Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Rising Stars: Axelle Fanyo & Kunal Lahiry

Rising Stars: Axelle Fanyo & Kunal Lahiry

Kleine Zaal
06 maart 2024
20.15 uur

Print dit programma

Axelle Fanyo sopraan
Kunal Lahiry piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars. Keuze van Philharmonie de Paris, Auditorium de Lyon en Gulbenkian Foundation.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

HEAR ONE CHOOSE ONE

Arnold Schönberg (1874-1951)

Vier Lieder, op. 2 (1899-1900)
Erwartung
Schenk mir deinen goldenen Kamm
Erhebung
Waldsonne

Aaron Copland (1900-1990)

Nature, the Gentlest Mother
uit ‘Twelve Poems of Emily Dickinson’ (1949-50)

André Caplet (1878-1925)

Le corbeau et le renard
uit ‘Trois fables de Jean de La ­Fontaine’ (1919)

Optie 1

Aaron Copland

There Came a Wind like a Bugle
Why Do They Shut Me out of Heaven?
The World Feels Dusty
Heart, We Will Forget Him
Dear March, Come in!
Sleep Is Supposed to Be
When They Come Back
I Felt a Funeral in my Brain
I’ve Heard an Organ Talk Sometimes
Going to Heaven!
The Chariot
uit ‘Twelve Poems of Emily Dickinson’ (1950)

de liederen van Copland worden afgewisseld met muziek voor piano solo van Edward MacDowell (1860-1908), uit diens bundel ‘New England Idyls’, op. 62 (1902)

Optie 2

André Caplet

La cigale et la fourmi
Le loup et l’agneau
uit ‘Trois fables de Jean de La ­Fontaine’ (1919)

Maurice Ravel (1875-1937)

Histoires naturelles (1906)
Le paon
Le grillon
Le cygne
Le martin-pêcheur
La pintade

Enrique Granados (1867-1916)

La maja y el ruiseñor
uit ‘Goyescas, o los majos enamorados’ (1909-11)
voor piano solo

pauze ± 21.00 uur

Sofia Avramidou (1988)

Entre les miroirs (2023)
voor sopraan solo
Nederlandse première; gecomponeerd in opdracht van de ECHO, de Gulbenkian Foundation Lissabon, het Auditorium de Lyon en de Philharmonie de Paris; opgedragen aan Axelle Fanyo

Francis Poulenc (1899-1963)

Hôtel
uit ‘Banalités’ (1940)

William Bolcom (1938)

Toothbrush Time
uit ‘Cabaret Songs’ (1977-96)

Optie 1

Francis Poulenc

Deux poèmes de Guillaume Apollinaire
Montparnasse (1941-45)
Hyde Park (1945)

Les chemins de l’amour (1940)

La dame de Monte Carlo (1961)

Optie 2

Spiritual

Sometimes I Feel Like a Motherless Child

Florence Price (1887-1953)

Songs to the Dark Virgin
uit ‘Four Songs from The Weary Blues’ (1941)

William Bolcom (1938)

Song of Black Max (as told by the De Kooning Boys)
Amor
George
uit ‘Cabaret Songs’ (1977-96)

einde ± 22.00 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Kleine Zaal 06 maart 2024 20.15 uur

Axelle Fanyo sopraan
Kunal Lahiry piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars. Keuze van Philharmonie de Paris, Auditorium de Lyon en Gulbenkian Foundation.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

HEAR ONE CHOOSE ONE

Arnold Schönberg (1874-1951)

Vier Lieder, op. 2 (1899-1900)
Erwartung
Schenk mir deinen goldenen Kamm
Erhebung
Waldsonne

Aaron Copland (1900-1990)

Nature, the Gentlest Mother
uit ‘Twelve Poems of Emily Dickinson’ (1949-50)

André Caplet (1878-1925)

Le corbeau et le renard
uit ‘Trois fables de Jean de La ­Fontaine’ (1919)

Optie 1

Aaron Copland

There Came a Wind like a Bugle
Why Do They Shut Me out of Heaven?
The World Feels Dusty
Heart, We Will Forget Him
Dear March, Come in!
Sleep Is Supposed to Be
When They Come Back
I Felt a Funeral in my Brain
I’ve Heard an Organ Talk Sometimes
Going to Heaven!
The Chariot
uit ‘Twelve Poems of Emily Dickinson’ (1950)

de liederen van Copland worden afgewisseld met muziek voor piano solo van Edward MacDowell (1860-1908), uit diens bundel ‘New England Idyls’, op. 62 (1902)

Optie 2

André Caplet

La cigale et la fourmi
Le loup et l’agneau
uit ‘Trois fables de Jean de La ­Fontaine’ (1919)

Maurice Ravel (1875-1937)

Histoires naturelles (1906)
Le paon
Le grillon
Le cygne
Le martin-pêcheur
La pintade

Enrique Granados (1867-1916)

La maja y el ruiseñor
uit ‘Goyescas, o los majos enamorados’ (1909-11)
voor piano solo

pauze ± 21.00 uur

Sofia Avramidou (1988)

Entre les miroirs (2023)
voor sopraan solo
Nederlandse première; gecomponeerd in opdracht van de ECHO, de Gulbenkian Foundation Lissabon, het Auditorium de Lyon en de Philharmonie de Paris; opgedragen aan Axelle Fanyo

Francis Poulenc (1899-1963)

Hôtel
uit ‘Banalités’ (1940)

William Bolcom (1938)

