Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier
interview

Pianist Alexander Melnikov: ‘Een instrument helpt je de taal van de componist te begrijpen’

door Roland de Beer
24 jan. 2023 24 januari 2023

Alexander Melnikov heeft thuis een hele collectie klavieren, die niet zelden meereizen met de pianist. Deze maand is hij na twintig jaar terug bij het Concertgebouworkest, en speelt hij ‘gewoon’ op de huisvleugel.

  • Alexander Melnikov

    foto: Julien Mignot

    Alexander Melnikov

    foto: Julien Mignot

  • Alexander Melnikov

    foto: Julien Mignot

    Alexander Melnikov

    foto: Julien Mignot

Russische musici met Russisch werk: dat was in 2003 het motto bij het debuut van Alexander Melnikov bij het Concertgebouworkest onder leiding van Vassily Sinaisky. Melnikov soleerde daar in Rachmaninoffs spetterende Eerste pianoconcert.

Dit was één kant van Alexander Melnikov: de klavierleeuw. In de jaren die volgden zou Melnikov zich in Amsterdam – en de rest van de wereld – nog van allerlei andere kanten laten zien. Juist níet klavierleeuw-achtig was anno 2018 een Mozart-uitvoering in de Grote Zaal met Teodor Currentzis’ oudemuziek­orkest musicAeterna. Melnikov speelde het ­Zeventiende pianoconcert, KV 453 op een fragiele Walter-fortepiano. Nóg minder ‘des klavierleeuws’ was Melnikovs bijdrage aan de ouverture uit Le nozze di Figaro, die op het pianoconcert volgde. Onopvallend geposteerd tussen de andere musici, kleurde hij met fortepianonoten het orkest­geluid bij.

Moskouse traditie

Dat was iets van het laatste moment, weet hij nog. ‘Vlak voor de tournee begon belde Teodor of ik het wilde doen. Ik stond op het vliegveld in Parijs, net terug uit Japan.’ Geen probleem voor een pianist die graag muzikant is onder muzikanten. Het neemt niet weg dat Melnikov, in 1973 geboren in Moskou, is opgegroeid in een geduchte Moskouse traditie van grote pianisten. Zijn leraar aan het Tsjai­kovski Conservatorium was de befaamde Lev Naumov, die aan ditzelfde instituut ooit werd opgeleid door Heinrich Neuhaus, de ­legendarische leraar van onder anderen Svjatoslav ­Richter en Emil Gilels.

Thuis in Berlijn koestert Melnikov zijn verzameling klavieren

Bekeken in dit perspectief stamt Melnikov in rechte lijn af van een aartsvader van de Russische pianoschool. Passend bij die afstamming is zijn staat van dienst als expert in Russisch werk en solist bij top­orkesten in Moskou, Philadelphia, Londen, München enzovoort. Zelfs het feit dat Melnikov al jaren in het Westen woont, kan min of meer Russisch worden genoemd. Van de vele Russische musici met een verblijf buiten Rusland was Melnikov een van de eersten die publiekelijk de inval in Oekraïne veroordeelden.

Verzameling

Maar wat hem onderscheidt, is zijn immer doorgaande ontdekkingsreis door de muziekgeschiedenis en de pianistiek. Moderne Steinways en iets oudere Bechsteins wisselen onder zijn vingers stuivertje met historische Érard-, Pleyel- en Graff-­vleugels, naast vroege fortepiano’s en een klavecimbel. Thuis in Berlijn koestert hij zijn verzameling. Niet zelden gaan de klavieren groepsgewijs een speciaal vrachtautootje in. ‘Op hun kant, met poten en pedalen eraf’, vertelt Melnikov. Zijn programma’s met vier tot zeven klavieren op één avond reiken van Johann Sebastian Bach tot de twintigste-eeuwer Alfred ­Schnittke. Maar Amerikaanse avant-­gardisten als George Crumb en Morton Feldman lokken hem ook.

Russische musici met Russisch werk: dat was in 2003 het motto bij het debuut van Alexander Melnikov bij het Concertgebouworkest onder leiding van Vassily Sinaisky. Melnikov soleerde daar in Rachmaninoffs spetterende Eerste pianoconcert.

Dit was één kant van Alexander Melnikov: de klavierleeuw. In de jaren die volgden zou Melnikov zich in Amsterdam – en de rest van de wereld – nog van allerlei andere kanten laten zien. Juist níet klavierleeuw-achtig was anno 2018 een Mozart-uitvoering in de Grote Zaal met Teodor Currentzis’ oudemuziek­orkest musicAeterna. Melnikov speelde het ­Zeventiende pianoconcert, KV 453 op een fragiele Walter-fortepiano. Nóg minder ‘des klavierleeuws’ was Melnikovs bijdrage aan de ouverture uit Le nozze di Figaro, die op het pianoconcert volgde. Onopvallend geposteerd tussen de andere musici, kleurde hij met fortepianonoten het orkest­geluid bij.

