Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Rietpioniers

door Laura Roling
15 jan. 2021 15 januari 2021

Het rietkwintet werd in 1985 ‘geboren’ op een Amsterdamse school. In de 35 jaar daarna heeft Calefax, het eerste ensemble in zijn soort, de wereld veroverd. We spreken met saxofonist Raaf Hekkema, Calefaxer van het eerste uur.

Calefax

foto: Marco Borggreve

Calefax

foto: Marco Borggreve

Calefax

foto: Marco Borggreve

Calefax

foto: Marco Borggreve

v.l.n.r. Oliver Boekhoorn, Raaf Hekkema, Ivar Berix, Jelte Althuis en Alban Wesly

‘We waren vier schooljongens op de achterste rij van het school­orkest van het Barlaeusgymnasium in Amsterdam. Ter gelegenheid van het eeuwfeest van de school was componist Willem van Manen gevraagd om een opera te schrijven. Wij waren zo brutaal dat we op hem afstapten en vroegen of hij misschien ook iets voor ons wilde componeren.’ Dat zag hij wel zitten, al stond hij erop een klarinet toe te voegen aan het ensemble van rietblazers. ‘Het was onze leraar Duits die destijds ons kwintet compleet maakte.’ En zo werd het rietkwintet ‘uitgevonden’ op een Amsterdamse middelbare school.

Netwerk
De schooljongens gingen na hun eindexamen naar het conservatorium, waardoor Calefax als vanzelf uitgroeide tot het eerste professionele kwintet in zijn soort. Het enige is Calefax allang niet meer. ‘We hebben inmiddels navolging gekregen van zo’n vijftig rietkwintetten van over de hele wereld’, vertelt Hekkema. Met deze collega’s deelt Calefax kennis, composities en arrangementen via het door het ensemble opgerichte Worldwide Reed Quintet Network. Dat is broodnodig, want anders dan voor andere kamermuziek­constellaties – denk bijvoorbeeld aan strijkers of koperkwintetten – is er simpelweg geen kant-en-klaar klassiek repertoire dat zomaar ter hand genomen kan worden. Alles moet nieuw gecomponeerd of gearrangeerd worden. ‘We willen dat onze ‘uitvinding’ voortleeft, en voelen ons daar ook verantwoordelijk voor. Zo stellen we onze arrangementen en nieuwe composities beschikbaar voor andere ensembles, zodat zij een repertoire hebben om uit te putten.’

v.l.n.r. Oliver Boekhoorn, Raaf Hekkema, Ivar Berix, Jelte Althuis en Alban Wesly

‘We waren vier schooljongens op de achterste rij van het school­orkest van het Barlaeusgymnasium in Amsterdam. Ter gelegenheid van het eeuwfeest van de school was componist Willem van Manen gevraagd om een opera te schrijven. Wij waren zo brutaal dat we op hem afstapten en vroegen of hij misschien ook iets voor ons wilde componeren.’ Dat zag hij wel zitten, al stond hij erop een klarinet toe te voegen aan het ensemble van rietblazers. ‘Het was onze leraar Duits die destijds ons kwintet compleet maakte.’ En zo werd het rietkwintet ‘uitgevonden’ op een Amsterdamse middelbare school.

Netwerk
De schooljongens gingen na hun eindexamen naar het conservatorium, waardoor Calefax als vanzelf uitgroeide tot het eerste professionele kwintet in zijn soort. Het enige is Calefax allang niet meer. ‘We hebben inmiddels navolging gekregen van zo’n vijftig rietkwintetten van over de hele wereld’, vertelt Hekkema. Met deze collega’s deelt Calefax kennis, composities en arrangementen via het door het ensemble opgerichte Worldwide Reed Quintet Network. Dat is broodnodig, want anders dan voor andere kamermuziek­constellaties – denk bijvoorbeeld aan strijkers of koperkwintetten – is er simpelweg geen kant-en-klaar klassiek repertoire dat zomaar ter hand genomen kan worden. Alles moet nieuw gecomponeerd of gearrangeerd worden. ‘We willen dat onze ‘uitvinding’ voortleeft, en voelen ons daar ook verantwoordelijk voor. Zo stellen we onze arrangementen en nieuwe composities beschikbaar voor andere ensembles, zodat zij een repertoire hebben om uit te putten.’

