Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
interview

Pats, kippenvel

door Rahul Gandolahage
28 november 2019

Betty en Johan van den Born genieten regelmatig van de concerten van het Koninklijk Concertgebouworkest en zijn enthousiaste leden van het Kroongilde. Omdat ze het belangrijk vinden dat ook latere generaties ervan kunnen genieten, laten ze na aan het orkest.

Net getrouwd zijn Betty en Johan, als ze besluiten dat het tijd wordt om eens naar een klassiek concert te gaan. Ze prikken zomaar iets uit het programma van De Vereeniging in Nijmegen. Bruno Maderna. Ruim honderd musici op het podium. ‘Veel pauken, had ik gelezen. Dat zou vast lekker vurig worden!’, vertelt Betty nu, 35 jaar later. Vurig werd het. Misschien iets té. ‘Vond u het ook niet mooi?’ fluistert Betty’s buurman tijdens het dolenthousiaste slotapplaus. ‘Nee, afschuwelijk’, fluistert Betty totaal onthutst terug. Het was Betty’s en Johans eerste ervaring met klassieke muziek. ‘Als we na de pauze geen pianoconcert van César Franck hadden gehoord, waren we nooit meer naar een klassiek concert gegaan.’

Johan & Betty van den Born

Foto uit eigen archief

Johan & Betty van den Born

Foto uit eigen archief

Johan & Betty van den Born

Foto uit eigen archief

Johan & Betty van den Born

Foto uit eigen archief

Lekker druk

Het zijn misschien wel de twee meest goedlachse en trotse ambassadeurs van het Concertgebouworkest: Betty en Johan van den Born. Samen wonen ze in Haastrecht, een dorpje onder de rook van Gouda. Zij is drie jaar geleden gestopt met werken en daarom lekker druk. Ze geeft rondleidingen in een museum en zit in het bestuur van de Haastrechtse Kring, een stichting die kunstzinnige evenementen organiseert voor de Haastrechters. Hij werkt nog, als ICT’er op het Ministerie van Economische Zaken. Ook buiten kantoor is Johan graag met cijfertjes in de weer. Hij volgt de internationale economie en het huishoudboekje op de voet.

Trots

Kort na de Maderna-ervaring werden ze door Johans computerbedrijf uitgenodigd voor een concert in Het Concertgebouw. Ze weten het nog goed. Betty: ‘Het Europees Jeugdorkest met Vladimir Ashkenazy. Ik had bij de eerste tonen al, pats, kippenvel op mijn armen.’ Johan: ‘Het was hier zo mooi!’ Na een tijdje van goede voornemens (‘We moeten echt weer eens gaan!’), zonder enig resultaat, besloten ze als een stok achter de deur een abonnement op de serie E van het Concertgebouworkest te nemen.

Er liggen vanaf Haastrecht minstens drie mooie concertzalen kilometers dichterbij, maar ‘we zijn verwend…’: ze komen inmiddels al 35 jaar zo vaak als het lukt naar Het Concertgebouw. Daar zitten ze telkens trouw op dezelfde plek. Balkon Noord, zowat boven het podium. De tranen biggelen er regelmatig over Betty’s wangen. Hun vaste buurman kennen ze inmiddels zo goed dat ze vakantiefoto’s uitwisselen. Die vakanties worden trouwens afgestemd op het concertseizoen. Betty: ‘In oktober konden we niet, toen waren er twee concerten. Dús zijn we in september gegaan.’

‘Als ik het Concertgebouworkest hoor, ben ik zo trots op Nederland’, zegt Betty glunderend. ‘Zo’n klein landje met zó’n orkest.’ Om die reden besloten ze om het orkest in hun testament op te nemen. ‘Het is belangrijk dat de generatie na ons ook mag genieten van het moois dat wij al járen krijgen.’ Hun nalatenschap zal specifiek aan instrumenten worden besteed. Dat maakt in de zaal zitten nog net iets spannender, want wie weet kunnen ze ooit bijdragen aan een van de violen of fagotten.

‘Ons’ orkest

Het is moeilijk kiezen wat ze het fijnst vinden aan hun betrokkenheid bij het orkest als lid van het Kroongilde. Misschien dat ze zo goed op de hoogte worden gehouden van het reilen en zeilen van het orkest? Ze worden bijvoorbeeld uitgenodigd voor besloten repetities (Johan: ‘Dat is heel bijzonder, dan liggen overal gewoon jassen en tassen van musici’) en ontmoeten orkestleden. Het gesprek dat ze hadden met concertmeester Vesko Eschkenazy was heel bijzonder, maar ook de ontmoeting met de inmiddels gepensioneerde paukenist Marinus Komst staat nog vers in het geheugen. Betty: ‘Hij heeft ons de slagwerkstudio laten zien en van alles uitgelegd. Zelfs hoe je zelf slagwerkstokken maakt.’ Ja, nu weten ze het. Het fijnste is dat je een persoonlijke band kunt aangaan met de musici. Johan: ‘Het voelt nu echt een beetje als ‘ons’ orkest.’

In een volgend leven, dat weet Betty zeker, ‘kom ik terug als pianiste met een kaas- en wijnhandel’. Zo ver vooruit kijkt Johan niet. Hij verheugt zich vooral op de vrije tijd die hij binnenkort krijgt als hij met pensioen gaat. ‘Dan nemen we er misschien wel een serie bij en komen we nog veel vaker.’

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.