Wat is gregoriaans?

gregoriaans

Gregoriaans is een verzamelnaam voor de eenstemmige melodieën die in de rooms-katholieke liturgie worden gebruikt.

Wat is het gregoriaans?

Het gregoriaans is een groep oude, eenstemmige gezangen die in katholieke erediensten worden gebruikt. Teksten van psalmen en andere godsdienstige liederen werden in de eerste eeuwen na Christus voorzien van vaste, modale melodieën. Volgens de legende heeft de paus Gregorius I ze opgeschreven, nadat ze hem waren gedicteerd door de Heilige Geest in de vorm van een duif.

Er bestaan verschillende manieren om de tekst op muziek te zetten: in de syllabische stijl zingt men één noot per lettergreep, in de meer versierde melismatische stijl is er vaak sprake van een lange ketting noten op één lettergreep. De neumatische stijl combineert de twee bovenstaande stijlen. Gezangen worden verder vaak op een van twee manieren uitgevoerd: antifonaal of responsoriaal. Bij antifonen wordt het koor in tweeën gedeeld en zingen de koorhelften om beurten, bij responsoria (ev. responsorium) wisselt een solist af met een koor, dat een vast refrein zingt.

Start / pauzeer slideshow

Hoe ontstond het gregoriaans?

Ook in de vroegste kerkdiensten werd al gezongen, maar de melodieën verschilden sterk van stad tot stad, van kerk tot kerk. In de achtste eeuw standaardiseerde het Frankische hof van Karel de Grote deze melodieën voor de gehele katholieke wereld. Zo zong een priester in Aken dezelfde melodie als de paus in Rome. Deze standaardmelodieën noemen we het gregoriaans.

De vroegste notaties van het gregoriaans zijn meer geheugensteuntjes dan echte transcripties: geestelijken schreven kleine lijntjes (neumen) boven een liturgische
tekst om te herinneren of een melodie omhoog of omlaag ging. Vanuit deze notatie kunnen we niet afleiden hoe de melodieën precies gezongen
werden, maar krijgen we wel een idee van de ‘vorm’ van het gezang.

Pas vanaf de elfde eeuw worden gezangen preciezer opgeschreven. Guido van Arezzo (990-1050) vond een systeem uit dat gebruikmaakt van vier lijnen, due elk stonden voor een bepaalde toonhoogte. Noten worden op en tussen deze lijnen geschreven – zo kun je heel precies lezen welke noten je moet zingen. Dit is nog steeds het principe achter de notatie die we nu gebruiken.