Nog geen account of wachtwoord vergeten? Klik hier

Concertprogramma

Concertprogramma

Fatma Said & Joseph Middleton in Ravel, Obradors, Serrano en Mozart

Fatma Said & Joseph Middleton in Ravel, Obradors, Serrano en Mozart

Kleine Zaal
28 mei 2024
20.15 uur

Print dit programma

Fatma Said sopraan
Joseph Middleton piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Ook interessant:
- Interview sopraan Fatma Said

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Als Luise die Briefe, KV 520 (1787)
Das Veilchen, KV 476 (1785)
Abendempfindung, KV 523 (1787)
Warnung, KV 433/416c (1783)
Der Zauberer, KV 472 (1785)

Maurice Ravel (1875-1937)

Cinq mélodies populaires ­grecques (1904-06) 
Le réveil de la mariée
Là-bas, vers l’église
Quel galant m’est comparable
Chanson des cueilleuses de
     lentisques
Tout gai!

Shéhérazade (1903)
Asie
La flûte enchantée
L’indifférent

pauze ± 21.00 uur

Fernando J. Obradors (1897-1945)

Del cabello más sútil (1920)

José Serrano (1873-1941)

Marinela, Marinela
uit ‘La canción del olvido’ (1916)

Federico García Lorca (1898-1936)

Anda, jaleo
Nana de Sevilla
Sevillanas del siglo 18
uit ‘Canciones españolas antiguas’ (publ. 1961)

Georges Bizet (1838-1875)

Adieux de l’hôtesse arabe (1867)

Najib Hankash (1904-1977)

Aatini al naya wa ghanni

einde ± 22.15 uur 

Kleine Zaal 28 mei 2024 20.15 uur

Fatma Said sopraan
Joseph Middleton piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Ook interessant:
- Interview sopraan Fatma Said

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Als Luise die Briefe, KV 520 (1787)
Das Veilchen, KV 476 (1785)
Abendempfindung, KV 523 (1787)
Warnung, KV 433/416c (1783)
Der Zauberer, KV 472 (1785)

Maurice Ravel (1875-1937)

Cinq mélodies populaires ­grecques (1904-06) 
Le réveil de la mariée
Là-bas, vers l’église
Quel galant m’est comparable
Chanson des cueilleuses de
     lentisques
Tout gai!

Shéhérazade (1903)
Asie
La flûte enchantée
L’indifférent

pauze ± 21.00 uur

Fernando J. Obradors (1897-1945)

Del cabello más sútil (1920)

José Serrano (1873-1941)

Marinela, Marinela
uit ‘La canción del olvido’ (1916)

Federico García Lorca (1898-1936)

Anda, jaleo
Nana de Sevilla
Sevillanas del siglo 18
uit ‘Canciones españolas antiguas’ (publ. 1961)

Georges Bizet (1838-1875)

Adieux de l’hôtesse arabe (1867)

Najib Hankash (1904-1977)

Aatini al naya wa ghanni

einde ± 22.15 uur 

Toelichting

Toelichting

door Carine Alders

Mozart

De Mozart-liederen waar dit recital mee opent brengen Fatma Said terug naar haar jeugd in Caïro; ze koestert dierbare herinneringen aan de muzieklessen op de Duitse school. Het zijn bovendien liederen die ze als jong meisje al zong bij haar lerares Neveen Allouba, de eerste sopraan van de opera in Caïro.

Over de oplossing uit Mozarts tijd fronsen we nu de wenkbrauwen: ‘Vaders, sluit je dochters op!’