Toothbrush Time
uit ‘Cabaret Songs’ (1977-96)

Optie 1

Francis Poulenc

Deux poèmes de Guillaume Apollinaire
Montparnasse (1941-45)
Hyde Park (1945)

Les chemins de l’amour (1940)

La dame de Monte Carlo (1961)

Optie 2

Spiritual

Sometimes I Feel Like a Motherless Child

Florence Price (1887-1953)

Songs to the Dark Virgin
uit ‘Four Songs from The Weary Blues’ (1941)

William Bolcom (1938)

Song of Black Max (as told by the De Kooning Boys)
Amor
George
uit ‘Cabaret Songs’ (1977-96)

einde ± 22.00 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Toelichting

Rising Stars: Axelle Fanyo & Kunal Lahiry

door Lonneke Tausch

Vanavond doet de beslisboom zijn intrede in de Vocale Serie. Het publiek heeft namelijk inspraak: op basis van het applaus slaat het duo links- danwel rechtsaf. Bevalt Copland goed? Dan volgen ook de andere elf van diens Twelve Poems of Emily Dickinson. Maar als het enthousiasme doorslaat naar Caplet komen diens Fables de Jean de La Fontaine alle drie tot klinken, in combinatie met de Histoires naturelles van land- en tijdgenoot Ravel. Ook na de pauze valt de stapel meegebrachte partituren in tweeën uiteen. Frankrijk of Amerika: Poulenc, of toch liever Price en Bolcom? De zaal klapt en kiest! ‘Axelle Fanyo koestert duidelijk het plezier van het vertellen van verhalen die haar lied een andere dimensie geven’, schreef Forum Opéra al eens. Voor deze publieksgestuurde avond stelde ze dan ook een repertoire samen van uitermate verhalende liederen.

Schönberg

Vanavond doet de beslisboom zijn intrede in de Vocale Serie. Het publiek heeft namelijk inspraak: op basis van het applaus slaat het duo links- danwel rechtsaf. Bevalt Copland goed? Dan volgen ook de andere elf van diens Twelve Poems of Emily Dickinson. Maar als het enthousiasme doorslaat naar Caplet komen diens Fables de Jean de La Fontaine alle drie tot klinken, in combinatie met de Histoires naturelles van land- en tijdgenoot Ravel. Ook na de pauze valt de stapel meegebrachte partituren in tweeën uiteen. Frankrijk of Amerika: Poulenc, of toch liever Price en Bolcom? De zaal klapt en kiest! ‘Axelle Fanyo koestert duidelijk het plezier van het vertellen van verhalen die haar lied een andere dimensie geven’, schreef Forum Opéra al eens. Voor deze publieksgestuurde avond stelde ze dan ook een repertoire samen van uitermate verhalende liederen.

Schönberg

  • Arnold Schönberg

    Arnold Schönberg

  • Arnold Schönberg

    Arnold Schönberg

De muziek van jubilaris Arnold Schönberg – 150 jaar geleden geboren – staat niet te boek als toegankelijke binnenkomer. Maar in zijn vroege Vier Lieder, opus 2 staat de Weense componist nog met twee benen in de toontaal van voorgangers Brahms en Wagner; de radicale atonaliteit waar hij naartoe zal groeien is nog ver weg. Schönberg droeg ze op aan zijn mentor, vriend en zwager Alexander von Zemlinsky. De poëzie van de eerste drie liederen is afkomstig uit Weib und Welt van Richard Dehmel, en was nog maar net verschenen toen Schönberg deze woorden al muziek gaf. Ook een van zijn bekendste werken, het strijksextet Verklärte Nacht (1899), schreef hij bij een tekst uit diezelfde Dehmel-bundel. In 1912 zou de componist aan de dichter schrijven dat wat zijn gedichten in hem losmaakten hem een nieuwe lyrische toon hadden doen vinden.

Copland

De muziek van jubilaris Arnold Schönberg – 150 jaar geleden geboren – staat niet te boek als toegankelijke binnenkomer. Maar in zijn vroege Vier Lieder, opus 2 staat de Weense componist nog met twee benen in de toontaal van voorgangers Brahms en Wagner; de radicale atonaliteit waar hij naartoe zal groeien is nog ver weg. Schönberg droeg ze op aan zijn mentor, vriend en zwager Alexander von Zemlinsky. De poëzie van de eerste drie liederen is afkomstig uit Weib und Welt van Richard Dehmel, en was nog maar net verschenen toen Schönberg deze woorden al muziek gaf. Ook een van zijn bekendste werken, het strijksextet Verklärte Nacht (1899), schreef hij bij een tekst uit diezelfde Dehmel-bundel. In 1912 zou de componist aan de dichter schrijven dat wat zijn gedichten in hem losmaakten hem een nieuwe lyrische toon hadden doen vinden.

Copland

  • Aaron Copland

    Aaron Copland

  • Aaron Copland

    Aaron Copland

De Amerikaan Aaron Copland toonzette in 1949-50 twaalf gedichten van zijn toen nog niet erg gewaardeerde landgenoot Emily Dickinson (1830-1886). De cyclus is Coplands langste en populairste zangwerk, en ieder deel droeg hij op aan een andere bevriende componist. Het openingslied, Nature, the Gentlest Mother, portretteert de natuur als een liefdevolle moeder die zelfs het nietigste bloemetje koestert; al meteen in Coplands eerste noten hoor je vogelgezang. In de elf liederen die volgen – of niet, afhankelijk van het applausgehalte – komt meer van dergelijke tekstschildering voor: in het stormachtige tweede lied klinkt op ‘bugle’ een kopersignaal, in The World Feels Dusty komt alles tot stilstand en in Going to Heaven reikt de zangmelodie hemelwaarts.

