Wat is een koraal?

koraal

Een koraal is een eenvoudig gezang uit de Lutherse kerk. In de zeventiende en achttiende eeuw namen veel Duitse componisten het als uitgangspunt voor koor- en orgelcomposities.

Hoe klinkt een koraal?

Een koraal is een kort, van oorsprong eenstemmig, protestants gezang. De melodie ligt gemakkelijk in het oor. Vaak bestaat een koraal uit drie delen: een openingszin, een herhaling daarvan, en een slotzin. Je kunt de vorm dus zo opschrijven: AAB. Er hoort een rijmende tekst bij; deze is meestal strofisch: je kunt meerdere ‘coupletten’ op dezelfde melodie zingen.

Tegenwoordig komen we koralen vooral tegen in vierstemmige zetting als onderdeel van passies en cantates, met name in de Matthäus- en Johannes-Passion van J.S. Bach. In een passie fungeert het als reactie en reflectie op belangrijke momenten in het lijdensverhaal. In een cantate zetten componisten het vaak in als slotdeel.

Hoe is het koraal ontstaan?

Na de reformatie in de vroege zestiende eeuw focussen jonge protestantse kerken op de betrokkenheid van gelovigen. De Lutheranen vervangen de Latijnse gregoriaanse gezangen van de Katholieke Kerk door rijmende liederen in de volkstaal. Deze koralen zijn simpel, eenstemmig en zingbaar. Zo kunnen de kerkgangers zelf meezingen, want dat versterkt – aldus de Lutheranen – de geloofsbeleving.

De tekst van koralen betrekt zich meestal op een specifieke dag of periode in het kerkjaar, zoals advent, kerst- en passietijden. Soms is de melodie van een koraal afgeleid van een bestaand gregoriaans gezang. Andere koralen, zoals het beroemde O Haupt voll Blut und Wunden, ontlenen hun melodie aan wereldlijk repertoire (in dit geval op het liefdeslied “Mein G’müth ist mir verwirret). Maar verreweg de meeste koralen zijn nieuwe composities uit de zestiende eeuw, van bijvoorbeeld Johann Walter, Paul Gerhardt en Johann Crüger.

Een koraal uit de zeventiende eeuw, 'Nun danket alle Gott' - Martin Rinckart

Welke componisten bewerkten koralen?

Koralen zijn in de zeventiende en achttiende eeuw populair bij Duitse componisten zoals Johann Sebastian Bach, Dieterich Buxtehude en Gottfried Heinrich Stölzel. Zij gebruikten koraalmelodieën als basis voor veel van hun kerkmuziek. Ze schreven bijvoorbeeld eenvoudige, vierstemmige zettingen met de oorspronkelijke melodie in de bovenstem. Zo krijgt de eenvoudige lijn een rijkere klank.

Hoewel dit soort composities niet meer eenstemmig zijn, noemen we deze eenvoudige harmoniseringen ook koralen. Ze dienen ongeveer hetzelfde doel als de eenstemmige variant, maar kunnen vanwege de meerstemmigheid niet meer door de gemeente uitgevoerd worden. Daarom worden ze door het kerkkoor gezongen of door de organist gespeeld.

Een vierstemmig koraal: 'O Mensch, bewein dein Sünde groß' - Michael Vulpius

Hoe is het inmiddels met het koraal?

In protestantse kerken zingen kerkgangers nog steeds koralen of aanverwante eenstemmige gezangen met orgelbegeleiding. Meerstemmige koralen zoals gecomponeerd door Bach klinken ook nog wel in kerkdiensten, maar horen we voornamelijk in concertzalen, vaak als onderdeel van een passie of cantate. Ook schrijven studenten aan universiteiten en conservatoria soms vierstemmige zettingen van koralen om zich de harmonieleer en de regels van het contrapunt eigen te maken.