lijkt deze sonate een heuse roman in tonen, zoals Schuberts bewonderaar Robert Schumann (1810-1856) de piano­sonate graag zag. En dus maar liefst vier keer zo lang als de sonate van Haydn waarmee dit recital begon. Dit zijn bladzijden vol drama en lyriek, zangerigheid en waanzin, lieflijkheid en stormen. De Romantiek is losgebarsten.

Schubert leefde zijn korte leven in hetzelfde toen nog redelijk kleine Wenen, zonder er Beethoven echt te ontmoeten. Pas op het sterfbed van de titaan zocht Schubert hem op. Eerder zagen ze elkaar wel op afstand, zoals Schubert zei ‘in een overvol café’; en hij was te verlegen om de ‘meester’ aan te spreken. Voor Schubert was Beethoven zowel inspirerend als intimiderend: ‘Stilletjes hoop ik dat ik in staat ben iets van mijzelf te maken, maar wie kan dat nu na Beethoven.’ Toch was de wederzijdse waardering groot, en was Schubert bij Beethovens begrafenis in 1827 een van de fakkeldragers. Op zijn eigen sterfbed het jaar daarna speelden vrienden op Schuberts verzoek Beethovens Strijkkwartet in cis klein, opus 131 (zijn laatste). Een andere laatste wens was naast Beethoven begraven te worden, hetgeen inderdaad gebeurde. 

Hoe groot de verwantschap tussen de twee componisten was, is goed hoorbaar in Schuberts voorlaatste Sonate in A groot, D 959, gecomponeerd drie maanden voor zijn eigen dood en een jaar na de dood van Beethoven. Dat was in dat wonderjaar 1828 waarin ook zijn ‘Grote’ Symfonie in C groot, het Strijkkwintet, de Pia­notr­io’s opus 99 en 100, de Mis in Es groot en de prachtige Fantasie in f klein voor vierhandig ­piano in hem opborrelden. Met haar bijna veertig minuten speelduur lijkt deze sonate een heuse roman in tonen, zoals Schuberts bewonderaar Robert Schumann (1810-1856) de piano­sonate graag zag. En dus maar liefst vier keer zo lang als de sonate van Haydn waarmee dit recital begon. Dit zijn bladzijden vol drama en lyriek, zangerigheid en waanzin, lieflijkheid en stormen. De Romantiek is losgebarsten.

Toelichting

door Clemens Romijn

Dit programma stapt met grote passen door de muziek van de grote vier Weense componisten. Joseph Haydn gaf een speelse ­sonate cadeau aan de zestienjarige prinses Marie Eszterházy, maar het stuk heeft zijn duistere momenten. Wolfgang Amadeus Mozart effende hoorbaar de weg naar de Romantiek. Ludwig van Beethoven ontketende voor zijn tijd ongekende stormachtige vlagen uit de toetsen. En Franz Schubert wandelde zingend door de Oostenrijkse heuvels maar keek ook in gapende afgronden.

Dit programma stapt met grote passen door de muziek van de grote vier Weense componisten. Joseph Haydn gaf een speelse ­sonate cadeau aan de zestienjarige prinses Marie Eszterházy, maar het stuk heeft zijn duistere momenten. Wolfgang Amadeus Mozart effende hoorbaar de weg naar de Romantiek. Ludwig van Beethoven ontketende voor zijn tijd ongekende stormachtige vlagen uit de toetsen. En Franz Schubert wandelde zingend door de Oostenrijkse heuvels maar keek ook in gapende afgronden.

door Clemens Romijn

Joseph Haydn (1732-1809)

Sonate

  • Haydn, Joseph (door John Hoppner)

    Haydn, Joseph (door John Hoppner)

  • Haydn, Joseph (door John Hoppner)

    Haydn, Joseph (door John Hoppner)

Van Haydn klinkt nu eens niet een van zijn bekende grote ­sonates uit zijn Londense jaren, maar een kleinschaliger werk met een vriendelijke inhoud. Want deze Sonate nr. 40 in G groot behoorde tot een huwelijksgeschenk voor prinses Marie Hermenegild Eszterházy, die het jaar daarvoor was getrouwd met prins Nikolaus II, naderhand Haydns laatste beschermheer. De sonate graaft niet diep en heeft slechts twee delen. Het gracieuze eerste deel is een reeks afwisselende variaties op het beginthema vol humor, capriolen maar ook ernst. En het tweede deel is een vliegensvlugge sprint van het lichte en virtuoze klaviertoucher van Haydns tijd. De sonate vereist ‘de grootste precisie en veel finesse bij de uitvoering’, schreef Cramers Magazin der Musik in 1787.