Wolfgang Amadeus Mozart en Allouba kusten samen de zangeres in Said wakker. Met de jaren is haar begrip van de inhoud van deze liederen natuurlijk wel veranderd. Als veertienjarige kun je misschien wel zwijmelen als het viooltje in Das Veilchen, dat hoopt geplukt te worden door een herderinnetje om zich aan haar boezem te kunnen vleien, maar gelukzalig genoegen moet nemen met vertrapt te worden onder haar voeten. Of je inleven in de hoofdpersoon van Als Luise die Briefe ihres ungetreuen Liebhabers verbrannte. Van de vurige woorden op papier zal geen spoor meer overblijven, maar de liefde van de man die ze neerschreef zal nog lang branden in het hart van Luise. De melancholieke gedachten van Abendempfindung over de vergankelijkheid van het leven vragen toch wat meer levenservaring. Het viooltje in dit lied is voor op het graf van een geliefde. Männer suchen stets zu naschen en Der Zauberer gaan eerder over lust dan liefde. Jonge meisjes zijn een makkelijke prooi voor mannen die altijd op zoek zijn naar snoepgoed, maar als je te veel snoept heb je geen honger meer en loop je de grote liefde mis. Over de oplossing uit Mozarts tijd fronsen we nu de wenkbrauwen: ‘Vaders, sluit je dochters op!’

Ravel

De combinatie van kosmopolitisme en nationale trots die Said uitdraagt – ze spreekt vier talen vloeiend, en draagt vaak een gouden hanger in de vorm van het Afrikaanse continent met een diamant op de plaats van Egypte – kenmerkt ook het begin van de twintigste eeuw. Wereldtentoonstellingen brachten exotische kunstmuziek naar Europa, componisten reisden met een fonograaf het land door om volksliederen vast te leggen. Zo werd het grootste deel van het materiaal voor Maurice Ravels Cinq mélodies populaires grecques op Griekse eilanden op een wasrol vastgelegd door een Franse linguïst en vertaald naar notenschrift door collegacomponist Paul le Flem. Ravel arrangeerde de liedjes op verzoek, ter illustratie bij een lezing. De bemiddelaar in dit project was muziekjournalist Michel Dimitri Calvocoressi, die net als Ravel lid was van Les Apaches, een groep kunstenaars die elke zaterdag bijeenkwamen. Ook de dichter Tristan Klingsor (Léon Leclère) bewoog zich in deze kring en met Ravel deelde hij een enorme bewondering voor Nikolaj Rimski-Korsakovs Sheherazade. Klingsor schreef honderd gedichten over de vertellingen van Duizend-en-een-nacht en Ravel koos er drie uit om op muziek te zetten. 

Spanje

In dezelfde periode hadden ook de Spaanse vrienden Federico García Lorca en Fernando Obradors grote interesse in volksmuziek. Obradors schreef tussen 1921 en 1941 vier boeken vol met volksliederen uit verschillende regio’s in Spanje. Del cabello más sutil, uit het eerste boek, is een liefdesverklaring: ‘Van het fijnste haar zou ik een ketting willen maken om je aan mijn zijde te ketenen. Als ik in je huis zou zijn, deed ik me als kroes voor, zodat je lippen zich aan mij zouden drukken als je wilt drinken.’ Hoewel García Lorca vooral als dichter bekend geworden is, studeerde hij ook compositie, met volksmuziek als zijn inspiratiebron. Hij nam in 1931 zijn bewerkingen van de Canciones españolas antiguas zelf op met zangeres en flamencodanseres La Argentinita. José Serrano werd vooral beroemd om zijn zarzuela’s. La canción del olvido is veruit zijn bekendste werk, een eigentijdse romantische komedie met onnavolgbare liefdesverwikkelingen, waarin het lied Marinela, Marinela het muzikale kwartje is dat valt als de ware liefde herkend wordt. Het lied van de Napolitaanse soldaten in de voorstelling was zo aanstekelijk, dat het zich volgens de pers sneller verspreidde dan de Spaanse griep, die ten tijde van de première op het hoogtepunt was. 

Egypte

Najib Hankash, een immens populaire Libanese zanger, schreef een lied op de tekst Aatini al naya wa ghanni (‘Geef me een fluit en zing’) van de Libanees-Amerikaanse schrijver Gibran Khalil Gibran (1883-1931). Het lied werd onsterfelijk gemaakt door de Libanese zangeres Fairuz, een van de grootste namen in de Arabische muziek. En daarmee zijn we terug bij de jeugd van Fatma Said in Caïro. Bizets Adieux de l’hôtesse arabe is een ode aan de Duitse leraren uit haar jeugd. Ze werden verliefd op het land, trouwden soms, maar gingen meestal na een paar jaar met pijn in het hart weer terug naar Duitsland. Het lied doet Said denken aan de tranen in hun ogen bij het afscheid.  

