Wat is een fuga?

fuga

Een fuga is een compositietechniek waarin meerdere stemmen een bepaalde frase beurtelings imiteren.

Wat is een fuga?

In een fuga werkt een componist een bepaalde frase, het subject, uit. De opening van een fuga lijkt op een canon: de stemmen vallen om de beurt in met het subject. Het verschil met een canon is dat niet elke stem het subject op dezelfde noot begint, maar sommige stemmen het subject vijf noten hoger zingen of spelen dan andere.

Hoe klinkt een fuga?

Een fuga kun je snel herkennen als je eenmaal weet hoe ze klinkt. Elke fuga begint ongeveer hetzelfde: de eerste stem speelt het subject in de tonica, waarna de tweede stem het subject vijf tonen hoger (of vier noten lager) imiteert. Ondertussen gaat de eerste stem over op het contrasubject, dat het subject in de tweede stem begeleidt. Als de tweede stem het subject heeft afgerond, wisselt ze naar het contrasubject, en begint de derde stem met het subject, nu weer in de tonica. Dit proces herhaalt zich tot alle stemmen zijn ingevallen. Hiermee eindigt de expositie.

Vervolgens begint de episode. Daarin verwerkt de componist kleine stukjes van het subject. Hier kan de componist alles uit de kast trekken en het subject op allerlei manieren vervormen. Dat kan hij doen door het om te keren, uit te rekken of juist samen te persen. Tijdens de episode herhaalt zich de opening van de fuga, waarbij de stemmen beurtelings invallen, veelvuldig.

In de onderstaande fuga uit Bachs Kunst der Fuge hoor je hoe de stemmen om beurten binnentreden.

Hoe ontstond de fuga?

Componisten als Jacob Obrecht (1457-1505) en later Andrea Gabrieli (1533-1585) schreven al in de zestiende en zeventiende eeuw stukken die we als voorlopers van de fuga kunnen zien. De ricercar of ricercare, van het Italiaanse woord voor onderzoeken, was een imitatieve compositie-techniek, maar niet per se op basis van één subject: na het intreden van de stemmen kon het goed zijn dat het subject nooit meer werd gespeeld. Bovendien konden de imitaties op elke toon beginnen, niet alleen vijf tonen hoger.

In de zeventiende eeuw komt de term fuga in de mode voor een versie van deze ricercar met meer thematische eenheid, al worden de termen dan nog door elkaar gebruikt. De naam komt van het Italiaanse woord voor ‘vlucht’; doordat de stemmen elkaar in de opening achtereenvolgens imiteren, lijkt het alsof ze elkaar achtervolgen.

Tot in de achttiende eeuw is de fuga zeer populair, maar vanaf de klassieke periode raakt de doorwrochte, ouderwetse vorm uit de mode. Hij dient vanaf dan vooral als krachttoer waarmee componisten hun muziektheoretische vaardigheden kunnen laten zien.