Ravel en Caplet

De Amerikaan Aaron Copland toonzette in 1949-50 twaalf gedichten van zijn toen nog niet erg gewaardeerde landgenoot Emily Dickinson (1830-1886). De cyclus is Coplands langste en populairste zangwerk, en ieder deel droeg hij op aan een andere bevriende componist. Het openingslied, Nature, the Gentlest Mother, portretteert de natuur als een liefdevolle moeder die zelfs het nietigste bloemetje koestert; al meteen in Coplands eerste noten hoor je vogelgezang. In de elf liederen die volgen – of niet, afhankelijk van het applausgehalte – komt meer van dergelijke tekstschildering voor: in het stormachtige tweede lied klinkt op ‘bugle’ een kopersignaal, in The World Feels Dusty komt alles tot stilstand en in Going to Heaven reikt de zangmelodie hemelwaarts.

Ravel en Caplet

  • Maurice Ravel

    Maurice Ravel

  • André Caplet

    Foto: Elmer Chickering

    André Caplet

    Foto: Elmer Chickering

  • Maurice Ravel

    Maurice Ravel

  • André Caplet

    Foto: Elmer Chickering

    André Caplet

    Foto: Elmer Chickering

In zijn Histoires naturelles laat Maurice Ravel de pauw trots voortschrijden, de krekel sjirpen in hoge pianotrillers en de zwaan sierlijk over het water glijden. Als de pijlsnelle ijsvogel even is neergestreken verstilt de muziek, en in het slotdeel weerklinken het onmelodieuze geroep en het nerveuzige bewegen van een parelhoen. In zijn muzikale weergave van de dieren, grappig en soms karikaturaal, schaart Ravel zich achter schrijver Jules Renard – ja, zijn achternaam is ‘Vos’ – die in zijn prozagedichten uit 1894 aan dieren menselijke eigenschappen had toegekend.  

Ravels vijf vermakelijke dierenliederen gaan we alleen horen als de aanwezigen het lied van André Caplet over de raaf en de vos voldoende toejuichen. Dat is het eerste van de Trois fables de Jean de La Fontaine, waarin ook met de nodige humor dieren in muziek worden gevangen. In de tweede fabel figureren een sprinkhaan en een mier, in de derde een wolf en een lam. Waar Ravel teksten koos van een tijdgenoot greep Caplet terug naar vertellingen uit de zeventiende eeuw.

Avramidou

In zijn Histoires naturelles laat Maurice Ravel de pauw trots voortschrijden, de krekel sjirpen in hoge pianotrillers en de zwaan sierlijk over het water glijden. Als de pijlsnelle ijsvogel even is neergestreken verstilt de muziek, en in het slotdeel weerklinken het onmelodieuze geroep en het nerveuzige bewegen van een parelhoen. In zijn muzikale weergave van de dieren, grappig en soms karikaturaal, schaart Ravel zich achter schrijver Jules Renard – ja, zijn achternaam is ‘Vos’ – die in zijn prozagedichten uit 1894 aan dieren menselijke eigenschappen had toegekend.  

Ravels vijf vermakelijke dierenliederen gaan we alleen horen als de aanwezigen het lied van André Caplet over de raaf en de vos voldoende toejuichen. Dat is het eerste van de Trois fables de Jean de La Fontaine, waarin ook met de nodige humor dieren in muziek worden gevangen. In de tweede fabel figureren een sprinkhaan en een mier, in de derde een wolf en een lam. Waar Ravel teksten koos van een tijdgenoot greep Caplet terug naar vertellingen uit de zeventiende eeuw.

Avramidou

  • Sofia Avramidou

    Foto: Franck Ferville

    Sofia Avramidou

    Foto: Franck Ferville

  • Sofia Avramidou

    Foto: Franck Ferville

    Sofia Avramidou

    Foto: Franck Ferville

De Griekse componiste Sofia Avramidou kwam op het idee voor Entre les miroirs (‘Tussen de spiegels’) door een ­documentaire over een ontmoeting die nooit plaatshad: The Night Fernando Pessoa Met Constantine Cavafy (2008). Zo werd Entre les miroirs een fusie tussen
I pólis (‘De stad’) van de Griekse dichter Cavafy en Lisboa com suas casas (‘Lissabon met zijn huizen’) van de Portugees Pessoa. De samengestelde tekst roept de verslindende energie op van een imaginaire stad die onze eigen evolutie overspoelt. De twee oorspronkelijke gedichten weerspiegelen in elkaar, en Avramidous lied doet iets soortgelijks door de sonoriteit van het lichaam te combineren met de stem. 

Bolcom

De Griekse componiste Sofia Avramidou kwam op het idee voor Entre les miroirs (‘Tussen de spiegels’) door een ­documentaire over een ontmoeting die nooit plaatshad: The Night Fernando Pessoa Met Constantine Cavafy (2008). Zo werd Entre les miroirs een fusie tussen
I pólis (‘De stad’) van de Griekse dichter Cavafy en Lisboa com suas casas (‘Lissabon met zijn huizen’) van de Portugees Pessoa. De samengestelde tekst roept de verslindende energie op van een imaginaire stad die onze eigen evolutie overspoelt. De twee oorspronkelijke gedichten weerspiegelen in elkaar, en Avramidous lied doet iets soortgelijks door de sonoriteit van het lichaam te combineren met de stem. 

