Wat betekent obligaat?

obligaat

Obligaat (ook ‘obligato’) betekent zoveel als ‘verplicht’ of ‘voorgeschreven’. Tegenwoordig duidt het op een fundamentele rol voor een instrument in een muziekstuk.

Hoe wordt het woord obligaat gebruikt?

In oude muziek wordt obligaat gebruikt om aan te geven dat een passage of partij precies moet worden gespeeld zoals het er staat, zonder iets te veranderen of weg te laten. In deze betekenis komt het woord obligaat niet veel meer voor, omdat klassieke musici zelden veranderingen aanbrengen in een bestaande partituur.

Obligaat wordt nog wel veel gebruikt om een grotere solo-rol van een instrument in een muziekstuk aan te duiden. Een concert met ‘obligaat piano’ heeft een grote rol voor de piano, zonder dat het echt een pianoconcert wordt. Ook instrumenten die als aanvulling op of in duet met een zangstem klinken worden obligaat genoemd.

Het tegenovergestelde van obligaat is ‘ad libitum’: ‘vrij’, ‘naar eigen inzicht’.

Waar komt obligaat vandaan?

Obligaat vindt zijn herkomst in de barokmuziek. In de begeleidende basso-continuopartij werd oorspronkelijk veel geïmproviseerd, tot steeds meer componisten de akkoorden volledig uitwerkten. De voorgeschreven noten werden dan ‘obligato’ – oftewel ‘die moet je allemaal spelen’. Niets meer, en niets minder.

Op die manier werd obligaat een woord om uit te drukken dat het een partij een ‘fundamenteel’ onderdeel van de muziek is. In verschillende negentiende-eeuwse publicaties blijkt ‘obligaat’ een gangbare term om naar een belangrijke partij uit een muziekstuk te verwijzen”

‘Wij hoorden uitmuntend fraaije muzijk. Een obligaat voor een vreemdsoortigen hoorn, die bijzonder moeijelijk te bespelen was, werd meesterlijk uitgevoerd.’

J.A. Kramer, predikant te 's Gravenhage. Vaderlandse Letteroefeningen, 1854

‘Men kan de aanmerking maken, dat het jammer was, dat bij het obligaat op de viool die snaar sprong(…)’

Vlerk (pseudoniem). Reisontmoetingen van Joachim Polsbroekerwoud en zijne vrienden, 1841

Oude definities van obligaat:

'obligato, Ital., verbonden, verpligt; in de muzijk, heet het begeleidend; noodzakelijk, dat geen van de daarmede beteekende stukken uit het concert mag wegblijven; ook in het algemeen, iedere hoofdstem, als: obligaatviool, obligaatfluit, obligaatpartij, obligaat spelen enz. Obligatie, obligatio, Lat., verpligting; ook schuldbrief. Obligatoor, verbindend, verpligtend. Obligé, Fr., verpligt! ik dank u! Obligeant, verpligtend, beleefd, dienstvaardig. Obligeren, verbinden, verpligten; ook noodzaken, dwingen.'

Kunstwoordenboek (1858), door Petrus Weiland

'Obligaat, verplicht. Deze uitdrukking wordt o.a. gebruikt voor instrumentale partijen, die met een zangstem concerteeren, b.v. sopraan-aria met obligate viool, resp. fluit, hobo, enz.. In Bach's Passionen en Cantaten komen tal van dergelijke obligate partijen voor, die men uit slordigheid wel soli noemt. De tegenstelling van obligaat is ad libitum*.'

X-Y-Z der muziek (1936), door Casper Höweler