Mozart

De Mozart-liederen waar dit recital mee opent brengen Fatma Said terug naar haar jeugd in Caïro; ze koestert dierbare herinneringen aan de muzieklessen op de Duitse school. Het zijn bovendien liederen die ze als jong meisje al zong bij haar lerares Neveen Allouba, de eerste sopraan van de opera in Caïro.

Over de oplossing uit Mozarts tijd fronsen we nu de wenkbrauwen: ‘Vaders, sluit je dochters op!’

Wolfgang Amadeus Mozart en Allouba kusten samen de zangeres in Said wakker. Met de jaren is haar begrip van de inhoud van deze liederen natuurlijk wel veranderd. Als veertienjarige kun je misschien wel zwijmelen als het viooltje in Das Veilchen, dat hoopt geplukt te worden door een herderinnetje om zich aan haar boezem te kunnen vleien, maar gelukzalig genoegen moet nemen met vertrapt te worden onder haar voeten. Of je inleven in de hoofdpersoon van Als Luise die Briefe ihres ungetreuen Liebhabers verbrannte. Van de vurige woorden op papier zal geen spoor meer overblijven, maar de liefde van de man die ze neerschreef zal nog lang branden in het hart van Luise. De melancholieke gedachten van Abendempfindung over de vergankelijkheid van het leven vragen toch wat meer levenservaring. Het viooltje in dit lied is voor op het graf van een geliefde. Männer suchen stets zu naschen en Der Zauberer gaan eerder over lust dan liefde. Jonge meisjes zijn een makkelijke prooi voor mannen die altijd op zoek zijn naar snoepgoed, maar als je te veel snoept heb je geen honger meer en loop je de grote liefde mis. Over de oplossing uit Mozarts tijd fronsen we nu de wenkbrauwen: ‘Vaders, sluit je dochters op!’

Ravel

De combinatie van kosmopolitisme en nationale trots die Said uitdraagt – ze spreekt vier talen vloeiend, en draagt vaak een gouden hanger in de vorm van het Afrikaanse continent met een diamant op de plaats van Egypte – kenmerkt ook het begin van de twintigste eeuw. Wereldtentoonstellingen brachten exotische kunstmuziek naar Europa, componisten reisden met een fonograaf het land door om volksliederen vast te leggen. Zo werd het grootste deel van het materiaal voor Maurice Ravels Cinq mélodies populaires grecques op Griekse eilanden op een wasrol vastgelegd door een Franse linguïst en vertaald naar notenschrift door collegacomponist Paul le Flem. Ravel arrangeerde de liedjes op verzoek, ter illustratie bij een lezing. De bemiddelaar in dit project was muziekjournalist Michel Dimitri Calvocoressi, die net als Ravel lid was van Les Apaches, een groep kunstenaars die elke zaterdag bijeenkwamen. Ook de dichter Tristan Klingsor (Léon Leclère) bewoog zich in deze kring en met Ravel deelde hij een enorme bewondering voor Nikolaj Rimski-Korsakovs Sheherazade. Klingsor schreef honderd gedichten over de vertellingen van Duizend-en-een-nacht en Ravel koos er drie uit om op muziek te zetten. 