Bolcom

  • William Bolcom

    Foto: Peter Yates

    William Bolcom

    Foto: Peter Yates

  • William Bolcom

    Foto: Peter Yates

    William Bolcom

    Foto: Peter Yates

De eerste ‘cabarets’ met muzikale voorstellingen duiken op aan het eind van de negentiende eeuw in Parijs, met als bekende voorbeelden Les Folies Bergères en Le Chat Noir. In New York opende in 1938 het op dezelfde leest geschoeide Café Society, waar op de openingsavond een zangeres optrad die wereldberoemd zou worden: Billie Holiday. In datzelfde jaar werd in Seattle William Bolcom geboren. Deze pianist/componist, gelauwerd met de Pulitzer Prize (1988) en de National Medal of the Arts (2006) en nog steeds actief, maakt zich hard voor het slechten van grenzen tussen klassieke en lichte muziek. Zijn vier bundels Cabaret Songs staan hiervoor garant. Neem Toothbrush Time: je poetst ’s ochtends je tanden, en wat moet je eigenlijk met die man die zich gisteravond aandiende en nu een eitje staat te bakken? Als het publiek vurig genoeg klapt, horen we ook nog cabaretliederen over een duistere figuur ’s nachts in Rotterdam, de liefdesgod Amor en een man die een vrouw wilde zijn.

Poulenc

De eerste ‘cabarets’ met muzikale voorstellingen duiken op aan het eind van de negentiende eeuw in Parijs, met als bekende voorbeelden Les Folies Bergères en Le Chat Noir. In New York opende in 1938 het op dezelfde leest geschoeide Café Society, waar op de openingsavond een zangeres optrad die wereldberoemd zou worden: Billie Holiday. In datzelfde jaar werd in Seattle William Bolcom geboren. Deze pianist/componist, gelauwerd met de Pulitzer Prize (1988) en de National Medal of the Arts (2006) en nog steeds actief, maakt zich hard voor het slechten van grenzen tussen klassieke en lichte muziek. Zijn vier bundels Cabaret Songs staan hiervoor garant. Neem Toothbrush Time: je poetst ’s ochtends je tanden, en wat moet je eigenlijk met die man die zich gisteravond aandiende en nu een eitje staat te bakken? Als het publiek vurig genoeg klapt, horen we ook nog cabaretliederen over een duistere figuur ’s nachts in Rotterdam, de liefdesgod Amor en een man die een vrouw wilde zijn.

Poulenc

  • Francis Poulenc

    op de kermis

    Francis Poulenc

    op de kermis

  • Francis Poulenc

    op de kermis

    Francis Poulenc

    op de kermis

Francis Poulenc, die graag knipoogde naar cabaret- en jazzmuziek, componeerde maar liefst vijfendertig liederen op teksten van de surrealist Guillaume Apollinaire (1880-1918). In verband met Hôtel schreef de componist over een ‘gelukkige luiheid’: ‘De dichter is in zijn hotelkamertje onder het dak in Montparnasse. Hij rekt zich uit en geeuwt. Een zonnestraal valt door het raam en in zijn gelukzaligheid wil hij alleen nog maar zijn sigaret aansteken ’aan het vuur van het daglicht’.’ In hetzelfde Journal de mes mélodies staat over Montparnasse te lezen dat Poulenc er vier jaar over deed – wat hem niet speet omdat hij het als een van zijn beste liederen beschouwde. Het korte Hyde Park daarentegen schreef hij uitzonderlijk snel, nadat hij het park daadwerkelijk gezien had na een optreden in Londen met bariton Pierre Bernac en componist/pianist Benjamin Britten. In La dame de Monte Carlo, op een flinke monoloog van de bevriende toneelschrijver Jean Cocteau, vergokt een oudere dame (van lichte zeden?) haar fortuin in het casino en ziet geen andere uitweg dan zich in zee te verdrinken.

Price

Francis Poulenc, die graag knipoogde naar cabaret- en jazzmuziek, componeerde maar liefst vijfendertig liederen op teksten van de surrealist Guillaume Apollinaire (1880-1918). In verband met Hôtel schreef de componist over een ‘gelukkige luiheid’: ‘De dichter is in zijn hotelkamertje onder het dak in Montparnasse. Hij rekt zich uit en geeuwt. Een zonnestraal valt door het raam en in zijn gelukzaligheid wil hij alleen nog maar zijn sigaret aansteken ’aan het vuur van het daglicht’.’ In hetzelfde Journal de mes mélodies staat over Montparnasse te lezen dat Poulenc er vier jaar over deed – wat hem niet speet omdat hij het als een van zijn beste liederen beschouwde. Het korte Hyde Park daarentegen schreef hij uitzonderlijk snel, nadat hij het park daadwerkelijk gezien had na een optreden in Londen met bariton Pierre Bernac en componist/pianist Benjamin Britten. In La dame de Monte Carlo, op een flinke monoloog van de bevriende toneelschrijver Jean Cocteau, vergokt een oudere dame (van lichte zeden?) haar fortuin in het casino en ziet geen andere uitweg dan zich in zee te verdrinken.

