Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
interview

Riccardo Chailly: ‘Het vuur blijft aan beide kanten branden’

door Paul Janssen
08 feb. 2026 08 februari 2026

Vorig seizoen moest Riccardo Chailly tot zijn grote spijt Bruckners Negende symfonie met het Concertgebouworkest door gezondheidsklachten aan zich voorbij laten gaan. Nu keert de inmiddels 73-jarige maestro terug. ‘Ik wil elke keer iets doen dat ik nog nooit eerder met het orkest heb gedaan.’

  • Riccardo Chailly

    Foto: Ronald Knapp

    Riccardo Chailly

    Foto: Ronald Knapp

  • Riccardo Chailly

    Foto: Ronald Knapp

    Riccardo Chailly

    Foto: Ronald Knapp

Riccardo Chailly, van 1988 tot 2004 chef-­dirigent van het Concertgebouworkest en vervolgens benoemd tot conductor emeritus, komt nog steeds graag in Amsterdam. We spreken de dirigent kort na de seizoens­opening van La Scala in Milaan met een grootse uitvoering van Lady Macbeth van het district Mtsensk van Dmitri Sjostakovitsj. De Nederlandse taal kan hij nog steeds lezen, alleen het spreken is behoorlijk sleets geraakt. Ook in het Engels weet hij nog altijd met zijn kenmerkende Italiaanse acc­ent als een enthousiaste jonge hond te vertellen. ‘Lady Macbeth in La Scala was een lang gekoesterde wens van mij’, zegt hij ongevraagd. ‘Dat had ik tien jaar geleden al in mijn hoofd.’

Ook het Prokofjev-programma dat hij op 4, 5, 6 en 8 maart met het Concertgebouworkest uitvoert, stond al lang op zijn wensenlijstje. ‘Ik heb met het Orchestra Filharmonica della Scala al verschillende Prokofjev-symfonieën gedaan. Dat kwam ook langs in het gesprek met het Concertgebouw­orkest over de programmering van dit seizoen. En al snel was het voorstel om de cantate Alexander Nevski op het programma te zetten. Dat werk heb ik voor het laatst in 1984 uitgevoerd met The Cleveland Orchestra, dus ik was meteen voor. Ik wilde het graag combineren met Prokofjevs Vierde symfonie omdat die nog nooit door het Concertgebouworkest is gespeeld. Het is dus een soort première. Een geweldig werk, en dan heb ik het over de herziene versie uit 1947 [die Prokofjev zag als een grote verbetering ten opzichte van de oorspronkelijke uit 1930, red.].’ 

‘Ik wil me concentreren op de waarde van de muziek’

‘Ik kijk er echt naar uit. Vooral omdat ik zo’n intense band met het Concertgebouworkest heb en we al zo veel repertoire hebben uitgevoerd. Het is elke keer weer een puzzel, want ik wil mezelf niet herhalen maar iedere keer iets doen dat ik nog nooit eerder met het orkest heb gedaan. Dat is een deel van de vreugde om weer naar Amsterdam te komen. Dit programma voldoet daar helemaal aan. De symfonie is echt een ontdekking voor de musici, en Alexander Nevski is een van de grootste koorwerken uit de twintigste eeuw.’

Artistieke waarde

Prokofjev schreef de muziek in 1937-38 voor een film van Sergei Eisenstein over de dertiende-eeuwse grootvorst Alexander Nevski, die met het Russische leger ten strijde trekt tegen Duitse kr­uisridders. Na een heftige veldslag op de bevroren rivier de Neva wint hij – uiteraard, want de film was vooral bedoeld als propaganda voor het stalinistische Rusland. Hoewel de zevendelige cantate die Prokofjev voor het concertpodium uit de filmmuziek destilleerde al het propagandistische verre overstijgt, blijft het in deze tijd een heikel onderwerp.

‘Het is een meesterwerk. Ook aan de vooravond van Lady Macbeth in La Scala kreeg ik een vergelijkbare opmerking. Ik heb uitgelegd dat het vieren van een genie als Sjostakovitsj niet alleen gedicteerd wordt door het feit dat hij vijftig jaar geleden overleden is. De belangrijkste reden is dat ik zijn persoon los wil maken van de verschrikkingen van vandaag de dag en me wil concentreren op de waarde van de muziek. Grote artiesten uit het verleden zoals Prokofjev en Sjostakovitsj moeten beschermd worden tegen elke associatie met het hedendaagse Russische regime.’