Van Haydn klinkt nu eens niet een van zijn bekende grote ­sonates uit zijn Londense jaren, maar een kleinschaliger werk met een vriendelijke inhoud. Want deze Sonate nr. 40 in G groot behoorde tot een huwelijksgeschenk voor prinses Marie Hermenegild Eszterházy, die het jaar daarvoor was getrouwd met prins Nikolaus II, naderhand Haydns laatste beschermheer. De sonate graaft niet diep en heeft slechts twee delen. Het gracieuze eerste deel is een reeks afwisselende variaties op het beginthema vol humor, capriolen maar ook ernst. En het tweede deel is een vliegensvlugge sprint van het lichte en virtuoze klaviertoucher van Haydns tijd. De sonate vereist ‘de grootste precisie en veel finesse bij de uitvoering’, schreef Cramers Magazin der Musik in 1787.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Rondo

  • Onvoltooid portret van Wolfgang Amadeus Mozart aan de piano

    Joseph Lange, 1789

    Onvoltooid portret van Wolfgang Amadeus Mozart aan de piano

    Joseph Lange, 1789

  • Onvoltooid portret van Wolfgang Amadeus Mozart aan de piano

    Joseph Lange, 1789

    Onvoltooid portret van Wolfgang Amadeus Mozart aan de piano

    Joseph Lange, 1789

Hierna volgt een van de meest bijzondere en expressieve pianowerken van Mozart; nota bene een rondo, een rondedans, meestal gevuld met levendige zwier en lichtvoetigheid. Maar niet hier, zoals de mineurtoonsoort a klein al doet vermoeden. Dit donkere werk vloeide in Wenen in de lente van 1787 uit Mozarts pen, toen hij net terug was uit Praag waar hij op handen was gedragen. De negentiende-eeuwse Romantiek is nog niet aangebroken, maar wel onderweg, zo lijkt het. Want het delicate hoofdthema had misschien wel van Frédéric Chopin kunnen zijn, voor wie Mozart de favoriete componist was. Ondanks enkele opklaringen blijft de donkere beginsfeer het stuk overheersen.

Hierna volgt een van de meest bijzondere en expressieve pianowerken van Mozart; nota bene een rondo, een rondedans, meestal gevuld met levendige zwier en lichtvoetigheid. Maar niet hier, zoals de mineurtoonsoort a klein al doet vermoeden. Dit donkere werk vloeide in Wenen in de lente van 1787 uit Mozarts pen, toen hij net terug was uit Praag waar hij op handen was gedragen. De negentiende-eeuwse Romantiek is nog niet aangebroken, maar wel onderweg, zo lijkt het. Want het delicate hoofdthema had misschien wel van Frédéric Chopin kunnen zijn, voor wie Mozart de favoriete componist was. Ondanks enkele opklaringen blijft de donkere beginsfeer het stuk overheersen.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

‘Appassionata’

  • Beethoven and Nature; door Newell Convers Wyeth, 1921

    Door: Newell Convers Wyeth

    Beethoven and Nature; door Newell Convers Wyeth, 1921

    Door: Newell Convers Wyeth

  • Beethoven and Nature; door Newell Convers Wyeth, 1921

    Door: Newell Convers Wyeth

    Beethoven and Nature; door Newell Convers Wyeth, 1921

    Door: Newell Convers Wyeth

In de zomer van 1804 maakte Beethoven een lange wandeling met zijn leerling Ferdinand Ries. Die schreef daarover op: ‘Onderweg had hij voortdurend in zichzelf lopen brommen, ja zelfs geloeid, steeds weer op en neer, zonder bepaalde tonen te zingen. Hij zei dat hem net het thema voor het laatste deel van zijn sonate te binnen was geschoten. Terug in zijn kamer liep hij met zijn hoed nog op regelrecht naar de piano. Nu was hij zeker een uur lang met de zo prachtige Finale in de weer. Eindelijk stond hij op, was verbaasd mij nog te zien en zei: Ik kan je vandaag geen les geven, ik moet nog werken.’