Calefax

foto: Jochem Sanders

Calefax

foto: Jochem Sanders

Calefax

foto: Jochem Sanders

Calefax

foto: Jochem Sanders

Historische muziekpraktijk
Aanvankelijk was Calefax een vreemde eend in de bijt. Het waren de jaren 1980 en het gedachtegoed omtrent de historische uitvoeringspraktijk domineerde de muziekwereld. Hekkema: ‘Wij zijn ook in die traditie opgeleid. De partituur is heilig, je voert iets zoveel mogelijk uit zoals dat ten tijde van de componist gedaan werd en daar morrel je niet aan. En misschien dat we daarom, ook om kritiek uit die hoek zoveel mogelijk te vermijden, aanvankelijk begonnen zijn met het arrangeren van oude muziek. Die dicteerde immers amper specifieke instrumenten.’ Raaf lacht. ‘Sindsdien hebben we wel zo ongeveer alles ter hand genomen, van de Renaissance tot de eenentwintigste eeuw en alles ertussen.’

Nieuw licht
Met basklarinettist Jelte Althuis verzorgt Raaf Hekkema het gros van de Calefax-arrangementen. Hekkema: ­‘Arrangeren voelt voor mij soms zelfs een beetje als spijbelen, zo leuk vind ik het. Het voelt niet als werk.’ Maar hoe doe je dat, het vertalen van een bestaand werk naar een stuk voor vijf rietblazers? ‘Als je gaat arrangeren, pel je eerst de verschijningsvorm van het originele stuk af, totdat je terug bent bij het geraamte. Dan weet je hoe het stuk in de kern in elkaar zit, en kun je gaan fantaseren hoe je het kunt vormgeven voor een andere bezetting. Het is dus niet zo dat je de specifieke klank of eigenschappen van een viool als uitgangspunt neemt en die zo goed en zo kwaad als het gaat probeert te vervullen met een rietinstrument. Zo werken wij in ieder geval niet. Wij willen juist in onze arrangementen nieuw licht werpen op bestaande composities.’

Calefax arrangeert en speelt veel, maar niet álles. Op de vraag of er iets is waar hij zich nooit aan zou wagen is Hekkema stellig: Le sacre du printemps van Stravinsky. ‘Ik durf best veel aan te pakken, maar ik denk dat er artistiek maar weinig te winnen valt met een arrangement van Le sacre voor vijf rietblazers. Dus daar wagen we ons ­absoluut niet aan.’

Vertild
In de afgelopen 35 jaar is het één keer gebeurd dat Calefax zich ergens aan vertild heeft. Een nieuw stuk van de Nederlandse componist Gijsbrecht Royé. ‘Het was microtonaal, en we zijn er ondanks al onze inspanningen niet in geslaagd om het voor elkaar te krijgen. Als je zou berekenen hoeveel manuren we er per minuut muziek in hebben gestopt, dan kom je op iets krankzinnigs uit. We hebben wel een voorstudie van het uiteindelijke werk gespeeld voor publiek, maar verder dan dat zijn we niet gekomen. Ik vond het overigens wel heel leuke, creatieve muziek, dus de meest complexe bladzijde van de partituur hangt in mijn werkkamer aan de muur, om mezelf altijd nederig te houden.’

Raaf Hekkema
in 13 dilemma’s

thee / koffie
dag / nacht
stad / platteland
restaurant
/ café
zee / bergen
bioscoop / theater
jazz / pop
Spotify / cd-speler
bladmuziek / iPad
musiceren / luisteren
kruis / mol
wandelen / fietsen
musiceren / arrangeren


Bach

Het jaar 2020 was, zoals voor veel muzikanten, ook voor Calefax een moeilijk jaar, vol geannuleerde nationale en internationale optredens. Wél kwam er een nieuwe cd uit, Bach’s Musical Offerings. De saxofonist arrangeerde hiervoor onder meer Bachs Musikalisches Opfer, een stuk dat al een jaar of tien jaar op zijn wensenlijstje stond voor Calefax. De cd werd aangevuld met andere composities uit het jaar waarin Bach 63 jaar oud werd. ‘Voor mij voelde het een beetje als een sluitstuk van het arrangeren van de grote late contrapuntische Bachwerken voor Calefax.’