Riccardo Chailly, van 1988 tot 2004 chef-­dirigent van het Concertgebouworkest en vervolgens benoemd tot conductor emeritus, komt nog steeds graag in Amsterdam. We spreken de dirigent kort na de seizoens­opening van La Scala in Milaan met een grootse uitvoering van Lady Macbeth van het district Mtsensk van Dmitri Sjostakovitsj. De Nederlandse taal kan hij nog steeds lezen, alleen het spreken is behoorlijk sleets geraakt. Ook in het Engels weet hij nog altijd met zijn kenmerkende Italiaanse acc­ent als een enthousiaste jonge hond te vertellen. ‘Lady Macbeth in La Scala was een lang gekoesterde wens van mij’, zegt hij ongevraagd. ‘Dat had ik tien jaar geleden al in mijn hoofd.’

Ook het Prokofjev-programma dat hij op 4, 5, 6 en 8 maart met het Concertgebouworkest uitvoert, stond al lang op zijn wensenlijstje. ‘Ik heb met het Orchestra Filharmonica della Scala al verschillende Prokofjev-symfonieën gedaan. Dat kwam ook langs in het gesprek met het Concertgebouw­orkest over de programmering van dit seizoen. En al snel was het voorstel om de cantate Alexander Nevski op het programma te zetten. Dat werk heb ik voor het laatst in 1984 uitgevoerd met The Cleveland Orchestra, dus ik was meteen voor. Ik wilde het graag combineren met Prokofjevs Vierde symfonie omdat die nog nooit door het Concertgebouworkest is gespeeld. Het is dus een soort première. Een geweldig werk, en dan heb ik het over de herziene versie uit 1947 [die Prokofjev zag als een grote verbetering ten opzichte van de oorspronkelijke uit 1930, red.].’ 

‘Ik wil me concentreren op de waarde van de muziek’

‘Ik kijk er echt naar uit. Vooral omdat ik zo’n intense band met het Concertgebouworkest heb en we al zo veel repertoire hebben uitgevoerd. Het is elke keer weer een puzzel, want ik wil mezelf niet herhalen maar iedere keer iets doen dat ik nog nooit eerder met het orkest heb gedaan. Dat is een deel van de vreugde om weer naar Amsterdam te komen. Dit programma voldoet daar helemaal aan. De symfonie is echt een ontdekking voor de musici, en Alexander Nevski is een van de grootste koorwerken uit de twintigste eeuw.’

Artistieke waarde

Prokofjev schreef de muziek in 1937-38 voor een film van Sergei Eisenstein over de dertiende-eeuwse grootvorst Alexander Nevski, die met het Russische leger ten strijde trekt tegen Duitse kr­uisridders. Na een heftige veldslag op de bevroren rivier de Neva wint hij – uiteraard, want de film was vooral bedoeld als propaganda voor het stalinistische Rusland. Hoewel de zevendelige cantate die Prokofjev voor het concertpodium uit de filmmuziek destilleerde al het propagandistische verre overstijgt, blijft het in deze tijd een heikel onderwerp.

‘Het is een meesterwerk. Ook aan de vooravond van Lady Macbeth in La Scala kreeg ik een vergelijkbare opmerking. Ik heb uitgelegd dat het vieren van een genie als Sjostakovitsj niet alleen gedicteerd wordt door het feit dat hij vijftig jaar geleden overleden is. De belangrijkste reden is dat ik zijn persoon los wil maken van de verschrikkingen van vandaag de dag en me wil concentreren op de waarde van de muziek. Grote artiesten uit het verleden zoals Prokofjev en Sjostakovitsj moeten beschermd worden tegen elke associatie met het hedendaagse Russische regime.’

  • Riccardo Chailly

    Foto: Ronald Knapp

    Riccardo Chailly

    Foto: Ronald Knapp

  • Riccardo Chailly

    Foto: Ronald Knapp

    Riccardo Chailly

    Foto: Ronald Knapp

Duidelijk. Al is dat niet de reden geweest voor een compleet Prokofjev-­programma bij het Concertgebouworkest. ‘Ik besteed graag een compleet programma aan één componist, zoals in maart 2023 ook Rachmaninoff. Dat biedt de mogelijkheid om verschillende aspecten van zijn persoonlijkheid te presenteren en het publiek de componist in kwestie echt te laten ontdekken.