Price

  • Florence Price

    Florence Price

  • Florence Price

    Florence Price

De spiritual Sometimes I Feel Like a Motherless Child stamt uit de tijd van de slavernij en inspireerde halverwege de vorige eeuw de strijd voor gelijke burgerrechten. Strijden voor gelijke behandeling moest ook Florence Price, als vrouw van Afro-Amerikaanse afkomst in de wittemannenwereld van de klassieke muziek. Price – opgeleid aan het conservatorium van Boston en ook optredend als organiste en pianiste – componeerde zo’n honderd liederen, inclusief arrangementen van spirituals en Amerikaanse volksmuziek. Haar oeuvre raakt steeds meer ontsloten, en Songs to the Dark Virgin is vooralsnog een van haar bekendere werken. De tekst is van James Mercer Langston Hughes, een van de voornaamste representanten van de Harlem Renaissance, een literaire stroming van zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren 1920.  

De spiritual Sometimes I Feel Like a Motherless Child stamt uit de tijd van de slavernij en inspireerde halverwege de vorige eeuw de strijd voor gelijke burgerrechten. Strijden voor gelijke behandeling moest ook Florence Price, als vrouw van Afro-Amerikaanse afkomst in de wittemannenwereld van de klassieke muziek. Price – opgeleid aan het conservatorium van Boston en ook optredend als organiste en pianiste – componeerde zo’n honderd liederen, inclusief arrangementen van spirituals en Amerikaanse volksmuziek. Haar oeuvre raakt steeds meer ontsloten, en Songs to the Dark Virgin is vooralsnog een van haar bekendere werken. De tekst is van James Mercer Langston Hughes, een van de voornaamste representanten van de Harlem Renaissance, een literaire stroming van zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren 1920.  

door Lonneke Tausch

Rising Stars: Axelle Fanyo & Kunal Lahiry

door Lonneke Tausch

Vanavond doet de beslisboom zijn intrede in de Vocale Serie. Het publiek heeft namelijk inspraak: op basis van het applaus slaat het duo links- danwel rechtsaf. Bevalt Copland goed? Dan volgen ook de andere elf van diens Twelve Poems of Emily Dickinson. Maar als het enthousiasme doorslaat naar Caplet komen diens Fables de Jean de La Fontaine alle drie tot klinken, in combinatie met de Histoires naturelles van land- en tijdgenoot Ravel. Ook na de pauze valt de stapel meegebrachte partituren in tweeën uiteen. Frankrijk of Amerika: Poulenc, of toch liever Price en Bolcom? De zaal klapt en kiest! ‘Axelle Fanyo koestert duidelijk het plezier van het vertellen van verhalen die haar lied een andere dimensie geven’, schreef Forum Opéra al eens. Voor deze publieksgestuurde avond stelde ze dan ook een repertoire samen van uitermate verhalende liederen.

Schönberg

Vanavond doet de beslisboom zijn intrede in de Vocale Serie. Het publiek heeft namelijk inspraak: op basis van het applaus slaat het duo links- danwel rechtsaf. Bevalt Copland goed? Dan volgen ook de andere elf van diens Twelve Poems of Emily Dickinson. Maar als het enthousiasme doorslaat naar Caplet komen diens Fables de Jean de La Fontaine alle drie tot klinken, in combinatie met de Histoires naturelles van land- en tijdgenoot Ravel. Ook na de pauze valt de stapel meegebrachte partituren in tweeën uiteen. Frankrijk of Amerika: Poulenc, of toch liever Price en Bolcom? De zaal klapt en kiest! ‘Axelle Fanyo koestert duidelijk het plezier van het vertellen van verhalen die haar lied een andere dimensie geven’, schreef Forum Opéra al eens. Voor deze publieksgestuurde avond stelde ze dan ook een repertoire samen van uitermate verhalende liederen.

Schönberg

  • Arnold Schönberg

    Arnold Schönberg

  • Arnold Schönberg

    Arnold Schönberg

De muziek van jubilaris Arnold Schönberg – 150 jaar geleden geboren – staat niet te boek als toegankelijke binnenkomer. Maar in zijn vroege Vier Lieder, opus 2 staat de Weense componist nog met twee benen in de toontaal van voorgangers Brahms en Wagner; de radicale atonaliteit waar hij naartoe zal groeien is nog ver weg. Schönberg droeg ze op aan zijn mentor, vriend en zwager Alexander von Zemlinsky. De poëzie van de eerste drie liederen is afkomstig uit Weib und Welt van Richard Dehmel, en was nog maar net verschenen toen Schönberg deze woorden al muziek gaf. Ook een van zijn bekendste werken, het strijksextet Verklärte Nacht (1899), schreef hij bij een tekst uit diezelfde Dehmel-bundel. In 1912 zou de componist aan de dichter schrijven dat wat zijn gedichten in hem losmaakten hem een nieuwe lyrische toon hadden doen vinden.

Copland

De muziek van jubilaris Arnold Schönberg – 150 jaar geleden geboren – staat niet te boek als toegankelijke binnenkomer. Maar in zijn vroege Vier Lieder, opus 2 staat de Weense componist nog met twee benen in de toontaal van voorgangers Brahms en Wagner; de radicale atonaliteit waar hij naartoe zal groeien is nog ver weg. Schönberg droeg ze op aan zijn mentor, vriend en zwager Alexander von Zemlinsky. De poëzie van de eerste drie liederen is afkomstig uit Weib und Welt van Richard Dehmel, en was nog maar net verschenen toen Schönberg deze woorden al muziek gaf. Ook een van zijn bekendste werken, het strijksextet Verklärte Nacht (1899), schreef hij bij een tekst uit diezelfde Dehmel-bundel. In 1912 zou de componist aan de dichter schrijven dat wat zijn gedichten in hem losmaakten hem een nieuwe lyrische toon hadden doen vinden.

