Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl

Wie is Richard Strauss?

Richard Strauss

componist

Richard Strauss was een Duitse componist en dirigent uit de late Romantiek. Hij werd beroemd werd door zijn briljante symfonische gedichten en, later, opera’s. Hij was geen familie van de Oostenrijkse walskoningen met dezelfde naam.

Jonge jaren

Richard Georg Strauss werd op 11 juni 1864 in München geboren als zoon van Franz Joseph Strauss, een ster-hoornist bij het Beierse Hoforkest. Als 12-jarige componeerde hij een feestmars, zijn eerste gepubliceerde werk. Naast zijn muziekopleiding studeerde hij filosofie en kunstgeschiedenis.

Van doorslaggevende betekenis was zijn contact met dirigent Hans von Bülow die hem een aantal dirigentschappen laat vervullen, eerst in de provincie, later door heel Duitsland. Daarmee legde hij de basis voor het orkestrale meesterschap dat hij in zijn composities zou tonen.

Programmatische muziek en het Concertgebouworkest

Als Van Bülows opvolger bij het hoforkest van Meinigen leerde hij de violist Alex Ritter kennen die zijn belangstelling wekt voor de verhalende, beeldrijke muziek van Liszt en Wagner – twee componisten die zijn vader haatte.

Met Don Juan (1888) vestigt Strauss zijn naam als componist van kleurrijke symfonische gedichten (of ‘Tondichtungen’, zoals hij ze zelf noemde): muzikale vertolkingen van poëzie of visuele indrukken, naar het voorbeeld van Liszt.

In de concertzaal hadden ze het effect van een frisse wind, zeker na de zware mega-opera’s van Richard Wagner - ook in Frankrijk, waar Claude Debussy (bepaald geen Duitsland-fan) zich enthousiast uitliet over hun ‘kleur en beeldenrijkdom’.

Ook in Nederland werd Strauss een bekende verschijning: Concertgebouworkest-dirigent Willem Mengelberg nodigtde hem herhaaldelijk uit als dirigent. Als dank droeg Strauss in 1898 zijn orkeststuk Ein Heldenleben aan Mengelberg op.

  • Richard Strauss

    'Met verzoek deze foto op een bescheiden plek op te hangen.', 1899

    Richard Strauss

    'Met verzoek deze foto op een bescheiden plek op te hangen.', 1899

  • Richard Strauss

    'Met verzoek deze foto op een bescheiden plek op te hangen.', 1899

    Richard Strauss

    'Met verzoek deze foto op een bescheiden plek op te hangen.', 1899

  • Richard Strauss

    'Met verzoek deze foto op een bescheiden plek op te hangen.', 1899

    Richard Strauss

    'Met verzoek deze foto op een bescheiden plek op te hangen.', 1899

  • Richard Strauss

    'Met verzoek deze foto op een bescheiden plek op te hangen.', 1899

    Richard Strauss

    'Met verzoek deze foto op een bescheiden plek op te hangen.', 1899

Opera’s

Intussen raakte Strauss steeds meer geïntrigeerd door vocale muziek, mede door zijn huwelijk met zangeres Pauline de Ahna in 1894. Na de eeuwwisseling namen opera’s de plaats van de symfonische gedichten in.

De opera Salomé uit 1905 werd een successchandaal, zowel door Oscar Wilde’s ‘amorele’ tekst als door Strauss’ vaak rauw-moderne klanktaal. De volgende opera, Elektra (1909) markeerde het begin van een jarenlange, glorieuze samenwerking met librettist Hugo von Hofmannsthal.

Zijn grootste operasucces werd Der Rosenkavalier (1911); met de riante opbrengst daarvan financierde hij een villa in Garmisch-Partenkirchen.

Na het overlijden van Hoffmanthal, in 1929, nam Strauss’ operaproductie geleidelijk af. Hij richtte zich meer op orkestdirectie en werd een gezaghebbend organisator. Zo was hij in 1917 mede-oprichter van de Salzburger Festspiele en werd hij twee jaar later mededirecteur van de Wiener Staatsoper.

Nazi’s en laatste jaren

Tegen de groeiende macht van de nazi’s in de jaren dertig bood hij geen weerstand. Van 1933 tot 1936 was hij voorzitter van de Rijkscultuurkamer en tijdens de oorlog liet hij zich fêteren als boegbeeld boegbeeld van de Duitse muziekcultuur.

Dat leverde hem internationaal forse reputatieschade op, maar in 1948 werd hij officieel ‘gedenazificeerd’: Strauss was zelf nooit lid van de nazipartij geweest en had diverse Joodse musici in bescherming genomen.

Zijn laatste grote compositie, het orkestwerk Metamorphosen uit 1945, is tekenend voor zijn karakter: het is een requiem, maar niet zozeer voor de oorlogsdoden als voor de verwoesting van zijn geboortestad München en van het Duitse muziekleven in het algemeen.

Vier jaar later, op 8 september 1949, overleed Strauss in zijn Garmisch-villa op 85-jarige leeftijd.

Bijgewerkt op maandag 26 augustus 2019