Nog geen account of wachtwoord vergeten? Ga dan naar concertgebouw.nl
orkestlid

Orkestpianist Jeroen Bal: 'Hoppa! Het diepe in'

door Martijn Voorvelt
20 dec. 2019 20 december 2019

Het Concertgebouworkest is een van de weinige orkesten met een eigen pianist: Jeroen Bal. ‘Toen ik in 2002 werd gevraagd, had ik nog nooit in een orkest gespeeld. Ik heb een jaar gezweet hoor. Je kunt beter als solist voor een orkest zitten, dan weet je wat je moet doen. Maar in het orkest…'

Jeroen Bal speelde al sinds 2002 als freelancer mee in het Concertgebouworkest. Zodra een piano of celesta voorgeschreven was in een orkestpartituur, werd hij gevraagd. Nu is hij de vaste pianist, de eerste in de lange geschiedenis van het orkest.

Als ik hem spreek, heeft hij net zijn vaste contract voor onbepaalde tijd getekend. ‘Blijft toch spannend. Maar in mijn geval is het natuurlijk wel een beetje anders, omdat ze me bij het orkest al langer kenden.’

Eindelijk erkenning? ‘Nou nee, eigenlijk niet, want omdat ik al zeventien jaar meespeel, is het net alsof ik al heel lang lid ben. Het orkest liet me altijd voelen: je hoort erbij. Dit is dus een extra bevestiging. Ik ben heel blij en dankbaar. En het is heel bijzonder, omdat er maar weinig toporkesten zijn met een vaste pianist.’

Jeroen Bal

foto: Renske Vrolijk

Jeroen Bal

foto: Renske Vrolijk

Jeroen Bal

foto: Renske Vrolijk

Jeroen Bal

foto: Renske Vrolijk

De piano geldt voor Jeroen als hoofdinstrument bij het orkest; als bij-instrumenten speelt hij ook celesta en heel soms synthesizer. Maar hij is niet alleen in dienst vanwege de klavierpartijen tijdens concerten. ‘Er zijn ook geregeld proefspelen, waarbij ik kandidaten begeleid, en als er een repetitie nodig is met een dirigent of een vocalist, ben ik daar ook vaak bij. Dat hoort ook bij mijn takenpakket.’

Klassiekemuziekgek

Jeroen groeide op in Zoeterwoude. De muzikaliteit in de familie zat aan moederskant. ‘Mijn oom had een piano, daar werd ik altijd naar toe getrokken. Hij was een echte klassiekemuziekgek, die mij op een heel mooie muziek­installatie Mahler-symfonieën liet horen – dat vond ik toen al hartstikke mooi.’

Jeroen kreeg pianoles, en omdat zijn pianoleraar zei dat hij talent had, ging hij naar de HAVO met gecombineerde vooropleiding muziek in Den Haag. Daarna studeerde hij aan het Conservatorium van Amsterdam bij Jan Wijn.

Kamermuziek en solorecitals: dat is wat je op het conservatorium leert, en dat is waar Jeroen zich sinds zijn afstuderen in 1997 mee bezighield. Pianospelen in een orkest is geen standaard carrière-­optie. Dus hoe is dat zo gekomen?

‘Ik ben er eigenlijk een beetje ingerold. In 2002 zocht het orkest iemand die in de opera Turandot van Puccini de ­celestapartij kon spelen. Cellist Johan van Iersel, met wie ik toen al veel ­kamermuziek speelde, stelde toen voor mij te vragen.

Maar ik had nog nooit in een orkest gespeeld! Dat kun je alleen leren door het veel te doen, en zo ervaring op te bouwen. Je zou zeggen: begin eerst even rustig aan, ietsje meer low profile, of bij een jeugdorkest, maar ik heb die ervaring dus gek genoeg bij het Concertgebouworkest opgedaan.’

Een jaar zweten

Dat was in het begin niet gemakkelijk. ‘Achteraf denk je: jeetje, hoe heb ik het overleefd?’ lacht Jeroen. ‘Ik heb een jaar gezweet hoor. Je kunt beter als solist voor een orkest zitten, dan weet je wat je moet doen. Maar in het orkest… al die maten rust en dan inzetten, en niet precies weten wat een dirigent doet, met al die ritmische onderverdelingen… En je hoort de bassen niet, die zitten ver weg, zeker niet in de Grote Zaal. Je wordt echt – hoppa! – in het diepe gegooid. Maar ik heb het toch gedaan, en ik werd vaker gevraagd. Nu gaat dat allemaal prima natuurlijk!’

Vaak gaan we in de artiestenfoyer zitten schaken

Dat hij er al lang bij hoorde, zie je ook aan Jeroens kamermuziekagenda. ‘Ik speel al jaren samen met leden van het orkest. Ik heb een vast trio met Tjeerd Top en Johan van Iersel, ik speel vaak mee met Camerata RCO, en met de houtblazers van het orkest heb ik een cd voor Concertgebouworkest Live opgenomen met onder meer sextetten van Poulenc en Martinů.  In april gaan we op tournee door Engeland, bijvoorbeeld naar Wigmore Hall.’