Spanje

In dezelfde periode hadden ook de Spaanse vrienden Federico García Lorca en Fernando Obradors grote interesse in volksmuziek. Obradors schreef tussen 1921 en 1941 vier boeken vol met volksliederen uit verschillende regio’s in Spanje. Del cabello más sutil, uit het eerste boek, is een liefdesverklaring: ‘Van het fijnste haar zou ik een ketting willen maken om je aan mijn zijde te ketenen. Als ik in je huis zou zijn, deed ik me als kroes voor, zodat je lippen zich aan mij zouden drukken als je wilt drinken.’ Hoewel García Lorca vooral als dichter bekend geworden is, studeerde hij ook compositie, met volksmuziek als zijn inspiratiebron. Hij nam in 1931 zijn bewerkingen van de Canciones españolas antiguas zelf op met zangeres en flamencodanseres La Argentinita. José Serrano werd vooral beroemd om zijn zarzuela’s. La canción del olvido is veruit zijn bekendste werk, een eigentijdse romantische komedie met onnavolgbare liefdesverwikkelingen, waarin het lied Marinela, Marinela het muzikale kwartje is dat valt als de ware liefde herkend wordt. Het lied van de Napolitaanse soldaten in de voorstelling was zo aanstekelijk, dat het zich volgens de pers sneller verspreidde dan de Spaanse griep, die ten tijde van de première op het hoogtepunt was. 

Egypte

Najib Hankash, een immens populaire Libanese zanger, schreef een lied op de tekst Aatini al naya wa ghanni (‘Geef me een fluit en zing’) van de Libanees-Amerikaanse schrijver Gibran Khalil Gibran (1883-1931). Het lied werd onsterfelijk gemaakt door de Libanese zangeres Fairuz, een van de grootste namen in de Arabische muziek. En daarmee zijn we terug bij de jeugd van Fatma Said in Caïro. Bizets Adieux de l’hôtesse arabe is een ode aan de Duitse leraren uit haar jeugd. Ze werden verliefd op het land, trouwden soms, maar gingen meestal na een paar jaar met pijn in het hart weer terug naar Duitsland. Het lied doet Said denken aan de tranen in hun ogen bij het afscheid.  

door Carine Alders

Toelichting

door Carine Alders

Mozart

De Mozart-liederen waar dit recital mee opent brengen Fatma Said terug naar haar jeugd in Caïro; ze koestert dierbare herinneringen aan de muzieklessen op de Duitse school. Het zijn bovendien liederen die ze als jong meisje al zong bij haar lerares Neveen Allouba, de eerste sopraan van de opera in Caïro.

Over de oplossing uit Mozarts tijd fronsen we nu de wenkbrauwen: ‘Vaders, sluit je dochters op!’

Wolfgang Amadeus Mozart en Allouba kusten samen de zangeres in Said wakker. Met de jaren is haar begrip van de inhoud van deze liederen natuurlijk wel veranderd. Als veertienjarige kun je misschien wel zwijmelen als het viooltje in Das Veilchen, dat hoopt geplukt te worden door een herderinnetje om zich aan haar boezem te kunnen vleien, maar gelukzalig genoegen moet nemen met vertrapt te worden onder haar voeten. Of je inleven in de hoofdpersoon van Als Luise die Briefe ihres ungetreuen Liebhabers verbrannte. Van de vurige woorden op papier zal geen spoor meer overblijven, maar de liefde van de man die ze neerschreef zal nog lang branden in het hart van Luise. De melancholieke gedachten van Abendempfindung over de vergankelijkheid van het leven vragen toch wat meer levenservaring. Het viooltje in dit lied is voor op het graf van een geliefde. Männer suchen stets zu naschen en Der Zauberer gaan eerder over lust dan liefde. Jonge meisjes zijn een makkelijke prooi voor mannen die altijd op zoek zijn naar snoepgoed, maar als je te veel snoept heb je geen honger meer en loop je de grote liefde mis. Over de oplossing uit Mozarts tijd fronsen we nu de wenkbrauwen: ‘Vaders, sluit je dochters op!’