Dit programma combineert Prokofjev de symfonicus met de man die fantastische vocale lijnen en grootse koorpartijen kon schrijven. Vooral die laatste altsolo, Het veld der doden, is Prokofjev op zijn best. Toen ik het werk in 1983 opnam met Cleveland en de legendarische alt Irina Arkhipova, was dat een onvergetelijke ervaring. Het is ook mooi dat het werk, net als Schönbergs Gurre-Lie­der dat we in februari 2024 speelden, inhaakt op de enorme korentraditie in Nederland. Geweldig om juist dit werk met het Groot Omroepkoor te kunnen doen, en dan nog aangevuld met het Koor van De Nationale Opera.’

Superieure kwaliteit

En met het Concertgebouworkest natuurlijk. ‘Iedere keer als ik terugkom, tref ik nieuwe musici aan, maar er zijn nog steeds vele oude vrienden bij waarmee ik altijd even terugga in de tijd en mooie herinneringen ophaal. We hebben zoveel gedaan in de tijd dat ik chef was, zoveel meegemaakt. Een aantal musici uit het orkest komt ook al jaren in de zomer spelen in het Lucerne Festival Orchestra [waarvan Chailly artistiek directeur is, red.].’

‘Het chef-dirigentschap vraagt complete toewijding’

Ook al is er het een en ander veranderd, het orkest verkeert doorlopend in een fantastische vorm, aldus de conductor emeritus. ‘Het orkest blijft op niveau, blijft zich ontwikkelen. De programma’s die ik meeneem naar Amsterdam zijn niet makkelijk en zetten alle secties stevig aan het werk, maar het orkest heeft er absoluut geen moeite mee. Die superieure kwaliteit maakt het plezier van het jaarlijks terugkeren naar Amsterdam alleen maar groter. We grijpen niet terug op oude successen; we dagen elkaar nog steeds op het hoogste niveau uit. Zo blijft het vuur aan beide kanten branden.’

Toewijding

Ook aankomend chef-dirigent Klaus Mäkelä zorgt dat het vuur en de toewijding op hoog niveau blijven, vindt Chailly. ‘Hij is zeer getalenteerd en sinds vorig jaar ook een welkome gastdirigent in Luzern. Het is een uitdaging voor hem om te werken met het Concertgebouworkest zoals het dat destijds ook voor mij was. Ik heb hem aangeraden om zorgvuldig met zijn tijd en zijn verantwoordelijkheden om te gaan. Het gewicht dat op je schouders rust bij zo’n belangrijk instituut als dit is groot, en iedereen kijkt naar je. Daarom hoop ik dat hij zijn energie en creativiteit behoudt en een goede balans kan aanbrengen tussen voorbereidend werk voor de concerten en de verantwoordelijkheden daarbuiten. Ik heb enorm goede herinneringen aan mijn tijd als chef-dirigent, maar er waren ook uitdagingen. De hoeveelheid werk was enorm en dat vraagt complete toewijding.’

Die toewijding is bij de Italiaanse dirigent nog steeds even groot als destijds. Hij heeft in Luzern bijgetekend tot 2028 en bij de Scala in Milaan is hij tot eind 2026 chef-dirigent Daarna neemt Myung-whun Chung het stokje over, maar Chailly blijft betrokken. ‘We hebben een oneindige relatie’, zegt hij over het belangrijkste Italiaanse operahuis. ‘Ik ga wat minder doen, maar de band blijft intens. Ook in Luzern zal dat zo gaan na 2028. Er komt alleen wat meer ruimte in de agenda. Dus vanaf die tijd hoop ik twee keer per jaar naar Amsterdam te komen, want ook de relatie met het Concertgebouworkest wil ik blijven koesteren.’

wo 4, do 5, vr 6 & zo 8 | Grote Z­aal 
Koni­nklijk Concertgebouworkest
Riccardo Chailly dirigent
Ekat­erina Semenchuk mezzosopraan
Groot Omroepkoor
Koor van De Nationale Opera
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Duidelijk. Al is dat niet de reden geweest voor een compleet Prokofjev-­programma bij het Concertgebouworkest. ‘Ik besteed graag een compleet programma aan één componist, zoals in maart 2023 ook Rachmaninoff. Dat biedt de mogelijkheid om verschillende aspecten van zijn persoonlijkheid te presenteren en het publiek de componist in kwestie echt te laten ontdekken.