Moskouse traditie

Dat was iets van het laatste moment, weet hij nog. ‘Vlak voor de tournee begon belde Teodor of ik het wilde doen. Ik stond op het vliegveld in Parijs, net terug uit Japan.’ Geen probleem voor een pianist die graag muzikant is onder muzikanten. Het neemt niet weg dat Melnikov, in 1973 geboren in Moskou, is opgegroeid in een geduchte Moskouse traditie van grote pianisten. Zijn leraar aan het Tsjai­kovski Conservatorium was de befaamde Lev Naumov, die aan ditzelfde instituut ooit werd opgeleid door Heinrich Neuhaus, de ­legendarische leraar van onder anderen Svjatoslav ­Richter en Emil Gilels.

Thuis in Berlijn koestert Melnikov zijn verzameling klavieren

Bekeken in dit perspectief stamt Melnikov in rechte lijn af van een aartsvader van de Russische pianoschool. Passend bij die afstamming is zijn staat van dienst als expert in Russisch werk en solist bij top­orkesten in Moskou, Philadelphia, Londen, München enzovoort. Zelfs het feit dat Melnikov al jaren in het Westen woont, kan min of meer Russisch worden genoemd. Van de vele Russische musici met een verblijf buiten Rusland was Melnikov een van de eersten die publiekelijk de inval in Oekraïne veroordeelden.

Verzameling

Maar wat hem onderscheidt, is zijn immer doorgaande ontdekkingsreis door de muziekgeschiedenis en de pianistiek. Moderne Steinways en iets oudere Bechsteins wisselen onder zijn vingers stuivertje met historische Érard-, Pleyel- en Graff-­vleugels, naast vroege fortepiano’s en een klavecimbel. Thuis in Berlijn koestert hij zijn verzameling. Niet zelden gaan de klavieren groepsgewijs een speciaal vrachtautootje in. ‘Op hun kant, met poten en pedalen eraf’, vertelt Melnikov. Zijn programma’s met vier tot zeven klavieren op één avond reiken van Johann Sebastian Bach tot de twintigste-eeuwer Alfred ­Schnittke. Maar Amerikaanse avant-­gardisten als George Crumb en Morton Feldman lokken hem ook.

  • Alexander Melnikov

    foto: Julien Mignot

    Alexander Melnikov

    foto: Julien Mignot

  • Alexander Melnikov

    foto: Julien Mignot

    Alexander Melnikov

    foto: Julien Mignot

Zijn brein heeft ‘compartimenten’ gevormd, vermoedt hij, voor de verschillende reflexen die hij binnen een paar uur nodig kan hebben voor al die verschillend reagerende toetsen, dempers, pedalen, snaren en zangbodems – stuk voor stuk gebonden aan andere musiceerstijlen. Hij weet: ‘Cruciaal is niet je instrument, maar je begrip voor de muzikale taal van een componist. Maar een instrument helpt wel die taal te begrijpen.’

Naast concerten met orkest is het kamer­muziek wat de klok slaat. In de Kleine Zaal is Melnikov in maart weer te horen met trio’s van Johannes Brahms en György Ligeti, met violiste Isabelle Faust en hoornist Teunis van der Zwart. Melnikovs verklaring klinkt naar zelfwegcijfering: ‘Ik heb ongelooflijk geluk gehad met de musici die ik mijn leven ben tegengekomen.’

Vroege inspirators waren de dirigent Mikhail Pletnev en de Russische oude­muziekpionier Alexei Lubimov. Isabelle Faust introduceerde ‘Sasja’ bij het Franse cd-­label Harmonia Mundi. Het resulteerde in stapels Melnikov-cd’s, solo en met Faust maar ook bijvoorbeeld met cellist Jean-Guihen Queyras en het Freiburger Barockorchester. Fortepianist Andreas Staier werd van mentor tot duocollega. ‘Zonder hen had alles er anders uitgezien’, verzekert Melnikov.

Sjostakovitsj

Melnikovs pianistische veelzijdigheid doet onwillekeurig denken aan de enorme variëteit aan stijlen en technieken die Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) heeft tentoongespreid in zijn bestaan als componist – zeker wanneer de piano eraan te pas kwam. In zijn pianoconcerten (uiteraard voor de moderne vleugel) klinken bizarre parades én afgewogen fugakunst, Weense Klassieken én circusmuziek.

‘Sovjet-filmmakers hebben de esthetiek van Tom en Jerry met succes gekopieerd’

De tingeltangels waarop de jonge Sjostakovitsj ooit zwijgende films begeleidde in Petersburgse bioscopen zullen sporen hebben nagelaten. Maar Melnikov ziet in Sjostakovitsj ‘géén typisch pianistische’ componist. ‘Hij schreef natuurlijk extreem goed voor de piano. Al in zijn Drie fantastische dansen, een héél vroeg werk, is zijn pianistische expertise smetteloos. Maar het lijkt me niet dat hij de instrumentale kant het belangrijkst vond.’