Jeroen word vaker mee op tournee gevraagd door orkestcollega’s. ‘Dat is een ontzettend leuke aanvulling, heel afwisselend. Eind 2017 was ik een maand op tournee door Japan met solotrompettist Omar Tomasoni en mijn vrouw, so­praan Marijje van Stralen. Solocelliste Tatjana Vassiljeva vroeg me voor een China-tournee, en met concertmeester Liviu Prunaru ga ik naar Spanje.’

Prometheus en Oedipus

Deze maand speelt Jeroen mee in twee grote orkestwerken die allebei nieuw voor hem zijn. In Skrjabins Prometheus speelt hij celesta. De solistische pianopartij is voor Pierre-Laurent Aimard, vorig seizoen nog artist in residence van het orkest. ‘Geweldige pianist, vooral voor dat soort repertoire.’ In Stravinsky’s Oedipus Rex is de pianopartij voor Jeroen.

‘Bij Stravinsky is de piano een heel volwaardig orkestinstrument. Het is vaak heel slagwerkachtig. Ik speel dan ook regelmatig samen met het slagwerk, zoals in De vuurvogel met de xylofoon.’ Ook speelde Jeroen al eerder mee met de Symfonie in drie delen en natuurlijk de uitdagende piano­partij van Petroesjka. ‘Ze noemen het wel eens een pianoconcert, maar dat vind ik wat overdreven.’

Andere favoriete componisten zijn Liszt, Chopin en Prokofjev. ‘Ik vind Prokofjev vaak een beetje ondergewaardeerd in vergelijking met Sjostakovitsj. Zoals Assepoester, dat we afgelopen september deden. Wat een muziek!’

Andere muziek

Luisteren doet Jeroen het liefst naar heel andere soorten muziek. ‘Ik luister bijna nooit naar klassieke muziek, maar veel meer naar popmuziek en jazz. Laatst ben ik nog naar de documentaire over Miles Davis geweest. Ik luister veel naar Keith Jarrett, Prince, Coldplay… Ik hou ook wel bij wat er uitkomt aan nieuwe pop en jazz.

Mijn kinderen luisteren bijvoorbeeld naar Lil’ Kleine, of Maan… daar zitten ook leuke dingen bij. Daarom vind ik het goed dat de klassieke muziekwereld zich steeds meer opent voor andere soorten muziek. Het Concertgebouworkest doet bijvoorbeeld regelmatig cross-overprojecten met een jazz- of popartiest, zoals afgelopen juni de Club Night met Spinvis. Dat vind ik ontzettend leuk!’

Grootmeester in schaken

Een andere passie is schaken. ‘Ik kan het niet zo heel goed hoor, maar ik schaak graag met een aantal orkestcollega’s – Christian van Eggelen en Davide Lattuada zijn goeie schakers. Vaak leggen we in de pauze van een concert of repetitie even een schaakbord neer en gaan we in de artiestenfoyer zitten schaken.

Ken je Paul van der Sterren? Dat is een grootmeester, toen Davide hem aan me voorstelde was ik blij verrast. Ik kende hem al van zijn schaakboeken die in mijn boekenkast staan! Hij bleek ook een groot liefhebber van het orkest en komt heel regelmatig luisteren. In de pauze komt hij vaak naar de artiestenfoyer en schaakt hij even mee. Hij veegt ons gewoon van het bord zonder te kijken, hilarisch!’ 

De piano van Jeroen Bal

foto: Renske Vrolijk

De piano van Jeroen Bal

foto: Renske Vrolijk

De piano van Jeroen Bal

foto: Renske Vrolijk

De piano van Jeroen Bal

foto: Renske Vrolijk

De piano van Jeroen Bal

Het Concertgebouw beschikt over twee typen Steinway-vleugels. De solisten bespelen de grote D-vleugels, voor de orkestpartijen is er de iets kleinere A-vleugel. ‘Die is niet lang geleden nog vervangen. De vorige was wel heel hard geworden.’ Hard? ‘Ja, na verloop van tijd wordt de klank te metalig. Dat kun je wel tegengaan door in de hamerkoppen te prikken, zodat ze weer wat zachter worden. Maar een nieuwe kopen is beter.’

De celesta van het Concert-gebouworkest is van Schiedmayer, een bekende bouwer. ‘Een paar jaar geleden was er behoefte aan een nieuwe celesta. Toen heeft het orkest een aantal nieuwe laten komen, onder andere van Yamaha, maar de Schiedmayer die we al hadden kwam er toch als beste uit. Die is toen gereviseerd.’

En om de muziek in te studeren? ‘Ik heb een eigen studio tegenover ons huis op het Prinseneiland, waar ik met Marijje en onze drie kinderen woon, en daar staat een vleugeltje. Een Yamaha C3, da’s prima – niet geweldig maar goed genoeg. Het hoeft ook niet zo heel goed te zijn, dan raak je alleen maar verwend; ik oefen liever op een moeilijkere vleugel, dan is het des te makkelijker als ik ergens optreed.’

vr 17 & zo 19 januari | Grote Zaal

Mens & Mythe Cultuur als misdaad: Prometheus
Concertgebouworkest
Beethoven, Dean, Skrjabin

Bekijk dit concertprogramma

do 30 & vr 31 januari | Grote Zaal
Mens & Mythe: Het onverbiddelijke noodlot - Oedipus
Concertgebouworkest
Verdi, Verbey, Stravinsky

Bekijk dit concertprogramma

Dit artikel wordt u gratis aangeboden door Preludium. Meer lezen? Abonneer dan nu.