De Nieuwe Wereld
Met zijn nieuwste programma – dat op een nader te bepalen datum zal worden uitgevoerd – vol Amerikaanse muziek laat Calefax zich van een heel andere kant zien. ‘Het idee hiervoor kwam van Jelte Althuis, onze basklarinettist. Hij las over Jeannette Thurber, een Amerikaanse die aan het eind van de negentiende eeuw het National Conservatory in New York had opgericht. In die periode was Amerika nog heel erg zoekende naar een eigen identiteit als natie, ook op artistiek vlak. Jeannette Thurber nodigde daarom componist Antonín Dvořák uit om op dat vlak als gids te dienen en de Amerikanen te helpen bij het ontdekken van hun muzikale identiteit. Dvořák had immers grote roem verworven vanwege de manier waarop hij Boheemse en Slavische volksmuziek uit zijn geboortestreek had weten te transformeren tot kunstmuziek.’

Slavenliederen
‘Dvořák verhuisde met zijn gezin naar Amerika. Hij kreeg een aanstelling aan het conservatorium om les te geven en onderzoek te doen naar Amerikaanse muziektradities. Daar raakte hij bevriend met een getalenteerde Afro-­Amerikaanse muziekstudent, Henry Burleigh, die op de school bijkluste als schoonmaker. Tijdens het schoonmaken zong hij liederen die hij had geleerd van zijn grootvader, die nog in slavernij had geleefd. Zo kwam Dvořák in contact met de ­Afro-Amerikaanse slavenliederen. Hij realiseerde zich dat daar een immense schat aan muzikaal materiaal in school, die een plek zou moeten krijgen in de nieuwe Amerikaanse kunstmuziek, naast de muziek van de verschillende immigranten van over de hele wereld en de oorspronkelijke bewoners van het land. De toekomst van de nieuwe Amerikaanse muziek school in het samenbrengen van de grote diversiteit aan bestaande muziektradities van verschillende bevolkingsgroepen, aldus Dvořák.’
In die geest speelt Calefax niet alleen muziek van Dvořák zelf, maar ook van Henry Burleigh en componisten die verder zijn gegaan met Dvořáks ideeën over de Amerikaanse muziek, zoals Samuel Barber en Aaron Copland. Ook een nieuw werk van de Duitse hedendaagse componist Tobias Klein, geïnspireerd door het Amerikaanse thema, staat op het programma. Hekkema: ‘Ook nu weer blijft het bouwen aan nieuw repertoire voor rietkwintet voor ons een prioriteit.’

Historische muziekpraktijk
Aanvankelijk was Calefax een vreemde eend in de bijt. Het waren de jaren 1980 en het gedachtegoed omtrent de historische uitvoeringspraktijk domineerde de muziekwereld. Hekkema: ‘Wij zijn ook in die traditie opgeleid. De partituur is heilig, je voert iets zoveel mogelijk uit zoals dat ten tijde van de componist gedaan werd en daar morrel je niet aan. En misschien dat we daarom, ook om kritiek uit die hoek zoveel mogelijk te vermijden, aanvankelijk begonnen zijn met het arrangeren van oude muziek. Die dicteerde immers amper specifieke instrumenten.’ Raaf lacht. ‘Sindsdien hebben we wel zo ongeveer alles ter hand genomen, van de Renaissance tot de eenentwintigste eeuw en alles ertussen.’

Nieuw licht
Met basklarinettist Jelte Althuis verzorgt Raaf Hekkema het gros van de Calefax-arrangementen. Hekkema: ­‘Arrangeren voelt voor mij soms zelfs een beetje als spijbelen, zo leuk vind ik het. Het voelt niet als werk.’ Maar hoe doe je dat, het vertalen van een bestaand werk naar een stuk voor vijf rietblazers? ‘Als je gaat arrangeren, pel je eerst de verschijningsvorm van het originele stuk af, totdat je terug bent bij het geraamte. Dan weet je hoe het stuk in de kern in elkaar zit, en kun je gaan fantaseren hoe je het kunt vormgeven voor een andere bezetting. Het is dus niet zo dat je de specifieke klank of eigenschappen van een viool als uitgangspunt neemt en die zo goed en zo kwaad als het gaat probeert te vervullen met een rietinstrument. Zo werken wij in ieder geval niet. Wij willen juist in onze arrangementen nieuw licht werpen op bestaande composities.’

Calefax arrangeert en speelt veel, maar niet álles. Op de vraag of er iets is waar hij zich nooit aan zou wagen is Hekkema stellig: Le sacre du printemps van Stravinsky. ‘Ik durf best veel aan te pakken, maar ik denk dat er artistiek maar weinig te winnen valt met een arrangement van Le sacre voor vijf rietblazers. Dus daar wagen we ons ­absoluut niet aan.’