Ravel

De combinatie van kosmopolitisme en nationale trots die Said uitdraagt – ze spreekt vier talen vloeiend, en draagt vaak een gouden hanger in de vorm van het Afrikaanse continent met een diamant op de plaats van Egypte – kenmerkt ook het begin van de twintigste eeuw. Wereldtentoonstellingen brachten exotische kunstmuziek naar Europa, componisten reisden met een fonograaf het land door om volksliederen vast te leggen. Zo werd het grootste deel van het materiaal voor Maurice Ravels Cinq mélodies populaires grecques op Griekse eilanden op een wasrol vastgelegd door een Franse linguïst en vertaald naar notenschrift door collegacomponist Paul le Flem. Ravel arrangeerde de liedjes op verzoek, ter illustratie bij een lezing. De bemiddelaar in dit project was muziekjournalist Michel Dimitri Calvocoressi, die net als Ravel lid was van Les Apaches, een groep kunstenaars die elke zaterdag bijeenkwamen. Ook de dichter Tristan Klingsor (Léon Leclère) bewoog zich in deze kring en met Ravel deelde hij een enorme bewondering voor Nikolaj Rimski-Korsakovs Sheherazade. Klingsor schreef honderd gedichten over de vertellingen van Duizend-en-een-nacht en Ravel koos er drie uit om op muziek te zetten. 

Spanje

In dezelfde periode hadden ook de Spaanse vrienden Federico García Lorca en Fernando Obradors grote interesse in volksmuziek. Obradors schreef tussen 1921 en 1941 vier boeken vol met volksliederen uit verschillende regio’s in Spanje. Del cabello más sutil, uit het eerste boek, is een liefdesverklaring: ‘Van het fijnste haar zou ik een ketting willen maken om je aan mijn zijde te ketenen. Als ik in je huis zou zijn, deed ik me als kroes voor, zodat je lippen zich aan mij zouden drukken als je wilt drinken.’ Hoewel García Lorca vooral als dichter bekend geworden is, studeerde hij ook compositie, met volksmuziek als zijn inspiratiebron. Hij nam in 1931 zijn bewerkingen van de Canciones españolas antiguas zelf op met zangeres en flamencodanseres La Argentinita. José Serrano werd vooral beroemd om zijn zarzuela’s. La canción del olvido is veruit zijn bekendste werk, een eigentijdse romantische komedie met onnavolgbare liefdesverwikkelingen, waarin het lied Marinela, Marinela het muzikale kwartje is dat valt als de ware liefde herkend wordt. Het lied van de Napolitaanse soldaten in de voorstelling was zo aanstekelijk, dat het zich volgens de pers sneller verspreidde dan de Spaanse griep, die ten tijde van de première op het hoogtepunt was. 

Egypte

Najib Hankash, een immens populaire Libanese zanger, schreef een lied op de tekst Aatini al naya wa ghanni (‘Geef me een fluit en zing’) van de Libanees-Amerikaanse schrijver Gibran Khalil Gibran (1883-1931). Het lied werd onsterfelijk gemaakt door de Libanese zangeres Fairuz, een van de grootste namen in de Arabische muziek. En daarmee zijn we terug bij de jeugd van Fatma Said in Caïro. Bizets Adieux de l’hôtesse arabe is een ode aan de Duitse leraren uit haar jeugd. Ze werden verliefd op het land, trouwden soms, maar gingen meestal na een paar jaar met pijn in het hart weer terug naar Duitsland. Het lied doet Said denken aan de tranen in hun ogen bij het afscheid.  

Mozart

De Mozart-liederen waar dit recital mee opent brengen Fatma Said terug naar haar jeugd in Caïro; ze koestert dierbare herinneringen aan de muzieklessen op de Duitse school. Het zijn bovendien liederen die ze als jong meisje al zong bij haar lerares Neveen Allouba, de eerste sopraan van de opera in Caïro.

Over de oplossing uit Mozarts tijd fronsen we nu de wenkbrauwen: ‘Vaders, sluit je dochters op!’