Copland

  • Aaron Copland

    Aaron Copland

  • Aaron Copland

    Aaron Copland

De Amerikaan Aaron Copland toonzette in 1949-50 twaalf gedichten van zijn toen nog niet erg gewaardeerde landgenoot Emily Dickinson (1830-1886). De cyclus is Coplands langste en populairste zangwerk, en ieder deel droeg hij op aan een andere bevriende componist. Het openingslied, Nature, the Gentlest Mother, portretteert de natuur als een liefdevolle moeder die zelfs het nietigste bloemetje koestert; al meteen in Coplands eerste noten hoor je vogelgezang. In de elf liederen die volgen – of niet, afhankelijk van het applausgehalte – komt meer van dergelijke tekstschildering voor: in het stormachtige tweede lied klinkt op ‘bugle’ een kopersignaal, in The World Feels Dusty komt alles tot stilstand en in Going to Heaven reikt de zangmelodie hemelwaarts.

Ravel en Caplet

De Amerikaan Aaron Copland toonzette in 1949-50 twaalf gedichten van zijn toen nog niet erg gewaardeerde landgenoot Emily Dickinson (1830-1886). De cyclus is Coplands langste en populairste zangwerk, en ieder deel droeg hij op aan een andere bevriende componist. Het openingslied, Nature, the Gentlest Mother, portretteert de natuur als een liefdevolle moeder die zelfs het nietigste bloemetje koestert; al meteen in Coplands eerste noten hoor je vogelgezang. In de elf liederen die volgen – of niet, afhankelijk van het applausgehalte – komt meer van dergelijke tekstschildering voor: in het stormachtige tweede lied klinkt op ‘bugle’ een kopersignaal, in The World Feels Dusty komt alles tot stilstand en in Going to Heaven reikt de zangmelodie hemelwaarts.

Ravel en Caplet

  • Maurice Ravel

    Maurice Ravel

  • André Caplet

    Foto: Elmer Chickering

    André Caplet

    Foto: Elmer Chickering

  • Maurice Ravel

    Maurice Ravel

  • André Caplet

    Foto: Elmer Chickering

    André Caplet

    Foto: Elmer Chickering

In zijn Histoires naturelles laat Maurice Ravel de pauw trots voortschrijden, de krekel sjirpen in hoge pianotrillers en de zwaan sierlijk over het water glijden. Als de pijlsnelle ijsvogel even is neergestreken verstilt de muziek, en in het slotdeel weerklinken het onmelodieuze geroep en het nerveuzige bewegen van een parelhoen. In zijn muzikale weergave van de dieren, grappig en soms karikaturaal, schaart Ravel zich achter schrijver Jules Renard – ja, zijn achternaam is ‘Vos’ – die in zijn prozagedichten uit 1894 aan dieren menselijke eigenschappen had toegekend.  

Ravels vijf vermakelijke dierenliederen gaan we alleen horen als de aanwezigen het lied van André Caplet over de raaf en de vos voldoende toejuichen. Dat is het eerste van de Trois fables de Jean de La Fontaine, waarin ook met de nodige humor dieren in muziek worden gevangen. In de tweede fabel figureren een sprinkhaan en een mier, in de derde een wolf en een lam. Waar Ravel teksten koos van een tijdgenoot greep Caplet terug naar vertellingen uit de zeventiende eeuw.

Avramidou

In zijn Histoires naturelles laat Maurice Ravel de pauw trots voortschrijden, de krekel sjirpen in hoge pianotrillers en de zwaan sierlijk over het water glijden. Als de pijlsnelle ijsvogel even is neergestreken verstilt de muziek, en in het slotdeel weerklinken het onmelodieuze geroep en het nerveuzige bewegen van een parelhoen. In zijn muzikale weergave van de dieren, grappig en soms karikaturaal, schaart Ravel zich achter schrijver Jules Renard – ja, zijn achternaam is ‘Vos’ – die in zijn prozagedichten uit 1894 aan dieren menselijke eigenschappen had toegekend.  

Ravels vijf vermakelijke dierenliederen gaan we alleen horen als de aanwezigen het lied van André Caplet over de raaf en de vos voldoende toejuichen. Dat is het eerste van de Trois fables de Jean de La Fontaine, waarin ook met de nodige humor dieren in muziek worden gevangen. In de tweede fabel figureren een sprinkhaan en een mier, in de derde een wolf en een lam. Waar Ravel teksten koos van een tijdgenoot greep Caplet terug naar vertellingen uit de zeventiende eeuw.

Avramidou

  • Sofia Avramidou

    Foto: Franck Ferville

    Sofia Avramidou

    Foto: Franck Ferville

  • Sofia Avramidou

    Foto: Franck Ferville

    Sofia Avramidou

    Foto: Franck Ferville

De Griekse componiste Sofia Avramidou kwam op het idee voor Entre les miroirs (‘Tussen de spiegels’) door een ­documentaire over een ontmoeting die nooit plaatshad: The Night Fernando Pessoa Met Constantine Cavafy (2008). Zo werd Entre les miroirs een fusie tussen
I pólis (‘De stad’) van de Griekse dichter Cavafy en Lisboa com suas casas (‘Lissabon met zijn huizen’) van de Portugees Pessoa. De samengestelde tekst roept de verslindende energie op van een imaginaire stad die onze eigen evolutie overspoelt. De twee oorspronkelijke gedichten weerspiegelen in elkaar, en Avramidous lied doet iets soortgelijks door de sonoriteit van het lichaam te combineren met de stem. 