Vertild
In de afgelopen 35 jaar is het één keer gebeurd dat Calefax zich ergens aan vertild heeft. Een nieuw stuk van de Nederlandse componist Gijsbrecht Royé. ‘Het was microtonaal, en we zijn er ondanks al onze inspanningen niet in geslaagd om het voor elkaar te krijgen. Als je zou berekenen hoeveel manuren we er per minuut muziek in hebben gestopt, dan kom je op iets krankzinnigs uit. We hebben wel een voorstudie van het uiteindelijke werk gespeeld voor publiek, maar verder dan dat zijn we niet gekomen. Ik vond het overigens wel heel leuke, creatieve muziek, dus de meest complexe bladzijde van de partituur hangt in mijn werkkamer aan de muur, om mezelf altijd nederig te houden.’

Raaf Hekkema
in 13 dilemma’s

thee / koffie
dag / nacht
stad / platteland
restaurant
/ café
zee / bergen
bioscoop / theater
jazz / pop
Spotify / cd-speler
bladmuziek / iPad
musiceren / luisteren
kruis / mol
wandelen / fietsen
musiceren / arrangeren


Bach

Het jaar 2020 was, zoals voor veel muzikanten, ook voor Calefax een moeilijk jaar, vol geannuleerde nationale en internationale optredens. Wél kwam er een nieuwe cd uit, Bach’s Musical Offerings. De saxofonist arrangeerde hiervoor onder meer Bachs Musikalisches Opfer, een stuk dat al een jaar of tien jaar op zijn wensenlijstje stond voor Calefax. De cd werd aangevuld met andere composities uit het jaar waarin Bach 63 jaar oud werd. ‘Voor mij voelde het een beetje als een sluitstuk van het arrangeren van de grote late contrapuntische Bachwerken voor Calefax.’

De Nieuwe Wereld
Met zijn nieuwste programma – dat op een nader te bepalen datum zal worden uitgevoerd – vol Amerikaanse muziek laat Calefax zich van een heel andere kant zien. ‘Het idee hiervoor kwam van Jelte Althuis, onze basklarinettist. Hij las over Jeannette Thurber, een Amerikaanse die aan het eind van de negentiende eeuw het National Conservatory in New York had opgericht. In die periode was Amerika nog heel erg zoekende naar een eigen identiteit als natie, ook op artistiek vlak. Jeannette Thurber nodigde daarom componist Antonín Dvořák uit om op dat vlak als gids te dienen en de Amerikanen te helpen bij het ontdekken van hun muzikale identiteit. Dvořák had immers grote roem verworven vanwege de manier waarop hij Boheemse en Slavische volksmuziek uit zijn geboortestreek had weten te transformeren tot kunstmuziek.’

Slavenliederen
‘Dvořák verhuisde met zijn gezin naar Amerika. Hij kreeg een aanstelling aan het conservatorium om les te geven en onderzoek te doen naar Amerikaanse muziektradities. Daar raakte hij bevriend met een getalenteerde Afro-­Amerikaanse muziekstudent, Henry Burleigh, die op de school bijkluste als schoonmaker. Tijdens het schoonmaken zong hij liederen die hij had geleerd van zijn grootvader, die nog in slavernij had geleefd. Zo kwam Dvořák in contact met de ­Afro-Amerikaanse slavenliederen. Hij realiseerde zich dat daar een immense schat aan muzikaal materiaal in school, die een plek zou moeten krijgen in de nieuwe Amerikaanse kunstmuziek, naast de muziek van de verschillende immigranten van over de hele wereld en de oorspronkelijke bewoners van het land. De toekomst van de nieuwe Amerikaanse muziek school in het samenbrengen van de grote diversiteit aan bestaande muziektradities van verschillende bevolkingsgroepen, aldus Dvořák.’
In die geest speelt Calefax niet alleen muziek van Dvořák zelf, maar ook van Henry Burleigh en componisten die verder zijn gegaan met Dvořáks ideeën over de Amerikaanse muziek, zoals Samuel Barber en Aaron Copland. Ook een nieuw werk van de Duitse hedendaagse componist Tobias Klein, geïnspireerd door het Amerikaanse thema, staat op het programma. Hekkema: ‘Ook nu weer blijft het bouwen aan nieuw repertoire voor rietkwintet voor ons een prioriteit.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.