Het stuk dat Beethoven onder handen had was de Pianosonate in f klein, opus 57, na zijn dood ‘Appassionata’ (‘hartstochtelijk’) genoemd. De eerste luisteraars waren sprakeloos over de kracht, energie en passie. Toen zijn kameraad Anton Schindler vroeg wat het stuk voorstelde, zei Beethoven kortaf: ‘Lees The Tempest van Shakespeare maar.’ Deze sonate schildert het bekendste beeld van Beethoven, namelijk dat van een held en strijder tegen de elementen en het noodlot – net zoals in de Vijfde symfonie, de ‘Noodlotssymfonie’. De twee snelle delen zijn doortrokken van een enorme onrust en stormachtigheid. Het langzame middendeel schort het beklemmende gevoel van wanhoop maar even op. Want ook de hectische finale brengt geen oplossing. Daar wordt een stortvloed van razendsnelle noten ontketend die zich nauwelijks laat temmen. In de Presto-coda wordt de spanning nog eens extra opgevoerd. Maar dan is de sonate voorbij. Even plotseling als ze begon.

In de zomer van 1804 maakte Beethoven een lange wandeling met zijn leerling Ferdinand Ries. Die schreef daarover op: ‘Onderweg had hij voortdurend in zichzelf lopen brommen, ja zelfs geloeid, steeds weer op en neer, zonder bepaalde tonen te zingen. Hij zei dat hem net het thema voor het laatste deel van zijn sonate te binnen was geschoten. Terug in zijn kamer liep hij met zijn hoed nog op regelrecht naar de piano. Nu was hij zeker een uur lang met de zo prachtige Finale in de weer. Eindelijk stond hij op, was verbaasd mij nog te zien en zei: Ik kan je vandaag geen les geven, ik moet nog werken.’

Het stuk dat Beethoven onder handen had was de Pianosonate in f klein, opus 57, na zijn dood ‘Appassionata’ (‘hartstochtelijk’) genoemd. De eerste luisteraars waren sprakeloos over de kracht, energie en passie. Toen zijn kameraad Anton Schindler vroeg wat het stuk voorstelde, zei Beethoven kortaf: ‘Lees The Tempest van Shakespeare maar.’ Deze sonate schildert het bekendste beeld van Beethoven, namelijk dat van een held en strijder tegen de elementen en het noodlot – net zoals in de Vijfde symfonie, de ‘Noodlotssymfonie’. De twee snelle delen zijn doortrokken van een enorme onrust en stormachtigheid. Het langzame middendeel schort het beklemmende gevoel van wanhoop maar even op. Want ook de hectische finale brengt geen oplossing. Daar wordt een stortvloed van razendsnelle noten ontketend die zich nauwelijks laat temmen. In de Presto-coda wordt de spanning nog eens extra opgevoerd. Maar dan is de sonate voorbij. Even plotseling als ze begon.

Franz Schubert (1797-1828)

Sonate

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

  • Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

    Franz Schubert

    Door W. A. Rieder

Schubert leefde zijn korte leven in hetzelfde toen nog redelijk kleine Wenen, zonder er Beethoven echt te ontmoeten. Pas op het sterfbed van de titaan zocht Schubert hem op. Eerder zagen ze elkaar wel op afstand, zoals Schubert zei ‘in een overvol café’; en hij was te verlegen om de ‘meester’ aan te spreken. Voor Schubert was Beethoven zowel inspirerend als intimiderend: ‘Stilletjes hoop ik dat ik in staat ben iets van mijzelf te maken, maar wie kan dat nu na Beethoven.’ Toch was de wederzijdse waardering groot, en was Schubert bij Beethovens begrafenis in 1827 een van de fakkeldragers. Op zijn eigen sterfbed het jaar daarna speelden vrienden op Schuberts verzoek Beethovens Strijkkwartet in cis klein, opus 131 (zijn laatste). Een andere laatste wens was naast Beethoven begraven te worden, hetgeen inderdaad gebeurde. 

Hoe groot de verwantschap tussen de twee componisten was, is goed hoorbaar in Schuberts voorlaatste Sonate in A groot, D 959, gecomponeerd drie maanden voor zijn eigen dood en een jaar na de dood van Beethoven. Dat was in dat wonderjaar 1828 waarin ook zijn ‘Grote’ Symfonie in C groot, het Strijkkwintet, de Pia­notr­io’s opus 99 en 100, de Mis in Es groot en de prachtige Fantasie in f klein voor vierhandig ­piano in hem opborrelden. Met haar bijna veertig minuten speelduur lijkt deze sonate een heuse roman in tonen, zoals Schuberts bewonderaar Robert Schumann (1810-1856) de piano­sonate graag zag. En dus maar liefst vier keer zo lang als de sonate van Haydn waarmee dit recital begon. Dit zijn bladzijden vol drama en lyriek, zangerigheid en waanzin, lieflijkheid en stormen. De Romantiek is losgebarsten.