Bolcom

De Griekse componiste Sofia Avramidou kwam op het idee voor Entre les miroirs (‘Tussen de spiegels’) door een ­documentaire over een ontmoeting die nooit plaatshad: The Night Fernando Pessoa Met Constantine Cavafy (2008). Zo werd Entre les miroirs een fusie tussen
I pólis (‘De stad’) van de Griekse dichter Cavafy en Lisboa com suas casas (‘Lissabon met zijn huizen’) van de Portugees Pessoa. De samengestelde tekst roept de verslindende energie op van een imaginaire stad die onze eigen evolutie overspoelt. De twee oorspronkelijke gedichten weerspiegelen in elkaar, en Avramidous lied doet iets soortgelijks door de sonoriteit van het lichaam te combineren met de stem. 

Bolcom

  • William Bolcom

    Foto: Peter Yates

    William Bolcom

    Foto: Peter Yates

  • William Bolcom

    Foto: Peter Yates

    William Bolcom

    Foto: Peter Yates

De eerste ‘cabarets’ met muzikale voorstellingen duiken op aan het eind van de negentiende eeuw in Parijs, met als bekende voorbeelden Les Folies Bergères en Le Chat Noir. In New York opende in 1938 het op dezelfde leest geschoeide Café Society, waar op de openingsavond een zangeres optrad die wereldberoemd zou worden: Billie Holiday. In datzelfde jaar werd in Seattle William Bolcom geboren. Deze pianist/componist, gelauwerd met de Pulitzer Prize (1988) en de National Medal of the Arts (2006) en nog steeds actief, maakt zich hard voor het slechten van grenzen tussen klassieke en lichte muziek. Zijn vier bundels Cabaret Songs staan hiervoor garant. Neem Toothbrush Time: je poetst ’s ochtends je tanden, en wat moet je eigenlijk met die man die zich gisteravond aandiende en nu een eitje staat te bakken? Als het publiek vurig genoeg klapt, horen we ook nog cabaretliederen over een duistere figuur ’s nachts in Rotterdam, de liefdesgod Amor en een man die een vrouw wilde zijn.

Poulenc

De eerste ‘cabarets’ met muzikale voorstellingen duiken op aan het eind van de negentiende eeuw in Parijs, met als bekende voorbeelden Les Folies Bergères en Le Chat Noir. In New York opende in 1938 het op dezelfde leest geschoeide Café Society, waar op de openingsavond een zangeres optrad die wereldberoemd zou worden: Billie Holiday. In datzelfde jaar werd in Seattle William Bolcom geboren. Deze pianist/componist, gelauwerd met de Pulitzer Prize (1988) en de National Medal of the Arts (2006) en nog steeds actief, maakt zich hard voor het slechten van grenzen tussen klassieke en lichte muziek. Zijn vier bundels Cabaret Songs staan hiervoor garant. Neem Toothbrush Time: je poetst ’s ochtends je tanden, en wat moet je eigenlijk met die man die zich gisteravond aandiende en nu een eitje staat te bakken? Als het publiek vurig genoeg klapt, horen we ook nog cabaretliederen over een duistere figuur ’s nachts in Rotterdam, de liefdesgod Amor en een man die een vrouw wilde zijn.

Poulenc

  • Francis Poulenc

    op de kermis

    Francis Poulenc

    op de kermis

  • Francis Poulenc

    op de kermis

    Francis Poulenc

    op de kermis

Francis Poulenc, die graag knipoogde naar cabaret- en jazzmuziek, componeerde maar liefst vijfendertig liederen op teksten van de surrealist Guillaume Apollinaire (1880-1918). In verband met Hôtel schreef de componist over een ‘gelukkige luiheid’: ‘De dichter is in zijn hotelkamertje onder het dak in Montparnasse. Hij rekt zich uit en geeuwt. Een zonnestraal valt door het raam en in zijn gelukzaligheid wil hij alleen nog maar zijn sigaret aansteken ’aan het vuur van het daglicht’.’ In hetzelfde Journal de mes mélodies staat over Montparnasse te lezen dat Poulenc er vier jaar over deed – wat hem niet speet omdat hij het als een van zijn beste liederen beschouwde. Het korte Hyde Park daarentegen schreef hij uitzonderlijk snel, nadat hij het park daadwerkelijk gezien had na een optreden in Londen met bariton Pierre Bernac en componist/pianist Benjamin Britten. In La dame de Monte Carlo, op een flinke monoloog van de bevriende toneelschrijver Jean Cocteau, vergokt een oudere dame (van lichte zeden?) haar fortuin in het casino en ziet geen andere uitweg dan zich in zee te verdrinken.

Price

Francis Poulenc, die graag knipoogde naar cabaret- en jazzmuziek, componeerde maar liefst vijfendertig liederen op teksten van de surrealist Guillaume Apollinaire (1880-1918). In verband met Hôtel schreef de componist over een ‘gelukkige luiheid’: ‘De dichter is in zijn hotelkamertje onder het dak in Montparnasse. Hij rekt zich uit en geeuwt. Een zonnestraal valt door het raam en in zijn gelukzaligheid wil hij alleen nog maar zijn sigaret aansteken ’aan het vuur van het daglicht’.’ In hetzelfde Journal de mes mélodies staat over Montparnasse te lezen dat Poulenc er vier jaar over deed – wat hem niet speet omdat hij het als een van zijn beste liederen beschouwde. Het korte Hyde Park daarentegen schreef hij uitzonderlijk snel, nadat hij het park daadwerkelijk gezien had na een optreden in Londen met bariton Pierre Bernac en componist/pianist Benjamin Britten. In La dame de Monte Carlo, op een flinke monoloog van de bevriende toneelschrijver Jean Cocteau, vergokt een oudere dame (van lichte zeden?) haar fortuin in het casino en ziet geen andere uitweg dan zich in zee te verdrinken.