Wolfgang Amadeus Mozart en Allouba kusten samen de zangeres in Said wakker. Met de jaren is haar begrip van de inhoud van deze liederen natuurlijk wel veranderd. Als veertienjarige kun je misschien wel zwijmelen als het viooltje in Das Veilchen, dat hoopt geplukt te worden door een herderinnetje om zich aan haar boezem te kunnen vleien, maar gelukzalig genoegen moet nemen met vertrapt te worden onder haar voeten. Of je inleven in de hoofdpersoon van Als Luise die Briefe ihres ungetreuen Liebhabers verbrannte. Van de vurige woorden op papier zal geen spoor meer overblijven, maar de liefde van de man die ze neerschreef zal nog lang branden in het hart van Luise. De melancholieke gedachten van Abendempfindung over de vergankelijkheid van het leven vragen toch wat meer levenservaring. Het viooltje in dit lied is voor op het graf van een geliefde. Männer suchen stets zu naschen en Der Zauberer gaan eerder over lust dan liefde. Jonge meisjes zijn een makkelijke prooi voor mannen die altijd op zoek zijn naar snoepgoed, maar als je te veel snoept heb je geen honger meer en loop je de grote liefde mis. Over de oplossing uit Mozarts tijd fronsen we nu de wenkbrauwen: ‘Vaders, sluit je dochters op!’

Ravel

De combinatie van kosmopolitisme en nationale trots die Said uitdraagt – ze spreekt vier talen vloeiend, en draagt vaak een gouden hanger in de vorm van het Afrikaanse continent met een diamant op de plaats van Egypte – kenmerkt ook het begin van de twintigste eeuw. Wereldtentoonstellingen brachten exotische kunstmuziek naar Europa, componisten reisden met een fonograaf het land door om volksliederen vast te leggen. Zo werd het grootste deel van het materiaal voor Maurice Ravels Cinq mélodies populaires grecques op Griekse eilanden op een wasrol vastgelegd door een Franse linguïst en vertaald naar notenschrift door collegacomponist Paul le Flem. Ravel arrangeerde de liedjes op verzoek, ter illustratie bij een lezing. De bemiddelaar in dit project was muziekjournalist Michel Dimitri Calvocoressi, die net als Ravel lid was van Les Apaches, een groep kunstenaars die elke zaterdag bijeenkwamen. Ook de dichter Tristan Klingsor (Léon Leclère) bewoog zich in deze kring en met Ravel deelde hij een enorme bewondering voor Nikolaj Rimski-Korsakovs Sheherazade. Klingsor schreef honderd gedichten over de vertellingen van Duizend-en-een-nacht en Ravel koos er drie uit om op muziek te zetten. 

Spanje

In dezelfde periode hadden ook de Spaanse vrienden Federico García Lorca en Fernando Obradors grote interesse in volksmuziek. Obradors schreef tussen 1921 en 1941 vier boeken vol met volksliederen uit verschillende regio’s in Spanje. Del cabello más sutil, uit het eerste boek, is een liefdesverklaring: ‘Van het fijnste haar zou ik een ketting willen maken om je aan mijn zijde te ketenen. Als ik in je huis zou zijn, deed ik me als kroes voor, zodat je lippen zich aan mij zouden drukken als je wilt drinken.’ Hoewel García Lorca vooral als dichter bekend geworden is, studeerde hij ook compositie, met volksmuziek als zijn inspiratiebron. Hij nam in 1931 zijn bewerkingen van de Canciones españolas antiguas zelf op met zangeres en flamencodanseres La Argentinita. José Serrano werd vooral beroemd om zijn zarzuela’s. La canción del olvido is veruit zijn bekendste werk, een eigentijdse romantische komedie met onnavolgbare liefdesverwikkelingen, waarin het lied Marinela, Marinela het muzikale kwartje is dat valt als de ware liefde herkend wordt. Het lied van de Napolitaanse soldaten in de voorstelling was zo aanstekelijk, dat het zich volgens de pers sneller verspreidde dan de Spaanse griep, die ten tijde van de première op het hoogtepunt was. 