Schubert leefde zijn korte leven in hetzelfde toen nog redelijk kleine Wenen, zonder er Beethoven echt te ontmoeten. Pas op het sterfbed van de titaan zocht Schubert hem op. Eerder zagen ze elkaar wel op afstand, zoals Schubert zei ‘in een overvol café’; en hij was te verlegen om de ‘meester’ aan te spreken. Voor Schubert was Beethoven zowel inspirerend als intimiderend: ‘Stilletjes hoop ik dat ik in staat ben iets van mijzelf te maken, maar wie kan dat nu na Beethoven.’ Toch was de wederzijdse waardering groot, en was Schubert bij Beethovens begrafenis in 1827 een van de fakkeldragers. Op zijn eigen sterfbed het jaar daarna speelden vrienden op Schuberts verzoek Beethovens Strijkkwartet in cis klein, opus 131 (zijn laatste). Een andere laatste wens was naast Beethoven begraven te worden, hetgeen inderdaad gebeurde. 

Hoe groot de verwantschap tussen de twee componisten was, is goed hoorbaar in Schuberts voorlaatste Sonate in A groot, D 959, gecomponeerd drie maanden voor zijn eigen dood en een jaar na de dood van Beethoven. Dat was in dat wonderjaar 1828 waarin ook zijn ‘Grote’ Symfonie in C groot, het Strijkkwintet, de Pia­notr­io’s opus 99 en 100, de Mis in Es groot en de prachtige Fantasie in f klein voor vierhandig ­piano in hem opborrelden. Met haar bijna veertig minuten speelduur lijkt deze sonate een heuse roman in tonen, zoals Schuberts bewonderaar Robert Schumann (1810-1856) de piano­sonate graag zag. En dus maar liefst vier keer zo lang als de sonate van Haydn waarmee dit recital begon. Dit zijn bladzijden vol drama en lyriek, zangerigheid en waanzin, lieflijkheid en stormen. De Romantiek is losgebarsten.

Biografie

Ronald Brautigam, piano

Als leerling van de legendarische Rudolf Serkin heeft Ronald Brautigam zich gevestigd als een autoriteit op het gebied van klassieke en vroeg-romantische componisten, met in zijn discografie onder meer de complete solowerken van Haydn, Mozart en Beethoven, muziek van Kraus en Schubert en kamermuziek met violiste Isabelle van Keulen en cellist Christian Poltéra.

Hij maakte een reconstructie van de orkestpartituur van Beethovens pianoconcert WoO4 en verzorgde een uitgave van de vijf pianoconcerten van Johann Wilhelm Wilms, en van 2011 tot 2024 gaf hij les aan de Musikhochschule Basel.

De Amsterdamse pianist won de Nederlandse Muziekprijs (1984), twee Midem Classical Awards, de Jahrespreis der deutschen Schallplattenkritik 2015, twee Diapasons d’Or de l’Année en vier Edisons (inclusief oeuvreprijs 2024). Zijn 15-delige Beethovensonatereeks op ­fortepiano is volgens BBC Music Magazine een van de beste Beethoven-­cd-cycli ooit. Ronald Brautigam soleerde bij de ­Nederlandse omroeporkesten, het Concertgebouw­orkest (inclusief cd-opnames van Martin, Hindemith en Sjostakovitsj), het London Philharmonic Orchestra, het BBC Philharmonic Orchestra, het ­Budapest Festival Orchestra, het Orchestre National de France, het Gewandhaus­orchester Leipzig en orkesten in Japan, Hongkong, Australië en Amerika.

Op historische instrumenten speelde hij met vele gespecialiseerde ensembles, en in 2009 begon een samenwerking met Die Kölner Akademie die resulteerde in vele gezamenlijke concerten en in opnames van de complete pianoconcerten van Mozart, Beethoven, Mendelssohn, Weber en Wilms. Al sinds 1980 is Ronald ­Brautigam regelmatig in Het Concertgebouw te beluisteren. In de zomer van 2009 speelde hij er alle 32 sonates van Beethoven, in 2014/2015 vierde hij er zijn zestigste verjaardag met al Beethovens piano­concerten met verschillende orkesten.

Zijn laatste optredens in de Kleine Zaal waren op 30 januari 2022 een Schubert­recital op fortepiano en op 21 september 2024 een programma met Gordan Nikolić en musici van het Nederlands Kamerorkest. In de Grote Zaal was hij meest recent te gast in het Derde pianoconcert van Beethoven met het Radio Filharmonisch Orkest in Het Zondagochtend Concert van 29 september 2024; na dat optreden werd Ronald Brautigam verrast met de Concertgebouwpenning.