Price

  • Florence Price

    Florence Price

  • Florence Price

    Florence Price

De spiritual Sometimes I Feel Like a Motherless Child stamt uit de tijd van de slavernij en inspireerde halverwege de vorige eeuw de strijd voor gelijke burgerrechten. Strijden voor gelijke behandeling moest ook Florence Price, als vrouw van Afro-Amerikaanse afkomst in de wittemannenwereld van de klassieke muziek. Price – opgeleid aan het conservatorium van Boston en ook optredend als organiste en pianiste – componeerde zo’n honderd liederen, inclusief arrangementen van spirituals en Amerikaanse volksmuziek. Haar oeuvre raakt steeds meer ontsloten, en Songs to the Dark Virgin is vooralsnog een van haar bekendere werken. De tekst is van James Mercer Langston Hughes, een van de voornaamste representanten van de Harlem Renaissance, een literaire stroming van zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren 1920.  

De spiritual Sometimes I Feel Like a Motherless Child stamt uit de tijd van de slavernij en inspireerde halverwege de vorige eeuw de strijd voor gelijke burgerrechten. Strijden voor gelijke behandeling moest ook Florence Price, als vrouw van Afro-Amerikaanse afkomst in de wittemannenwereld van de klassieke muziek. Price – opgeleid aan het conservatorium van Boston en ook optredend als organiste en pianiste – componeerde zo’n honderd liederen, inclusief arrangementen van spirituals en Amerikaanse volksmuziek. Haar oeuvre raakt steeds meer ontsloten, en Songs to the Dark Virgin is vooralsnog een van haar bekendere werken. De tekst is van James Mercer Langston Hughes, een van de voornaamste representanten van de Harlem Renaissance, een literaire stroming van zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren 1920.  

door Lonneke Tausch

Biografie

Axelle Fanyo, sopraan

Na haar Kleine Zaal-debuut van 16 februari 2023 met pianist Julius Drake keert Axelle Fanyo een jaar later al terug. De Française studeerde musicologie aan de Sorbonne in Parijs en won een vioolprijs van het Conservatoire de La Courneuve voordat ze in 2016 in Parijs haar masterdiploma zang behaalde bij Glenn Chambers.

Ze deed workshops bij Opera Fuoco, was in 2019 lid van Renée Flemings Song Studio at Carnegie Hall en volgde masterclasses bij Véronique Gens, Waltraud Meier en Felicity Lott.

In 2019 won Axelle Fanyo in Los Angeles de Kaleidoscope Competition en in Montréal het recitalconcours van het Classica Festival. De sopraan gaf recitals in Washington, Lille en Parijs (Musée d’Orsay en Opéra Comique), zong opera met Les Talens Lyriques (Legrenzi), in Caen en Dijon (Janáček), Lyon (John Adams) en Toulouse (Richard Strauss), en tourde met Le Concert Spirituel en Hervé Niquet.

Voor concertrepertoire werd Axelle Fanyo geëngageerd door Les Siècles (Brahms en Mahler), het Orchestre du Capitole in Toulouse (Saint-Saëns, inclusief cd-opnames) en het Orchestre de Paris (Debussy’s La damoiselle élue). Deze laatste productie werd geleid door Esa-Pekka Salonen, die haar uitnodigde voor Saariaho’s opera Adriana Mater met het San Francisco Symphony Orchestra. Deutsche Grammophon maakt met Axelle Fanyo haar eerste solo-cd, met liedrepertoire van Weill, Ravel en Bolcom.

Kunal Lahiry, Piano

De Indiaas-Amerikaanse pianist Kunal Lahiry is BBC New Generation Artist. Hij studeerde aan de Canadese McGill University en specialiseerde zich aan de Hochschule for Müsik ‘Hanns Eisler’ in zijn huidige woonplaats Berlijn in liedbegeleiding. 

Hij nam deel aan de eerste Song Studio at Carnegie Hall van Renée Fleming, werkte met Thomas Hampson aan de Heidelberger Frühling Liedakademie en was prijswinnaar van de Oxenfoord International Summer School van Malcolm Martineau. Highlights waren optredens in Wigmore Hall in Londen, de Elbphilharmonie in Hamburg, de Pierre Boulez Saal in Berlijn en het Kennedy Center in Washington, en op de festivals van Ludwigsburg en Aix-en-Provence. 

Afgelopen juni cureerde Kunal Lahiry in Bristol het Queer Song Festival, en hij zit middenin het grootschalige project trans*Winterreise, waarin hij analoog aan Schuberts bekende liedcyclus samen met dichters en componisten van nu een nieuw 24-delig betoog ontwikkelt over de queer identiteit.

Andere opvallende projecten zijn de videoproductie Homescapes met ­sopraan annex visueel kunstenaar Álfheiður Erla Guðmundsdóttir, een muziekvideo voor het Liedzentrum Heidelberg over queerness in de klassieke muziek en een samenwerking met popzanger Lie Ning op de Reeperbahn in Hamburg. Kunal Lahiry maakt zijn debuut in Het Concertgebouw.