Egypte

Najib Hankash, een immens populaire Libanese zanger, schreef een lied op de tekst Aatini al naya wa ghanni (‘Geef me een fluit en zing’) van de Libanees-Amerikaanse schrijver Gibran Khalil Gibran (1883-1931). Het lied werd onsterfelijk gemaakt door de Libanese zangeres Fairuz, een van de grootste namen in de Arabische muziek. En daarmee zijn we terug bij de jeugd van Fatma Said in Caïro. Bizets Adieux de l’hôtesse arabe is een ode aan de Duitse leraren uit haar jeugd. Ze werden verliefd op het land, trouwden soms, maar gingen meestal na een paar jaar met pijn in het hart weer terug naar Duitsland. Het lied doet Said denken aan de tranen in hun ogen bij het afscheid.  

door Carine Alders

Biografie

Fatma Said, sopraan

Fatma Saids eerste zanglessen bij Neveen Allouba waren het begin van een muzikale reis van Cairo naar de grote klassieke podia. In 2013 studeerde ze af aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn, in 2016 was ze BBC Radio 3 New Generation Artist en voor haar debuut-cd El Nour (2020) won ze twee BBC Music Magazine Awards en een Opus Klassik.

De sopraan deed haar eerste opera-ervaring op aan de Academie van de Scala in Milaan en werd vervolgens uitgenodigd door het Teatro San Carlo in Napels, de Staatsoper Hamburg en de Koninklijke Opera van Muscat. 

Bij het Boston Symphony Orchestra ­soleerde ze onder leiding van Andris Nelsons en op de BBC Proms debuteerde ze in ­Mozarts Requiem. Met het Orchestre des Champs-Elysées tourde Fatma Said met Ravels Shéhérazade; liedrepertoire zong ze tijdens festivals in Dresden, Lockenhaus, Bonn, Bad Kissingen en Cairo, in Wigmore Hall in Londen en in Carnegie Hall in New York.

Vorig seizoen was Fatma Said artist in residence van het Konzert­haus Berlin, waar ze ook haar tweede cd Kaleidoscope presenteerde. Ze deelde het podium met Rolando Villazón en Juan Diego Flórez en gaf recitals met Joseph Middleton, Malcolm Martineau, ­Roger Vignoles, Julius Drake en David Fray. In haar geboorteland kreeg de zangeres in 2016 de Creativity Award en een onderscheiding van de National Council for Women, en ze vertegenwoordigde Egypte meermaals op de Human Rights Day bij de Verenigde Naties in Genève.

Fatma Said maakt vandaag haar – vanwege de coronapandemie uitgestelde – debuut in de Kleine Zaal.

Joseph Middleton, piano

Joseph Middleton studeerde filosofie aan de University of Birmingham en specialiseerde zich aan de Royal Academy of Music in Londen – waar hij inmiddels zelf lesgeeft – in ­kamermuziek en liedbegeleiding. In 2016 kreeg hij de Young Artists Award van de Royal Philharmonic Society.

De pianist was te beluisteren in zalen als het Konzerthaus en de Musikverein in Wenen, de Berliner en de Kölner Philharmonie, de Tonhalle in Zürich, Wigmore Hall in Londen, Schloss Elmau, de Alice Tully Hall en Park Avenue Armory in New York, de Oji Hall in Tokio, tijdens de BBC Proms en op de festivals van Edinburgh, Aldeburgh, Hohenems, Schwarzenberg, Aix-en-Provence, Ravinia, Seoul, Toronto en Vancouver.

Daarbij had hij vaak bekende zangers aan zijn zijde; met Iestyn Davies en Carolyn Sampson debuteerde hij op de BBC Proms in 2016 en in 2018 keerde hij er terug met Sarah Connolly om herontdekte liederen van Benjamin Britten in première te brengen.

In de Kleine Zaal van Het Concertgebouw trad Joseph Middleton eerder op met Katarina Karnéus, het Myrthen Ensemble, Christopher Maltman, Ruby Hughes, Carolyn Sampson, Sophie Rennert, James Newby en Sarah Connolly (op 23 januari jongstleden).

Voor zijn cd-opnames won hij onder meer een Edison (voor A Verlaine Songbook met Carolyn Sampson) en een Kathleen Ferrier Award. Joseph Middleton was negen jaar lang artistiek leider van het Leeds Lieder Festival en is momenteel musician in residence bij het Pembroke College in Cambridge. Ook stelt hij series en programma’s samen voor BBC Radio 3, Wigmore Hall en de University of Cambridge.