Dit programma combineert Prokofjev de symfonicus met de man die fantastische vocale lijnen en grootse koorpartijen kon schrijven. Vooral die laatste altsolo, Het veld der doden, is Prokofjev op zijn best. Toen ik het werk in 1983 opnam met Cleveland en de legendarische alt Irina Arkhipova, was dat een onvergetelijke ervaring. Het is ook mooi dat het werk, net als Schönbergs Gurre-Lie­der dat we in februari 2024 speelden, inhaakt op de enorme korentraditie in Nederland. Geweldig om juist dit werk met het Groot Omroepkoor te kunnen doen, en dan nog aangevuld met het Koor van De Nationale Opera.’

Superieure kwaliteit

En met het Concertgebouworkest natuurlijk. ‘Iedere keer als ik terugkom, tref ik nieuwe musici aan, maar er zijn nog steeds vele oude vrienden bij waarmee ik altijd even terugga in de tijd en mooie herinneringen ophaal. We hebben zoveel gedaan in de tijd dat ik chef was, zoveel meegemaakt. Een aantal musici uit het orkest komt ook al jaren in de zomer spelen in het Lucerne Festival Orchestra [waarvan Chailly artistiek directeur is, red.].’

‘Het chef-dirigentschap vraagt complete toewijding’

Ook al is er het een en ander veranderd, het orkest verkeert doorlopend in een fantastische vorm, aldus de conductor emeritus. ‘Het orkest blijft op niveau, blijft zich ontwikkelen. De programma’s die ik meeneem naar Amsterdam zijn niet makkelijk en zetten alle secties stevig aan het werk, maar het orkest heeft er absoluut geen moeite mee. Die superieure kwaliteit maakt het plezier van het jaarlijks terugkeren naar Amsterdam alleen maar groter. We grijpen niet terug op oude successen; we dagen elkaar nog steeds op het hoogste niveau uit. Zo blijft het vuur aan beide kanten branden.’

Toewijding

Ook aankomend chef-dirigent Klaus Mäkelä zorgt dat het vuur en de toewijding op hoog niveau blijven, vindt Chailly. ‘Hij is zeer getalenteerd en sinds vorig jaar ook een welkome gastdirigent in Luzern. Het is een uitdaging voor hem om te werken met het Concertgebouworkest zoals het dat destijds ook voor mij was. Ik heb hem aangeraden om zorgvuldig met zijn tijd en zijn verantwoordelijkheden om te gaan. Het gewicht dat op je schouders rust bij zo’n belangrijk instituut als dit is groot, en iedereen kijkt naar je. Daarom hoop ik dat hij zijn energie en creativiteit behoudt en een goede balans kan aanbrengen tussen voorbereidend werk voor de concerten en de verantwoordelijkheden daarbuiten. Ik heb enorm goede herinneringen aan mijn tijd als chef-dirigent, maar er waren ook uitdagingen. De hoeveelheid werk was enorm en dat vraagt complete toewijding.’

Die toewijding is bij de Italiaanse dirigent nog steeds even groot als destijds. Hij heeft in Luzern bijgetekend tot 2028 en bij de Scala in Milaan is hij tot eind 2026 chef-dirigent Daarna neemt Myung-whun Chung het stokje over, maar Chailly blijft betrokken. ‘We hebben een oneindige relatie’, zegt hij over het belangrijkste Italiaanse operahuis. ‘Ik ga wat minder doen, maar de band blijft intens. Ook in Luzern zal dat zo gaan na 2028. Er komt alleen wat meer ruimte in de agenda. Dus vanaf die tijd hoop ik twee keer per jaar naar Amsterdam te komen, want ook de relatie met het Concertgebouworkest wil ik blijven koesteren.’

wo 4, do 5, vr 6 & zo 8 | Grote Z­aal 
Koni­nklijk Concertgebouworkest
Riccardo Chailly dirigent
Ekat­erina Semenchuk mezzosopraan
Groot Omroepkoor
Koor van De Nationale Opera
Bestel hier kaarten
Bekijk het concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Probeer nu twee maanden gratis!