Vingeroefeningen

Sjostakovitsj componeerde zijn Tweede pianoconcert voor zijn zoon Maxim. Die deed er in 1957 piano-eindexamen mee aan het conservatorium van Moskou. Grapje van de componist: in het derde deel klinken watervlugge loopjes die pianostudenten aller landen onmiddellijk herkennen als ‘vingeroefeningen van Hanon’ (een saaie negentiende-eeuwse pianopedagoog). Melnikov: ‘De orkest­interrupties maken het springlevend.’ De loopjes doen hem denken aan tekenfilms. ‘Bijvoorbeeld Tom and Jerry. Sovjet-filmmakers hebben die esthetiek met succes gekopieerd.’

In het eerste deel, ‘op het eerste gehoor zo blijmoedig’, hoort Melnikov een ‘beladen tweede thema’, en een fuga ‘die geleidelijk een panische vorm aanneemt, gevolgd door donkere wolken’. Deel twee brengt ‘lyriek die overweldigt én ontwapent’.

Er bestaan verschillende opnamen gespeeld door de componist zelf. ‘Het zou ketterij zijn geweest als ik daar niet naar had geluisterd.’ Maar het begrip authenticiteit neemt hij met een korrel zout. ‘Goede kans dat Beethoven in een hysterische lachbui zou uitbarsten bij welke ‘historisch geïnformeerde uitvoering’ dan ook. Maar we moeten er wel ons best op doen.’

Zijn brein heeft ‘compartimenten’ gevormd, vermoedt hij, voor de verschillende reflexen die hij binnen een paar uur nodig kan hebben voor al die verschillend reagerende toetsen, dempers, pedalen, snaren en zangbodems – stuk voor stuk gebonden aan andere musiceerstijlen. Hij weet: ‘Cruciaal is niet je instrument, maar je begrip voor de muzikale taal van een componist. Maar een instrument helpt wel die taal te begrijpen.’

Naast concerten met orkest is het kamer­muziek wat de klok slaat. In de Kleine Zaal is Melnikov in maart weer te horen met trio’s van Johannes Brahms en György Ligeti, met violiste Isabelle Faust en hoornist Teunis van der Zwart. Melnikovs verklaring klinkt naar zelfwegcijfering: ‘Ik heb ongelooflijk geluk gehad met de musici die ik mijn leven ben tegengekomen.’

Vroege inspirators waren de dirigent Mikhail Pletnev en de Russische oude­muziekpionier Alexei Lubimov. Isabelle Faust introduceerde ‘Sasja’ bij het Franse cd-­label Harmonia Mundi. Het resulteerde in stapels Melnikov-cd’s, solo en met Faust maar ook bijvoorbeeld met cellist Jean-Guihen Queyras en het Freiburger Barockorchester. Fortepianist Andreas Staier werd van mentor tot duocollega. ‘Zonder hen had alles er anders uitgezien’, verzekert Melnikov.

Sjostakovitsj

Melnikovs pianistische veelzijdigheid doet onwillekeurig denken aan de enorme variëteit aan stijlen en technieken die Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) heeft tentoongespreid in zijn bestaan als componist – zeker wanneer de piano eraan te pas kwam. In zijn pianoconcerten (uiteraard voor de moderne vleugel) klinken bizarre parades én afgewogen fugakunst, Weense Klassieken én circusmuziek.

‘Sovjet-filmmakers hebben de esthetiek van Tom en Jerry met succes gekopieerd’

De tingeltangels waarop de jonge Sjostakovitsj ooit zwijgende films begeleidde in Petersburgse bioscopen zullen sporen hebben nagelaten. Maar Melnikov ziet in Sjostakovitsj ‘géén typisch pianistische’ componist. ‘Hij schreef natuurlijk extreem goed voor de piano. Al in zijn Drie fantastische dansen, een héél vroeg werk, is zijn pianistische expertise smetteloos. Maar het lijkt me niet dat hij de instrumentale kant het belangrijkst vond.’

Vingeroefeningen

Sjostakovitsj componeerde zijn Tweede pianoconcert voor zijn zoon Maxim. Die deed er in 1957 piano-eindexamen mee aan het conservatorium van Moskou. Grapje van de componist: in het derde deel klinken watervlugge loopjes die pianostudenten aller landen onmiddellijk herkennen als ‘vingeroefeningen van Hanon’ (een saaie negentiende-eeuwse pianopedagoog). Melnikov: ‘De orkest­interrupties maken het springlevend.’ De loopjes doen hem denken aan tekenfilms. ‘Bijvoorbeeld Tom and Jerry. Sovjet-filmmakers hebben die esthetiek met succes gekopieerd.’

In het eerste deel, ‘op het eerste gehoor zo blijmoedig’, hoort Melnikov een ‘beladen tweede thema’, en een fuga ‘die geleidelijk een panische vorm aanneemt, gevolgd door donkere wolken’. Deel twee brengt ‘lyriek die overweldigt én ontwapent’.

Er bestaan verschillende opnamen gespeeld door de componist zelf. ‘Het zou ketterij zijn geweest als ik daar niet naar had geluisterd.’ Maar het begrip authenticiteit neemt hij met een korrel zout. ‘Goede kans dat Beethoven in een hysterische lachbui zou uitbarsten bij welke ‘historisch geïnformeerde uitvoering’ dan ook. Maar we moeten er wel ons best op doen.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.